Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.
U bent hier: Vlaanderen.be > Landbouw en Visserij > Home > Nieuws > Nieuws landbouw > Akkerbouw & tuinbouw
(*) = gemiddelde opbrengst van Alice, Rivendel en Merwi is gelijkgesteld aan 100. Korte beschrijving van het nieuw aangemelde ras Melital:
Contact Nieuw ras Engels raaigras op de Belgische rassenlijst
|
|
Kenmerken |
Tetramax (*) |
Merlinda (*) |
Giant |
|---|---|---|---|
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 1 |
93,9 |
106,1 |
104,5 |
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 2 |
92,5 |
107,5 |
106,1 |
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 3 |
90,8 |
109,2 |
106,1 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 1 |
95,2 |
104,8 |
102,9 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 2 |
96,0 |
104,0 |
107,0 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 3 |
93,4 |
106,6 |
103,4 |
|
Vroegheid eerste snede |
30,6 |
31,0 |
30,3 |
|
Roestresistentie (1-9) |
5,2 |
4,2 |
4,9 |
|
Persistentie begrazing (%) |
71,9 |
78,5 |
73,5 |
|
Begin datum aarvorming |
6/5 |
6/5 |
5/5 |
|
Gemiddelde datum aarvorming |
16/5 |
15/5 |
14/5 |
(*) = gemiddelde opbrengst van Tetramax en Merlinda is gelijkgesteld aan 100.
Aanvrager: DLF – Trifolium A/S
Kweker: DLF – Trifolium A/S
Het ras heeft de proevencyclus doorlopen onder de referentie: R970349MT (VG/A/018 /00172)
Op de Belgische rassenlijst is een nieuw ras opgenomen van Engels raaigras: Kufuga. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de resultaten die dit nieuwe ras behaalde in de officiële proeven uitgevoerd door de eenheid Plant van het ILVO (afdeling Rassenonderzoek van cultuurgewassen) te Merelbeke. ILVO deed dit in opdracht van het Vlaams Comité voor de samenstelling van de Nationale catalogus voor Landbouwgewassen.
Kufuga wordt in 2013 toegelaten tot de nationale rassenlijst op basis van de proeven die van 2009 tot en met 2012 werden uitgevoerd in de Zandleemstreek, de Polders en de Kempen.
De twee proevencycli werden in de lente uitgezaaid en werden 3 jaar uitgebaat. Deze proefvelden werden uitsluitend gemaaid.
Het ras werd vergeleken met Graciosa en Roy waarvan de gemiddelde opbrengst werd gelijkgesteld aan 100 (zie tabel 1).
Het kenmerk roestresistentie wordt uitgedrukt in cijfers, gaande van 1 tot 9 (1 = zeer slecht, 9 = zeer goed).
De persistentie is uitgedrukt in percentage belangrijkheid Engels raaigras in de begrazingsproeven.
|
Kenmerken |
Graciosa (*) |
Roy (*) |
Kufuga |
|---|---|---|---|
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 1 |
99,6 |
100,4 |
105,0 |
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 2 |
100,7 |
99,3 |
108,8 |
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 3 |
100,3 |
99,7 |
106,5 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 1 |
99,3 |
100,7 |
100,4 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 2 |
100,8 |
99,2 |
105,8 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 3 |
98,8 |
101,2 |
100,4 |
|
Vroegheid eerste snede |
29,1 |
28,8 |
29,2 |
|
Roestresistentie (1-9) |
6,1 |
5,5 |
6 |
|
Persistentie begrazing (%) |
75,7 |
82,5 |
82,45 |
|
Begin datum aarvorming |
8/05 |
10/05 |
12/05 |
|
Gemiddelde datum aarvorming |
11/05 |
12/05 |
13/05 |
(*) = gemiddelde opbrengst van Graciosa en Roy is gelijkgesteld aan 100.
Aanvrager: DLF – Trifolium A/S
Kweker: DLF – Trifolium A/S
Het ras heeft de proevencyclus doorlopen onder de referentie: DP 10-9952T (VG/A/018/00176)
Op de Belgische rassenlijst is een nieuw ras opgenomen van Engels raaigras: Farasi. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de resultaten die dit nieuwe ras behaalde in de officiële proeven uitgevoerd door de eenheid Plant van het ILVO (afdeling Rassenonderzoek van cultuurgewassen) te Merelbeke. ILVO deed dit in opdracht van het Vlaams Comité voor de samenstelling van de Nationale catalogus voor Landbouwgewassen.
Farasi wordt in 2013 toegelaten tot de nationale rassenlijst op basis van de proeven die van 2009 tot en met 2012 werden uitgevoerd in de Zandleemstreek, de Polders en de Kempen.
De twee proevencycli werden in de lente uitgezaaid en werden 3 jaar uitgebaat. Deze proefvelden werden uitsluitend gemaaid.
Het ras werd vergeleken met Polim en Floris waarvan de gemiddelde opbrengst werd gelijkgesteld aan 100 (zie tabel 1).
Het kenmerk roestresistentie wordt uitgedrukt in cijfers, gaande van 1 tot 9 (1 = zeer slecht, 9 = zeer goed).
De persistentie is uitgedrukt in percentage belangrijkheid Engels raaigras in de begrazingsproeven.
|
Kenmerken |
Polim (*) |
Floris (*) |
Farasi |
|---|---|---|---|
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 1 |
101,1 |
98,9 |
102,4 |
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 2 |
101,8 |
98,2 |
104,7 |
|
Opbrengst groene massa (%) Jaar 3 |
99,4 |
100,6 |
106,5 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 1 |
101,0 |
99,0 |
101,8 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 2 |
100,4 |
99,6 |
102,1 |
|
Opbrengst droge stof (%) Jaar 3 |
99,4 |
100,6 |
105,7 |
|
Vroegheid eerste snede |
27,5 |
26,6 |
27,8 |
|
Roestresistentie (1-9) |
6,1 |
4,7 |
5,4 |
|
Persistentie begrazing (%) |
80,5 |
77,4 |
79,8 |
|
Begin datum aarvorming |
18/5 |
22/5 |
21/5 |
|
Gemiddelde datum aarvorming |
30/5 |
2/6 |
31/5 |
(*) = gemiddelde opbrengst van Polim en Floris is gelijkgesteld aan 100.
Aanvrager: DLF – Trifolium A/S
Kweker: DLF – Trifolium A/S
Het ras heeft de proevencyclus doorlopen onder de referentie: LP 044405T (VG/A/018/00180)
Afdeling Productkwaliteitsbeheer
Ellips, 4e verdieping | Koning Albert II-laan 35, bus 41 | 1030 Brussel
Gilbert Crauwels | Tel. 02 552 74 40 | Fax 02 552 74 01
rassenlijsten@lv.vlaanderen.be
Sommige landbouwers hebben interesse voor de teelt van hennep voor energiewinning en industriële doeleinden. Omdat dit een gevoelige teelt is, werd beslist dat landbouwers hiervoor een teeltaanvraag moeten indienen en daarna een teeltvergunning kunnen bekomen.
