Concrete afspraken met betrekking tot de tijdstippen, leeftijden en weersomstandigheden wanneer biologisch pluimvee verplicht buiten moet.

Na overleg met zowel de beroepsverenigingen als de controleorganen, zijn volgende afspraken van toepassing voor Vlaanderen:

  • Legkippen moeten vanaf 14 dagen na aankomst in de legstal toegang krijgen tot de uitloop en dit dagelijks vanaf 11 uur in de voormiddag tot zonsondergang en dit tot ze het bedrijf verlaten.
  • Opfokpoeljen moeten naar de buitenloop kunnen vanaf de leeftijd van 9 weken en dit vanaf  11 uur in de voormiddag tot zonsondergang.
  • Vleeskippen moeten naar de buitenloop kunnen vanaf de leeftijd van 6 weken en dit vanaf  11 uur in de voormiddag tot zonsondergang.

Wat met de weersomstandigheden?

  • Vriesweer (Temperatuur kleiner of gelijk aan 0°C) wordt niet aanzien als een reden om de toegang tot de buitenloop af te sluiten.
  • Wanneer de uitloop met sneeuw bedekt is of het oppervlak van de uitloop met water verzadigd is, mogen de luiken dicht.

Als de pluimveehouder van oordeel is dat de weersomstandigheden het niet toelaten om de dieren buiten te laten, wordt dit tijdig (= voor het sluiten van de luiken) en dagelijks genoteerd in het veeboek.

Achtergrond: de wetgevende teksten

Verordening 834/2007

“Artikel 14

Voorschriften voor de veehouderij

iii) de dieren hebben permanent toegang tot uitloop in de open lucht, bij voorkeur weidegrond, wanneer de weersomstandigheden en de staat van de grond dit mogelijk maken, tenzij beperkingen en verplichtingen in verband met de bescherming van de volksgezondheid en de diergezondheid worden opgelegd op grond van communautaire regelgeving”;

aangevuld door verordening 889/2008:

“(11) In de meeste gevallen moeten de biologisch gehouden dieren, zodra de weersomstandigheden dit toelaten, toegang hebben tot een plaats waar zij in de open lucht kunnen grazen en deze openluchtruimten moeten in beginsel worden beheerd volgens een adequaat rotatieschema”.

  “Artikel 12

Specifieke huisvestingsvoorschriften en dierhouderijpraktijken voor pluimvee

d) zij moeten voorzien zijn van openingen om naar binnen of naar buiten te gaan die aangepast zijn aan de omvang van de dieren en die samen een totale lengte hebben van ten minste 4 meter per 100 m² voor de dieren beschikbare ruimte;

g) de pluimveestallen moeten zo zijn ontworpen dat alle dieren gemakkelijk toegang hebben tot de openluchtruimte”.

“Artikel 14

Toegang tot openluchtruimten

1. De openluchtruimten mogen gedeeltelijk zijn afgedekt.

5. Pluimvee moet gedurende ten minste één derde van zijn leven toegang hebben tot een openluchtruimte.

6. De openluchtruimten voor pluimvee moeten voor het grootste deel begroeid zijn, schuilmogelijkheden bieden en de dieren gemakkelijk toegang geven tot voldoende drink- en voederbakken”.

Verdere info:

Vanessa De Raedt

Tel. +32 (0) 2 552 78 86

vanessa.deraedt@lv.vlaanderen.be