Smart Farming: heden en toekomst

Logo Toeren voor BoerenTijdens de eerste editie van de Veetournee in mei en juli 2018 werden in het namiddaggedeelte verschillende infosessies gehouden. De komende weken en maanden verschijnt hierover regelmatig een artikel in de vakpers.

Zo was er heel wat belangstelling voor het thema ‘smart farming: heden en toekomst’. Het thema werd toegelicht door Kristine Piccart van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). Er is veel belangstelling doordat vandaag tal van nieuwe sensoren worden ontwikkeld  die in combinatie met nieuwe software meer toepassingen mogelijk maken. De toenemende omvang van de bedrijven en de steeds beperktere beschikbaarheid van arbeid en tijd spelen hier ook ongetwijfeld hun rol in.

Wat verstaan we onder smart farming?

Er doen heel wat verschillende definities de ronde. Kristine Piccart gebruikte de definitie ’Het automatisch en continu opvolgen van de productie en/of het welzijn van individuele dieren’. Er is een ruime set aan mogelijke kenmerken en parameters die gevolgd kunnen worden. In de melkveehouderij zijn de meest bekende gemonitorde parameters de temperatuur, melkgift, geleidbaarheid van de melk, activiteit en herkauwactiviteit. Maar de toepassing van ‘smart farming’-technieken vindt ook haar weg in de vleesveesector. Denk maar aan de verschillende systemen om het afkalven op te volgen. De bedoeling van ‘smart farming’ of precisieveeteelt is om de monitoring zo geautomatiseerd mogelijk te laten verlopen, dit te combineren met moderne ICT-tools om uiteindelijk het management te verbeteren.

Activiteitsmeter als meest gebruikte sensor

Activiteitsmeters worden al meer dan 20 jaar gebruikt. De sensor heeft wel een hele evolutie doorgemaakt. Oorspronkelijk was het een simpel systeem met een kwikbolletje dat contact maakte met een schakelaar. Nu kan de sensor de versnelling van de dieren meten, en dat in 2 of 3 richtingen. Oorspronkelijk werd de activiteitsmeter vooral aan de (voor)poot bevestigd. Nu kan deze sensor op veel verschillende plaatsen of manieren worden bevestigd, bv. aan de hals, het oor … Door de nieuwe mogelijkheden wordt niet alleen het aantal stappen geregistreerd, maar dikwijls ook de tijd van staan en liggen.

Werkt het technisch? Brengt het een economische meerwaarde?

Technisch

Activiteitsmeters vormen een goed hulpmiddel om tochtige koeien op te sporen. Een goede melkveehouder - die dagelijks een uur (20 minuten ’s morgens, ’s middags en ‘s avonds) spendeert aan bronstdetectie detecteert zo’n 60 procent van alle tochtige koeien. Dit cijfer kan oplopen tot 80 procent of meer bij automatische detectiesystemen. Het systeem moet immers niet slapen en registreert continu - dag en nacht - de activiteit van de koe.

Economisch rendement

Technisch werkt de activiteitsensor dus goed, maar de aankoop is duur. Het economisch rendement is echter niet eenduidig. Het is afhankelijk van het bedrijf, het type sensor en andere externe factoren. Onderzoekers aan de Universiteit van Utrecht hebben  enkele jaren geleden een rekenmodel ontwikkeld dat het potentiële rendement van activiteitsmeters en stappentellers in kaart probeert te brengen. Het model neemt de verschillende effecten in rekening. Op die manier kan je berekenen in hoeveel tijd het systeem zichzelf terugverdient. Het rekenmodel is weliswaar een theoretische benadering, maar toch geeft het een goed beeld van het economisch effect van automatische tochtdetectie. Eén van de doorslaggevende factoren die het rendement van activiteitsmeters bepaalt, blijkt de vooruitgang in de bronstdetectie te zijn. Daardoor verkort ook de tussenkalftijd. Melkveehouders die op dit vlak niet goed scoren, hebben een groot verbeterpotentieel. Op die bedrijven zal de activiteitsmeter sneller terugverdiend zijn dan op bedrijven die al goed scoren op dit criterium.

Werkt de sensor als bijkomende/ vervangende ogen en oren van de boer?

Als het aantal dieren in de kudde toeneemt, wordt het voor de melkveehouder moeilijker om de gezondheid en vruchtbaarheidscyclus van zijn dieren visueel op te volgen. Een Amerikaans onderzoek bestudeerde de mogelijkheden van de sensor die de activiteit en herkauwmonitoring via een sensor aan de hals nagaat. Het onderzoek was met meer dan 1000 koeien ruim opgezet. Het onderzoek ging na in hoever de sensor een aantal ziekten zoals lebmaagdraaiing, ketose, baarmoederontsteking ... vroegtijdig kon detecteren. De sensoren blijken vooral goed te werken bij de detectie van lebmaagdraaiing en slepende melkziekte. De sensor kon lebmaagdraaiing 3 dagen en ketose (slepende melkziekte) 1,5 dagen vroeger detecteren dan het personeel in de stal. Voor mastitis en baarmoederontsteking bleek de voorspellende kracht kleiner.

Mogelijkheden nog sterk onderbenut

We verzamelen grote hoeveelheden gegevens, maar wat de implementering daarvan betreft, hebben we nog een hele weg te gaan.

Wat zijn de belangrijkste oorzaken?

  1. kwaliteit van de data
  2. van registratie naar actie voor de veehouder
  3. nood aan benchmarken
  4. nood aan gekoppelde systemen

Kwaliteit van de data blijft belangrijk

Als data vertaald worden naar concrete informatie is een goede kwaliteit van de gegevens cruciaal. Het invoeren van de gegevens door de veehouder moet correct gebeuren. Dit blijkt soms nog een probleem te zijn. De opstapeling van vele kleine foutjes (bv. niet correct geïdentificeerde dieren) kunnen bij het verwerken en analyseren van de data immers leiden tot foutieve conclusies.

Registratie en actie

De nieuwe technologie maakt het mogelijk om online veel data te verzamelen. Voor de veehouder is het belangrijk dat hij het bos door de bomen nog ziet. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de gegevens omgezet kunnen worden in bruikbare tools die hem helpen bij bedrijfsbeslissingen. Data hebben enkel nut als ze omgezet kunnen worden in een concrete actie.

Benchmarken

Met benchmarken bedoelt men het onderling vergelijken van objectieve gegevens. Dit is belangrijk en lijkt eenvoudig. Toch zijn er verschillende valkuilen: zijn de gegevens berekend op dezelfde manier, zijn ze verzameld over eenzelfde periode …

Nood aan een overkoepelend systeem

Momenteel ontwikkelt elke aanbieder zijn eigen systeem en daardoor zijn veel data (nog) niet gekoppeld met elkaar. Om een meerwaarde te kunnen halen op zijn bedrijf heeft de veehouder daar nochtans nood aan. Er worden daarom projecten opgezet, zoals ‘Join Data’ in Nederland, dat een overkoepelend en transparant dataplatform wil aanbieden.

Conclusie

Het valt niet te ontkennen dat er in de landbouwsector al heel wat data beschikbaar zijn. Het is nu zaak om die data beter te benutten en één overkoepelend systeem op te zetten. Dit is de enige methode om tot een goede en transparante data uitwisseling te komen. De samenwerking tussen de verschillende systemen kan de veehouder helpen om problemen en ziekten bij runderen vroegtijdig op te sporen en te voorkomen. Dit biedt hem met andere woorden de mogelijkheid om het management op zijn bedrijf te verbeteren.

Foto runderen in stal