Alleen landbouwers die een verzamelaanvraag indienen kunnen van deze regeling gebruik maken. Als landbouwer wordt beschouwd een natuurlijke of rechtspersoon dan wel een groep natuurlijke of rechtspersonen die een landbouwactiviteit uitoefent en die bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij over een landbouwernummer beschikt. Niet-landbouwers of landbouwers die geen verzamelaanvraag indienen, kunnen dus geen teelttoestemming krijgen van het Agentschap voor Landbouw en Visserij.
Iedere landbouwer is verplicht om de teelt van hennep voor energiewinning en industriële doeleinden te melden en relevante gegevens met betrekking tot de teelt door te geven vóór de inzaai. De modaliteiten hiervoor zijn vastgelegd in het ministerieel besluit van 27 juli 2011 betreffende de teelt van hennep (Belgisch Staatsblad van 26 september 2011).
De teelt moet gebeuren op landbouwgronden; voor containerteelt of teelt in potten kan de landbouwer geen teeltvergunning krijgen.
De landbouwer moet deze teeltmelding richten aan:
Vlaamse overheid
Agentschap voor Landbouw en Visserij
Productkwaliteitsbeheer
Ellips, 4e verdieping
Koning Albert II-laan 35, bus 41
1030 BRUSSEL
Tel. 02 552 74 43 of 02 552 74 46 – Fax 02 552 74 01
Kristel.dekeersmaker@lv.vlaanderen.be
De landbouwer die hennep wenst te telen kan het hiertoe geëigende formulier ("Melding hennepteelt voor energiewinning en industriële doeleinden") telefonisch, per e-mail of schriftelijk aanvragen op bovenvermeld adres. Dit formulier kan hij eveneens downloaden van de website (http://www.vlaanderen.be/landbouw/hennep). Op dit formulier, één per hennepras, moet de teler de volgende relevante gegevens vermelden:
De landbouwer moet officieel gecertificeerd zaaizaad gebruiken. Gebruik van eigen zaaizaad van een vorige oogst is niet toegelaten.
De teler mag de inzaai pas starten nadat hij het document met de teelttoestemming van het Agentschap voor Landbouw en Visserij ontvangen heeft. Na het inzaaien stuurt de teler de officiële certificaten die aan de verpakkingen van zaaizaad gehecht waren, door naar de afdeling Productkwaliteitsbeheer op het bovenstaand adres. Deze certificaten maken integraal deel uit van de verzamelaanvraag. Indien niet alle zaaizaad gebruikt werd, kunnen medewerkers van de buitendiensten van Productkwaliteitsbeheer op eenvoudige aanvraag het materiaal opnieuw verzegelen zodat de teler het zaad voor een nieuwe teeltaanmelding in het volgende jaar kan gebruiken.
De teler moet de percelen waarvoor hij een teelttoestemming verkregen heeft steeds op de verzamelaanvraag vermelden, ook in het geval hij er geen toeslagrechten op wenst te activeren.
In het kader van de Europese reglementering zijn uitsluitend onderstaande rassen toegelaten, vermeld in de Europese Rassenlijst (de 31e volledige uitgave Gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van 29 december 2012), en waarvan bewezen is dat het gehalte aan tetrahydrocannabinol (THC) van de gebruikte rassen maximaal 0,2% bedraagt.
Gezien de maatschappelijke gevoeligheid van dit gewas is het van belang dat de juiste instanties op de hoogte gebracht worden van de teelt om eventuele misbruiken van de teelt van hennep voor andere doeleinden te voorkomen. Het agentschap zal de gemelde teeltgegevens en vaststellingen van inbreuken doorgeven aan de federale politie.
Bij het verzenden van de teeltvergunning zal een signalisatiebordje toegevoegd worden, dat de landbouwer aan de rand van het hennepperceel kan plaatsen. Hierop staat het logo van het Agentschap voor Landbouw en Visserij alsook de vermelding dat het gaat om een vergunde teelt van een ras met een laag gehalte aan THC.
Tijdens de bloei zal het Agentschap voor Landbouw en Visserij steekproefsgewijze controle uitvoeren op het THC-gehalte van de bloeiwijze. Het THC-gehalte mag niet meer dan 0.2% bedragen. De landbouwer moet dan ook onverwijld het begin van de bloei melden aan:
Agentschap voor Landbouw en Visserij
Markt- en Inkomensbeheer
Dienst Controles
Ellips, 3e verdieping,
Koning Albert II-laan 35, bus 41
1030 Brussel
Tel. 02 552 76 83
Elke.vanpee@lv.vlaanderen.be
Om een controle ter plaatse mogelijk te maken moet de teler de hennepteelt tot 10 dagen na het einde van de bloei in normale groeiomstandigheden aanhouden. Indien gewenst kan er vroeger worden geoogst dan de 10 dagen na het einde van de bloei, na uitdrukkelijke aanvraag bij en akkoord van het agentschap. Het agentschap bepaalt dan zelf het deel dat behouden moet blijven voor de controle op het THC-gehalte van de bloeiwijze.
Gilbert Crauwels | Tel. 02 552 74 43 | Fax 02 552 74 01
gilbert.crauwels@lv.vlaanderen.be
Op de Belgische rassenlijst zijn 4 nieuwe rassen van kuilmaïs opgenomen. We geven hier een overzicht van de resultaten die deze nieuwe rassen behaalden in de officiële proeven uitgevoerd door de afdelingen voor Rassenonderzoek van cultuurgewassen (ILVO-Plant–Teelt en Omgeving te Gent en CRA-W Département Production végétale te Gembloux) in opdracht van de Technisch Interregionale werkgroep voor de samenstelling van de Nationale catalogus voor Landbouwgewassen.
De proeven werden aangelegd in 6 centra, gelegen in volgende landbouwstreken: Zandstreek, Zandleemstreek, Kempen en Condroz.
De gegevens betreffende de jeugdgroei, legering e.a. worden gegeven in tabel 1 en 2. Wanneer een cijferschaal (1-9) gebruikt wordt, wijst 9 op de gunstigste beoordeling.
In tabel 3 en 4 zijn de resultaten van de opbrengsten, de vroegrijpheid en verteerbaarheid samengevat.
Tot slot volgt een korte beschrijving van de nieuw toegelaten rassen.
