ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Vlaamse overheid - www.vlaanderen.be/landbouw
 

Bedrijfstoeslag

Wat is bedrijfstoeslag?

Na de hervorming van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn de verschillende premiestelsels grondig veranderd. Ontkoppeling is het kernwoord van de hervorming en betekent dat de uitbetaalde steun los staat van de omvang van productie, zoals voordien wel het geval was. De meeste premies die de landbouwer tot nu toe als rechtstreekse steun ontving, zijn vervangen door één enkel steunbedrag (toeslag), de zogenaamde 'bedrijfstoeslag'.

De bekendste premies die in de bedrijfstoeslag zijn opgenomen, zijn de premies voor akkerbouwgewassen, stieren- en ooienpremie alsook de slachtpremie volwassen runderen. Sinds 2006 is ook de ontkoppeling van melk, tabak, suiker en cichorei in de bedrijfstoeslag opgenomen. De bedrijfstoeslag bestaat uit individueel toegekende toeslagrechten. De toeslagrechten kunnen in 2 soorten worden onderscheiden, namelijk:

  • gewone toeslagrechten
  • speciale toeslagrechten

Wie komt in aanmerking voor de bedrijfstoeslag?

Elke actieve landbouwer die aan volgende voorwaarden voldoet, komt in aanmerking voor de bedrijfstoeslagregeling:

  • de landbouwer moet over toeslagrechten beschikken;

  • de landbouwer moet een verzamelaanvraag indienen waarin hij zijn toeslagrechten activeert;

  • de landbouwer moet subsidiabele teelten verbouwen of voldoende dieren aanhouden om zijn toeslagrechten uitbetaald te krijgen;

  • de landbouwer moet aan een aantal randvoorwaarden voldoen (zie verder).

Wat moet men doen om een bedrijfstoeslag uitbetaald te krijgen?

Om een bedrijfstoeslag uitbetaald te krijgen, is het eerst en vooral noodzakelijk dat de landbouwer één of meerdere toeslagrechten activeert. De bedrijfstoeslag bestaat dan uit de som van de waarden van de geactiveerde toeslagrechten. Afhankelijk van het soort toeslagrecht kan de activering op verschillende manieren gebeuren.

  • Een gewoon toeslagrecht (GTR) wordt geactiveerd door het te koppelen aan subsidiabele grond, zoals aangegeven in de verzamelaanvraag. Of een perceel al dan niet subsidiabel is, is afhankelijk van het gewas dat erop geteeld wordt.

  • Een braakleggingstoeslagrecht (BTR) wordt geactiveerd door braakgelegde grond aan te geven. In de campagne 2008 kunnen ook braakleggingstoeslagrechten worden geactiveerd met subsidiabele teelten. Sinds 1 januari 2009 werden de braakleggingstoeslagrechten omgezet in gewone toeslagrechten en zijn dus onderworpen aan dezelfde voorwaarden als de gewone toeslagrechten.

  • Speciale toeslagrechten (STR) kunnen op twee manieren geactiveerd worden:

1. door een aantal dieren te houden dat overeenkomt met minstens 50% van de grootvee-eenheden (GVE) waarvoor tijdens de referentieperiode premies werden aangevraagd

OF

2. door gronden aan te geven waarop de speciale toeslagrechten geactiveerd worden. In dit laatste geval wordt het speciaal toeslagrecht onomkeerbaar omgezet naar een gewoon toeslagrecht.

Landbouwers kunnen in het bezit zijn van eender welke combinatie van toeslagrechten. Toeslagrechten die gedurende 2 opeenvolgende campagnes niet worden geactiveerd vervallen aan de reserve.

Welke gewassen in aanmerking komen voor het activeren van toeslagrechten, is weergegeven in de toelichting bij de verzamelaanvraag. Aardappelen, groenten en fruit en permanente teelten zijn vanaf 2009 niet meer uitgesloten voor het activeren van toeslagrechten.

Alle informatie rond het indienen van een verzamelaanvraag vindt u terug in de toelichting bij de verzamelaanvraag.

Randvoorwaarden

Om de bedrijfstoeslag uitbetaald te krijgen moet de landbouwer voldoen aan een aantal randvoorwaarden. Naast de richtlijnen met betrekking tot milieu, volksgezondheid en diergezondheid, identificatie en registratie van dieren, zijn er ook nog de goede landbouw- en milieucondities. Tevens geldt als randvoorwaarde dat het areaal blijvend grasland moet behouden blijven. Over deze randvoorwaarden kan u meer lezen in de brochure 'De randvoorwaarden in het gemeenschappelijk landbouwbeleid'.

Bij het niet naleven van de randvoorwaarden wordt een vermindering toegepast op de totale rechtstreekse inkomenssteun. De vermindering heeft dus zowel invloed op de bedrijfstoeslag als op de steunmaatregelen die gekoppeld blijven. De grootte van de vermindering, die in principe 3% bedraagt, kan wijzigen naar 1 of 5%, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving.

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Subsidies
Gepubliceerd op 1 november 2006. Laatst gewijzigd op 12 april 2013