VLIF-steun aan de agrovoedingssector

Steun aan investeringen in de agrovoedingssector: oproep 2017
Indienperiode: 1 juni 2017 tot en met 31 augustus 2017

Op deze pagina:

Maatregel kort samengevat

Steun aan investeringen in de agrovoedingssector tot verhoging van de toegevoegde waarde, de kwaliteit en de voedselveiligheid van landbouwprodukten

Doel van de maatregel

Ondersteunen van verwerkers en groepen van landbouwers die investeringen uitvoeren:

  • voor het vermarktingsproces en de verwerking van landbouwproducten,

of

  • met als doel de beperking of revalorisatie van afval, restfracties of reststromen door de aanvoer, de verwerking of de afzet van de landbouwproducten.

Doelgroep

Bedrijven die specifiek voor deze oproep geïdentificeerd zijn bij het Departement Landbouw en Visserij.

Voorwaarden

  • U bent verwerker met de tot de oproep toegelaten NACE-codes of u vormt een groep van landbouwers met rechtspersoonlijkheid die voldoet aan bijkomende voorwaarden (zie verder), of een combinatie van beide.
  • U houdt een projectboekhouding bij.
  • U bent in orde met de wettelijke administratie voor het project.
  • U mag pas met de investering starten na kennisgeving van de selectie
  • De geselecteerde subsidiabele investeringskosten bedragen minimaal € 50.000

Subsidiabele kosten

  • Onroerende en roerende investeringen in het vermarktingsproces.
  • De verwerking van landbouwproducten die voornamelijk  betrekking hebben op de voorbereiding of de eerste fase van het verwerkings- of vermarktingsproces.
  • Investeringen met het oog op de beperking of de revalorisatie van afval, restfracties of reststromen door de aanvoer, de verwerking of de afzet van de landbouwproducten.  
  • Software en sturingsprogramma’s noodzakelijk voor deze investeringen.
  • Algemene kosten verbonden met het project, zoals studie- en begeleidingskosten (beperkt tot 20% van de totale projectkosten).

Steunomvang en - plafond

  • 30% van de subsidiabele investeringskosten.
  • De subsidiabele kosten zijn geplafonneerd op € 1.000.000 ofwel € 300.000 per project.

Mogelijke steunvorm

Kapitaalpremie

Steunaanvraag en selectie

  • Steunaanvraag indienen via: e-loket (na identificatie van de begunstigde specifiek voor deze oproep).
  • Selectie op basis van de mate:
    • waarin de investeringen een meerwaarde betekenen voor de landbouwsector;
    • van duurzaamheid van de investering;
    • waarin de investering aansluit bij een samenwerking in de keten of ketenoverschrijdend is.

Doel van de maatregel

Steunen van investeringen in de verwerking en de afzet van land- en tuinbouwproducten en investeringen in de beperking of  revalorisatie van afval, restfracties of reststromen door de aanvoer, de verwerking of de afzet van landbouwproducten.

De betoelaagde projecten moeten een directe en positieve impact hebben voor de land- en tuinbouwers. De investeringen in het verwerkings- en vermarktingsproces moeten in hoofdzaak betrekking hebben op de voorbereiding of de eerste fase van het verwerkings- of vermarktingsproces (eerste transformatie van het primaire landbouwproduct tot een verwerkt product).

Doelgroep

Er zijn drie begunstigden van de maatregel: verwerkers die behoren tot bepaalde NACE-BEL- codes, groepen van landbouwers en een combinatie van de voorgaande begunstigden.

1. Definitie van ‘verwerkers’

  • Een natuurlijke persoon (eenmanszaak, maatschap) of een rechtspersoon,
  • met maatschappelijke zetel of exploitatiezetel  in het Vlaamse Gewest,
  • die voor professionele doeleinden landbouwproducten (definitie, zie verder) verwerkt  en afzet, en waarvan de hoofdactiviteit een van de volgende NACE-BEL-codes 2008 betreft:

a) 10.110: verwerking en conservering van vlees, met uitzondering van vlees van gevogelte;

            b) 10.120: verwerking en conservering van gevogelte;

            c) 10.130: vervaardiging van producten van vlees of van vlees van gevogelte;

d) 10.311 en 10.312: verwerking en conservering van aardappelen en productie van diepgevroren aardappelbereidingen;

e) 10.320, 10.391, 10.392 en 10.393: vervaardiging van groente- en fruitsappen, verwerking en conservering van groenten en productie van diepgevroren groenten;

            f) 10.510: zuivelfabrieken en kaasmakerijen;

g) 13.100: bewerken en spinnen van textielvezels, beperkt tot activiteiten, uitgevoerd door vlassers;

2. Definitie van een ‘groep van landbouwers’

  • Een rechtspersoon,
  • met maatschappelijke zetel of exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest
  • en met als hoofdactiviteit  één van de volgende activiteiten (aan te tonen op basis van de NACE-BEL-codes in het aanvraagformulier):
  1. de kweek, opkweek of teelt van landbouwproducten of de respectieve ontwikkeling en verbetering daarvan
  2. de verwerking of afzet van die landbouwproducten of van landbouwproducten die voor minstens 50% afkomstig zijn van de vennoten die landbouwer zijn, of de respectieve ontwikkeling en verbetering van die verwerking of afzet.

