Recht van bij de boer(in). Een blik achter de schermen bij 130 bedrijven met korteketenverkoop in Vlaanderen

Eva Van Buggenhout & Anne Vuylsteke

Januari 2015

Recht van bij de boer(in)

In de land- en tuinbouw spreken we van een korte keten als de boer producten rechtstreeks of met een beperkt aantal tussenschakels verkoopt aan de consument. Een nieuw rapport onderzoekt de korteketenverkoop in Vlaanderen op basis van een enquête waaraan 130 bedrijven deelnamen.

Volgens het Landbouwrapport 2014 zijn er in Vlaanderen 2.133 land- en tuinbouwers die aan hoeveverkoop doen. Dat is 8,5% van alle land- en tuinbouwers in Vlaanderen. Er zijn ook 457 hoeveverwerkers die bijvoorbeeld confituur, fruitsap, kaas of ijs vervaardigen op het bedrijf. In 2013 kocht een op de vijf Vlaamse gezinnen minstens eenmaal per jaar op de hoeve.

De korteketenverkoop van de bedrijven in de enquête blijkt heel divers: van fruit tot zuivel, van klein tot groot, van onervaren tot ervaren, van winkel tot markt. Gemiddeld zijn de korteketenbedrijven er al zeventien jaar mee bezig. 56% heeft meer dan 50 klanten per week, ruim een kwart 200 en meer.

Een op de drie bedrijven verkoopt meer dan de helft van de eigen productie via de korte keten. Aardappelen, verwerkte zuivel en melk bevinden zich het vaakst in het aangeboden assortiment. 92% heeft een eigen hoevewinkel. Andere afzetkanalen zijn horecazaken, collega-landbouwers, (boeren)markten en voedselteams.

De voldoening en waardering staan bovenaan op het lijstje van motieven om aan korteketenverkoop te doen. Op de tweede plaats staat het contact met de consument, gevolgd door het behalen van een aanvullend inkomen en autonomie. De nadruk op immateriële motivatie is dus groot.

Korte keten is een belangrijke strategie om een aanvullend inkomen te behalen of het inkomen te spreiden. De omzetcijfers van de korteketenverkoop vertonen een grote spreiding tussen de bedrijven. Voor 80% speelt het inkomen uit de korte keten een essentiële rol in het gezinsinkomen. De korte keten is echter niet altijd winstgevend en de landbouwers zijn vaak onzeker over hun inkomen.

De helft van de bedrijven die deelnamen, klaagt over de zware druk op de arbeid. Gemiddeld werken er 1,55 voltijds equivalenten per bedrijf in de korte keten, vooral de bedrijfsleider en de meewerkende partner. 58% van de verantwoordelijken van de korte keten zijn vrouwen, terwijl maar 19% van de bedrijfsleiders een vrouw is.

Uit de enquête blijkt dat dat de korteketenverkoop en de traditionele landbouwactiviteit complementair zijn. 75% van de bedrijven kiest voor verkoop via de korte keten om de landbouwactiviteit niet te moeten uitbreiden en de helft om de landbouwactiviteit voort te kunnen zetten. Vooral bedrijven die al een hoge omzet halen uit de korteketenverkoop zien verbreding als een strategie om te groeien. De overgrote meerderheid heeft de voorbije vijf jaar geïnvesteerd in de verkoop. De gemiddelde investering bedraagt 99.000 euro, maar de verschillen zijn groot.

De helft van de bedrijven noemt het gebrek aan subsidies of andere financiële steun een belangrijk tot zeer belangrijk knelpunt. Heel wat bedrijven komen niet in aanmerking voor VLIF-steun, omdat het minimumbedrag voor steun te hoog is of omdat ze een te hoge omzet hebben uit verkoop van producten van anderen. Dat laatste wordt wel aangepakt in het nieuwe plattelandsontwikkelingsprogramma PDPO III. Het rapport pleit er o.a. voor om ook de andere knelpunten inzake VLIF en wetgeving aan te pakken, alternatieve financiering te promoten, het ondersteuningsaanbod aan te passen aan de diversiteit van de korteketenverkoop en blijvend te streven naar voldoende cijfermateriaal over korteketenverkoop in Vlaanderen.

Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt:

Van Buggenhout E. & Vuylsteke A. (2014) Recht van bij de boer(in). Een blik achter de schermen bij 130 bedrijven met korteketenverkoop in Vlaanderen, Afdeling Monitoring en Studie, Brussel.

© Vlaamse overheid

Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u graag hierbij helpen. U kunt steeds contact met ons opnemen.

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 78 20 | kennis@lv.vlaanderen.be