Tabel 1:
| Rassen (1) | Jeugdgroei (schaal: 1-9) | Bloei van de kolven (verschil in dagen t.o.v. BANGUY) (2) | Hoogte van de planten (cm) | Hoogte van de kolfaanzetting (cm) | Legering (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| EMILY | 7,7 | 6,4 | 268 | 100 | 2,6 |
| STANDAARD (3) | 7,9 | - | 251 | 94 | 1,6 |
| BANGUY (S) | 7,7 | 0,0 | 236 | 85 | 1,5 |
| DELITOP (S) | 7,6 | 5,2 | 260 | 102 | 2,2 |
| ESTELLE (S) | 8,2 | 3,0 | 256 | 93 | 1,6 |
| LG3220 (S) | 8,0 | 6,0 | 253 | 95 | 1,0 |
(1) S = standaardras
(2) dagen later t.oo.v. BANGUY
(3) de standaard is het gemiddelde van de rassen BANGUY, DELITOP, ESTELLE en LG3220
Tabel 2
| Rassen (1) | Jeugdgroei (schaal: 1-9) | Bloei van de kolven (verschil in dagen t.o.v. BANGUY) (2) | Hoogte van de planten (cm) | Hoogte van de kolfaanzetting (cm) | Legering (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| LG30270 | 8,0 | 7,0 | 273 | 111 | 4,2 |
| STANDAARD (3) | 7,9 | - | 262 | 99 | 0,8 |
| AGROLUX (S) | 8,4 | 2,3 | 266 | 103 | 0,8 |
| ANJOU 258 (S) | 7,4 | 6,2 | 274 | 108 | 0,8 |
| AUTOMAT (S) | 7,7 | 2,8 | 251 | 93 | 1,3 |
| RONALDINIO (S) | 8,2 | 1,9 | 256 | 92 | 0,4 |
(1) S = standaardras
(2) dagen later t.o.v. BANGUY
(3) de standaard is het gemiddelde van de rassen AGROLUX, ANJOU 258, AUTOMAT EN RONALDINIO
Tabel 3
| Rassen (1) | Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) 2010 (6 centra) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) |
Verteerbaarheid (3) |
Vroegrijpheid |
|---|---|---|---|---|---|---|
| EMILY | 104,4 | 107,1 | 107,3 | 106,0 | 75,3 | 33,5 |
| STANDAARD (4) | 100 | 100 | 100 | 100 | 76,3 | 34,2 |
| BANGUY (S) | 96,3 | 94,0 | 96,7 | 95,8 | 77,7 | 33,8 |
| DELITOP (S) | 99,0 | 101,7 | 100,0 | 100,1 | 76,2 | 34,3 |
| ESTELLE (S) | 102,3 | 100,8 | 102,0 | 101,8 | 75,8 | 36,2 |
| LG3220 (S) | 102,3 | 103,6 | 101,2 | 102,4 | 75,5 | 32,5 |
| 100 = kg/ha | 19094 | 19242 | 19325 | 19202 | - | - |
(1) S = standaardras
(2) de opbrengsten zijn uitgedrukt t.o.v. het gemiddelde van de rassen BANGUY, DELITOP, ESTELLE en LG3220
(3) % op organische stof
(4) de standaard is het gemiddelde van de rassen BANGUY, DELITOP, ESTELLE en LG3220
Tabel 4:
| Rassen (1) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) 2010 (6 centra) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) 2011 (4 centra) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) 2012 (4 centra) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) Gewogen gemiddelde |
Verteerbaarheid (3) |
Vroegrijpheid (% droge stof van volledige planten) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| LG30270 | 104,8 | 101,4 | 104,3 | 103,7 | 74,9 | 31,5 |
| STANDAARD (4) | 100 | 100 | 100 | 100 | 75,1 | 32,9 |
| AGRO LUX (S) | 100,6 | 103,1 | 102,8 | 101,9 | 74,0 | 33,9 |
| ANJOU 258 (S) | 98,2 | 100,2 | 99,1 | 99,0 | 74,3 | 31,2 |
| LG3234 (S) | 98,7 | 94,9 | 97,3 | 97,2 | 76,8 | 32,9 |
| RONALDINIO (S) | 102,5 | 101,9 | 100,8 | 101,9 | 75,3 | 33,6 |
| 100 = kg/ha | 20447 | 20534 | 19875 | 20308 | - | - |
(1) S = standaardras
(2) de opbrengsten zijn uitgedrukt t.o.v. het gemiddelde van de rassen AGROLUX, ANJOU 258, LG3234 en RONALDINIO
(3) % op organische stof
(4) de standaard is het gemiddelde van de rassen AGROLUX, ANJOU 258, LG3234 en RONALDINIO
Emily
Aanvrager: LIMAGRAIN EUROPE
Kweker: LIMAGRAIN EUROPE
Aanvraaggemachtigde: LIMAGRAIN BELGIUM N.V.
Hybridetype: 3-weg hybride
Korreltype: flint tot flint-dent
Aangenomen als kuilmais
Het ras heeft aan de proeven in 2010, 2011 en 2012 deelgenomen onder de referentie: LZM159/24 (VG/A/080/01262)
LG30270
Aanvrager: LIMAGRAIN EUROPE
Kweker: LIMAGRAIN EUROPE
Aanvraaggemachtigde: LIMAGRAIN BELGIUM N.V.
Hybridetype: enkelvoudige hybride
Korreltype: flint tot flint-dent
Aangenomen als kuilmais
Het ras heeft aan de proeven in 2010, 2011 en 2012 deelgenomen onder de referentie: LZM259/43 (VG/A/080/01278)
De proeven werden aangelegd in 6 centra, gelegen in volgende landbouwstreken: Zandstreek, Zandleemstreek, Kempen en Condroz.
De gegevens betreffende de jeugdgroei, legering e.a. worden gegeven in tabel 5. Wanneer een cijferschaal (1-9) gebruikt wordt, wijst 9 op de gunstigste beoordeling.
In tabel 6 zijn de resultaten van de opbrengsten, de vroegrijpheid en verteerbaarheid samengevat.
Tot slot volgt een korte beschrijving van de nieuw toegelaten rassen.