Minstens de helft van de vennoten is landbouwer (zie definitie) en meer dan de helft van het stemrecht is in hun handen (dit laatste moet éénduidig blijken uit de oprichtingsakte op het moment van de aanvraag van de subsidie)

3. Definitie van een groep, bestaande uit één of meer verwerkers (die allen voldoen aan de voorwaarden van begunstigde ‘verwerker’), en bestaande uit één groep of meerdere groepen van landbouwers (die allen voldoen aan de voorwaarden van de begunstigde ‘groep van landbouwers’):

  • Een rechtspersoon,
  • met maatschappelijke zetel of exploitatiezetel  in het Vlaamse Gewest;
  • waarvan minstens de helft van de vennoten landbouwer of verwerker is en die meer dan de helft van het stemrecht in  handen hebben (dit laatste moet éénduidig blijken uit de statuten van de coöperatie).

Ter info / duiding:

Een landbouwer is een natuurlijke persoon of rechtspersoon, met als hoofdactiviteit het kweken, opkweken, produceren of telen van landbouwproducten voor professionele doeleinden (definitie zie verder) (dit moet blijken uit de NACE-BEL-codes op moment van aanvraag). De  maatschappelijke zetel of exploitatiezetel moet gevestigd zijn in het Vlaamse Gewest.

Landbouwproducten zijn de producten die worden vermeld in de bijlage I bij het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, exclusief de visserijproducten.

Hier worden de volgende producten onder verstaan:

  • Levende dieren
  • Vlees en eetbare slachtafvallen
  • Melk en zuivelproducten, vogeleieren, natuurhonig
  • Darmen, blazen en magen van dieren in hun geheel of in stukken
  • Producten van dierlijke oorsprong, dode dieren niet geschikt voor menselijke consumptie
  • Levende planten en producten van de bloementeelt
  • Groenten, planten, wortels en knollen, voor voedingsdoeleinden
  • Granen
  • Producten van de meelindustrie mout, zetmeel, gluten, insuline
  • Oliehoudende zaden en vruchten, allerlei zaden, zaadgoed en vruchten, planten voor industrieel en geneeskundig gebruik, stro en voeder
  • Pectine
  • Reuzel en ander geperst of gesmolten varkensvet, geperst of gesmolten vet van pluimvee
  • Ruw of gesmolten rundvet, schapenvet en geitenvet, ‘premier jus’ daaronder begrepen
  • Varkensstearine, oleostearine, spekolie en oleomargarine, niet geëmulgeerd, niet vermengd en niet anderszins bereid
  • Plantaardige vette oliën, vloeibaar of vast, ruw, gezuiverd of geraffineerd
  • Gehydrogeneerde dierlijke of plantaardige vetten en oliën, ook indien gezuiverd maar niet verder bereid
  • Margarine, kunstreuzel en andere bereide spijsvetten
  • Afval afkomstig van de bewerking van vetstoffen of van dierlijke of plantaardige was
  • Bereidingen van vlees
  • Suiker, suikerstroop, kunsthonig, ook indien met natuurhoning vermengd, karamel
  • Melasse, ook indien ontkleurd
  • Suiker, stroop en melasse, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen (vanillesuiker en vanillinesuiker daaronder begrepen), met uitzondering van vruchtensap waaraan suiker is toegevoegd, ongeacht in welke verhouding
  • Bereidingen van groenten, van moeskruiden, van vruchten en van planten of plantendelen
  • Gedeeltelijk gegist druivenmost, ook indien de gisting op andere wijze dan door toevoegen van alcohol is gestuit
  • Wijn van verse druiven, druivenmost waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit (mistella daaronder begrepen)
  • Appeldrank, perendrank, honigdrank en andere gegiste dranken
  • Ethylalcohol, al dan niet gedenatureerd, ongeacht de sterkte, verkregen uit landbouwproducten, met uitzondering van gedestilleerde dranken, likeuren en andere alcoholhoudende dranken; samengestelde alcoholische preparaten (‘geconcentreerde extracten’) voor de vervaardiging van dranken
  • Tafelazijn (natuurlijke en kunstmatige)
  • Resten en afval van de voedselindustrie, bereid voedsel voor dieren
  • Ruwe natuurkurk en kurkafval, gebroken of gemalen kurk
  • Vlas, ruw, geroot, gezwingeld, gehekeld of anders bewerkt, maar niet gesponnen; werk en afval (rafelingen daaronder begrepen)
  • Hennep (Cannabis sativa), ruw, geroot, gezwingeld, gehekeld of anders bewerkt

