Alternatieve waterbronnen glastuinbouw

Op deze pagina:

De kwaliteit van het irrigatie- of aanmaakwater en van het drainwater vraagt speciale aandacht, in het bijzonder bij hergebruik. In de glastuinbouw is regenwater de waterbron bij uitstek. Regenwater kan gemakkelijk in grote hoeveelheden opgevangen worden dankzij de grote glasoppervlaktes. Bij een tekort wordt aangevuld met andere waterbronnen. Omdat het steeds moeilijker wordt om een vergunning te krijgen voor het oppompen van diep grondwater, staat het gebruik van alternatieve waterbronnen voorop.

Welke alternatieve waterbronnen kan ik gebruiken voor het aanmaakwater in de substraatteelt onder glas?

Regenwater

Regenwater is door de zeer lage elektrische geleidbaarheid (EC) het meest geschikte aanmaakwater voor de glastuinbouw en in het bijzonder voor gesloten teeltsystemen op substraat. Daardoor is de ophoping van ballastzouten bij hergebruik van drainwater geringer dan bij het gebruik van grondwater. Regenwater laat ook een grotere marge toe om meststoffen aan het water toe te voegen, zonder dat de geleidbaarheid van het aanmaakwater te hoog oploopt.

Opgevangen regenwater bevat vaak zink, afkomstig van het gegalvaniseerde serredek. De pH van regenwater bedraagt meestal ongeveer 7. Kenmerkend is het laag bicarbonaatgehalte, minder dan 0,5 mmol/l. Regenwater is dus water met weinig buffer voor zuur. Om het bicarbonaatgehalte te verhogen en voor een vlotte zuurregeling wordt regenwater vaak gemengd met boorputwater of leidingwater.

In Vlaanderen valt jaarlijks ongeveer 780 liter neerslag per m². In de praktijk zijn er echter grote verschillen in regenval tussen de jaren en kan niet alle regenwater opgeslagen worden. Bijgevolg is het in de meeste gevallen toch nog nodig beroep te doen op een andere waterbron dan regenwater, bijvoorbeeld grondwater.

 

Boorputwater (grondwater)

Niet alle boorputwater is geschikt als aanmaakwater voor de substraatteelt. Ondiepe boorputten (minder dan 20 m diep) geven vaak een te hoog ijzergehalte. Diepe boorputten bevatten dikwijls een te hoge concentratie van keukenzout (natriumchloride) en boor. In bepaalde regio’s zoals Zuid-Limburg bevat het putwater veel kalk.

Bij een tekort aan regenwater wordt meestal overgeschakeld op ondiep grondwater.

Openputwater

Water afkomstig van een open put is vaak een mengsel van regenwater, water dat vanuit de omliggende bodemlagen in de open put infiltreert en boorputwater dat bijgepompt wordt tijdens droge perioden. De samenstelling van openputwater kan in de loop van het seizoen wijzigen. In de zomer, als het weinig regent en het waterverbruik groot is, bestaat openputwater voor het grootste deel uit water aanwezig in de bovenste bodemlagen, al dan niet gemengd met boorputwater. Afhankelijk van de samenstelling van de bodem en het eventueel toegevoegde boorputwater kan het water zouten of opgelost ijzer bevatten die het minder geschikt maken voor bepaalde teelten.

Er is in Vlaanderen vrij veel openputwater dat het hele jaar door een zeer goede kwaliteit heeft. Regelmatige controle van de elektrische geleidbaarheid (EC) laat toe de kwaliteit van het water in de loop van het seizoen op te volgen.

Leidingwater

Leidingwater is vrij duur en niet steeds geschikt voor hergebruik. In bepaalde regio’s is het te rijk aan natrium en chloride, zoals in West- en Oost-Vlaanderen, of te rijk aan kalk zoals in Zuid-Limburg. Bij hergebruik van kalkrijk water accumuleert calcium in het drainwater, met als gevolg dat er na korte tijd geen calciumnitraat meer nodig is in het voedingsschema. Bij verdere accumulatie loopt de verhouding van calcium tot andere ionen te ver uit balans, wat de opname van deze elementen verstoort.

Aan welke kwaliteit moet het aanmaakwater voldoen bij hergebruik van drainwater?

Omdat bepaalde elementen accumuleren, zijn de eisen voor het aanmaakwater strenger bij hergebruik van drainwater dan bij niet-hergebruik. De herkomst van het water is bepalend voor de kwaliteit. Regenwater is ideaal als aanmaakwater. Bij een tekort wordt aangevuld met andere waterbronnen zoals grondwater.

Om de kwaliteit van het aanmaakwater na te gaan wordt regelmatig een standaard wateranalyse uitgevoerd waarbij behalve de zuurtegraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EC), ook de hoofd- en spoorelementen geanalyseerd worden.

Een overzicht van de algemene richtwaarden voor de waterkwaliteit van het aanmaakwater bij hergebruik van drainwater is weergegeven in onderstaande tabel. Een vergelijking van de ontledingsuitslag van het aanmaakwater met deze waarden laat toe de geschiktheid van het water voor een substraatteelt te beoordelen. Voor specifieke teelten is het mogelijk dat de normen voor waterkwaliteit nog strenger zijn.