Tabel 5:
| Rassen (1) | Jeugdgroei (schaal: 1-9) | Bloei van de kolven (verschil in dagen t.o.v. BANGUY) (2) | Hoogte van de planten (cm) | Hoogte van de kolfaanzetting (cm) | Legering (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| LG30233 | 7,6 | 4,1 | 261 | 101 | 1,3 |
| CATHY | 8,0 | 3,8 | 258 | 99 | 3,5 |
| STANDAARD (S) | 7,6 | - | 256 | 97 | 3,7 |
| AMPEZZO (S) | 7,1 | 1,4 | 250 | 99 | 0,6 |
| ESTELLE (S) | 8,0 | 2,1 | 255 | 90 | 5,0 |
| LG3220 (S) | 7,2 | 5,3 | 257 | 97 | 0,6 |
| MAS 17E (S) | 8,0 | 2,3 | 264 | 100 | 8,7 |
(1) S = standaardras
(2) dagen later t.o.v. BANGUY
(3) de standaard is het gemiddelde van de rassen AMPEZZO, ESTELLE, LG3220 en MAS 17E
Tabel 6: Opbrengstresultaten en vroegrijpheid van de vroege kuilmaisrassen nieuw toegelaten tot de catalogus in 2013 in vergelijking met de beste 4 standaardrassen, op basis van de proeven in 2011 en 2012
| Rassen (1) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) 2011 (4 centra) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) 2012 (4 centra) |
Opbrengsten aan totale droge stof in % (2) Gewogen gemiddelde |
Verteerbaarheid (3) |
Vroegrijpheid (% droge stof van volledige planten) |
|---|---|---|---|---|---|
| LG30233 | 107,3 | 104,1 | 105,7 | 76,1 | 35,3 |
| CATHY | 107,6 | 103,9 | 105,7 | 75,6 | 34,9 |
| STANDAARD (4) | 100 | 100 | 100 | 76,3 | 34,8 |
| AMPEZZO (S) | 99,4 | 98,2 | 98,8 | 76,8 | 35,0 |
| ESTELLE (S) | 99,9 | 102,1 | 101,0 | 76,1 | 36,1 |
| LG3220 (S) | 99,1 | 101,0 | 100 | 76,7 | 32,6 |
| MAS 17E (S) | 101,7 | 98,7 | 100,2 | 75,7 | 35,3 |
| 100 = kg/ha | 19217 | 19839 | 19528 | - | - |
(1) S = standaardras
(2) de opbrengsten zijn uitgedrukt t.o.v. het gemiddelde van de rassen AMPEZZO, ESTELLE, LG3220 en MAS 17E
(3) % op organische stof
(4) de standaard is het gemiddelde van de rassen AMPEZZO, ESTELLE, LG3220 en MAS 17E
LG30233
Aanvrager: LIMAGRAIN EUROPE
Kweker: LIMAGRAIN EUROPE
Aanvraaggemachtigde: LIMAGRAIN BELGIUM N.V.
Hybridetype: enkelvoudige hybride
Korreltype: flint-dent
Aangenomen als kuilmais
Het ras heeft aan de proeven in 2011 en 2012 deelgenomen onder de referentie: LZM160/55 (VG/A/080/01330)
Cathy
Aanvrager: LIMAGRAIN EUROPE
Kweker: LIMAGRAIN EUROPE
Aanvraaggemachtigde: LIMAGRAIN BELGIUM N.V.
Hybridetype: enkelvoudige hybride
Korreltype: flint-dent tot dent
Aangenomen als kuilmais
Het ras heeft aan de proeven in 2011 en 2012 deelgenomen onder de referentie: LZM160/73 (VG/A/080/01332)
Afdeling Productkwaliteitsbeheer
Ellips, 4e verdieping, Koning Albert II-laan 35, bus 41, 1030 Brussel
Gilbert Crauwels
Tel. 02 552 74 40
Fax 02 552 74 01
rassenlijsten@lv.vlaanderen.be
http://www.vlaanderen.be/landbouw/rassenlijsten
Op de Belgische rassenlijst zijn 2 nieuwe rassen van korrelmaïs opgenomen. We geven hier een overzicht van de resultaten die deze nieuwe rassen behaalden in de officiële proeven uitgevoerd door de afdelingen voor Rassenonderzoek van cultuurgewassen (ILVO-Plant–Teelt en Omgeving te Gent en CRA-W Département Production végétale te Gembloux) in opdracht van de Technisch Interregionale werkgroep voor de samenstelling van de Nationale catalogus voor Landbouwgewassen.
De proeven werden aangelegd in 6 centra, gelegen in volgende landbouwstreken: Zandstreek, Zandleemstreek, Leemstreek en Kempen.
De gegevens betreffende de jeugdgroei, legering e.a. worden gegeven in tabel 1. Wanneer een cijferschaal (1-9) gebruikt wordt, wijst 9 op de gunstigste beoordeling.
In tabel 2 zijn de resultaten van de opbrengsten en vroegrijpheid samengevat.
Tot slot volgt een korte beschrijving van de nieuw toegelaten rassen.
| Rassen (1) |
Jeugdgroei |
Bloei van de kolven |
Hoogte van de planten |
Hoogte van de kolfaanzetting |
Legering |
Stengelrot |
|---|---|---|---|---|---|---|
| RODRIGUEZ KWS | 7,6 | -1,8 | 233 | 88 | 2,1 | 10,0 |
| STANDAARD (3) | 8,0 | -0,2 | 259 | 100 | 5,8 | 4,2 |
| APHRODITE (S) | 7,8 | 0,0 | 268 | 103 | 14,4 | 7,7 |
| CORYPHEE (S) | 8,2 | -2,1 | 246 | 89 | 0,7 | 3,3 |
| NK RAVELLO (S) | 8,0 | 1,8 | 262 | 104 | 4,4 | 2,9 |
| SALGADO (S) | 8,0 | -0,2 | 259 | 104 | 3,6 | 2,8 |
(1) S = standaardras
(2) - = dagen vroeger t.o.v. APHRODITE
+ = dagen later t.o.v. APHRODITE
(3) de standaard is het gemiddelde van de rassen APHORDITE, CORYPHEE, NK RAVELLO en SALGADO
| Rassen (1) | Korrelopbrengst in %(15 % vocht) (2) 2010 |
Korrelopbrengst in %(15 % vocht) (2) |
Korrelopbrengst in %(15 % vocht) (2) |
Korrelopbrengst in %(15 % vocht) (2) |
Vroegrijpheid (% vocht van de korrel) 2010 |
Vroegrijpheid (% vocht van de korrel) |
Vroegrijpheid (% vocht van de korrel) |
Vroegrijpheid (% vocht van de korrel) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| RODRIGUEZ KWS | 97,8 | 95,3 | 95,7 | 96,4 | 28,9 | 21,7 | 30,8 | 27,2 |
| STANDAARD (3) | 100 | 100 | 100 | 100 | 30,2 | 24,5 | 32,3 | 29,1 |
| APHRODITE (S) | 98,8 | 101,9 | 100,8 | 100,4 | 30,7 | 25,1 | 32,2 | 29,4 |
| CORYPHEE (S) | 97,3 | 98,4 | 98,7 | 98,1 | 28,7 | 22,4 | 30,4 | 27,2 |
| NK RAVELLO (S) | 100,0 | 96,6 | 99,3 | 98,7 | 29,1 | 22,9 | 32,2 | 28,1 |
| SALGADO (S) | 103,9 | 103,1 | 101,2 | 102,9 | 32,3 | 27,6 | 34,5 | 31,5 |
| 100 = kg/ha | 12805 | 12695 | 11576 | 12387 | - | - | - | - |
(1) S = standaardras
(2) de opbrengsten zijn uitgedrukt t.o.v. het gemiddelde van de rassen APHRODITE, CORYPHEE, NK RAVELLO en SALGADO
(3) de standaard is het gemiddelde van de rassen APHRODITE, CORRYPHEE, NK RAVELLO en SALGADO
Rodriguez kws
Aanvrager: KWS SAAT AG
Kweker: KWS SAAT AG
Aanvraaggemachtigde: KWS BENELUX B.V.
