ga naar de navigatie ga naar de inhoud

Opgelet!Schijnbaar begrijpt uw browser geen Cascading Style Sheets of u hebt e ondersteuning voor CSS uitgeschakeld. Dat is niet erg, maar besef dat u momenteel een andere lay-out ziet dan de ontwerpers van deze site bedacht hebben.

Vlaamse overheid - www.vlaanderen.be/landbouw
 

OPROEP DEMONSTRATIEPROJECTEN DUURZAME LANDBOUW 2012

Het Departement Landbouw en Visserij doet in het kader van het Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling een oproep voor het indienen van demonstratieprojecten rond de thema’s geïntegreerde gewasbescherming, antibioticagebruik in de veehouderij en het houden van intacte beren en immunocastraten. Deze oproep richt zich uitsluitend naar organisaties en instellingen zonder commerciële doeleinden. Om demonstratieprojecten uit te voeren dient een vereniging erkend te zijn als Centrum voor sensibilisering van meer duurzame landbouw.

Over de demonstratieprojecten

Het doel van demonstratieprojecten is landbouwers en tuinders bewust te maken van nieuwe mogelijkheden op het vlak van duurzame praktijken en technieken en ze door demonstraties in de praktijk ingang te doen vinden op onze Vlaamse bedrijven. In de demonstratieprojecten wordt vooral het sensibiliseren van landbouwers en tuinders beoogd: er wordt veel belang gehecht aan het doen toepassen van de nieuwe inzichten uit de projecten bij de landbouwers en de tuinders zelf. Daartoe kan het werken met voorbeeldbedrijven of met groepen die samenkomen op praktijkbedrijven een belangrijke hefboom zijn. In het kader van het zo goed mogelijk bereiken van het doelpubliek is samenwerking tussen partners ten zeerste aanbevolen.

De relevantie van het onderwerp van het ingediende demonstratieproject als bijdrage tot meer duurzame landbouw dient reeds door wetenschappelijk onderzoek of meetbare praktijkervaring te zijn aangetoond en dient gedocumenteerd te worden in de aanvraag. De acties in de projectaanvraag moeten met realiteitszin betreffende uitvoerbaarheid zijn opgevat. Samenwerking tussen enerzijds partners georiënteerd op communicatie met landbouwers en tuinders, en die bekwaam zijn tot het begeleiden van voortrekkers en anderzijds technisch-wetenschappelijke experts die de technieken kunnen verantwoorden, wordt aanbevolen.

Het sensibiliseringseffect naar de doelgroep zal nagegaan worden aan de hand van het plan van aanpak, de frequentie van de demonstratieactiviteiten en het materiaalgebruik. De communicatieactiviteiten dienen gedetailleerd toegelicht te worden in de projectaanvraag. Een aantal realistische prestatie-indicatoren dient eveneens aangeduid te worden. Enkel effectief uitvoerbare activiteiten mogen worden opgenomen in het activiteitenprogramma. Activiteiten waarvoor nog onzekerheden blijven of toelatingen nodig zijn, worden bij voorkeur geweerd.

Thema’s oproep 2012

De projecten moeten kaderen in één van de volgende thema’s.

Thema 1: Toepasbaarheid van IPM in de praktijk

IPM (Integrated Pest Management) staat voor de toepassing van geïntegreerde gewasbeschermingsmethodes. Europese regelgeving verplicht de land- en tuinbouwers ertoe om vanaf 1 januari 2014 de principes van geïntegreerde bestrijding toe te passen in alle sectoren. De doelstelling van de demonstratieprojecten is om de land- en tuinbouwers zo goed mogelijk te ondersteunen om geïntegreerde gewasbescherming toe te passen op een manier die voor hen geschikt en haalbaar is. In de projecten moet het economische aspect van de toepassing van IPM (opbrengst, kosten, schade,…) aan bod komen.

Via de projecten worden diverse aspecten van geïntegreerde gewasbescherming gedemonstreerd. Hierna een aantal voorbeelden. Alternatieve bestrijdingsmethoden kunnen verder ingang vinden op de bedrijven via demonstratie. Zo zijn van vele gewassen de natuurlijke vijanden nog onvoldoende gekend in de praktijk. Ook een aangepast gebruik van gewasbeschermingsmiddelen waarbij nuttigen gespaard blijven, verdient demonstratie. Verder kunnen diverse teelttechnische aspecten in de projecten aan bod komen. De land- en tuinbouwer kan nog heel wat leren over het toepassen van een correcte rotatie om zo de ziekte- en plaagdruk onder controle te houden. Voor glasteelten speelt de klimaatsturing een belangrijke rol in het voorkomen van ziektes. Demonstratie van het nut en de effecten van waarnemings- en waarschuwingssystemen behoort eveneens tot de mogelijkheden.

Thema 2: Antibioticagebruik in de veehouderij

Het antibioticagebruik bij mens en dier komt de laatste jaren meer en meer onder de aandacht. Het veelvuldig en incorrect gebruik van antibiotica werkt immers resistentie bij de bacteriën in de hand met alle gevolgen van dien. De intensieve veehouderij wordt hierbij vaak met de vinger gewezen. Er is een toenemende maatschappelijke en politieke bewustwording dat de veehouderij mede verantwoordelijk is voor het ontstaan van resistente ziektekiemen en het in gevaar brengen van de volksgezondheid.

