Tekst bij filmpje groepshuisvesting zeugen

Medewerkers van het beleidsdomein Landbouw en Visserij en een landbouwer geven toelichting bij groepshuisvesting voor zeugen. Locatie: ILVO-zeugenstal te Merelbeke, en een varkensbedrijf Middelkerke voor de beelden van Ad lib voedering.

Groepshuisvesting voor drachtige zeugen

Vlaanderen telt zowat 3000 zeugenhouders die in totaal ongeveer een half miljoen zeugen houden. Van Europa mogen die zeugen vanaf het jaar 2013 niet meer in individuele hokken zitten, van zodra ze 4 weken drachtig zijn. Ze moeten kunnen rondlopen, in groep. De zeugen krijgen meer beweging en ruimte, een beter ligcomfort en meer natuurlijke sociale interactie.

De grootte van de groepen is niet bij wet bepaald, de hoeveelheid vloeroppervlakte per dier wel. Elke zeug telt voor  minimaal 2,25 m², waarvan minimaal 1,3 m² moet bestaan uit volle vloer.  Voor heel grote groepen en voor gelten ligt de vloernorm ietsje lager. Het is duidelijk dat groepshuisvesting meer oppervlakte per zeug vraagt dan individuele hokken.

De meeste bedrijven moeten zich aanpassen aan de nieuwe welzijnsregels. Ook in de wetenschappelijke proefstallen van het Instituut voor Landbouw en visserijonderzoek in Melle stonden ze voor verplichte aanpassingswerken. 

En dus was de vraag: wat bestaat er zoal aan systemen ? En wat te kiezen?

Keuzemogelijkheid 1 – renovatie of nieuwbouw

Als er geen financiële en vergunningsoverwegingen zouden meespelen, dan zou een volledig nieuwe stal wellicht de beste optie zijn. Tijdens de bouwfase moet je dan geen tussentijdse oplossingen verzinnen. De mestkelders zou je meteen op de meest ideale plek en met de meest ideale dimensies kunnen uitgraven. Maar, met een nieuwe stal krijg je wel te maken met nieuwe verplichtingen rond emissie-arme stallenbouw.

Keuze van ILVO: Renovatie

Onze huidige stal, waar de drachtige zeugen in gehuisvest werden met individuele huisvesting, was qua buitenconstructie nog vrij goed. Daarom wouden we deze stal nog blijven benutten. Ook omdat deze stal aansluit op onze centrale dienstgang, die in verbinding staat met de andere afdelingen zoals de vleesvarkensafdeling en de kraamafdeling…  Dat biedt korte loopafstanden voor onze dierverzorgers en dat wilden we zeker behouden. En bovendien was het zo dat de binneninrichting zich vrij goed leende tot verbouwing, naar groepshuisvesting enerzijds en anderzijds ook naar een emissiearm systeem voor zeugen.

 

Keuzemogelijkheid 2 – Ad lib voederen, voederligboxen of voederstations

Eén van de belangrijkste knopen om door te hakken bij de stap naar groepshuisvesting is: welk systeem nemen we om de loslopende zeugen te voederen? 

Ad lib voederen

Het eenvoudigste voedersysteem waarbij alle zeugen gegarandeerd voldoende kunnen opnemen is onbeperkte voedering of ad libitum voedering. Net als veel vleesvarkens kunnen de zeugen dan dag en nacht eten uit simpele voederbakken.  Het systeem op zich kost weinig en de zeugen zijn welvoldaan en  rustig. Maar de voederkost ligt aan de hoge kant:  je geeft een bulk-rijk en vezelrijk drachtvoeder, dat per kilo wel goedkoper is dan klassiek drachtvoeder, maar waar de dieren ook meer kilo’s van naar binnen spelen. Het grootste nadeel is dat de conditie van een individuele zeug hier niet kan bijgestuurd worden. Grote eters worden te vet, kleine eters blijven mager. 

De zeugen regelen in feite hun eigen opname, in theorie. De zeugenhouder moet dan zelf de condititie wat bijsturen door maatregelen te nemen qua voedersamenstelling en of aantal zeugen per bak, enzovoort.

Een boer moet bij dit systeem dus via selectie streven naar homogene zeugen, qua eetlust en qua temperament.

Voederligboxen met uitloop

In Vlaanderen kiezen nogal wat zeugenhouders voor voederligboxen met vrije uitloop.

Het lijkt sterk op individuele huisvesting, maar het verschil is natuurlijk dat de zeugen permanent uit de boxen kunnen lopen en dus zelf kunnen kiezen of ze zich in de boxen dan wel op de uitloop kunnen begeven. Het voederen gebeurt dan in de boxen. Dat is uiteraard niet individueel, want er is niet op voorhand geweten welke zeug welke box betreedt, mus men moet eigenlijk op groepsniveau gaan voederen.

Voor én na de voederbeurten moeten de zeugen natuurlijk verplicht los lopen.  Een aandachtspunt in dit systeem is dat de uitloop tussen de voederboxen breed genoeg is, en voldoende aantrekkelijk, om het rondlopen te stimuleren.

Elektronische voederstations

Ten derde heb je het systeem van de elektronische voederstations. Die bieden de  mogelijkheid om elke zeug precies het juiste rantsoen te geven, ook al zit ze in een grote, zelfs heterogene groep. Elke zeug draagt een chip in het oor. Die chip opent ofwel de toegangsdeur tot het station ofwel de toegang tot de voederbak zelf.

Wie voor dit systeem kiest, moet weten dat de dieren in het begin moeten leren  hoe ze aan eten komen.  En er is ook wat programmeringswerk. De boer bepaalt de voedercurve en de dosis voeder. 

Andere systemen

Er bestaan tenslotte ook nog dropvoedersystemen, elektronische en gefaseerde voederverdelers en vloervoedering. Deze systemen zijn minder courant.

 

Keuze van ILVO: Voederstations

Je kunt onze situatie niet geheel vergelijken met een praktijkbedrijf. Wij zijn een onderzoeksinstelling en voederproeven zijn één van onze belangrijkste onderzoeken. Dat was ook de reden waarom we gekozen hebben voor voederstations, omdat ze ons de mogelijkheid geven om de zeugen individueel te gaan voederen, vier verschillende soorten voeders te voorzien en in de toekomst onderzoek te gaan doen naar voedersamenstelling en voederschema’s.

Keuzemogelijkheid 3 – Stabiele of dynamische groepen

Wie overschakelt naar groepshuisvesting moet ook nog een andere beslissing nemen: Maak ik  stabiele groepen of dynamische groepen? 

Stabiele groepen

Stabiele groepen betekent dat je groepen hebt van zeugen die in een verschillend drachtstadium zitten en die ongeveer dezelfde conditie hebben. Het geeft over het algemeen meer rust in de groep omdat de sociale rangorde slechts één keer moet worden uitgevochten. Het geeft ook wat voordelen, arbeidstechnisch dan, omdat je een aantal werkzaamheden tegelijk voor de groep kan uitvoeren en je geen zeugen uit de groep moet halen om aparte behandelingen te gaan doen.

Zijn er ook nadelen? Toch wel. De kans dat je groepshok heel de tijd onderbezet blijft is groot, als er vb zeugen uit de groep verdwijnen wegens toch niet drachtig bij de eerste controle. Over de hele stal bekeken vragen stabiele groepen dus net iets meer stal-indelingen, en dus ook net iets meer investeringen. Het groepshok zelf heeft wel minder nood aan separatiesystemen.

Nog een nadeel van stabiele groepen is dat je zeugenbedrijf een minimale grootte moet hebben. Dat is afhankelijk van het groepsmanagementsysteem (dus of je werkt in een één-weeksysteem, of in een 3, 4 of 5 wekensysteem). En ook het gekozen voedersysteem hangt samen met je beslissing om al dan niet stabiele groepen te kiezen: Je moet even berekene hoeveel hoeveel zeugen jouw groepsvoedersysteem kan of moet kunnen verwerken.  

Dynamische groepen

Het alternatief is dynamische groepen. In zulk een groepen gaan er regelmatig zeugen weg en komen er andere bij. De groepsgrootte blijft dus op peil. De wissels zorgen wel telkens voor wat onrust. Hoewel, dat hangt wat samen met de groepsgrootte: Hoe groter de groep, hoe vlotter de wissels. 

