Aanvullende quotamaatregelen zeevisserij 2009
Op deze pagina:
Daar de TAC's en quota van de diverse visbestanden 2009 pas eerstdaags gepubliceerd zullen worden, werd met het oog op de continuïteit van de quotabeheersmaatregelen, geopteerd om de bestaande regelgeving 2008 in grote lijnen verder te zetten.
In januari 2009 zal dan een herziening van de quotamaatregelen, met name op het vlak van de zeedagenbeperking, doorgevoerd worden teneinde uitvoering te geven aan de bepalingen die op communautair niveau worden opgelegd met betrekking tot de beperkingen op visserijinspanning in de kabeljauwherstelgebieden.
Volgende maatregelen zijn vanaf 1 januari 2009 van kracht:
1. DAGENBEPERKING
1.1. Vaartdagenregeling
Gedurende de periode 1 januari 2009 tot 31 december 2009 mag een vissersvaartuig maximaal 240 vaartdagen verwezenlijken. De overschreden dagen en de extra te korten dag per twee dagen overschrijding worden in mindering gebracht op het maximaal aantal vaartdagen 2010.
1.2. Communautaire dagenbeperking
Zoals bekend gaat de regelgeving 2008 met het oog op het herstel van de kabeljauwbestanden en van tongbestanden VIIe, die een extra activiteitenbeperking oplegde via de bijlagen IIa en IIc bij de TAC- en quotaverordening van de EG nr. 40/2008, door tot 31 januari 2009.
In de quotaverordening 2009, die momenteel onderhandeld wordt, zal de regeling voor de periode 1 februari 2009 tot en met 31 januari 2010 uitgewerkt worden. Er wordt echter geen verderzetting van de huidige regeling in het vooruitzicht gesteld.
Na een bijkomende inlevering van visserijinspanning zullen maximale niveau’s, uitgedrukt in kW-zeedagen, per inspanningsgroep (types vistuig in bepaalde gebieden) vastgelegd worden.
In het kader van de subsidiariteit zal de dienst in de loop van januari 2009 een specifieke regeling uitwerken en ter goedkeuring voorleggen aan de minister. De praktische modaliteiten zullen u in een volgend rondschrijven worden toegelicht.
2. GESLOTEN GEBIEDEN EN VISVERBODEN
2.1. Sluiting Bristol kanaal
Naar analogie met voorgaande jaren wordt de visserij buiten de zes-mijlszone verboden in de ices-rechthoeken 30E4, 31E4 en 32E3 in de periode 1 februari 2009 tot en met 31 maart 2009.
2.2. Communautaire regeling Ierse zee 2008
De bepalingen in EG-Verordening 254/2002 van de Raad 12 februari 2002 tot vaststelling van maatregelen voor 2002 voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse zee (Ices-sector VIIa) zijn opnieuw van toepassing in het visseizoen 2009.
2.2.1. In de periode van 14 februari 2009 tot en met 30 april 2009 is de visserij verboden in de sector van ICES-gebied VIIa met volgende coördinaten (zelfde zone als in overeenstemmende periode in vorige jaren sinds 2001):
- tussen 54°30' NB op de oostkust van Noord-Ierland
- tussen 54°30' NB 04°50' WL,
- tussen 53°15' 04°50' WL, en
- tussen 53°15' NB op de oostkust van Ierland.
Visserij op langoestines en St.-Jacobsschelpen is in diverse subsectoren binnen dit gesloten gebied beperkt toegestaan.
In dat gesloten gebied wordt een sector vastgesteld waar het gebruik van bodemtrawls is toegestaan op voorwaarde dat de netten een maaswijdte hebben van hetzij 70-79, hetzij 80-99, en op geen enkele plaats in het net een afzonderlijke maas bevatten waarvan de wijdte groter is dan 300mm.
De sector wordt begrensd door volgende coördinaten:
- 53°30’ NB, 05°30’ WL
- 53°30’ NB, 05°20’ WL
- 54°20’ NB, 04°50’ WL
- 54°30’ NB, 05°10’ WL
- 54°30’ NB, 05°20’ WL
- 54°00’ NB, 05°50’ WL
- 54°00’ NB, 06°10’ WL
- 53°45’ NB, 06°10’ WL
- 53°45’ NB, 05°30’ WL
- 53°30’ NB, 05°30’ WL
2.2.2. Alle grootmazige toppanelen in de boomkornetten met ruitvormige mazen van tenminste 180 mm die ingevolge de herstelplannen moeten gebruikt worden in de Noordzee alsook in de Westelijke wateren moeten ook gebruikt worden in de Ierse zee.
2.3. SKAGERRAK
Vermits alle Belgische quota in het Skagerrak geruild zullen worden met Denemarken blijft het Skagerrak gesloten in 2009 voor de Belgische vissersvaartuigen.
2.4. Spanvisserij
De spanvisserij op kabeljauw is tijdens 2009 verboden.
2.6 Beschermde vissoorten en soorten met een 0 TAC
Volgende soorten mogen niet aan boord gehouden worden:
golfrog (in VII en VIII), witte rog (in VII en VIII), vleet, doornhaai, zee-engel, reuzenhaai en haringhaai.
3. SCHOL
3.1. Vangstbeperkingen voor schol in de Noordzee
- Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2009 vastgesteld op 410 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2009 dit scholquotum wordt uitgeput, wordt de scholvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.
- Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van meer dan 221 kW is voor het jaar 2009 vastgesteld op 2.751 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2009 dit scholquotum wordt uitgeput, wordt de scholvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.
- Aan de vissersvaartuigen van 221 kW of minder wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 oktober 2009 een hoeveelheid schol toegekend, die gelijk is aan 100 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht. Van die toegekende hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 15 kg per kW vóór 31 maart 2009 worden opgevist.
- Aan de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium voor de periode van 1 januari 2009 tot 30 juni 2009 een hoeveelheid schol toegekend, die gelijk is aan 30 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht. Van deze hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 12 kg per kW vóór 31 maart 2009 worden opgevist.
- Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid schol heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de scholvisserij in de Noordzee en het Schelde-estuarium stop te zetten tot eind maart respectievelijk eind juni 2009 voor de vaartuigen van meer dan 221 kW en tot eind maart respectievelijk eind oktober 2009 voor de vaartuigen van 221 kW of minder.
- Indien het vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid schol overschrijdt, kan de visvergunning die aan het vissersvaartuig werd afgeleverd, worden ingetrokken voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen. Tijdens deze periode moet het vissersvaartuig inactief liggen in een Belgische vissershaven.
- De periode vangt aan op de derde dag volgend op de notificatie van de intrekking van de visvergunning die de Dienst Zeevisserij per aangetekend schrijven aan de eigenaar van het betrokken vaartuig zal laten geworden.
- De overschreden hoeveelheid schol wordt na vermenigvuldiging met een strafcoëfficiënt 1,20 in mindering gebracht op de hoeveelheid schol die aan het vissersvaartuig zal worden toegekend in de overeenkomstige periode in 2010.
3.2. Vangstbeperkingen voor schol buiten de Noordzee in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009
De scholvangst door vissersvaartuigen mag per zeereis maximaal een aantal kg, uitgedrukt in productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in de betreffende gebieden bedragen :
- voor vissersvaartuigen van 221 kW of minder :
- maximaal 350 kg per vaartdag in VIId,e
- maximaal 100 kg per vaartdag in VIIf,g
- voor vissersvaartuigen van meer dan 221 kW :
- maximaal 700 kg per vaartdag in VIId,e
- maximaal 200 kg per vaartdag in VIIf,g
- maximaal 300 kg per vaartdag in VIII
4. TONG
4.1. Vangstbeperkingen voor tong in de Noordzee
- Het totale tongquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2009 vastgesteld op 362 ton productgewicht.
Indien vóór 31 december 2009 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.
- Het totale tongquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van meer dan 221 kW is voor de eerste zes maanden van 2009 vastgesteld op 404 ton productgewicht. Indien vóór 30 juni 2009 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.
- Aan de vissersvaartuigen van 221 kW of minder wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium tot eind oktober 2009 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 3.500 kg vermeerderd met 35 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.
- Aan de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW wordt in de Noordzee en het Schelde-estuarium tot eind juni 2009 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 3.500 kg vermeerderd met 11 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht. Van die toegekende hoeveelheid mag maximaal 50% voor 31 maart 2009 worden opgevist.
- In afwijking van vorig lid wordt aan de vissersvaartuigen die de passieve visserij bedrijven (N.95, O.369 en O.554) voor de periode 1 januari 2009 tot 31 oktober 2009 een hoeveelheid tong in de Noordzee per vaartuig toegekend, die gelijk is aan 4.500 kg vermeerderd met 30 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.
- Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid tong heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de tongvisserij in de Noordzee en het Schelde-estuarium stop te zetten respectievelijk tot eind juni 2009 (vaartuigen van meer dan 221 kW) of tot eind oktober 2009 (vaartuigen tot en met 221 kW of vaartuigen die de passieve visserij bedrijven, N.95, O.369 en O. 554).
- De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2010 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.
4.2. Visserijregeling voor de Golf van Gascogne (VIIIa,b)
De visserij is verboden in de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009.
4.3. Tong VIIf,g
- Het totale tongquotum in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2009 vastgesteld op 56 ton productgewicht.
Indien dit quotum vóór 31 december 2009 wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g gesloten voor die groep vissersvaartuigen.
- Het totale tongquotum in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van meer dan 221 kW is voor het jaar 2009 vastgesteld op 502 ton productgewicht.
Indien dit quotum vóór 31 december 2009 wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g gesloten voor die groep vissersvaartuigen.
- Aan de vissersvaartuigen van 221 kW of minder wordt in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g voor de periode van 1 januari 2009 tot 31 oktober 2009 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 18 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.
- Aan de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW wordt in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g voor de periode van 1 januari 2009 tot 30 juni 2009 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 10 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.
- Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid tong heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de tongvisserij in de i.c.e.s.-gebieden VIIf,g stop te zetten tot eind oktober respectievelijk eind juni 2009.
- De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2010 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.
4.4. Tong VIIh,j,k
- Aan de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW wordt in de i.c.e.s.-gebieden VIIh,j,k voor de periode van 1 januari 2009 tot 30 juni 2009 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 3 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.
- In de periode van 1 januari 2009 tot 31 december 2009 is het voor vissersvaartuigen van 221 kW of minder verboden tong aan te voeren uit de i.c.e.s.-gebieden VIIh,j,k.
- De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2010 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.
4.5. Vangstbeperkingen 2009 voor tong in andere gebieden
Tot en met 31 december 2009 worden de tongvangsten per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in de respectievelijke gebieden :
- voor vissersvaartuigen van 221 kW of minder :
- maximaal 300 kg per vaartdag in VIIa
- maximaal 360 kg per vaartdag in VIId
- voor vissersvaartuigen van meer dan 221 kW :
- maximaal 600 kg per vaartdag in VIIa
- maximaal 720 kg per vaartdag in VIId
- gebied VIIe : maximaal 60 kg per vaartdag per vaartuig
5. KABELJAUW
5.1. Vangstbeperkingen voor kabeljauw in de Noordzee
- Het totale kabeljauwquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2009 vastgesteld op 90 ton productgewicht.
Indien vóór 31 december 2009 dit kabeljauwquotum wordt uitgeput, wordt de kabeljauwvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.
- Het totale kabeljauwquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van meer dan 221 kW is voor het jaar 2009 vastgesteld op 500 ton productgewicht.
Indien vóór 31 december 2009 dit kabeljauwquotum wordt uitgeput, wordt de kabeljauwvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.
- De kabeljauwvangst van vaartuigen die volgens de officiële lijst zijn uitgerust met de boomkor wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis en wel als volgt, voor de periode van 01.01.2009 tot en met 15.04.2009
- 80 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
- 160 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.
- De kabeljauwvangst van vaartuigen die volgens de officiële lijst niet zijn uitgerust met de boomkor (planken, staande want, ...) wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis en wel als volgt:
- binnen de Noordzee (01.01.2009 tot en met 15.04.2009): 280 kg
5.2. Kabeljauw VIIb-k, VIII
- Vanaf 1 januari 2009 tot 31 oktober 2009 wordt in de i.c.e.s.-gebieden VIIb-k, VIII een maximale hoeveelheid kabeljauw toegekend op vaartuigniveau van 4 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht, waarvan maximaal 1 kg per kW mag gevangen worden in i.c.e.s.-gebied VIId.
- Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid kabeljauw heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de kabeljauwvisserij in respectievelijk de i.c.e.s.-gebieden VIIb-k, VIII en VIId stop te zetten tot eind oktober 2009.
- De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2010 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.
5.3. Kabeljauw VIIa
Voor de Ierse zee (VIIa) gelden voor alle vaartuigen van 01.01.2009 tot en met 31.12.2009 volgende beperkingen per vaartdag van die reis in betrokken gebied:
- 100 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
- 200 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.
6. SCHELVIS
De schelvisvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in de i.c.e.s.-gebieden VII, VIII per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in de betrokken gebieden en wel als volgt :
- 50 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
- 100 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW
- 200 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW, die uitgerust zijn met de planken.
7. WIJTING
De wijtingvangsten worden het gehele jaar in het gebied VIIa beperkt tot een bijvangstregeling. De totale wijtingvangst per zeereis door een vissersvaartuig mag maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 40 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd in het gebied VIIa tijdens die zeereis.
8. HEEK
De heekvangsten worden het gehele jaar in alle gebieden beperkt tot een bijvangstregeling. De totale heekvangst per zeereis door een vissersvaartuig mag maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 50 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis.
9. BOT EN SCHAR
De gecombineerde totale vangsten van schar en bot per zeereis door een vissersvaartuig worden het gehele jaar beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan 600 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen in de Noordzee en Schelde-estuarium gerealiseerd tijdens die zeereis.
10. TONGSCHAR EN WITJE
De totale vangsten van tongschar en witje van vaartuigen wordt het gehele jaar per zeereis in de Noordzee beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:
- 200 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
- 400 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.
11. MAKREEL
De makreelvangsten worden het gehele jaar beperkt tot een bijvangstregeling.
De totale makreelvangst per zeereis door een vissersvaartuig mag maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 50 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen in de Noordzee gerealiseerd tijdens die zeereis.
12. HARING
De haringvangsten worden het gehele jaar beperkt tot een bijvangstregeling. De totale haringvangst per zeereis door een vissersvaartuig mag maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 500 kg vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen in de gebieden IV, VIId gerealiseerd tijdens die zeereis.
13. MINIMUM AANVOERMATEN
Volgende minimum aanvoermaten zijn van toepassing :
- schol: 27 cm aanvoerlengte
- kabeljauw: 50 cm aanvoerlengte
- tarbot: 30 cm aanvoerlengte
- griet: 30 cm aanvoerlengte
- tongschar: 25 cm aanvoerlengte
- schar: 23 cm aanvoerlengte
- bot: 25 cm aanvoerlengte
- poon: 20 cm aanvoerlengte
- zeeduivel (geheel): 500 g aanvoergewicht
- zeeduivel (gekopt): 200 g aanvoergewicht
Het vissen, het aan boord houden en de aanvoer in communautaire havens van deze soorten beneden de respectievelijke minimummaten is verboden.
De vis moet in een staat worden aangeboden die controle van de minimummaat mogelijk maakt.
14. INRUIL VAN VAARTDAGEN
Het principe van het inruilen van vaartdagen bij overschrijding van dagplafonds, zoals dit in 2006 in de regelgeving werd ingevoerd, wordt gehandhaafd, behalve voor overschrijdingen van kabeljauw.
Ingeval van overschrijding van de vangstmogelijkheden per visreis kan de reder of zijn vertegenwoordiger kiezen voor korting in vaartdagen. In dat geval vervalt de administratieve of correctionele vervolging. Bij toepassing van het regime van inruil van dagen wordt het maximum aantal vaartdagen 2009 (240) vervangen door het hoogste cijfer van de effectief verwezenlijkte aantal vaartdagen in 2006 of 2007 of 2008, voor zover dat maximum kleiner is dan 240 dagen. Indien tijdens die jaren inruildagen werden toegekend, worden die beschouwd als effectief gevaren dagen. De dienst zal deze berekening rechtstreeks doen.
Ingeval voor een bepaalde zeereis de reder of zijn vertegenwoordiger kiest voor het inruilen van dagen, moet hij vóór het einde van die zeereis per fax het aantal inruildagen melden aan de Dienst.
Deze aanvraag is onherroepelijk.
Voor ieder visbestand wordt het overschreden vangstvolume gedeeld door de toegekende hoeveelheden per vaartdag, wat resulteert in een aantal surplusdagen. Deze surplusdagen worden gekort op de effectieve vaartdagen.
15. CONTROLEMAATREGELEN IN HET KADER VAN HET LANGETERMIJNPLAN VOOR KABELJAUW
Een aantal maatregelen zijn reeds gekend, ze betreffen de verplichting kabeljauw afzonderlijk te stockeren in het ruim; bij aanlanding van meer dan 1 ton kabeljauw minstens vier uur op voorhand een notificatie over te maken; en bij aanlanding van meer dan 2 ton gebruik te maken van aangewezen havens. Oostende, Nieuwpoort en Zeebrugge zijn nationaal aangeduid als aangewezen havens.
Nieuw is dat de ramingstolerantie van 8% enkel op kabeljauw van toepassing is en niet meer op de andere soorten. (De ramingstoleranties die in het kader van andere herstelplannen gehanteerd worden, blijven onverkort van toepassing zoals voor tong IV, VIIe en VIIIab, schol IV en heek).
Nieuw is ook de verplichting om hoeveelheden kabeljauw groter dan 300 kg vóór de verkoop of alvorens naar elders te worden vervoerd, aan boord of in de aanvoerhaven moet worden gewogen. De uitkomst van de weging wordt gebruikt voor de aanlandingsverklaring. Bij aanlanding in een buitenlandse havens van meer dan 300 kg kabeljauw kan dus mogelijks een probleem ontstaan. Verzegeling van de vangst en controle nadien op de afslag kan als alternatief controlesysteem gebuikt worden.
Transporten van hoeveelheden kabeljauw van meer dan 50 kg tussen plaats van aanlanding en plaats van verkoop gaan vergezeld van een afschrift van de aanlandingsverklaring voor de hoeveelheden kabeljauw die worden vervoerd.
Overlading van kabeljauw op zee is verboden.
16. ZEEHENGELAARS
Gedurende 2009 is het aan zeehengelaars, die vissen vanuit vaartuigen die niet beschikken over een visvergunning verboden om in totaal meer dan 20 kg kabeljauw en zeebaars, waarvan maximaal 15 kg kabeljauw, per ingescheepte persoon en per zeereis aan boord te houden, over te laden en te lossen. De vis dient in gehele staat te worden aangevoerd en mag ontdaan zijn van ingewanden.
17. VERDER WILLEN WE UW AANDACHT VESTIGEN OP VOLGENDE PUNTEN :
- Voor roggen in de westelijke wateren (i.c.e.s.-gebied VIId en VIIa-c,e-k) wordt een quotum ingevoerd. De vangsten van volgende soorten dienen in alle gebieden afzonderlijk geregistreerd te worden in het logboek: koekoeksrog-grootoogrog (vliegers) RJN; gewone rog RJC ; blonde rog RJH; gladde rog RJM; sterrog RJR; en in gebied VII, eveneens kleinoogrog, zandrog en kaardrog RJF (ontbrekende codes worden later meegedeeld).
- De toewijzing van extra vangstmogelijkheden bij hermotorisering met steun, zoals in 2008 ingevoerd, blijft onverkort van toepassing.
- Reders die wensen in te stappen in het kustvisserssegment kunnen daartoe vóór 1 maart 2009 een aanvraag richten tot de Dienst. Eventuele begunstigden zullen daartoe door de Dienst worden aangeschreven.
- De overtredingen van de verschillende quotamaatregelen kunnen leiden tot het intrekken van de visvergunning voor een opeenvolgende periode van minstens vijf dagen.
- Per kalenderdag mogen uit meerdere Ices-gebieden quotasoorten worden aangevoerd, voor zover in deze gebieden nog een overeenkomstig quotum beschikbaar is en voor zover voor elk van deze soorten aan de hoogste vangstbeperkingen voor deze kalenderdag voldaan is.
- De hoeveelheden quotasoorten die aan een vissersvaartuig worden toegewezen, zijn niet overdraagbaar naar een ander vissersvaartuig.
- Aan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot die enkel binnengaats mogen vissen, worden geen hoeveelheden quotasoorten in de Noordzee en Schelde-estuarium toegekend.
Met uitzondering van de vissersvaartuigen van de Scheldevloot, die de toelating hebben om in het Schelde-estuarium te vissen, mogen er geen quotasoorten gevist worden op de Westerschelde binnengaats.
- Iedere reder dient zelf de stand van de vangsten van tong, schol en kabeljauw van zijn vaartuig bij te houden. De Dienst Zeevisserij zal in 2009 geen tussenstanden meedelen.
- Iedere reder zal zelf de vaartdagen van zijn schip bijhouden.
Er wordt aan herinnerd dat alle gegevens in het logboek en in de aangifte van aanvoer leesbaar en onuitwisbaar moeten worden ingevuld. Opgetekende gegevens mogen niet gewijzigd worden en in geval van vergissing worden de verkeerde gegevens doorstreept en vervolgens in de juiste vorm genoteerd en voorzien van de paraaf van de kapitein of zijn gemachtigde.
Meer informatie:
|