Antibioticumgebruik en resistentie bij dieren: problemen en oplossingen

logo veetourneeTijdens de afgelopen edities van de Veetournee 2018 in Geel en Kortrijk kwamen in het namiddaggedeelte verschillende infosessies aan bod. De afgelopen weken en maanden zijn hierover al regelmatig artikels verschenen in de vakpers.

De sessie over antibioticareductie in de veehouderij kon op heel wat interesse rekenen bij de aanwezigen. Prof. dr. Jeroen Dewulf van de Faculteit Diergeneeskunde en voorzitter van de raad van bestuur van AMCRA vzw gaf een boeiende voordracht over het antibioticagebruik in de Vlaamse veehouderij.

Antibioticaresistentie: wat is het probleem?

Antibioticaresistentie is een natuurlijk fenomeen. Het is een gevolg van het afweermechanisme waarover bacteriën beschikken. Dat afweermechanisme stelt hen in staat om te overleven in een omgeving waarin ze bedreigd worden door antibiotica. Antimicrobiële middelen worden namelijk ook in lage concentraties uitgescheiden door andere bacteriën en schimmels in de ‘natuur’. De ontwikkeling van antibiotica door de mens heeft ervoor gezorgd dat het ontstaan van resistentie, en vooral de selectie en verspreiding ervan, in een stroomversnelling is gekomen. Dit blijkt ook uit onderzoek in verschillende landen, waar een duidelijk verband is aangetoond tussen het antibioticagebruik en de aanwezigheid van antibioticaresistentie.

Er bestaan heel wat mechanismen waarmee bacteriën zich kunnen wapenen tegen antibiotica. Deze verschillende mechanismen kunnen op verschillende manieren worden uitgewisseld tussen bacteriën. Eén van de manieren is de uitwisseling van genen tussen bacteriën, niet alleen binnen dezelfde soort, maar ook tussen verschillende soorten. De ontwikkeling van antibioticaresistentie is dus een complex gegeven.

Het is in de gehele problematiek rond antibioticaresistentie wel belangrijk om te onthouden dat het gebruik van antibiotica in de humane geneeskunde en de diergeneeskunde op zich dus niet geleid heeft tot het ontstaan van resistentie, maar wel tot een versnelde selectie en verspreiding ervan.

Het antibioticagebruik in de veehouderij

Onderzoek en vergelijkende studies geven het duidelijk aan: België is niet de beste van klas in de Europese Unie als het aankomt op antibioticagebruik in de veehouderij. Volgens het EVSAC-rapport van 2016 stond België in 2014 nog op de 6de plaats inzake het veterinair gebruik van antibiotica (uitgedrukt in mg/PCU).

Als er vervolgens wordt gekeken naar het antibioticagebruik per diersoort, komt naar voren dat ruwweg 50% van de antibiotica wordt ingezet in de varkenshouderij, 20% in de pluimveehouderij, 20% in de rundveehouderij en 10% wordt gebruikt in de overige sectoren. Het gebruik in de veehouderij is gelinkt aan de totale biomassa die deze sector vertegenwoordigt in België. Daarnaast is het duidelijk dat antibiotica vooral in de jongste levensfases van de dieren wordt ingezet. In de varkenssector situeert het antibioticagebruik zich dus voornamelijk bij de zuigende biggen en in de biggenbatterij (91%). In de vleeskippensector wordt ongeveer 47% van het totale antibiotica dan weer ingezet tijdens de eerste levensweek. In de rundveesector kan het antibioticagebruik voornamelijk toegewezen worden aan de kalversector en het gebruik van intramammaire producten aan melkkoeien. Tot slot is het ook belangrijk om te benadrukken dat er een zeer grote variatie is tussen bedrijven onderling.

Antibioticaresistentie: wat kunnen we er aan doen?

Het gebruik van antibiotica is verantwoordelijk voor selectie en verspreiding van resistentie. Om resistentie terug te dringen, is het dus logisch dat er minder antibiotica moet gebruikt worden. In de eerste plaats moeten we nodeloos gebruik van antibiotica vermijden. Vervolgens moet door preventie verder werk gemaakt worden van een reductie in het gebruik ervan.

Ondanks het hoge antibioticagebruik in de Belgische veehouderij, is er de laatste jaren een positieve evolutie aan de gang. Het veterinair gebruik van antibiotica in België wordt jaarlijks opgevolgd in het BelVetSac-rapport. Dat rapport toont aan dat we op de goede weg zijn.

De vooruitgang van de reductie in het antibioticagebruik wordt hierbij gekoppeld aan de drie doelstellingen rond een verminderd antibioticagebruik tegen 2020, in vergelijking met het gebruik in 2011. Deze doelstellingen maken deel uit van het AMCRA visie 2020-plan dat in 2014 werd ontwikkeld door de leden van AMCRA.

