Bedrijfsvervangingsdiensten

Begunstigde in 2015-2020

Een subsidie van maximaal 234 000 EUR per dienstjaar wordt toegekend aan agro|bedrijfshulp, Diestsevest 40, 3000 Leuven als bijdrage in de werkingskosten van de bedrijfsverzorgingsdienst.

Doelstelling van de subsidie

In situaties waarbij vaste arbeidskrachten op een land- of tuinbouwbedrijf tijdelijk niet beschikbaar zijn wegens ziekte, opleiding, moederschaps- en ouderschapsverlof, vakantie en overlijden kunnen landbouwers beroep doen op bedrijfsverzorgers van bedrijfsvervangingsdiensten. De subsidie heeft tot doel om bedrijfsvervangingsdiensten te ondersteunen bij het uitvoeren van hun activiteiten.
De toekenning van deze subsidie gebeurt volgens de bepalingen van het MB van 6 mei 1998.

Landbouwers zijn de indirecte begunstigden van deze subsidie aangezien zij kunnen genieten van gesubsidieerde diensten.

Deze subsidie valt onder artikel 21 en 23 van de verordening 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun in de landbouw- en bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.

Subsidievoorwaarden

Binnen de grenzen van de beschikbare kredieten kan een toelage als bijdrage in de werkingskosten worden verleend aan diensten of aan federaties van diensten voor bedrijfsverzorging die reeds gedurende minimum 5 jaar genoten hebben van de startpremies voorzien bij MB 13 december 1991 betreffende de toekenning van startpremies aan de diensten voor bedrijfsverzorging.

De toelage bedraagt 5,6 EUR per sociaal uur gepresteerd door de bedrijfsverzorgers en mag de werkingskosten niet overschrijden. De jaarlijks voorziene subsidie bedraagt maximum 234 000 EUR.

De toelage kan betaald worden in 2 schijven.

  • Een eerste schijf van 2,5 EUR per sociaal uur als voorschot bij het begin van het dienstjaar
  • Een tweede schijf nadat de diensten de nodige bewijsstukken omtrent het voorbije dienstjaar hebben voorgelegd. Hierbij wordt dan het verschil tussen de definitief berekende toelage en het reeds betaalde voorschot uitbetaald.

Bedrijven ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering bestaat van de Europese Commissie, worden uitgesloten van deze maatregel.

Ondernemingen in moeilijkheden kunnen geen gebruik maken van deze maatregel.

Contact

Departement Landbouw en Visserij
Ellipsgebouw (4e verdieping) 
Koning Albert II-laan 35, bus 40
1030 Brussel

T 02 552 75 02 | F 02 552 74 71 

Maxime Bolle | maxime.bolle@lv.vlaanderen.be