Oproep CORE Organic Cofund call 2016

De Europese oproep voor het indienen van pre-voorstellen voor projecten onder de coördinatie van ERA-NET-CORE Organic Cofund is officieel gelanceerd. De deadline is 1 maart 2017.

Het Departement Landbouw en Visserij trekt een totaalbedrag van 180.000 euro uit (excl. EU-cofinanciering van 18.000 euro) voor Vlaamse onderzoekscentra voor deelname aan de CORE Organic Cofund call.

Toelichting

CORE Organic Cofund is een vervolgproject op CORE Organic Plus, CORE Organic I en II (‘Coördinatie van Europees transnationaal onderzoek in de biologische voedings- en landbouwsystemen’) en loopt binnen de financiering van het HORIZON 2020-onderzoekskader van de Europese Commissie. CORE Organic Cofund bestaat uit 25 partners uit 19 verschillende landen of regio’s.

Binnen het CORE Organic Cofund ERA-NET ligt de nadruk op een gezamenlijke financiering van transnationale onderzoeksprojecten: op het versterken van de kwaliteit, relevantie en gebruik van de middelen binnen het Europese onderzoek in de biologische voeding en landbouw en op het stimuleren van de samenwerking tussen internationale onderzoeksinstanties.

Net zoals bij de vorige oproep is de financiering van de transnationale projecten gebaseerd op het principe van een ‘virtuele gemeenschappelijke pot’. Dit betekent dat iedere nationale instantie haar eigen nationale onderzoekers financiert in een transnationaal projectconsortium. Ook deze keer voorziet de Europese Commissie in een deel van het onderzoeksbudget. Het globale budget van de nieuwe oproep bedraagt 13 miljoen euro (inclusief de cofinanciering EC).
Het Departement Landbouw en Visserij is partner binnen CORE Organic Cofund voor Vlaanderen en voorziet in het kader van het strategisch plan biologische landbouw, meer bepaald binnen ondersteunende doelstelling 1 ‘Kennisontwikkeling en kennisuitwisseling in functie van een groei van de biologische landbouw- en voedingssector’ een budget van maximum 180.000 euro (excl. EU-bijdrage) voor Vlaamse partners voor deelname aan deze oproep. Met de bijkomende financiering vanuit Europa (top up funding) zal er voor Vlaamse onderzoekers in totaal 198.000 euro beschikbaar zijn.

Het projectconsortium moet uit minimum 5 onderzoeksinstellingen bestaan uit minstens 5 landen die partner zijn binnen CORE Organic Cofund en een budget voorzien binnen de CORE Organic Cofund call. Voor Vlaanderen wordt het totale budget verdeeld over twee thema’s van de CORE Organic Cofund call:

1. Ecological support in specialized and intensive plant production systems (alle subthema’s komen in aanmerking voor subsidiëring): 99.000 euro;

3. Appropriate and robust livestock systems: cattle (enkel de subthema’s A en C komen in aanmerking voor subsidiëring): 99.000 euro:

  • subtopic A: Forage-based dairy systems – sustainable strategies to increase the health and welfare of dairy livestock;
  • subtopic C: Pig husbandry: combining animal welfare, efficient production and low ecological footprint.

Het 2de en het 4de thema van de CORE Organic Cofund call komen voor Vlaanderen NIET in aanmerking voor subsidiëring.

Vanuit het Departement Landbouw en Visserij wordt de nadruk gelegd op onderzoek dat ingaat op reële noden binnen de Vlaamse biosector en het streven naar vraaggestuurd onderzoek. Een aftoetsing van de pre-voorstellen met de sector wordt dan ook ten zeerste aangeraden.

Indieningsvoorwaarden

Deze oproep is uitsluitend bedoeld voor Vlaamse organisaties zonder commerciële doeleinden. De deadline voor het indienen van pre-voorstellen voor de projecten is 1 maart 2017. Meer informatie over het indienen van projecten, de nationale voorwaarden en prioriteiten zal beschikbaar zijn in december 2016 op www.coreorganic.org.

Vlaamse financieringsvoorwaarden bij deelname aan core organic cofund

1. Algemene voorwaarden

Uitsluitend Vlaamse organisaties en instellingen zonder commerciële doelstellingen kunnen financiering voor deelname aan de Core Organic Cofund call aan het Departement Landbouw en Visserij vragen. In sommige gevallen zullen meerdere instellingen betrokken zijn bij de indiening van de aanvraag en de uitvoering van het project, zij worden verder "Vlaamse partners" genoemd. Samenwerking en partnerschap tussen enerzijds het praktijkveld (proefcentra, bio bedrijfsnetwerken, …) en de indienende instellingen wordt sterk aanbevolen. Participatie van privépartners in onderzoeksprojecten is tot op zekere hoogte toegelaten (via de kostensoort externe prestaties).