De eerste doelstelling is een 50%-daling van het algemeen antibioticagebruik tegen 2020. In 2017 bedroeg de cumulatieve daling 25,9%. We zijn dus ongeveer halfweg de doelstelling met nog drie jaar te gaan.

De tweede doelstelling is een 75%-daling van het gebruik van de meest kritische antibiotica. Het gaat hier om antibiotica die van groot belang zijn voor de humane geneeskunde. In 2017 bedroeg de daling in het gebruik van deze zogenaamde rode antibiotica 84,4%. Hier werd de doelstelling dus al gerealiseerd.

De derde doelstelling is een 50%-reductie van het gebruik van met antibiotica gemedicineerde voeders. En ook hier is de doelstelling voor 2020 reeds behaald, met een daling van 53% in 2017.

Om de eerste doelstelling te realiseren, moeten alle partijen dus nog heel wat inspanningen leveren, maar het is nog steeds een haalbare kaart.

Wat zijn de duurzame alternatieven voor antibiotica?

Om tot een verminderd antibioticagebruik te komen, moet er ingezet worden op de drie handvatten van de preventieve gezondheidszorg.toeren voor boeren 4

Een eerste handvat hierbij is een correct en bedrijfsspecifiek vaccinatiemanagement. Zo wordt vermeden dat dieren ziek worden of de ziekte verder verspreiden als ze in contact komen met ziektekiemen.

Daarnaast is de nodige aandacht voor bioveiligheid cruciaal. Hierin spelen zowel externe als interne bioveiligheid een belangrijke rol. Externe bioveiligheid bestaat uit maatregelen waarmee dierziekten buiten het bedrijf gehouden worden. Interne bioveiligheid bestaat uit maatregelen waarmee een verdere verspreiding van dierziekten binnen het bedrijf wordt tegengegaan.

Maar ook huisvesting en stalklimaat zijn essentieel voor een goed gezondheidsbeleid. Goede veehouderijpraktijken zorgen er voor dat onze dieren zich optimaal kunnen verdedigen tegen ziektekiemen.

Door in te zetten op deze drie handvatten van preventieve gezondheidszorg, zal er minder antibiotica gebruikt moeten worden en minder gebruik leidt tot minder resistentie.

Om tot een goede preventieve gezondheidszorg te komen, zal er ook nood zijn aan professioneel advies en coaching van de veehouders. Dit advies moet op maat van het bedrijf gegeven worden, omdat elk bedrijf zijn specifieke problemen en uitdagingen heeft. De term ‘bedrijfsspecifiek advies is hierbij heel belangrijk. Dit bedrijfsspecifiek advies kan zo leiden tot een reductie van het antibioticagebruik. Daarnaast kan de reductie in antibioticagebruik ook financieel iets opleveren voor de veehouder, dankzij de verbeterde productieresultaten die behaald worden met een goede preventieve gezondheidszorg.

Besluit

Om een duurzame bedrijfsvoering ook in de toekomst mogelijk te maken, zullen alle sectoren, alle veehouders en alle dierenartsen hun steentje moeten bijdragen aan de reductie van het antibioticagebruik.

toeren voor boeren 3De instrumenten hiervoor zijn de drie handvatten van de preventieve gezondheidszorg, met name een strikt ‘vaccinatiemanagement, een doorgedreven ‘bioveiligheid’,’ en de toepassing van ‘goede veehouderijpraktijken’.

Ook het Departement Landbouw en Visserij zet in op preventieve gezondheidszorg. Tijdens verschillende voorlichtingsactiviteiten en demomomenten over de sectoren heen kwam het thema ‘preventieve gezondheidszorg’ regelmatig aan bod. Alle sensibiliseringsmomenten van het departement kan u terug vinden op de activiteitenagenda van het departement of de Vilt agenda.

Naast de sensibiliseringsmomenten lanceerde het Departement Landbouw en Visserij ook een oproep demonstratieprojecten rond het thema: “Preventieve gezondheidszorg met het oog op verminderd gebruik van geneesmiddelen” waarin het verder reduceren van het geneesmiddelengebruik bij landbouwhuisdieren centraal staat. In de periode 2017-2019 wordt er ook een operationele groep (EIP) gesubsidieerd die antibioticareductie koppelt aan kostprijsmanagement.      

Ook via het kanaal van PlattelandsTV heeft het Departement Landbouw en Visserij tijdens de tweede helft van oktober ingezet op preventieve gezondheidszorg. In drie reportages kwamen de drie handvatten van preventieve gezondheidszorg  ‘bioveiligheid’, ‘vaccinatiemanagement’ en ‘goede veehouderijpraktijken’ aan bod.