Naar elkaar happen en schaafwonden en bijtwonden op de flanken van de zeug, daar kunnen we het veel aan zien, en dat de zeugen achter elkaar rennen, en dat sommige zeugen in een hoekje zouden willen gaan liggen om een beetje uit te blazen en op hun gemak te zijn.

Sommige studies over groepshuisvesting bevelen zeugengroepen aan van minstens  120. In de praktijk zie je vaak dynamische groepen van een zeug of 50, en dat lijkt goed te gaan.  Zeker te vermijden is dat je maar één individuele zeug per keer toevoegt aan een bestaande groep. Wissel minstens een 6 tal dieren tegelijk. 

Keuze van ILVO: Stabiele groepen

We hebben een zeugenstapel van een 140-tal drachtige zeugen, die groepsgrootte blijft behouden. Wij werken met stabiele groepen. 7 groepen van een twintigtal zeugen. Maar de stal zal wel mogelijkheid geven tot maximaal 35-tal zeugen per groep.

Verloop van de verbouwingen

En nu concreet. Hoe verliepen de verbouwingen op het ILVO en wat zijn de eerste ervaringen met de zeugengroepen en de voederstations?

De stal werd in de lengte verdeeld in twee compartimenten voor telkens twee groepen. De 2 compartimenten zijn klimaattechnisch volledig gescheiden tot in de mestkelders, en dus apart te regelen.  Verse lucht komt binnen via luchtventielen. Twee ventilatoren per compartiment zuigen de lucht af. ILVO kan hier via een meetturbine het ventilatiedebiet  meten en de gasemissies precies berekenen.

Via flexibele afscheidingen is de oppervlakte van elk hok aan te passen aan de bezettingsdichtheid.  Elke ILVO-zeug krijgt minstens 0,95 m² rooster – aan de buitenmuren- en 1,30 m² dichte vloer in beton met daaronder isolatie, als ligplaats. Onder de roosters ligt een mestkanaal van 1,80 m breed met schuine putwanden.

De schuine putwanden maken eigenlijk dat het emiterend oppervlak klein blijft, nooit boven de 0.55 m² per zeug, dus dat de amoniakemissie sterk wordt gereduceerd.

Elke 2 tot 3 meter zijn er mestafvoeren voorzien die aansluiten op het rioleringssysteem. In elk hok zijn ook twee mestoverlopen met sifons voorzien, zodat de mest nooit boven een bepaald niveau kan stijgen.

In de eerste plaats werkt een voederstation met individuele dierherkenning. Elke zeug op het ILVO  krijgt nu een individueel oormerk met een chip ingeprikt, die een signaal geeft aan een ontvanger, die op zijn beurt verbonden is met een computer. Wanneer het voederstation vrij is kan de zeug naar binnen. Pas als ze haar kop in de voederbak steekt zal een sensor de chip herkennen en gaat de computer na welke hoeveelheid en  soort voeder er mag verstrekt worden.

We hadden gedacht dat de zeugen op enkele dagen zelf naar het station zouden gaan. Daarin hadden we het een beetje onderschat, we hebben toch een tiental dagen de zeugen goed moeten sturen hebben om in het station te gaan.

Het doseringssysteem is nauwkeurig tot op 25 of tot 100 gram voeder. In de computer programmeert de varkenshouder per zeug hoeveel kilo er uit welke voorraadbak zal vallen. Een gemiddelde zeug eet 2,9 kg voeder per dag aan een snelheid van 150 gram per minuut en verblijft dus een klein half uur per dag in het voederstation. Eén voederstation kan dus 40 tot 50 zeugen bedienen.

Kijk dan in de eerste plaats naar het dierenwelzijn voor de zeugen, ik denk dat het voor de zeug zelf wel veel verbeterd is. De eerste dagen moet de rangorde wel altijd worden bepaald, dus dan loopt het wel een beetje stroef. Maar ik denk, als de zeugen een x aantal weken op het station zitten, dat ze zich vrij prettig voelen in groepshuisvesting.

Het besluit van deze overstap naar groepshuisvesting voor zeugen? Door deze renovatie beschikt ILVO over een proefstal waarin heel nauwkeurig en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek kan verricht worden. Voor de medewerkers vergde de omschakeling naar groepshuisvesting toch wat  aanpassingen. Maar de eerste bevindingen zijn zeker positief.