Om ervoor te zorgen dat we in de toekomst een wapen blijven behouden in de strijd tegen bacteriën moeten we zowel in de humane als de veterinaire geneeskunde maatregelen treffen. Algemeen wordt aangenomen dat de vermindering van antibioticagebruik en het verantwoord inzetten van antibiotica de resistentieontwikkeling kunnen tegengaan. Vermindering van het antibioticumgebruik kan door minder in groep te behandelen en meer aandacht te hebben voor bioveiligheid, vaccinatie,… Verantwoord antibioticumgebruik betekent dat antibiotica alleen ingezet worden als daarvoor noodzaak is na diagnosestelling door een dierenarts, dat voorzichtig omgesprongen wordt met breedspectrum antibiotica en dat erg potente middelen alleen als laatste redmiddel ingezet worden.

Projecten binnen dit thema dienen de veehouder in te lichten over de goede praktijken in de bestrijding van dierenziekten en het gebruik van antibiotica en tonen de mogelijkheden om met een beperkt en verantwoord antibioticagebruik te komen tot normale technische en economische resultaten.

Thema 3: Houden van intacte beren en immunocastraten

In december 2010 werd de ‘Europese Verklaring over alternatieven voor chirurgische castratie van varkens’ ondertekend, waarin de belanghebbenden zich engageren om uiterlijk op 1 januari 2018 niet langer chirurgisch te castreren. Op dat ogenblik zullen zeugenhouders dienen over te schakelen naar het houden van intacte beren of immunogecastreerde beren. Hoewel al een aantal bedrijven in overleg met hun afnemer en met succes overgegaan zijn tot het houden van beren, zijn er nog steeds onzekerheden over de optimale huisvestings- en managementpraktijken. Hierbij denken we aan gescheiden versus gemengde opfok (binnen hokken en binnen afdelingen), het al dan niet bijeenhouden van toomgenoten, voederstrategieën en -samenstelling, verhouding voederplaatsen-dieren, lichtregimes, afleidingsmateriaal, schuilmogelijkheden, manieren om de puberteit uit te stellen, gedragsindicaties in functie van optimaal vaccinatietijdstip, afleverstrategieën, optimale gewichtstrajecten en -opvolging enzovoort.

Het demoproject binnen dit thema dient de varkenshouder in te lichten over de goede praktijken om intacte en immunogecastreerde beren optimaal te houden en te leveren.

Praktische informatie

De aanvraag van het demonstratieproject gebeurt via de aanvraagformulieren die terug te vinden zijn op de website www.vlaanderen.be/landbouw onder ‘Vorming’ – ‘Demonstratieprojecten’ – ‘Oproep 2012’. De projectaanvragen dienen aangetekend verstuurd te worden in twee losbladige exemplaren en 1 digitaal exemplaar en dit ten laatste op vrijdag 5 oktober 2012 ( = postdatum 5 oktober 2012) naar:

Vlaamse overheid

Departement Landbouw en Visserij

Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling

t.a.v. J. Verstrynge, afdelingshoofd

Ellipsgebouw

Koning Albert II-laan 35 bus 40

1030 Brussel

Er dient een digitaal exemplaar ge-e-maild te worden aan els.lapage@lv.vlaanderen.be en carine.gilot@lv.vlaanderen.be.

Projectaanvragen van niet erkende centra worden aanvaard onder voorbehoud dat de erkenningsaanvraag wordt ingediend ten laatste op de uiterste datum van indienen van de projectaanvraag.

Na jurering en toewijzing kan de jury verfijning van het project vragen.

Een projectgroep zal het project mee begeleiden en helpen uitdragen. Het is aangewezen in een projectgroep samen te werken met zo veel mogelijk actoren die op het vlak van het betreffende thema en voor de te demonstreren techniek in Vlaanderen actief zijn, zowel in het wetenschappelijk onderzoek of het praktijkonderzoek, als in de groeps- of individuele voorlichting of ook in de toeleveringssector. Deze projectgroep zal mee de nieuwe duurzame techniek uitdragen in Vlaanderen. Een voorstel van samenstelling van de projectgroep wordt toegevoegd aan de projectaanvraag en wordt mee geëvalueerd. De keuze van de definitieve projectgroep gebeurt na selectie van het project in overleg met de administratie.

Samenwerking met toeleveranciers als partner die de inhoud van het demonstratieproject blijvend willen uitdragen, is een mogelijkheid die evenwel gedetailleerd dient omschreven te worden. Er moet op gelet worden dat er geen vermenging is met commerciële belangen.

De begroting voor het demonstratieproject dient opgemaakt te worden op basis van de geschatte reële kosten. Na afloop van het project zijn deze kosten te bewijzen. De tussenkomst van de overheid is beperkt tot maximaal 100.000 euro aan bewijsbare kosten per project indien het project door meerdere partners wordt uitgevoerd (maximaal 75.000 indien slechts één uitvoerder). De projecten worden betoelaagd ten belope van maximaal 100% van de totale projectkosten, met uitzondering van de overheadkosten die niet worden gesubsidieerd.

De duur van de uitvoeringsperiode van de demonstratieprojecten is maximaal twee jaar en kan ingaan ten vroegste op 1 januari 2013 en ten laatste op 1 juli 2013. De projecten kunnen lopen uiterlijk tot 30 juni 2015.

Een jury samengesteld uit ambtenaren van de Vlaamse overheid, eventueel aangevuld met externen, zal de tijdig ingediende demonstratieprojecten beoordelen op hun inhoudelijke waarde en op hun sensibiliserend effect voor de land- en tuinbouwers.

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.

Contact

Els Lapage | Tel. 02 552 79 07 | Fax 02 552 78 71

els.lapage@lv.vlaanderen.be

 

Pagina afdrukkenTip een collega over deze pagina
Gepubliceerd op 31 juli 2012. Laatst gewijzigd op 7 september 2012