Projectsubsidie aan het Regionaal Landschap Schelde-Durme voor het uitvoeren van het project “Landbouw BIJ-gekleurd”

De hieronder beschreven maatregelen vallen onder art. 21 van de vrijstellingsverordening (EU) nr. 702/2014 en worden zoals voorgeschreven in artikel 9 aan de Europese Commissie ter kennis gegeven. De steunmaatregelen voldoen aan alle in hoofdstuk I van de verordening (EU) nr. 702/2014 vastgestelde voorwaarden. Enkel kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (KMO’s) die actief zijn in de landbouwsector komen in aanmerking voor de steun (artikel 1, lid 1, verordening (EU) nr. 702/2014). Bedrijven in moeilijkheden worden uitgesloten voor de steun. (artikel 1, lid 6, verordening (EU) nr. 702/2014) Bedrijven waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, worden uitgesloten voor de steun. (artikel 1, lid 5, verordening (EU) nr. 702/2014) De steun is transparant overeenkomstig artikel 5, lid 2, a), verordening (EU) 702/2014.
De steun heeft een stimulerend effect in overeenstemming met artikel 6, verordening (EU) nr. 702/2014.
De steun dient voor de financiering van acties op het gebied van beroepsopleiding en de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops en coaching, demonstratieactiviteiten en voorlichtingsacties (artikel 21, lid 2, verordening (EU) nr. 702/2014).
De steun dekt de in aanmerking komende kosten zoals vermeld in artikel 21, lid 3 en 4 van verordening (EU) nr. 702/2014.
De steun mag niet de vorm aannemen van rechtstreekse geldelijke betalingen aan de begunstigden (artikel 21, lid 5, verordening (EU) nr. 702/2014).
De organisaties die acties inzake kennisoverdracht en voorlichting aanbieden, beschikken over hiertoe gekwalificeerd en geregeld opgeleid personeel (artikel 21, lid 6, verordening (EU) nr. 702/2014).
De steun moet beschikbaar zijn voor al degenen die in het betrokken gebied op grond van objectief bepaalde voorwaarden daardoor in aanmerking komen (artikel 21, lid 7, verordening (EU) nr. 702/2014).
De subsidiabele activiteit zijn acties inzake kennisoverdracht en voorlichting  en de steunintensiteit bedraagt ten hoogste 100 % van de in aanmerking komende kosten (artikel 21, lid 8, verordening (EU) nr. 702/2014.

Begunstigde in 2018

Een subsidie van maximaal 20.000 euro wordt toegekend aan het Regionaal Landschap Schelde-Durme , Hemelstraat 133A, 9200 Dendermonde, voor de uitvoering van het project “Landbouw BIJ-gekleurd” voor de periode van 24 maanden vanaf de ondertekening van het MB. 

De promoter het Regionaal Landschap Schelde-Durme  zal samenwerken met volgende partners: PCFruit, VLM, Natuurpunt en het Regionaal Landschap Zuid-Hageland.

Doelstellingen van de subsidie

Deze projectoproep heeft tot doel initiatieven te ondersteunen die naar een constructief samengaan van landbouw en natuur streven en die zowel voor landbouw als voor natuur voordelen opleveren. Het thema voor deze projectorpoep is insecten. Recent Duits onderzoek toonde aan dat in Duitse natuurgebieden 75% van de insecten verdwenen is. Ook elders in Europa zijn er onrustwekkende signalen. Deze achteruitgang van de insectenpopulatie is zowel voor natuur als voor landbouw geen goed nieuws. Insecten bevinden zich aan de basis van de voedselketen en een afname aan insecten betekent ook een afname aan voedselaanbod voor bijvoorbeeld vogels. Insecten kennen ook hun nut in de landbouw. Als functionele agrobiodiversiteit leveren ze bepaalde diensten aan de landbouw zoals bestuiving, natuurlijke plaagbestrijding, …

Doel van dit project ‘Landbouw BIJ-gekleurd’is het versterken van de aandacht voor wilde bijen bij natuurbeheerders en landbouwers. Dit willen ze doen door het verder zetten en bestendigen van de (prille) samenwerking tussen landbouwers en natuurverenigingen in het projectgebied Landschap van Erembald tot Kravaalbos wat belangrijk is om het wederzijds begrip te vergroten.

Om de doelstellingen van het project namelijk kennisoverdracht en –opbouw, een brug naar het werkveld, vergroten van het draagvlak  bij een breed publiek te realiseren voorziet men concreet onder meer volgende acties:

  • Opstarten van de projectwerking met oprichting van en overleg met de begeleidende werkgroep ‘wilde bijen’, van een kernteam ‘natuur’ en van een kernteam ‘landbouw’ Beschikbare kennis en ervaring wordt gebundeld en gesynthetiseerd.
  • Sensibiliseren, informeren en activeren met start- en infomomenten over het belang van wilde bijen voor land- en tuinbouw, opleidingen via lesmodule ‘functionele biodiversiteit: ‘wilde bijen als bestuivers’ en demoprojecten rond akkerrandbeheer..
  • Fase van de voorstudie met analyse van de landbouwbedrijven, opmaak van individueel inrichtings- en beheerplan..
  • Realisatiefase met individuele begeleiding van de bedrijven, een publieksmoment waarbij de samenwerking landbouw-natuur in de kijker wordt gezet.
  • Afronden met een rapport ‘monitoring wilde bijen op land- en tuinbouwbedrijven, doorgegeven via een lespakket, oplijsten van kennishiaten en knelpunten binnen de wetgeving.