Droogte voorjaar 2017 uitzonderlijk: schade-aangiftes melden bij gemeentes

Op 18 juli deelde Joke Schauvliege mee dat ze de procedure opstart voor erkenning van de aanhoudende droogte in voorjaar 2017 als landbouwramp. Een recente studie van het KMI wees immers uit dat de droogte in de maanden april, mei, juni 2017, uitzonderlijk was op een tijdsspanne van 20 jaar in 150 gemeentes. 

Alle gemeentes in Vlaanderen worden echter gecontacteerd en krijgen alle nodige informatie over de verwerking en controle van de schade-aangiftes, ingediend door de landbouwers.

De minister heeft de procedure opgestart voor de tussenkomst van het Vlaams Landbouwrampenfonds in de schade als gevolg van de uitzonderlijke, aanhoudende droogte in het voorjaar 2017.

Op vraag van de minister heeft het KMI een tweede onderzoek ingesteld naar de extreme droogte in het voorjaar 2017 met name de maanden april, mei en juni. De conclusie van het KMI, op basis van een terugkeerperiode van twintig jaar, luidt dat het inderdaad om een uitzonderlijke situatie gaat in 150 gemeentes.

Alle landbouwers in Vlaanderen die schade aan teelten hebben geleden, krijgen de mogelijkheid om deze schade te melden. Ze moeten daarvoor echter zelf het initiatief nemen om de gemeente(n) te contacteren waarin de getroffen teelten/percelen zich bevinden. De gemeente kan op haar beurt een schattingscommissie op pad sturen voor een voorlopige schadevaststelling.

Een eerste schadevaststelling is nodig om het oorzakelijk verband vast te stellen tussen het weersverschijnsel en de schade. Op een moment waarop een definitieve oogstraming kan gebeuren, bij voorkeur net vóór de oogst, moet de definitieve schade worden vastgesteld door de gemeentelijke schattingscommissie. Op het einde van het eerste bezoek van de commissie voor de vaststelling van schade aan teelten, maakt u best reeds afspraken om het tweede bezoek (schatting van de schade bij de oogst) in te plannen. Het tweede bezoek vindt plaats zo kort mogelijk vóór de oogst van het resterende gewas.

Enkel in het geval er geen twijfel is over het percentage van de beschadigde teelt bij de eerste schadevaststelling (bv. als de vaststelling net voor de oogst gebeurt), mag die eerste schadevaststelling ook onmiddellijk de definitieve schadevaststelling zijn.

Aan de landbouwers wordt gevraagd om zo snel mogelijk hun schade-aangifte in te dienen bij de gemeente. De gemeentes hebben immers maar tijd tot vrijdag 8 september 2017 om op basis van voorlopige vaststellingen een raming van de totale schade en het aantal schadegevallen van de gemeente door te geven aan het Departement Landbouw en Visserij.

Op basis van alle schattingsverslagen van de eerste schadevaststellingen zal een raming gemaakt worden van het totaal bedrag van de schade. De erkenning van een landbouwramp is pas mogelijk wanneer de totale schade hoger ligt dan 1,24 miljoen euro en wanneer de gemiddelde schade per dossier meer dan 5.580 euro bedraagt.

Raadpleeg de lijst met 150 gemeentes waar de terugkeerperiode gelijk aan of groter dan 20 jaar werd vastgesteld door het KMI. Om een volledig overzicht te bekomen van de totale schade in Vlaanderen, wordt een oproep gedaan aan alle gemeentes om hun schaderamingen tijdig in te sturen.

Meer info

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Bart Merckaert | Tel. 02 552 73 50
bart.merckaert@lv.vlaanderen.be

Meer info over het beleidsdomein Landbouw en Visserij: Het beleidsdomein Landbouw en Visserij valt onder de bevoegdheid van Joke Schauvliege: Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Het beleidsdomein Landbouw en Visserij maakt deel uit van de Vlaamse overheid en omvat het Departement Landbouw en Visserij, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV).