Omschakeling naar biologische melkproductie

Op deze pagina

1 Situering

In de Europese regelgeving zijn ondermeer regels vastgelegd voor de dierlijke productie en de omschakelingsperiode (van gangbaar naar bio). Wat de omschakelingstermijn betreft geldt in het bijzonder artikel 38 van Verordening 889/2008 (zie Wetgeving). De regels inzake omschakelingstermijn bij dieren zijn echter niet altijd even duidelijk of niet voor alle situaties voorzien, zodat er in de praktijk vragen rezen over de toepassing van de omschakelingstermijn. De omschakelingstermijn is duidelijk voor de gelijktijdige omschakeling van de gehele productie-eenheid (gelijktijdige start van de omschakelingsperiode van de plantaardige productie en de dierlijke productie conform art. 38.2). De totale gecombineerde omschakelingsperiode voor dieren en hun jongen die reeds op het bedrijf aanwezig zijn, weidegronden en/of voor diervoeders gebruikte grond bedraagt dan 24 maanden.  Maar vragen rijzen echter bij een gefaseerde omschakeling (wanneer gestart wordt met het omschakelen van de plantaardige productie, en pas later gestart wordt met de omschakeling van de dierlijke productie).

2 Omschakeling melkvee in Vlaanderen: biomelk

2.1 Gelijktijdige omschakeling

Plantaardige en dierlijke productie van de gehele productie-eenheid worden gelijktijdig omgeschakeld: de plantaardige en dierlijke productie doorlopen een omschakelingsperiode van 24 maanden zoals voorzien in artikel 38.2 van Verordening 889/2008. De landbouwer kan steeds voor deze gelijktijdige omschakeling (blijven) kiezen.

2.2 Gefaseerde omschakeling

Gefaseerde omschakeling naar een biologische melkveehouderij wil zeggen dat de landbouwer start met de omschakeling van de plantaardige voederproductie en ten vroegste 12 maanden later start met deze van het melkvee (een gunstig moment lijkt vanaf 1 april / 1 mei gezien weidebeheer/perceelsaangifte).  Mits ondermeer voldaan wordt aan een aantal voorwaarden inzake het veevoeder, kan de melk van de dieren die reeds aanwezig waren op het bedrijf na een omschakelingstermijn van 6 maanden als biologische melk op de markt gebracht worden.  De dieren zelf zijn op dat moment nog niet omgeschakeld en doorlopen een aparte omschakelingstermijn.

Voorwaarden voor het veevoeder:

Gefaseerde omschakeling van melkvee kan indien minstens een jaar vóór de start van de omschakeling van de dierlijke productie gestart werd met de omschakeling van de plantaardige voederproductie.

Eens de plantaardige voederproductie haar eerste jaar van omschakeling doorlopen heeft, kan worden gestart met de omschakeling van de dierlijke productie.

Vanaf de start van de omschakeling van de dieren wordt volgend voeder gegeven:

  • maximaal 100% omschakelingsvoeder (C2 = oogst uit tweede omschakelingsjaar) van het eigen bedrijf (maximaal 30% indien niet afkomstig van het eigen bedrijf);
  • maximaal 20%: begrazing of oogst van blijvend grasland, van blijvende voedergewassen of van eiwithoudende gewassen die tijdens het eerste omschakelingsjaar (van de plantaardige productie) zijn ingezaaid en op voorwaarde dat deze percelen van het eigen bedrijf zijn en tijdens de laatste vijf jaar geen deel hebben uitgemaakt van een biologische productie-eenheid van dat bedrijf;
  • biologisch voeder.

Er wordt in geen geval nog gangbaar voeder gevoederd (ook geen eigen overschotten) en ook geen voeder van het eerste jaar in omschakeling met uitzondering van maximaal 20% begrazing of oogst van blijvende voedergewassen of eiwithoudende gewassen die tijdens het eerste omschakelingsjaar (van de plantaardige productie) zijn ingezaaid.  Zo kan bijvoorbeeld geen maïs gevoederd worden dat geoogst werd in het eerste omschakelingsjaar.

Rekening houdend met de weidegang en de perceelsaangifte, is 1 april of 1 mei een gunstig moment  om te starten met de omschakeling van de dieren. De omschakeling kan echter op ieder moment starten.  De omschakeling van de dierlijke productie kan wel ten vroegste starten 12 maanden na de start van de omschakeling van de plantaardige voederproductie.

Wat met de omschakelingstermijn van de dieren zelf?

Een kalf dat tijdens de omschakelingstermijn van 6 maanden is geboren, is op dat moment nog geen biologisch kalf. Dit kalf zal pas biologisch zijn vanaf de leeftijd van 12 maanden. Een kalf dat geboren is na de omschakelingstermijn van 6 maanden is wel onmiddellijk van bij de geboorte een biologisch kalf.

De introductie van niet-biokalveren of niet-bio (gedekte) vaarzen die nog niet geworpen hebben op een bedrijf in omschakeling is onder voorwaarden mogelijk. De algemene regel is dat het geïntroduceerde dier, afhankelijk van de leeftijd, zijn/haar eigen omschakelingstermijn zal hebben.  De verordening eist dat het dier in elk geval 12 maanden en minstens driekwart van het leven onder biologische omstandigheden moet leven alvorens het dier zelf bio wordt (dit staat los van het moment wanneer er biologische melk kan geproduceerd worden).

Schematisch: gefaseerde omschakeling: melk

Voorbeeld startmoment omschakeling dierlijke productie 1 mei jaar N+1 (de dierlijke productie kan starten vanaf 1 april jaar N+1 of later)

Tabel

Voorbeeld startmoment omschakeling dierlijke productie 1 augustus jaar N+1

Tabel

Schematisch: gefaseerde omschakeling: melk en dieren

introductie na de omschakelingsperiode van een vaars die nog niet geworpen heeft en die gedekt is

De melk (van de dieren die bij de start van de omschakeling van de dierlijke productie aanwezig waren) is biologisch na het doorlopen van een omschakelingstermijn van 6 maanden.

De dieren die reeds bij de start van de omschakeling van de dierlijke productie aanwezig zijn op het bedrijf, zullen pas biologisch zijn nadat ze driekwart van het leven de biologische productiemethode doorlopen hebben (en minimum 12 maanden).  Dat zal voor ieder dier dus verschillend zijn.

Hierbij dient benadrukt te worden, dat een correcte en consequente registratie van de geboorte- en introductiedata van de dieren uitermate belangrijk is.

Case: introductie tijdens de omschakelingsperiode van een vaars die nog niet geworpen heeft en die gedekt is. De gedekte vaars kalft kort na de introductie en nog tijdens de omschakelingsperiode.

introductie tijdens de omschakelingsperiode van een vaars die nog niet geworpen heeft en die gedekt is

De melk van de geïntroduceerde vaars zal pas ten vroegste biologisch zijn na 6 maanden te rekenen vanaf de introductie van de vaars en zal gescheiden moeten gehouden worden.

Het kalf dat nog tijdens de omschakelingsperiode geboren wordt, wordt biologisch na 12 maanden. De vaars wordt biologisch nadat ze driekwart van haar leven op het biobedrijf heeft doorgebracht.

Ieder dier zal een eigen omschakelingstermijn doorlopen na dewelke het dier biologisch wordt.

Ook hier dient benadrukt te worden, dat een correcte en consequente registratie van de geboorte- en introductiedata van de dieren uitermate belangrijk is.

Case: introductie na de omschakelingsperiode van een vaars die nog niet geworpen heeft en die gedekt is. De gedekte vaars kalft kort na de introductie.

introductie na de omschakelingsperiode van een vaars die nog niet geworpen heeft en die gedekt is

De melk van de geïntroduceerde vaars zal pas ten vroegste biologisch zijn na 6 maanden te rekenen vanaf de introductie van de vaars en zal gescheiden moeten gehouden worden.

Het kalf dat na de omschakelingsperiode geboren wordt, is biologisch.  De vaars wordt biologisch nadat ze driekwart van haar leven op het biobedrijf heeft doorgebracht.

Ieder dier zal een eigen omschakelingstermijn doorlopen na dewelke het dier biologisch wordt.

Ook hier dient benadrukt te worden, dat een correcte en consequente registratie van de geboorte- en introductiedata van de dieren uitermate belangrijk is.

Verder zijn er ook gevallen mogelijk waarbij dieren die zich in een omschakelingsperiode bevinden, verkocht worden aan een andere biologische landbouwer waarbij de dieren zich tevens in een omschakelingsperiode bevinden of reeds bio zijn.
De regel is dat het geïntroduceerde dier zijn eigen omschakelingstermijn zal hebben.

Een vaars die nog niet geworpen heeft, die geïntroduceerd wordt en reeds in omschakeling is, die reeds gedekt was en na de introductie kalft, zal een omschakelingstermijn van in totaal 6 maanden moeten doorlopen hebben vooraleer dit dier biomelk zal produceren (6 maanden is de som van de omschakelingstermijn op het bedrijf waarvan het dier afkomstig is en de resterende omschakelingstermijn op bedrijf waar het naartoe gebracht werd).  Dit betekent dat deze melk gescheiden zal moeten gehouden worden of gedurende deze maximaal 6 maanden aan het kalf gegeven zal moeten worden.

Het dier zelf zal een omschakelingstermijn moeten doorlopen die driekwart van zijn leven op een biologisch bedrijf inhoudt.

Wetgeving

Verordening (EG) Nr. 889/2008 van de Comissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft