Niet-productieve investeringssteun

Op deze pagina:

Maatregel kort samengevat

VLIF-steun voor Niet-productieve investeringen
Wat? Omschrijving

Doel van de maatregel

Het VLIF ondersteunt niet-productieve investeringen, d.i. investeringen die bijdragen aan:

  • verhogen van de biodiversiteit
  • verbeterd waterbeheer
  • verminderen van erosie

Doelgroep

Bij het Departement Landbouw en Visserij geïdentificeerde land- en tuinbouwers

Voorwaarden
  1. U bent landbouwer
  2. De investering verhoogt uw opbrengst als aanvrager niet
  3. De landbouwgrond waarop of waarlangs u de investering uitvoert, is geregistreerd via de verzamelaanvraag
  4. U leeft alle wettelijke normen na
  5. De niet-productieve investering is geografisch verantwoord
  6. U start de niet-productieve investering pas na kennisgeving van de selectie
  7. U toont de geselecteerde subsidiabele  investeringskosten aan en die bedragen minimaal €1.000
Subsidiabele investeringen Subsidiabele investeringslijst
Steunomvang 100% van de subsidiable kosten
Steunplafond De aanvaardbare kosten worden bepaald aan de hand van normbedragen
Steunvorm Premie
Steunaanvraag

Steunaanvragen indienen via e-loket

Selectie op de bijdrage aan biodiversiteit en landelijke waarde, water- en bodembeheer

Doel van de investeringssteun

Een landbouwer leeft en werkt te midden van de open ruimte en maakt hierbij gebruik van de aanwezige bodem en water. Hij kan ervoor kiezen om investeringen te doen die bijdragen tot een verbeterde biodiversiteit, landschap, bodem- of waterkwaliteit, … Het gaat vooral om investeringen rond natuur- en landschapsbeheer, die aan de landbouwer wel inspanningen vragen maar op geen enkele manier inkomsten opleveren. Ook investeringen rond erosiebestrijding en waterbeheer komen in aanmerking, omdat niet zozeer de individuele landbouwers, maar eerder de buurtbewoners, de maatschappij of het ecosysteem er de vruchten van plukken. Om landbouwers aan te moedigen toch de stap te zetten, wordt steun geboden.

Voorwaarden

Als u een premie krijgt moeten de voorwaarden die golden tijdens de steunaanvraag gedurende 5 jaar na de uitvoering van de investering vervuld blijven .

1. U bent landbouwer

De landbouwer is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die landbouwactiviteiten als doelstelling heeft en die geïdentificeerd is bij het Departement Landbouw en Visserij.

Komen niet in aanmerking voor steun:

  • diensten en agentschappen die afhangen van het Vlaamse Gewest,
  • besturen, publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut,
  • erkende terreinbeherende natuurverenigingen, vermeld in het Natuurdecreet

2. De investering verhoogt uw opbrengst als aanvrager niet

3. De landbouwgrond waarop of waarlangs u de investering uitvoert , is geregistreerd via de verzamelaanvraag

U mag de investering uitsluitend uitvoeren op of langs landbouwgronden die geregistreerd zijn via de verzamelaanvraag.

De eerste keer dat u uw verzamelaanvraag indient nadat u de investering hebt uitgevoerd, duidt u de landbouwgronden aan waarop of waarlangs u de investering hebt uitgevoerd en waarvoor u de steun had aangevraagd.

4. U leeft alle wettelijke normen na

U respecteert de wettelijke normen m.b.t. leefmilieu, natuur, ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed. De niet-productieve investering waarvoor u steun aanvraagt, brengt het naleven van deze normen niet in gedrang.

