Beredeneerd beregenen van openluchtgroenten en aardappelen

Korte samenvatting

Jaarlijks valt er in België gemiddeld 800 mm neerslag, maar deze hoeveelheid is steeds minder gelijk verdeeld over het jaar. Er wordt voorspeld dat er langere periodes met eenzelfde weerbeeld zullen voorkomen: langere periodes van regen maar ook langere periodes met droogte of een neerslagtekort.  Beregenen van openluchtgroenten en aardappelen wordt steeds meer een noodzaak. Om landbouwers te ondersteunen zal via dit project advies gegeven worden over verschillende irrigatietechnieken, waterkwaliteit, wateropslag, waterbeschikbaarheid en de afweging kostprijs-rendement.

Het beredeneerd beregenen van openluchtgroenten beperkt de verliezen en zorgt voor een betere gewas- of vruchtkwaliteit. Maar efficiënt beregenen van openluchtgroenten en aardappelen vergt veel kennis. Telers zijn dikwijls onzeker over het tijdstip en de hoeveelheid water die ze moeten geven en welke techniek het meest rendabel is voor hun teelt. Bovendien hebben ze ook niet altijd een goed zicht op de kosten die gepaard gaan met irrigatie (investeringskosten, energie- en waterkosten, arbeid ...).

Gedetailleerde toelichting

Het klimaatrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) voorspelt dat in Vlaanderen steeds vaker overstromingen, droogtes en neerslagtekorten zullen voorkomen. Zeker na de laatste voorjaarsdroogte in 2017, zijn we wakker geschud om in te zetten op een beredeneerde beregening. Teelten als bloemkool, spinazie, courgette, prei, bonen en aardappelen hebben een grote waterbehoefte en hebben voordeel bij een aangepaste irrigatiesturing. Het positieve effect is een betere gewas- en vruchtkwaliteit en schadebeperking in lange droge periodes.

Het project omvat vijf doelstellingen om aan de noden van de sector tegemoet te komen. Het demonstreren van gangbare irrigatietechnieken is de hoofddoelstelling. Praktijkbedrijven waar bloemkool, spinazie, courgette, prei, bonen en aardappelen geteeld worden, zullen worden opgevolgd. Op deze bedrijven worden gegevens verzameld zoals de aankoopprijs, energie- en waterverbruik, arbeid en opbrengst. Het is belangrijk dat gangbare technieken zoals beregeningshaspel met kanon, beregeningshaspel met sproeiboom, druppelirrigatie en aalton aan bod komen. Inagro werkt voor het project op groenten in West-Vlaanderen, het Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen (PCG) op groenten in Oost-Vlaanderen, het Interprovinciaal Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA) op aardappelen in Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen, en Bodemkundige Dienst van België (BDB) op groenten en aardappelen in Antwerpen en Limburg. Zo is heel Vlaanderen betrokken. De gegevens van de praktijkbedrijven zullen vergeleken worden met die van bedrijven die niet de mogelijkheid hebben om te beregenen. Hiermee kan de meerwaarde van een efficiënte beregening worden aangetoond ten opzichte van de kostprijs (kosten-baten analyse). De keuze van de meest geschikte beregeningstechniek alleen is niet voldoende, ook een correcte afstelling is nodig voor een homogeen beregeningsbeeld.

BDB en Inagro hebben beiden een beregeningsmodel beschikbaar dat bruikbaar is bij de opvolging van de praktijkbedrijven. Het beregeningsmodel bepaalt op welk moment en met welke hoeveelheid water beregend moet worden om droogtestress te vermijden. Omdat een beregeningsmodel nog onvoldoende bekend is en gebruikt wordt, is het de bedoeling dit te demonstreren en de meerwaarde ervan aan te tonen (doelstelling 2). BDB simuleert de vochtdynamiek in de wortelzone samen met de weersgegevens. Praktisch betekent dit dat een pF-curve opgesteld wordt aan de hand van genomen bodemstalen. Deze curve geeft informatie over hoe sterk de bodem het vocht vasthoudt in functie van het vochtgehalte. Deze staalnames zijn nodig om er de bodemwaterbalans aan te kunnen koppelen. Samen met de weersvoorspellingen kan droogtestress tien dagen op voorhand voorspeld worden. Het beregeningsmodel van Inagro is gebaseerd op verdamping. Landbouwers kunnen ook gebruik maken van tensiometers om de waterbeschikbaarheid in de bodem na te gaan.

De demonstraties van de technieken en beregeningsmodellen leveren waardevolle informatie op die in praktijkfiches zal worden gebundeld. Dit is een objectief en handig hulpmiddel voor landbouwers wanneer ze bij het beregenen van hun gewassen keuzes moeten maken (doelstelling 3).

De beschikbaarheid van voldoende water met een geschikte kwaliteit is een voorwaarde voor het beregenen van gewassen. De aandacht voor geschikt water verlaagt echter wanneer de waterbeschikbaarheid in het gedrang komt. Dit thema komt aan bod tijdens studiemomenten waar landbouwers geïnformeerd worden over de waterkwaliteit, wateropslag, mogelijke waterbronnen en waterbeschikbaarheid (doelstelling 4). In het kader van de waterkwaliteit zal een studiereis naar Zeeland georganiseerd worden, aangezien daar vaker waterbronnen aangesproken worden die in Vlaanderen nog niet vaak gebruikt zijn, bijvoorbeeld dieptedrainage en brak water.

Tijdens dit project is het van belang zo veel mogelijk informatie te verzamelen, te bundelen en maximaal te verspreiden binnen de sector. De opstelling van praktijkfiches, maar ook artikels in de landbouwpers, opleidingsdagen, demonstratiemomenten op praktijkbedrijven voor de specifieke teelt, studieavonden en begeleiding dragen bij aan de vijfde en laatste doelstelling van het project.   

Water is een belangrijke productiefactor voor de landbouwsector. Landbouwers geven aan dat het niet eenvoudig is om een goede beregeningstechniek op hun bedrijf toe te passen. Ze zijn onvoldoende op de hoogte van de rendabiliteit en de voor- en nadelen van een bepaalde techniek. Met dit project willen we tegemoetkomen aan deze nood bij Vlaamse groente- en aardappeltelers, het voornaamste doelpubliek van dit project. Voorlichters en toeleveringsbedrijven van beregeningsmateriaal kunnen de doelgroep verruimen. Het project richt zich ook tot landbouworganisaties, (regionale) overheden, voorlichters, toeleveranciers ... Ze stellen ons in staat het draagvlak en de demonstratiewaarde van dit project te verhogen. 

Duurtijd en partners

Dit project loopt van 1 februari 2018 tot 31 januari 2020 en wordt uitgevoerd door volgende projectpartners: Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen vzw (PCG), Inagro, Bodemkundige Dienst van België (BDB) en Interprovinciaal Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA).

Meer info?

Greet Tavernier | greet@pcgroenteteelt.be

Website: www.pcgroenteteelt.be