Hybridetype: enkelvoudige hybride
Korreltype: flint-dent
Aangenomen als korrelmais
De cultivar heeft aan de proeven in 2010, 2011 en 2012 deelgenomen onder de referentie: KXA0002 (VG/A/080/01252)
De proeven werden aangelegd in 6 centra, gelegen in volgende landbouwstreken: Zandstreek, Zandleemstreek, Kempen en Condroz.
De gegevens betreffende de jeugdgroei, legering e.a. worden gegeven in tabel 5. Wanneer een cijferschaal (1-9) gebruikt wordt, wijst 9 op de gunstigste beoordeling.
In tabel 6 zijn de resultaten van de opbrengsten, de vroegrijpheid en verteerbaarheid samengevat.
Tot slot volgt een korte beschrijving van de nieuw-toegelaten rassen.
|
Rassen (1) |
Jeugdgroei |
Bloei van de kolven (verschil in dagen t.o.v. APHRODITE) (2) |
Hoogte van de planten (cm) |
Hoogte van de kolfaanzetting (cm) |
Legering |
Stengelrot |
|---|---|---|---|---|---|---|
|
KALIENTES |
8,0 |
-1,0 |
253 |
100 |
0,0 |
0,4 |
|
STANDAARD (3) |
7,9 |
-0,1 |
248 |
92 |
16,9 |
2,8 |
|
CORYPHEE (S) |
8,1 |
-1,4 |
239 |
82 |
1,3 |
1,1 |
|
LAPRIORA (S) |
8,1 |
-2,6 |
222 |
76 |
0,0 |
2,2 |
|
NK RAVELLO (S) |
7,8 |
2,3 |
254 |
97 |
7,9 |
0,4 |
|
RICARDINIO (S) |
7,5 |
1,0 |
279 |
112 |
58,3 |
7,6 |
(1) S = standaardras
(2) - = dagen vroeger t.o.v. APHRODITE
+ = dagen later t.o.v. APHRODITE
(3) de standaard is het gemiddelde van de rassen CORYPHEE, LAPRIORA, NK RAVELLO en RICARINIO
| Rassen (1) | Korrelopbrengst in % (15 % vocht) (2) 2011 (5 centra) | Korrelopbrengst in % (15 % vocht) (2) 2012 (5 centra) | Korrelopbrengst in % (15 % vocht)(2) Gewogen gemiddelde | Vroegrijpheid (% vocht van de korrel) 2011 (5 centra) | Vroegrijpheid (% vocht van de korrel) 2012 (5 centra) | Vroegrijpheid (% vocht van de korrel) Gewogen gemiddelde |
|---|---|---|---|---|---|---|
|
KALIENTES |
105,9 |
105,9 |
105,9 |
24,8 |
31,5 |
28,2 |
|
STANDAARD (3) |
100 |
100 |
100 |
23,4 |
32,0 |
27,7 |
|
CORYPHEE (S) |
99,3 |
98,1 |
98,8 |
22,8 |
30,4 |
26,6 |
|
LAPRIORA (S) |
92,7 |
95,4 |
94,0 |
22,0 |
30,3 |
26,1 |
|
NK RAVELLO (S) |
96,3 |
98,7 |
97,5 |
23,4 |
32,2 |
27,8 |
|
RICARDINIO (S) |
111,7 |
107,8 |
109,8 |
25,2 |
35,0 |
30,1 |
|
100 = kg/ha |
12506 |
11642 |
12074 |
- |
- |
- |
Kalientes
Aanvrager: KWS SAAT AG
Kweker: KWS SAAT AG
Aanvraaggemachtigde: KWS BENELUX B.V.
Hybridetype: drieweg hybride
Korreltype: flint tot flint-dent
Aangenomen als korrelmais
De cultivar heeft aan de proeven in 2011 en 2012 deelgenomen onder de referentie: KXA9309 (VG/A/080 /01316)
Afdeling Productkwaliteitsbeheer
Ellips, 4e verdieping, Koning Albert II-laan 35, bus 41, 1030 Brussel
Gilbert Crauwels
Tel. 02 552 74 40
Fax 02 552 74 01
rassenlijsten@lv.vlaanderen.be
http://www.vlaanderen.be/landbouw/rassenlijsten
Op de Belgische rassenlijst zijn 2 nieuwe rassen van industriële cichorei opgenomen. We geven hier een overzicht van de resultaten die deze nieuwe rassen behaalden in de officiële proeven uitgevoerd door de afdelingen voor Rassenonderzoek van cultuurgewassen (ILVO-Plant–Teelt en Omgeving te Merelbeke en Département Productions et filières – CRA-W in Gembloux) in opdracht van de Technisch Interregionale werkgroep voor de samenstelling van de Nationale catalogus voor Landbouwgewassen.
De proeven in 2010, 2011 en 2012 aangelegd met het oog op de inschrijving van industriële cichoreirassen op de nationale rassencatalogus, hebben de opname toegelaten van volgende rassen: Selenite en Dacapo.
Het onderzoek werd uitgevoerd door de Afdelingen voor Rassenonderzoek van Cultuurgewassen (ILVO-Plant-Teelt en Omgeving te Merelbeke en Département Productions et filières – CRA-W te Gembloux) en door INAGRO (Rumbeke-Beitem) in opdracht van de Technische Interregionale Werkgroep.
De proeven werden aangelegd in 6 centra gelegen in de volgende landbouwstreken: Leemstreek (2 proeven) en Zandleemstreek (4 proeven). De resultaten van deze proeven zijn weergegeven in tabellen 1 en 2.
Deze tabellen geven een overzicht van de teeltkenmerken en de opbrengsten. Bij gebruik van een cijferschaal (1-9) wijst 9 op de gunstigste beoordeling van de betrokken eigenschap.