Met volgende documentatie staaft u de naleving van de wettelijke normen en indien relevant legt u die voor 6 maand na afsluiten van de blokperiode waarin de aanvraag geregistreerd werd :

  1. een milieuvergunning die de uitoefening van alle bestaande en nieuw geplande bedrijfsactiviteiten, die onderworpen zijn aan het bezit van een milieuvergunning, toelaat op het landbouwbedrijf waar de investering uitgevoerd wordt
  2. een natuurvergunning wanneer er voor het gebied of de zone waar de investering uitgevoerd wordt een natuurvergunningsplicht geldt
  3. een vergunning voor het aanleggen, wijzigen of verplaatsen van kleine landschapselementen wanneer het Natuurdecreet daarvoor een vergunning oplegt
  4. een stedenbouwkundige vergunning bij het uitvoeren van investeringen in onroerende staat waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is of een melding van handelingen in of aan gebouwen. De uitvoering van de investeringen is in overeenstemming met de stedenbouwkundige vergunning of met de melding, in het bijzonder wat betreft bijzondere voorwaarden opgelegd ter voorkoming van schade aan de natuur
  5. een toelating of machtiging van het Agentschap Onroerend Erfgoed bij het uitvoeren van een handeling die een aanzienlijke wijziging van de landschapskenmerken van een beschermd cultuurhistorisch landschap tot gevolg heeft

5. De niet-productieve investering is geografisch verantwoord

De investering moet verantwoord zijn in het licht van de geografische ligging van het perceel landbouwgrond waarop of waarnaast de investering uitgevoerd wordt, en moet passen in de bestaande visies op landinrichting voor het gebied waar het perceel landbouwgrond ligt.

Of de investering verantwoord is, moet u aantonen met een attest afgeleverd door ofwel de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), ofwel de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) ofwel de Afdeling Land en Bodembescherming, Ondergrond, Natuurlijke Rijkdommen (ALBON).

U kunt deze attesten aanvragen op de volgende contactadressen:

Contactadressen
Subsidiabele investering Contactgegevens aanvragen attest
  • Kleine landschapselementen
  • Poelen
  • Herstel van aanplanting langs holle en trage wegen

Vraag uw attest aan bij uw VLM bedrijfsplanner. De contactgegevens vindt u in de volgende folder:
Lijst bedrijfsplanners VLM

Erosiedammen

Jan Vermang
Beleidsmedewerker Bodem
Departement Omgeving
Afdeling Gebiedsontwikkeling, omgevingsplanning en –projecten
Tel. 02 553 21 61
erosie.omgeving@vlaanderen.be
Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel
www.omgevingvlaanderen.be

kleinschalige waterinfrastructuur:

  • regelbare stuw
  • grond- of stenen dam
  • knijpconstructie
  • peilbuizen voor regeling stuw
  • retentiebekken/wetland
  • aanpassing slootprofiel
  • grachtherstel

Stijn Overloop
Beleidsmedewerker integraal waterbeleid
Vlaamse overheid
VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ
Afdeling Integraal Waterbeleid
T 053 726 693
s.overloop@vmm.be
Dr. De Moorstraat 24-26, 9300 Aalst
www.vmm.be

6. U start de niet-productieve investering pas na kennisgeving van de selectie

Alleen niet-productieve investeringen die niet zijn gestart voor en tijdens de selectieprocedure van betreffende indienperiode komen in aanmerking voor subsidie. Pas nadat u correspondentie ontvangen hebt dat de ingediende investering(en) in aanmerking komt/komen voor subsidie mogen er contractuele verbintenissen worden aangegaan om de investering uit te voeren. Die verbintenis blijkt uit een ondertekende overeenkomst, het ondertekenen van een offerte, een verkoopovereenkomst of gelijksoortige documenten.

Voorbereidende handelingen zoals aankoop van grond, de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of een milieuvergunning, de aanvraag van advies of een prijsofferte worden niet beschouwd als het uitvoeren van de investering.

U moet de niet-productieve investeringen beëindigen binnen twee jaar nadat het aangemelde investeringsproject werd geselecteerd. Het einde van de investering wordt bepaald aan de hand van de laatste factuur.