De aanvragende instelling is diegene die een lid van een Project Consortium binnen Core Organic Cofund is en die voor de realisering van het Vlaamse deel van het project verantwoordelijk is.

Het is evenwel absoluut noodzakelijk dat één instelling aangeduid wordt als de instelling die verantwoordelijk is voor de indiening van de aanvraag en de uitvoering van het project ten opzichte van de Vlaamse overheid: het is deze instelling die de aanvraag indient, waarmee het Departement Landbouw & Visserij contacten onderhoudt en waarmee wordt afgerekend.

De aanvragende instelling is verantwoordelijk voor het voldoen aan de voorwaarden en de verplichtingen opgelegd door de Core Organic Cofund Funding Body Management board en gecommuniceerd door het Core Organic Cofund-secretariaat.

Een Nederlandstalig projectaanvraagformulier zal gedistribueerd worden aan de Vlaamse partners in projecten die een gunstig advies en positieve aanbeveling voor financiering vanuit de Core Organic Cofund Funding Body Management board, waaronder ook het Departement Landbouw en Visserij, kregen.

In de projectaanvraag dient aangestipt of de aanvragende instantie al dan niet BTW-plichtig is. Reden is dat de BTW uitsluitend in rekening kan worden gebracht voor het niet-terugvorderbaar gedeelte. Daarom dient in elke aanvraag en afrekening steeds het geldend BTW-statuut van de aanvrager vermeld en gestaafd te worden.

Vanuit Vlaanderen is een budget van 180.000 euro voorzien voor deze oproep Core Organic Cofund. Met de bijkomende financiering vanuit Europa (=top up funding) zal er voor Vlaamse onderzoekers in totaal 198.000 euro beschikbaar zijn. Voor Vlaanderen is dit totaal budget verdeeld over 2 thema’s van de Core Organic Cofund call:

  1. Ecological support in specialized and intensive plant production systems (alle subthema’s komen in aanmerking voor subsidiëring): 99.000 euro
  2. Appropriate and robust livestock systems: cattle (enkel de subthema’s A en C komen in aanmerking voor subsidiëring): 99.000 euro
    • subtopic A: Forage-based dairy systems – sustainable strategies to increase the health and welfare of dairy livestock
    • subtopic C: Pig husbandry: combining animal welfare, efficient production and low ecological footprint

Het 2de en het 4de thema van de Core Organic Cofund call komen voor Vlaanderen NIET in aanmerking voor subsidiëring.

De bedragen moeten worden gestaafd met de geschatte reële kosten die uitsluitend door de Vlaamse organisaties en instellingen zullen gemaakt worden. Bij de eindafrekening zijn deze kosten te bewijzen.

De kostprijs van het project moet verantwoord worden t.o.v. het te verwachten resultaat (kan eventueel op basis van de prestatie-indicatoren).

De steun kan pas toegekend worden vanaf 1 maart 2018.

2. Financiële voorwaarden

2.1 Algemeen principe

De kosten dienen gedetailleerd per kostenpost (investeringsuitgaven, personeelskosten, werkingskosten, externe prestaties) weergegeven te worden. De indeling in kostenposten is van belang, bij afrekening worden verschuivingen tussen de hoofdkostensoorten (investeringsuitgaven, personeelskosten, werkingskosten, externe prestaties) slechts aanvaard ten belope van maximaal 10 % van het goedgekeurde projectbedrag.

Overheadkosten worden niet voor subsidiëring in aanmerking genomen!

In geval van samenwerking tussen meerdere Vlaamse partners dient deze mogelijks nog gesplitst per partner. Er worden uitsluitend uitgaven aanvaard die zich tijdens de duurtijd van het project voordeden en waarvoor facturen en betalingsbewijzen kunnen worden voorgelegd.


Met andere woorden enkel kosten worden aanvaard die:

  • Betrekking hebben op activiteiten die plaatsvonden binnen de projectperiode;
  • Waarvan de datum van de betrokken facturen of andere boekhoudkundige documenten valt binnen de projectperiode;
  • Waarvoor betaalbewijzen kunnen worden voorgelegd van de effectieve betalingen.

Deze betalingen dienen te zijn gebeurd ofwel binnen de voorziene projectperiode, ofwel ten laatste 30 dagen na de einddatum van het project. Kosten waarvoor de betaling later plaatsvindt, worden niet meer aanvaard als subsidiabele kosten.

BTW kan uitsluitend in rekening worden gebracht voor het niet-terugvorderbaar gedeelte. Daartoe dient in elke aanvraag steeds het geldend BTW-statuut van de aanvrager vermeld en gestaafd te worden.

2.2. Investeringsuitgaven

Als investeringsuitgaven worden slechts kosten aanvaard die in de loop van het project gemaakt worden, die betrekking hebben op het project en verifieerbaar zijn.

Investeringskosten komen enkel in aanmerking voor de afschrijvingsperiode die overeenkomt met de projectduur en niet voor de volledige aanschaffingskost. Deze afschrijvingstermijnen kunnen aangetoond worden in de boekhouding van de organisatie.

2.3. Personeelskosten

Als personeelskosten worden uitsluitend de loonkosten van de rechtstreeks bij het project betrokken personeelsleden in aanmerking genomen.

Gelieve zo veel mogelijk de diverse taken van het personeel op te splitsen in aantal mandagen (1 mandag = 1 personeelslid gedurende 1 dag werkzaam).

Alle personeelskosten dienen per maand aangerekend te worden in de afrekeningsstaten (ook vakantiegeld, eindejaarspremie,...).

Organisaties en instellingen, andere dan onderwijs- en onderzoekscentra:

In de tabellen van deze rubriek moeten de directe brutosalarissen van bedienden en/of brutolonen van arbeiders met inbegrip van de wettelijk verplichte werknemers- en werkgeversbijdragen worden ingevuld. Alleen de personeelskosten van de personeelsleden die bij het project betrokken zijn, mogen - in verhouding tot de tijd die zij hieraan besteden - worden vermeld. Daarom dient u een omschrijving te geven van het aantal + de functie (leidinggevend, kader, bediende of arbeider) van de personeelsleden die in het kader van het project werken. Bovendien moet u een raming maken van het aantal uren dat ieder personeelslid aan het project zal besteden. De promotor houdt hiertoe een register bij met de namen van de personen en de door elk van hen aan het project bestede tijd.

Als een persoon andere inkomsten heeft, bijvoorbeeld uit een deeltijdse tewerkstelling elders, dan zullen de aanvaardbare personeelskosten enkel betrekking kunnen hebben op de resterende tijd. Dat betekent dat een persoon met een voltijdse beroepsbezigheid buiten het project of een voltijds vervangingsinkomen geen personeelskosten kan inbrengen.

Als personeelskosten worden niet aanvaard:

  • Bijdragen voor extralegale voordelen zoals groepsverzekeringen, extralegaal pensioen,...)
  • Loonkosten voor “supervisie”(meestal door de ondernemingsleider)
  • Kilometervergoedingen voor opdrachten (deze dienen te worden ondergebracht bij werkingskosten)
Onderwijs- en onderzoeksinstellingen (extra voorwaarden dan hierboven vermeld):

Wanneer de begunstigde een onderwijs- of onderzoeksinstelling is die reeds gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Overheid of een andere overheid, dient aangetoond te worden en zal nagegaan worden of er geen dubbele subsidiëring is.

Wat de aanrekening betreft zullen volgende basisregels worden toegepast:

  • onderwijzend of onderzoekspersoneel: de aangerekende personeelskosten worden slechts aanvaard wanneer ze buiten de normale beroepsactiviteiten en beroepsprestaties vallen;
  • administratief en technisch personeel: personeelskosten zullen slechts aanvaard worden als projectkost wanneer kan worden aangetoond dat deze personen speciaal voor het project werden aangeworven of werden vrijgesteld van hun normale activiteiten.
  • Voor de verrekening van de personeelskosten worden de brutolonen met inbegrip van de wettelijk verplichte werknemers- en werkgeversbijdragen als basis genomen, met uitsluiting van de bovengenoemde bijdragen voor extralegale voordelen en de loonkosten voor supervisie.

Bij de afrekening dienen de loonfiches (van bv. sociaal secretariaat) van het betrokken personeel in het dossier aanwezig zijn.

2.4. Werkingskosten

Als werkingskosten worden alleen kosten aanvaard die rechtstreeks betrekking hebben op het project en die ook verifieerbaar zijn. Het zijn m.a.w. kosten en uitgaven die zich zonder het project niet zouden hebben voorgedaan.

Als werkingskosten kunnen o.m. aanvaard worden:

  • De rechtstreeks aan het project verbonden uitgaven voor verbruiksmaterialen, hulpgoederen, grondstoffen en gereedschappen waarvan de verwachte levensduur de duur van het contract niet overschrijdt (bv. papier, batterijen,...)
  • Huur die aan derden moet worden betaald voor het gebruik van gebouwen, lokalen, apparatuur en infrastructuur.