Ten slotte volgt een korte beschrijving van de nieuw toegelaten rassen
Tabel 1 t.e.m. 4: Resultaten van het industriële cichoreiras tot de rassenlijst toegelaten in 2013 op basis van de proeven in 2010, 2011 en 2012.
| Rassen | 2010 (5 centra) | 2011 (4 centra) | 2012 (6 centra) | Gewogen gemiddelde |
|---|---|---|---|---|
| CRESCENDO | 98,2 | 96,7 | 98,5 | 97,9 |
| HERA | 101,1 | 102,9 | 103,7 | 102,7 |
| MELCI | 100,7 | 100,4 | 97,8 | 99,4 |
| STANDAARD | 100 | 100 | 100 | 100 |
| SELENITE | 100,2 | 102,3 | 100,4 | 100,9 |
| DACAPO | 93,2 | 93,2 | 91,8 | 92,6 |
| 100 = kg/ha | 62307 | 66070 | 67977 | 65579 |
| Rassen | 2010 (5 centra) | 2011 (4 centra) | 2012 (6 centra) | Gewogen gemiddelde |
|---|---|---|---|---|
| CRESCENDO | 99,7 | 98,1 | 100,3 | 99,5 |
| HERA | 100,0 | 101,7 | 101,2 | 100,9 |
| MELCI | 100,3 | 100,2 | 98,5 | 99,5 |
| STANDAARD | 100 | 100 | 100 | 100 |
| SELENITE | 99,1 | 101,9 | 100,4 | 100,4 |
| DACAPO | 98,8 | 103,0 | 98,8 | 99,5 |
| 100 kg/ha | 11820 | 12419 | 13075 | 12482 |
| Rassen | 2010 (5 centra) | 2011 (4 centra) | 2012 (6 centra) | Gewogen gemiddelde |
|---|---|---|---|---|
| CRESCENDO | 19,2 | 19,1 | 19,6 | 19,3 |
| HERA | 18,8 | 19,6 | 18,8 | 18,8 |
| MELCI | 19,0 | 19,8 | 19,4 | 19,1 |
| STANDAARD | 19,0 | 18,8 | 19,3 | 19,1 |
| SELENITE | 18,8 | 18,8 | 19,3 | 19,0 |
| DACAPO | 20,1 | 20,7 | 20,5 | 20,4 |
| Rassen | 2010 (5 centra) | 2011 (4 centra) | 2012 (6 centra) | Gewogen gemiddelde |
|---|---|---|---|---|
| CRESCENDO | 9,3 | 10,8 | 9,5 | 9,8 |
| HERA | 9,6 | 10,3 | 9,1 | 9,6 |
| MELCI | 9,5 | 10,9 | 9,5 | 9,9 |
| STANDAARD | 9,5 | 10,7 | 9,4 | 9,8 |
| SELENITE | 9,4 | 10,7 | 9,3 | 9,7 |
| DACAPO | 10,6 | 12,5 | 10,7 | 11,1 |
Tabel 5
| Rassen | Jeugdgroei (1-9) | Bodembedekking (1-9) | Loofontwikkeling (1-9) | Groenblijven loof (1-9) | Koprot wortels (gevoeligheidsgraad) | Flankrot wortels (gevoeligheidsgraad) | Tarra (%) | Wortellengte (cm) | Wortelbreedte (cm) | Vertakte wortels (%) | Holle wortels (%) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| CRESCENDO | 7,2 | 7,4 | 7,8 | 6,5 | 6,4 | 0,9 | 11,7 | 22,0 | 8,1 | 3,2 | 15,7 |
| HERA | 7,8 | 8,6 | 7,5 | 5,9 | 6,8 | 6,1 | 11,5 | 21,7 | 8,5 | 1,2 | 17,5 |
| MELCI | 7,4 | 8,5 | 7,6 | 6,2 | 7,7 | 7,8 | 11,3 | 22,1 | 8,1 | 2,9 | 14,3 |
| STANDAARD | 7,5 | 8,2 | 7,6 | 6,2 | 6,9 | 4,9 | 11,5 | 21,9 | 8,3 | 2,4 | 15,8 |
| SELENITE | 7,8 | 8,6 | 7,8 | 5,9 | 6,9 | 4,9 | 12,0 | 21,9 | 8,7 | 4,9 | 16,3 |
| DACAPO | 7,4 | 8,2 | 8,0 | 7,1 | 7,1 | 4,7 | 11,9 | 21,6 | 8,3 | 3,3 | 22,2 |
Selenite
Aanvrager: Florimond Desprez Veuve et Fils
Kwekers: Florimond Desprez Veuve et Fils
Het ras heeft aan de proeven 2010, 2011 en 2012 deelgenomen onder de referentie: FDC1003 (RW 14-055).
Dacapo
Aanvrager: Chicoline div. de SA Cosucra - Groupe Warcoing
Kwekers: Chicoline div. de SA Cosucra - Groupe Warcoing / ILVO Plant Toegepaste Genetica en Veredeling
Het ras heeft aan de proeven 2010, 2011 en 2012 deelgenomen onder de referentie: CHIC1021 (VG/H/014.3/00052).
Afdeling Productkwaliteitsbeheer
Ellips, 4e verdieping, Koning Albert II-laan 35, bus 41, 1030 Brussel
Gilbert Crauwels
Tel. 02 552 74 40
Fax 02 552 74 01
rassenlijsten@lv.vlaanderen.be
http://www.vlaanderen.be/landbouw/rassenlijsten
Op basis van de resultaten van proeven aangelegd in 2011 en 2012 werden de volgende suikerbietenrassen toegelaten op de nationale rassenlijst voor landbouwgewassen in de categorieën:
De CGW proeven (9) werden aangelegd in de Condroz in Gesves en Graux; de Haspengouwse leemstreek in Saint-Germain, Petit Hallet, Vieux-Genappe; in Henegouwen in Braffe en Barry; in de zandleemstreek in Heestert en Sint Maria Lierde. De studie van nematodentolerante rassen werden bijkomend uitgevoerd in Gingelom (2), Acosse (2), Saint-Amand en Luttre.
De resultaten worden voorgesteld in de hierna volgende tabellen.
De gemiddelde opbrengsten werden bekomen in kleine perceeltjes met beredeneerde toedieningen van meststoffen en van gewasbeschermingsmiddelen volgens de Belgische aanbevelingen.
Wanneer de schaal van 1 tot 9 wordt gebruikt komt 9 overeen met de meest gunstige quotering.
Een korte beschrijving van de rassen volgt op het einde van dit artikel.
Meer informatie is te vinden op www.vlaanderen.be/landbouw/rassenlijsten.
