Vorst- en droogteschade uit het voorjaar erkend als landbouwramp

Op voorstel van Joke Schauvliege, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, heeft de Vlaamse regering vandaag, maandag 25 september 2017, twee landbouwrampen erkend. Dit jaar werd de Vlaamse landbouw getroffen door achtereenvolgens nachtvorst in april en aanhoudende droogte van april tot juni. Het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) bevestigde dat beide weersfenomenen uitzonderlijk waren (terugkeerperiode van minstens twintig jaar).

  • De vorstschade van april trof vooral fruit- en siertelers, omdat de velden in volle bloei stonden na een zachte winter. De oogst van verschillende fruitsoorten zal dit jaar ver beneden het normale peil liggen.

  • De droogteschade van april tot juni trof vooral de akkerbouw en groententeelt. Door het langdurig karakter van de droogte en de beperking van het watergebruik in die periode, verdorden teelten of liepen zij een onherstelbare groeiachterstand op.

Joke Schauvliege heeft respectievelijk in mei en juli 2017 de procedure opgestart voor de tussenkomst van het Vlaams Landbouwrampenfonds in de schade. De Vlaamse regering heeft vandaag de gevolgen van beide weersfenomenen erkend als landbouwramp, zodat de landbouwers een deel van hun oogstverlies kunnen recupereren via het fonds.

  • Bij de vorstschade komen fruitteelt, sierteelt, notenteelt, boomkwekerij en wijnbouw in aanmerking voor een tegemoetkoming.

  • Bij de droogteschade komen groenten, akkerbouwgewassen, nijverheidsgewassen, voedergewassen, fruitteelt, sierteelt en boomkweek in aanmerking voor een tegemoetkoming.

Enkel geregistreerde landbouwondernemingen kunnen een dossier indienen en per schadelijder bedraagt het plafond van schadeloosstelling maximaal 114.700 euro.

Joke Schauvliege: “De budgettaire weerslag van de erkenning van de vorst- en droogteschade als landbouwramp wordt geraamd op 60 miljoen euro, gespreid over de jaren 2018 en 2019. Zo kan ik de verliezen op de Vlaamse landbouwbedrijven deels compenseren. Ik heb mijn diensten opgedragen om prioriteit te geven aan de afhandeling van deze schadedossiers, zodat de betalingen zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd.”