Onderstaande producten zijn, volgens de voormelde bijlage I geen landbouwproducten:

  • Yoghurt, karnemelk, gestremde melk met toegevoegde suiker, vruchten of cacao
  • IJsbereidingen
  • Verwerkt vlees
  • Diepgevroren frieten, aardappelmeel, gries, griesmeel of -vlokken
  • Sappen van groenten
  • Ingevroren fruit en groenten
  • Brood, gebak, biscuit en andere bakkerswaren
  • Soep
  • Confituur
  • Bier

U mag subsidiabele investeringen die effectief gebruikt worden voor het verwerken en afzetten van voormelde landbouwproducten, en de investeringen die effectief gebruikt worden voor revalorisatie en beperken van afval, reststromen of restfracties ervan, ook gebruiken voor de verwerking of afzet van de producten opgenomen in de  tabel van niet Bijlage I producten.Het wordt ook toegestaan dat afval, reststromen en restfracties van deze producten afkomstig zijn.

Enkele voorbeelden van mogelijke begunstigden:

  1. een producentenorganisatie;
  2. een coöperatie van enkele landbouwbedrijven ;
  3. een coöperatie van een voedingsbedrijf met landbouwers;
  4. een coöperatie van een supermarktketen met landbouwers;
  5. een coöperatie van een verwerker die niet in aanmerking komt als rechtstreeks begunstigde vanwege de NACE-BEL- codes, met verschillende landbouwers;

Voorwaarden

Tenzij anders vermeld moet u aan alle voorwaarden voldoen op het moment dat u de eindfacturen voorlegt. Enkel facturen met factuurdatum binnen de drie jaar na kennisgeving van de selectie, zijn subsidiabel.

1. U houdt een projectboekhouding bij

Deze projectboekhouding wordt op het e-loket opgeladen bij de betalingsaanvraag.

2. U bent in overeenstemming  met de wettelijke administratie voor het project

Hier wordt minimaal onder verstaan dat u beschikt over:

  1. een milieuvergunning en bouwvergunning (later omgevingsvergunning) die de uitoefening van alle bestaande en nieuw geplande bedrijfsactiviteiten toelaat;
  2. de attesten van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.

3. U mag pas starten met de investeringen na kennisgeving van de selectie

Alleen investeringen die gestart zijn nà de bekendmaking van de selectie van de indienperiode, komen in aanmerking voor een subsidie. Pas nadat u werd meegedeeld dat de ingediende investering(en) in aanmerking komt/komen voor subsidie mag u contractuele verbintenissen aangaan om de investering uit te voeren. Die verbintenis blijkt uit een ondertekende overeenkomst, het ondertekenen van een offerte, een verkoopovereenkomst of gelijksoortige documenten.

Voorbereidende handelingen zoals de aankoop van grond, de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning (later: omgevingsgunning) of een milieuvergunning, de aanvraag van advies, de uitvoering van haalbaarheidsstudies of een prijsofferte worden niet aanzien als het opstarten van de investering.

4. De geselecteerde subsidiabele investeringskosten bedragen minimaal €50.000

Het project komt alleen in aanmerking indien de onroerende en roerende investeringen en de software en sturingsprogramma’s die hiermee verbonden zijn, minimaal 50.000 euro bedragen.

Subsidiabele kosten

  1. Constructie of verwerving, inclusief leasing, van onroerende en roerende investeringen zoals gebouwen, installaties, machines en uitrusting.
  2. De ontwikkeling of verwerving van software en sturingsprogramma’s verbonden aan de (on)roerende investering.
  3. De algemene kosten verbonden aan de in punten 1 en 2 vermelde kosten, zoals studie- en begeleidingskosten.

Enkel de kosten die rechtstreeks verband houden met de doelstellingen van de maatregel zijn subsidiabel, namelijk:

  • de kwaliteit, de voedselveiligheid of de toegevoegde waarde van landbouwproducten verhogen, en die in hoofdzaak betrekking hebben op de voorbereiding of de eerste fase van het verwerkings- of vermarktingsproces

OF

  • afval, restfracties of reststromen door de aanvoer, de verwerking of de afzet van de landbouwproducten te beperken of te revaloriseren.