Resultaten van de nieuwe rhizomanietolerante suikerbietenrassen
(23 kB, 29 januari 2013), die op de catalogus zijn opgenomen na deelgenomen te hebben aan de officiële proeven van 2011 en 2012 (gemiddelden van 9 onbesmette proeven)
Resultaten van de nieuwe rhizomanietolerante rassen met tolerantie tegen het bietencystenematode suikerbietenrassen
(23 kB, 29 januari 2013), die op de catalogus zijn opgenomen na deelgenomen te hebben aan de officiële proeven van 2011 en 2012 (gemiddelden van 9 onbesmette proeven)
Resultaten van de nieuwe nematodentolerante suikerbietenrassen
(20 kB, 29 januari 2013), die op de catalogus zijn opgenomen na deelgenomen te hebben aan de officiële proeven van 2011 en 2012 (gemiddelden van 6 besmette proeven)
Dossiernummer: RW 1625
Kweker: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvrager: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvraaggemachtigde: KWS BENELUX B.V. - Kain (BE)
Kwekersreferentie: 1K221
Met succes gevolgde proevencycli: Rhizomanie
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; witziekteresistent
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 5; bladstand 9
Dossiernummer: RW 1635
Kweker: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvrager: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvraaggemachtigde: KWS BENELUX B.V. - Kain (BE)
Kwekersreferentie: 1K250
Met succes gevolgde proevencycli: Rhizomanie
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 7
Dossiernummer: RW 1637
Kweker: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvrager: BETASEED Gmbh (DE)
Aanvraaggemachtigde:
Kwekersreferentie: BTS167
Met succes gevolgde proevencycli: Rhizomanie
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 6 ; bladstand 8
Dossiernummer: RW 1639
Kweker: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvrager: BETASEED Gmbh (DE)
Aanvraaggemachtigde:
Kwekersreferentie: BTS168
Met succes gevolgde proevencycli: Rhizomanie
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 6 ; bladstand 8
Dossiernummer: RW 1619
Kweker: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvrager: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvraaggemachtigde: KWS BENELUX B.V. - Kain (BE)
Kwekersreferentie: 1K210
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant, nematodentolerant; goede bladgezondheid
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 6 ; bladstand 9
Dossiernummer: RW 1621
Kweker: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvrager: KWS SAAT AG - Einbeck (DE)
Aanvraaggemachtigde: KWS BENELUX B.V. - Kain (BE)
Kwekersreferentie: 1K214
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; nematodentolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 6; bladstand 9
Dossiernummer: RW 1645
Kweker: STRUBE GmbH & Co. KG - Söllingen (DE)
Aanvrager: STRUBE GmbH & Co. KG - Söllingen (DE)
Aanvraaggemachtigde: DE WULF AGRO sprl - Gembloux (BE)
Kwekersreferentie: ST15135
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant, nematodentolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 49 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 6
Dossiernummer: VG/A/001/ 00684
Kweker: SESVANDERHAVE N.V./S.A. - Tienen (BE)
Aanvrager: SESVANDERHAVE N.V./S.A. - Tienen (BE)
Aanvraaggemachtigde: -
Kwekersreferentie: SN-514
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant, nematodentolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 24 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 6 ; bladstand 6
Dossiernummer: VG/A/001/ 00686
Kweker: SESVANDERHAVE N.V./S.A. - Tienen (BE)
Aanvrager: SESVANDERHAVE N.V./S.A. - Tienen (BE)
Aanvraaggemachtigde: -
Kwekersreferentie: SN-566
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant, nematodentolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 58 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 7
Dossiernummer: VG/A/001/ 00696
Kweker: SESVANDERHAVE N.V./S.A. - Tienen (BE)
Aanvrager: SESVANDERHAVE N.V./S.A. - Tienen (BE)
Aanvraaggemachtigde: -
Kwekersreferentie: SR-542
Met succes gevolgde proevencycli: Rhizomanie
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 52 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 7
Dossiernummer: RW 1655
Kweker: SAS FLORIMOND DESPREZ - Cappelle-en-Pévèle (FR)
Aanvrager: SAS FLORIMOND DESPREZ - Cappelle-en-Pévèle (FR)
Aanvraaggemachtigde: ERAUW JACQUERY S.A. - Deinze (BE)
Kwekersreferentie: FD-1120
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; nematodentolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 7
Dossiernummer: RW 1657
Kweker: SAS FLORIMOND DESPREZ - Cappelle-en-Pévèle (FR)
Aanvrager: SAS FLORIMOND DESPREZ - Cappelle-en-Pévèle (FR)
Aanvraaggemachtigde: ERAUW JACQUERY S.A. - Deinze (BE)
Kwekersreferentie: FD-1121
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; nematodentolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 7
Dossiernummer: RW 1651
Kweker: SAS FLORIMOND DESPREZ - Cappelle-en-Pévèle (FR)
Aanvrager: SAS FLORIMOND DESPREZ - Cappelle-en-Pévèle (FR)
Aanvraaggemachtigde: ERAUW JACQUERY S.A. - Deinze (BE)
Kwekersreferentie: FD-1118
Met succes gevolgde proevencycli: Rhizomanie
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; lage grondtarra
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 6
Dossiernummer: VG/A/001/ 00666
Kweker: SYNGENTA CROP PROTECTION AG - Basle (CH)
Aanvrager: SYNGENTA CROP PROTECTION AG - Basle (CH)
Aanvraaggemachtigde: SYNGENTA SEEDS N.V. - Merelbeke (BE)
Kwekersreferentie: HI1170
Met succes gevolgde proevencycli: Rhizomanie
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant, lage grondtarra
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 1 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 5
Dossiernummer: VG/A/001/ 00668
Kweker: SYNGENTA CROP PROTECTION AG - Basle (CH)
Aanvrager: SYNGENTA CROP PROTECTION AG - Basle (CH)
Aanvraaggemachtigde: SYNGENTA SEEDS N.V. - Merelbeke (BE)
Kwekersreferentie: HI1177
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant, nematodentolerant, lage grondtarra, goede bladgezondheid
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 6 ; bladstand 8
Dossiernummer: VG/A/001/ 00670
Kweker: SYNGENTA CROP PROTECTION AG - Basle (CH)
Aanvrager: SYNGENTA CROP PROTECTION AG - Basle (CH)
Aanvraaggemachtigde: SYNGENTA SEEDS N.V. - Merelbeke (BE)
Kwekersreferentie: HI1185
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; nematodentolerant; lage grondtarra
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 99 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 8 ; bladstand 7
Dossiernummer: VG/A/001/ 00676
Kweker: SYNGENTA CROP PROTECTION AG - Basle (CH)
Aanvrager: SYNGENTA CROP PROTECTION AG - Basle (CH)
Aanvraaggemachtigde: SYNGENTA SEEDS N.V. - Merelbeke (BE)
Kwekersreferentie: HI1238
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant, nematodentolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 0 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 7
Dossiernummer: VG/A/001/ 00702
Kweker: STRUBE GmbH & Co. KG - Söllingen (DE)
Aanvrager: STRUBE GmbH & Co. KG - Söllingen (DE)
Aanvraaggemachtigde: DE WULF AGRO sprl - Gembloux (BE)
Kwekersreferentie: ST15132
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; nematodentolerant
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 28 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 7 ; bladstand 7
Dossiernummer: VG/A/001/ 00656
Kweker: MARIBO SEED INTERNATIONAL APS
Aanvrager: MARIBO SEED INTERNATIONAL APS
Aanvraaggemachtigde: -
Kwekersreferentie: MA4016
Met succes gevolgde proevencycli: Nematoden
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; nematodentolerant; lage grondtarra
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 95 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 6 ; bladstand 8
Dossiernummer: VG/A/001/ 00656
Kweker: STRUBE GmbH & Co. KG - Söllingen (DE)
Aanvrager: STRUBE GmbH & Co. KG - Söllingen (DE)
Aanvraaggemachtigde: DE WULF AGRO sprl - Gembloux (BE)
Kwekersreferentie: ST15132
Met succes gevolgde proevencycli: Rhizoctonia
Speciale kenmerken: rhizomanietolerant; rhizoctoniaresistent
Ploïdie: 2n
Hypocotylkleur: 41 % groen hypocotyl
Bladkenmerken: bodembedekking 5 ; bladstand 5
Gilbert Crauwels
Tel. 02 552 74 43
Fax 02 552 74 01
gilbert.crauwels@lv.vlaanderen.be
www.vlaanderen.be/landbouw/rassenlijsten
Vanaf 2014 zullen alle Vlaamse land- en tuinbouwers duurzamer moeten omgaan met gewasbeschermingsmiddelen. De Europese richtlijn 2009/128 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden verplicht onder meer de geïntegreerde gewasbescherming of integrated pest management (IPM) en legt vanaf 2015 de fytolicentie op voor professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Vlaanderen zit op schema om aan de Europese verplichtingen te voldoen.