7. U toont de geselecteerde subsidiabele investeringskosten aan en die bedragen minimaal €1.000

U toont de investeringskosten aan met facturen en betaalbewijzen. De totale omvang van de subsidiabele investeringskosten bedragen per aanvraag minimaal 1.000 euro, exclusief BTW. De facturen zijn gedateerd na datum van selectie en tot 2 jaar na het afsluiten van de blokperiode waarin de steunaanvraag is geselecteerd.

Om de subsidiabele investeringskosten te bepalen worden er normbedragen gehanteerd per oppervlakte, lengte- of per stuk.

U kunt de facturen en betaalbewijzen van een geselecteerde investering voorleggen tot drie jaar na afsluiten van de blokperiode waarin de aanvraag geregistreerd werd.

Specifieke voorwaarden voor niet-productieve investeringen

De volgende types investeringen kunnen in aanmerking komen voor steun:

Lijst van de subsidiabele niet-productieve investeringen

1. Aanleg van kleine landschapselementen

Het plantgoed voor een haag, heg, houtkant of een bomenrij bestaat uitsluitend uit soorten opgenomen in de regelgeving en mag alleen mechanisch beschermd worden tegen vraat.

Aanvaardbare soorten plantgoed bij de aanplant van een haag, heg, houtkant of bomenrij

Indien u uitsluitend autochtoon plantgoed gebruikt, moet u dit met een attest aantonen. Dode planten vervangt u door geschikte soorten. Indien noodzakelijk beschermt u de haag met een afrastering tegen het vee.

Aanleg van kleine landschapselementen
Subsidiabele investering Lengte / Oppervlakte Aanplanting Plantgoed Aanplantingstijd
Haag min. 25 m lang min. 4 planten per meter min. 40 cm hoog tussen 15 oktober en 31 maart
Heg min. 25 m lang min. 1 plant per meter min. 40 cm hoog tussen 15 oktober en 31 maart
Houtkant min. 1 are
max. 10 m breed
driekhoeksverband
max. 1,5 m plantafstand
min. 40 cm hoog tussen 15 oktober en 31 maart
Bomenrij - plantafstand 5 - 15 m min. 10 loofbomen van dezelfde soort
min. stamsoort 8/10
tussen 15 oktober en 31 maart

2. Aanleg van poelen

  • altijd aangelegd op een perceel grasland
  • oppervlakte: minimaal 25 m en maximaal 500 m
  • tussen 0,5 en 1,5 meter diep
  • heeft een glooiende oever
  • er zijn geen waterplanten in aangebracht
  • er worden geen vissen of watervogels in uitgezet
  • wanneer het water van de poel gebruikt wordt als drinkwater voor vee moet die beschermd worden tegen vertrappeling

3. Aanleg van dammen op erosiestroken

  • heeft een afstromingsgebied van maximaal 5 ha, tenzij er stroomopwaarts erosiebeperkende maatregelen werden genomen
  • wordt dwars op de afstromingsrichting geplaatst, hetzij lineair, hetzij in een hoek
  • stroomopwaarts van de dam wordt aansluitend geen uitgegraven zone of erosiepoel aangelegd
  • de dammen worden verankerd met palen in hout van duurzaamheidsklasse I of II met een diameter van minstens 10 centimeter en maximaal 1 meter van elkaar in de rij. De dammen worden minimaal 20 centimeter ingegraven
    • een houthakseldam wordt verankerd met een dubbele palenrij waaraan gegalvaniseerde gaasdraad bevestigd wordt met een minimale diameter van 2 millimeter en een maximale gaaswijdte van 2,5 centimeter. De houthakseldam is minimaal één meter breed en opgevuld met wortelhout. Een lage houthakseldam is minimaal 50 en maximaal 75 centimeter hoog. Een hoge houthakseldam is hoger dan 75 centimeter.
    • een gewone wilgentenendam wordt verankerd met een dubbele palenrij waartussen bussels wilgentenen horizontaal worden geschrankt. De bussels worden aangedrukt en door een draad of lat op hun plaats gehouden. De dam is minimaal 50 centimeter breed en komt minimaal 50 centimeter boven het maaiveld.
    • bij een levende wilgentenendam wordt een gewone wilgentenendam gecombineerd met een aanplanting van een enkele of een dubbele rij levende wilgentenen. De afstand tussen levende wilgentenen bedraagt maximaal 20 centimeter. Een enkele rij wordt aan de stroomafwaartse zijde van de dam aangeplant.