 

Richtwaarden waterkwaliteit aanmaakwater bij hergebruik drainwater voor pH en EC
Parameter Richtwaarde
 pH

> 5,0

 EC bij 25 °C < 0,55 mS/cm

 

 

Richtwaarden waterkwaliteit aanmaakwater bij hergebruik drainwater per chemisch element
Element Concentratie Concentratie in mg/l
Kalium (K+)  < 2,0 mmol/l  < 78
 Magnesium (Mg++)  < 0,5 mmol/l  < 12
 Calcium (Ca++)  < 2,0 mmol/l  < 80
 Natrium (Na+)  < 0,5 mmol/l  < 11
 Ammonium-N (NH4-N+)  < 0,5 mmol/l  < 7
 Silicium (Si)  < 0,4 mmol/l  < 11
 Nitraat-N (NO3-N-)  < 0,5 mmol/l  < 7
 Fosfor (P-)  < 0,5 mmol/l  < 15
 Chloriden (Cl-)  < 0,5 mmol/l  < 18
 Sulfaten (SO4--)  < 0,5 mmol/l  < 48
 Bicarbonaten (HCO3-)  < 4,0 mmol/l  < 244
 IJzer (Fe++)  < 11 µmol/l  < 0,6
 Mangaan (Mn++)  < 10 µmol/l  < 0,5
 Koper (Cu++)  < 1 µmol/l  < 0,063
 Zink (Zn++)  < 5 µmol/l  < 0,3
 Boor (B)  < 25 µmol/l  < 0,3
 Molybdeen (Mo)  < 0,5 µmol/l  < 0,05

Meer informatie over de voorwaarden waaraan de watersamenstelling moet voldoen vindt u in de brochure Recirculatie van water in de glastuinbouw (2006).

 

Hoe kan ik regenwater opslaan?

Voor de opslag van regenwater worden watersilo’s of foliebassins gebruikt. De wateropslag bevindt zich meestal deels in de grond en deels boven de grond. Er bestaan ook systemen waarbij water onder de serre of andere gebouwen wordt opgeslagen. Watersilo’s zijn plaatstalen silo’s met een kunststoffolie in. Foliebassins zijn uitgegraven vijvers die voorzien zijn van een kunststoffolie. Een watersilo neemt minder plaats in dan een foliebassin, maar is over het algemeen duurder. Enkel bij kleine types (kleiner dan 500 m³) is de kostprijs vergelijkbaar met die van een foliebassin. Een watersilo kan gemakkelijk afgedekt worden om algengroei tegen te gaan. Bij foliebassins is het veel moeilijker om het water af te schermen van licht en kunnen algenproblemen ontstaan.

 

Welke opvangcapaciteit voor regenwater moet ik voorzien?

In de glastuinbouw is de oppervlakte van het serredek gelijk aan de teeltoppervlakte. Al het regenwater dat boven de teeltoppervlakte valt, kan in principe opgevangen worden. Water is een kostbaar goed en het is zaak het zo veel mogelijk op te slaan. Om economische redenen is het echter meestal niet verantwoord om alle regenwater op te vangen. De extra regenwaterbenutting weegt vanaf een bepaalde opslaggrootte niet meer op tegen de extra kosten voor opslag. Niettemin kan zelfs bij relatief kleine foliebassins of watersilo’s een grote hoeveelheid regenwater op een glastuinbouwbedrijf benut worden.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gemiddelde benutting van regenwater voor een tomatenteelt van 1 ha onder Nederlands klimaat. Deze cijfers zijn ook bruikbaar voor Vlaanderen omdat de weersomstandigheden weinig of niet verschillen. Zelfs bij een wateropslag van 500 m³ per ha is het mogelijk meer dan de helft van het regenwater op te slaan, omdat de regen verspreid over het jaar valt en er ook een continu verbruik van water is. Voor een grote wateropslag wordt bijna altijd geopteerd voor een foliebassin. Daarom staan in de tabel geen gegevens vermeld voor watersilo’s groter dan 2.000 m³. Waterbassins groter dan 4.000 m³ per ha teelt hebben in de praktijk eigenlijk geen zin omdat de regenval in Vlaanderen beperkt is tot 780 l/m²/jaar en het regenwater met een bassin van 4.000 m³ per ha teelt bijna volledig opgevangen wordt.

 

Regenwaterbenutting, grondoppervlakte en opvang per jaar voor watersilo’s of foliebassins met verschillende inhoud voor 1 ha tomaat
Inhoud regenopvang (m³) (1)

Benutting (%) (2)

Grondoppervlak (m²)
Watersilo
Grondoppervlak (m²)
Foliebassin
Opvang per jaar (m³)
 500  60  225  500  4.600
 1.000  70  450  850  5.400
 1.500  75  675  1.100  5.800
 2.000  80  900  1.350  6.200
 2.500  83  (3)  1.850  6.400
 3.000  86  (3)   2.000  6.700
 4.000  95  (3)  2.500  7.400

(1) netto of effectief bruikbaar volume
(2) t.o.v. theoretisch maximaal mogelijke regenwateropvang van 7.800 m³
(3) geen gegevens

Bron: Kwantitatieve Informatie voor de Glastuinbouw 2003-2004

Meer info

Marleen Mertens
Tel. 09 276 28 47
e-mail: marleen.mertens@lv.vlaanderen.be