Zijn o.m. niet aanvaardbaar als werkingskosten:

  • Afschrijvingskosten voor het gebruik van bestaande infrastructuur (gebouwen, materieel, installaties, meubilair en rollend materieel,...)
  • Uitgaven in verband met distributie, marketing en reclame, tenzij in de projectaanvraag uitdrukkelijk gestipuleerd en gemotiveerd
  • Verhuur aan zichzelf of 'interne huuraanrekening'; dit is het aanrekenen van een huurprijs voor het ter beschikking stellen van een gebouw en infrastructuur
  • Computerkosten voor occasioneel gebruik; deze worden geacht deel uit te maken van de overheadkosten.
2.5. Externe prestaties

Deze rubriek omvat de kosten van de prestaties die door externe organisaties in het kader van het project worden geleverd (bv. vergoedingen voor studie-, engineerings- en consulentenbureaus, experten, …). Externe prestaties betreft niet de prestaties van de Vlaamse partners: partners hoeven niet aan elkaar door te factureren. De maximale vergoedingen voor de externe prestaties zijn beperkt tot de barema's vastgesteld door de K.V.I.V.-Commissie.

2.6. Overheadkosten (niet subsidiabel)

Overheadkosten zijn allerhande vaste kosten die niet begrepen zijn in de andere kostenrubrieken. Het zijn m.a.w. kosten die men, zij het in mindere mate, ook zou hebben indien het project niet zou worden verwezenlijkt omdat die kosten hoe dan ook moeten worden gedragen voor het uitvoeren van de dagdagelijkse activiteiten.
Het gaat hier o.a. om onderhoudskosten van gebouwen en infrastructuur, verwarming, verlichting, water, gas, elektriciteit, telefoon, verzekeringen,…

Overheadkosten worden niet voor subsidiëring in aanmerking genomen!

3. Inhoudelijke voorwaarden

Bijkomend aan de voorwaarden vermeld in de Core Organic Cofund oproep dienen de Vlaamse indieners bij de uitvoering van het project aan volgende verplichtingen te voldoen:

3.1 Oprichting Vlaamse stuurgroep

Deze stuurgroep heeft tot doel om binnen de Vlaamse context samen te werken met zo veel mogelijk actoren die rond het onderwerp in Vlaanderen actief zijn, het project mee te begeleiden en de resultaten mee te helpen uitdragen over de Vlaamse biologische land- en tuinbouwsector. Een voorstel van samenstelling van de projectgroep wordt in het Nederlandstalig projectaanvraagformulier vermeld dat bij een gunstig advies en positieve aanbeveling voor financiering vanuit de Core Organic Cofund Funding Body Management board wordt opgestuurd. De keuze van de definitieve stuurgroep gebeurt in overleg met de verantwoordelijke ambtenaar van het Departement Landbouw en Visserij die het project administratief en inhoudelijk opvolgt. Er moet aandacht zijn voor de aanwezigheid van een voldoende aantal participanten vanuit de Vlaamse biologische land- en tuinbouwsector, zodat zij tijdens het verloop van het project voldoende betrokken worden en feedback kunnen geven. Ten laatste een maand na de startdatum van het project wordt de verantwoordelijke ambtenaar gecontacteerd om de datum te bepalen voor een eerste vergadering van de stuurgroep. Er wordt minimaal 1 stuurgroepvergadering per jaar georganiseerd.

3.2 Verspreiding van de resultaten binnen Vlaanderen/Vlaams disseminatie plan

Binnen het project moet duidelijk in het projectplan aangegeven worden op welke manier de resultaten van het project uitgedragen worden naar de betrokken biologische land- en tuinbouwsector, zowel naar de land- en tuinbouwers als naar de adviseurs en overheid. Dit moet gebeuren tijdens de duurtijd van het project. Het project is een open kennis project, waarbij alle resultaten in een open kennis systeem worden verspreid.

3.3 Communicatie met de betrokken overheid

Alle activiteiten in het kader van het project waarbij de Vlaamse partners betrokken zijn, zowel in het binnen- als in het buitenland, worden gemeld bij de betrokken ambtenaren van de Vlaamse overheid die het project administratief en inhoudelijk opvolgen. Voor de activiteiten binnen Vlaanderen ontvangen zij een uitnodiging. De coördinaten van de personen die op de hoogte worden gebracht, worden bij het begin van de projectperiode meegedeeld.

Meer informatie

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Eef Goossens | Tel. 02 552 77 67
eef.goossens@lv.vlaanderen.be

Meer info over het beleidsdomein Landbouw en Visserij:

Het beleidsdomein Landbouw en Visserij valt onder de bevoegdheid van Joke Schauvliege: Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw.

Het beleidsdomein Landbouw en Visserij maakt deel uit van de Vlaamse overheid en omvat het Departement Landbouw en Visserij, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV).

Meer info kan u vinden op www.vlaanderen.be/landbouw