4. Aanleg van kleinschalige waterinfrastructuur

Beter vasthouden van water in stroomopwaarts gebied:

  • plaatsen of herstellen van regelbare stuwtjes
  • plaatsen van grond- en stenen dammen
  • plaatsen van knijpconstructies
  • herstel van een gracht
  • aanleg van retentiebekken of wetland
    • een retentiebekken of wetland wordt niet voor landbouwkundige doeleinden gebruikt en wordt in verbinding met een niet-gecategoriseerde waterloop aangelegd.

Peilbuizen moeten toelaten de stuurbare inrichtingsmaatregel af te stemmen op de grondwaterstand.

De aanpassing van het slootprofiel moet de bufferende werking en wateropslagcapaciteit in het landbouwperceel verhogen.

Steunvorm en -omvang

De investeringssteun heeft de vorm van een investeringspremie en kan maximaal 100% van de aanvaardbare investeringskosten omvatten. Het subsidiabel bedrag van de investering waarvoor de steun gevraagd wordt kan beperkt worden op basis van maximale subsidiabele investeringsbedragen per oppervlakte- of lengte-eenheid of per stuk.

De investeringspremie wordt betaald na aangifte van de investering via de verzamelaanvraag en na een controle op de voorwaarden voor het verkrijgen van de steun.

Niet subsidiabele investeringen

De volgende investeringen komen niet in aanmerking voor steun:

  1. Irrigatiewerken;
  2. Investeringen die voortvloeien uit een wettelijke verplichting;
  3. Een haag, heg, houtkant of bomenrij die deel uitmaakt van een tuin of beschouwd kan worden als erfbeplanting of een windscherm;
  4. Aanleg van een houtachtig windscherm rond een teelt;
  5. Kleinschalige waterinfrastructuur die geplaatst wordt op een gecategoriseerde waterloop of die rechtstreeks in verbinding staat met een gecategoriseerde waterloop.

Steunaanvraag indienen 

Alle VLIF steunaanvragen verlopen via het e-loket voor Landbouw en Visserij: www.landbouwvlaanderen.be

Na realisatie geeft u de investering ook via de verzamelaanvraag aan.

Na het afsluiten van een indienperiode of blokperiode worden alle aangemelde niet-productieve investeringen gerangschikt van hoog naar laag op basis van een doelmatigheidsscore. De score weerspiegelt in welke mate de investering de doelstellingen van de VLIF-maatregel helpt te realiseren.


De score is de resultante van 3 scores die volgen uit een beoordeling van de mate waarbij de investering bijdraagt aan de volgende criteria:

  1. De realisatie van de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit en waarin zij van landschappelijke waarde is;
  2. Een verbetering van het waterbeheer;
  3. Een verbetering van het bodembeheer

Behoud / stopzetten van VLIF steun bij wijzigingen op het bedrijf

1. Stopzetten van VLIF steun

Behalve in geval van overmacht kan de verleende steun vanaf het tijdstip dat de voorwaarden niet meer vervuld zijn, geheel of gedeeltelijk stopgezet worden. Voor de periode waarin wel aan de voorwaarden werd voldaan blijft de steun verworven, tenzij deze periode minder dan één jaar bedraagt.

U moet een geval van overmacht binnen de zes maand na het ontstaan melden aan het VLIF met bewijskrachtige documentatie. Een geval van overmacht is:

  • Stopzetting van het landbouwbedrijf als gevolg van het overlijden of volledig werkonbekwaam worden van de bedrijfsleider en indien de gesubsidieerde goederen niet vervreemd worden;
  • Gehele of gedeeltelijke vernieling van een gesubsidieerd goed door een natuurfenomeen;
  • Stopzetting van het veebedrijf door een epizoötie;
  • Onvoorziene onteigening van een aanzienlijk deel van het bedrijf, waarbij de niet-productieve investering niet meer in eigendom is.

2. Behoud van steun bij wijzigingen

Als de exploitant van het landbouwbedrijf wijzigt kan de steun voortgezet worden in de volgende gevallen:

  1. overdracht van de exploitatie van het landbouwbedrijf naar een nieuw geïdentificeerde landbouwer als de percelen landbouwgrond die steun genieten voor niet-productieve investeringen worden overgedragen
  2. overdracht van de exploitatie van het landbouwbedrijf aan de echtgenoot of aan een maatschap als de percelen landbouwgrond die steun genieten voor niet- productieve investeringen worden overgedragen gedurende de resterende duur van de steun

De gevallen van overmacht die bij verandering van exploitant geen aanleiding geven tot het terugvorderen van de steun zijn:

  1. overlijden van de begunstigde, op voorwaarde dat de gesubsidieerde goederen in exploitatie blijven bij de echtgenoot
  2. volledig stopzetten van de beroepsactiviteiten van de begunstigde als gevolg van ziekte of invaliditeit, op voorwaarde dat de gesubsidieerde goederen in exploitatie blijven bij de echtgenoot

Regelgeving

Indien van toepassing wordt er een link gegeven naar een geconsolideerde versie van de wetgeving.

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende steun aan niet-productieve investeringen en aan de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven

Meer informatie

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling - Europa investeert in zijn platteland.Europese vlag

 

 

 

 

Contacteer uw buitendienst voor bijkomende informatie

Vlaams-Brabant
Diestsepoort 6, bus 101 - 3000 Leuven (wegbeschrijving)
Tel. 016 66 61 70 | Fax 016 66 61 41
Veerle Blommaert | veerle.blommaert@lv.vlaanderen.be

Antwerpen
Lange Kievitstraat 111-113, bus 71 - 2018 Antwerpen (wegbeschrijving)
Tel. 03 224 92 20 | Fax 03 224 92 01
Thomas Lauwers | thomas.lauwers@lv.vlaanderen.be

Limburg
Koningin Astridlaan 50, bus 6 - 3500 Hasselt (wegbeschrijving)
Tel. 011 74 26 30 | Fax 011 74 26 69
Koenraad Jespers | koenraad.jespers@lv.vlaanderen.be

Oost-Vlaanderen (arrondissementen Gent, Oudenaarde, Aalst, Dendermonde en Sint-Niklaas)
Koningin Maria Hendrikaplein 70, bus 101 - 9000 Gent (wegbeschrijving)
Tel. 09 276 29 40 | Fax 09 276 29 05
Kim Torfs | kim.torfs@lv.vlaanderen.be

Oost-Vlaanderen (arrondissement Eeklo)
Koningin Maria Hendrikaplein 70, bus 101 - 9000 Gent (wegbeschrijving)
Tel. 09 276 29 40 - Fax 09 276 29 05
Jean De Neef | jean.deneef@lv.vlaanderen.be

West-Vlaanderen (arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne + de gemeenten Ruislede, Wingene, Hooglede en Lichtervelde)
Koning Albert I-laan 1-2, bus 101 - 8200 Brugge (wegbeschrijving)
Tel. 050 24 76 50
Jean De Neef | jean.deneef@lv.vlaanderen.be

West-Vlaanderen (arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare en Tielt - zonder de gemeenten Ruislede, Wingene, Hooglede en Lichtervelde)
Koning Albert I-laan 1-2, bus 101 - 8200 Brugge (wegbeschrijving)
Tel. 050 24 76 50 | Fax 050 24 76 01
Tibo Deboodt | tibo.deboodt@lv.vlaanderen.be