Steunvorm en omvang van de steun

De steun bedraagt 30% van de subsidiabele projectkosten en is beperkt tot maximaal 300.000 euro per aanvraag. Dit komt overeen met maximale subsidiabele investeringskosten van 1 miljoen euro per project.

De steun bestaat uit een kapitaalpremie die in maximaal twee schijven uitbetaald wordt.

Het totale beschikbare budget voor de oproep 2017 bedraagt 3,5 miljoen euro.

Steunaanvraag indienen 

LET OP: voor u een aanvraag kunt indienen via het e-loket moet u zich registreren bij het Departement Landbouw en Visserij. Dit kan enkel via het volgende formulier:

Formulier begunstigde agrovoeding

U krijgt pas twee werkdagen na ontvangst van het formulier toegang tot het e-loket.

Alle VLIF-steunaanvragen verlopen via het e-loket voor Landbouw en Visserij. Voor meer informatie, zie ook: VLIF steunaanvraag indienen.

Enkel functiehouders, (geregistreerde) werknemers en de lokale beheerders kunnen een aanvraag indienen via e-loket. Een volmachthouder kan eveneens een aanvraag indienen (meer informatie hiervoor zie helppagina van het e-loket).

In het kort worden de volgende stappen doorlopen: inloggen op e-loket (o.a. via identiteitskaart), Tegel Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), Voor wie? (het bedrijf selecteren), Links in scherm “+Nieuwe aanvraag”, Tegel agrovoeding. Verdere instructies worden gegeven binnen ‘aanvraag agrovoeding’.

Meerdere aanvragen (projecten) per bedrijf indienen is toegelaten, het is dan echter wel verplicht om telkens een aanvraagformulier op te laden binnen een nieuwe e-loket aanvraag. De stap ‘+Nieuwe aanvraag’ moet dus herhaald worden.

De indienperiode start ten vroegste op 1 juni 2017 en loopt tot en met 31 augustus 2017. De datum van indiening binnen deze periode speelt geen enkele rol bij de selectie.

U moet de belangrijkste informatie weergeven in het aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier moet u als PDF-bestand opladen op het e-loket

Hier het aanvraagformulier subsidie agrovoeding: oproep 2017

Na het afsluiten van de indienperiode worden alle aangemelde dossiers gerangschikt van hoog naar laag op basis van de totaalscore. Dit is de optelsom van de verschillende deelscores op de verschillende selectiecriteria.

De selectiecriteria zijn de mate:

  1. waarin de investeringen een meerwaarde betekenen voor de landbouwsector;

  2. van duurzaamheid van de investering;

  3. waarin de investering aansluit bij een samenwerking in de keten of ketenoverschrijdend is.

Een beoordelingscollege van experten van het Beleidsdomein Landbouw en Visserij kent de scores toe. De beoordelingen zullen plaatsvinden in de maanden september-oktober 2017.

De gegevens die u aanlevert via het aanvraagformulier zijn de enige basis waarop de punten op de verschillende selectiecriteria worden toegekend. Er wordt gewerkt met een minimumscore.

Het aanvraagformulier moet de volgende informatie bevatten:

1. een beschrijving van de achtergrond en de probleemstelling of uitdaging;

2. een beschrijving van het doel van het project;

3. een plan van aanpak;

4. de nodige gegevens over de kennis en de expertise van de aanvrager en de projectpartners;

5. een beschrijving van de manier waarop het project bijdraagt aan de economische duurzaamheid van het bedrijf of de sector;

6. een beschrijving van de manier waarop het project bijdraagt aan de ecologische duurzaamheid van het bedrijf of de sector;

7. een beschrijving van de manier waarop het project bijdraagt aan de sociale duurzaamheid van het bedrijf of de sector;

8. in voorkomend geval, een beschrijving van de manier waarop het project, of van de mogelijke resultaten ervan, bijdraagt aan de samenwerking in de keten of aan de ketenoverschrijdende samenwerking;

9. een inschatting van de projectkosten.

Regelgeving

De organisatie van de steunverlening aan investeringen in de agrovoedingssector is vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse Regering.

Meer informatie

Departement Landbouw en Visserij
Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel
T 02 552 78 32 | @ VLIF-aanvragen@lv.vlaanderen.be met in cc: michael.vanzeebroeck@lv.vlaanderen.be en bart.vanderstraeten@lv.vlaanderen.be

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling - Europa investeert in zijn platteland.Europese vlag