In het kader van de Europese richtlijn moet elke lidstaat een nationaal actieplan opmaken. In België maakt elk gewest een eigen actieplan op, maar er wordt ook overeenstemming bereikt over een aantal gezamenlijke acties. Twee acties spitsen zich specifiek toe op geïntegreerde gewasbescherming en de fytolicentie.
Met het voorliggende plan en de uitwerking die perfect op schema zit, zal Vlaanderen zeker voldoen aan de eisen van de Europese richtlijn.
Geïntegreerde gewasbescherming of Integrated Pest Management (IPM) is een bestrijdingsmethode waarbij alle mogelijke bestrijdingstechnieken geïntegreerd toegepast worden om de schade aan planten onder de economische schadedrempel te houden.
De voorrang wordt gegeven aan niet-chemische bestrijding. Het inzetten van mechanische onkruidbestrijding of biologische bestrijding met natuurlijke vijanden zoals het lieveheersbeestje tegen bladluizen, verdient bijvoorbeeld de voorkeur boven een bespuiting met herbiciden of insecticiden. Als er toch chemisch ingegrepen moet worden, mogen alleen bestrijdingsmiddelen gebruikt worden die een minimale druk op het milieu uitoefenen en zo weinig mogelijk risico’s geven voor de volksgezondheid.
Eén van de basisprincipes van IPM is het waarnemen van de schadeverwekkers en het voorkomen van economische schade door gepast in te grijpen. Het hulpmiddel bij uitstek zijn de verschillende waarschuwingsdiensten, uitgebouwd door de praktijkcentra. Deze worden door de Vlaamse overheid sterk ondersteund. Gelet op het belang van deze waarschuwingsdiensten in het kader van IPM werd de subsidie van de Vlaamse Overheid in 2010 verhoogd tot 116.500 euro voor aardappelen, bieten, cichorei, granen, hop, fruitteelt en boomkwekerij.
De waarschuwingsdienst in de fruitteelt bestaat al meer dan 50 jaar en is gesteund op wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring. Sinds het invoeren van IPM in de fruitteelt is de waarschuwingsdienst uitgebreid en volledig gericht op de geïntegreerde gewasbescherming.
In de boomkwekerij werd 15 jaar geleden de eerste waarschuwing uitgegeven. Ondertussen werd deze dienst uitgebreid tot meer dan 50 ziekten en plagen die waargenomen worden en waarvoor een waarschuwing uitgegeven wordt. De waarschuwingsdienst wordt verzorgd door PCS (Proefcentrum voor Sierteelt) en is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek i.s.m. ILVO en de grote praktijkervaring van van de voorlichters van het Departement Landbouw en Visserij. De laatste jaren wordt de focus meer en meer op IPM gelegd.
Voor de groenteteelt worden de waarschuwingsdiensten gefinancierd door de producentenorganisaties. Zij nemen dit op in hun GMO-programma (Gemeenschappelijke Marktordening Groenten en Fruit), dat voor de helft gesubsidieerd wordt door de Europese Unie. De steun voor waarnemingen en waarschuwingen bedraagt ongeveer 150.000 euro.
Vanaf 1 januari 2014 moeten alle professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen de principes van IPM toepassen volgens de richtlijn. De voorbereiding hiervan werd in september 2010 door Minister-President Peeters gelanceerd. Er werden vijf sectorgroepen opgericht voor de verschillende plantaardige sectoren: akkerbouw-voedergewassen, vollegrondsgroenten, glasgroenten, fruitteelt en sierteelt. Deze sectorgroepen zijn samengesteld uit alle belangrijke actoren in de sector en hebben als opdracht om richtlijnen voor IPM voor de betrokken sector op te stellen. Na twee jaar discussie en bijschaven worden de richtlijnen in het voorjaar gefinaliseerd zodat ze tijdig kunnen gecommuniceerd worden aan de land- en tuinbouwers.
Om de invoering van IPM in Vlaanderen actief te ondersteunen deed het Departement Landbouw en Visserij in 2012 een oproep voor demonstratieprojecten rond het thema. Hiervoor is een totaalbudget voorzien van ongeveer 643.000 euro Vlaams en Europees geld, waarvan ongeveer 450.000 euro Vlaams geld. De doelstelling van de demonstratieprojecten is de land- en tuinbouwers zo goed mogelijk te ondersteunen om geïntegreerde gewasbescherming toe te passen op een manier die voor hen geschikt en haalbaar is.
De toewijzing van de demonstratieprojecten wordt binnenkort bekendgemaakt.
De volgende jaren zal het Departement Landbouw en Visserij naast deze demonstratieprojecten een intensieve voorlichtingscampagne rond de toepassing van IPM voorzien.
Om een breed maatschappelijk draagvlak te creëren voor de IPM richtlijnen werd een adviesgroep opgericht waarin alle stakeholders vertegenwoordigd zijn. Het is de taak van deze groep om blijvend te waken over de kwaliteit van de IPM-richtlijnen.
Vanaf 2014 zal ook de controle op de toepassing van IPM starten. De Vlaamse Overheid doet inspanningen om de bijkomende kosten en lasten van deze controles zo laag mogelijk te houden: voor de IPM-controles wordt er samengewerkt met de bestaande controles in het kader van de autocontrole primaire plantaardige productie en de kwaliteitslastenboeken.
Als gevolg van de richtlijn wordt vanaf 2015 de fytolicentie, ook spuitlicentie genoemd, verplicht voor alle professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. De fytolicentie zal verstrekt worden door de federale overheid maar de opleiding, zowel de basis- als de permanente opleiding, zal verzorgd worden door de centra voor naschoolse vorming. De Vlaamse Overheid voorziet voor de inrichting van deze cursussen een subsidie van ongeveer 80.000 euro aan de centra. In de volgende maanden en jaren zal er hierrond een regelmatige communicatie gebeuren via alle mogelijke kanalen.
Meer info: annie.demeyere@lv.vlaanderen.be

