Projectsubsidie Insect Pilot Plant

De hieronder beschreven maatregel valt onder art. 31 van de vrijstellingsverordening (EU) nr. 702/2014 en onder art. 25 van de Verordening nr. 651/2014 en wordt, zoals voorgeschreven in artikel 9 van de vrijstellingsverordening en artikel 108, lid 3, van het Verdrag, aan de Europese Commissie ter kennis gegeven.

De steunmaatregel voldoet aan alle in hoofdstuk I van de verordening (EU) nr. 702/2014 vastgestelde voorwaarden. Enkel kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (KMO’s) die actief zijn in de landbouwsector komen in aanmerking voor de steun (artikel 1, lid 1, verordening (EU) nr. 702/2014). Bedrijven in moeilijkheden worden uitgesloten voor de steun. (artikel 1, lid 6, verordening (EU) nr. 702/2014) Bedrijven waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, worden uitgesloten voor de steun. (artikel 1, lid 5, verordening (EU) nr. 702/2014) De steun is transparant overeenkomstig artikel 5, lid 2, a), verordening (EU) 702/2014.

Het gesteunde project moet van belang zijn voor alle ondernemingen die in de betrokken specifieke landbouwsector actief zijn (artikel 31, lid 2, verordening (EU) nr. 702/2014). Voor de begindatum van het project moet de informatie, vermeld in artikel 31, lid 3, van verordening (EU) nr. 702/2014 worden bekend gemaakt. De resultaten van het gesteunde project moeten worden beschikbaar gesteld op het internet overeenkomstig artikel 31, lid 4, van verordening (EU) nr. 702/2014. De steun wordt rechtstreeks toegekend aan de organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding en de steun wordt niet toegekend in de vorm van op prijs van de landbouwproducten gebaseerde betalingen aan ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector (artikel 31, lid 5, verordening (EU) nr. 702/2014). Enkel de kosten vermeld in artikel 31, lid 6, van verordening (EU) nr. 702/2014 komen in aanmerking.  De steunintensiteit bedraagt ten hoogste 100% van de in aanmerking komende kosten (artikel 31, lid 7, verordening (EU) nr. 702/2014).

De subsidie wordt eveneens verleend onder de voorwaarden, vermeld in artikel 25 van de Verordening nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad L187/1 van 26 juni 2014. De steunmaatregel voldoet aan alle in hoofdstuk I van de in het eerste lid vermelde verordening vastgestelde voorwaarden.

Om hieraan tegemoet te komen dient het totale bedrag aan staatssteun ten behoeve van het gesteunde project in aanmerking te worden genomen. De krachtens deze verordening vrijgestelde steun mag worden gecumuleerd met andere verenigbare steun die krachtens een andere verordening is vrijgesteld of door de Commissie is goedgekeurd, mits die maatregelen verschillende, identificeerbare in aanmerking komende kosten betreffen. Wanneer verschillende bronnen van steun betrekking hebben op dezelfde — elkaar geheel of gedeeltelijk overlappende — in aanmerking komende kosten, dient cumulering te worden toegestaan tot de hoogste steunintensiteit of het hoogste steunbedrag dat krachtens deze verordening voor die steun geldt.

Begunstigde en looptijd

Een subsidie van maximaal 35.000 oftwel 5% van de totale subsidie wordt toegekend aan de Katholieke Universiteit Leuven voor de uitvoering van het project ‘Insect Pilot Plant’ voor de periode 1 juni 2017 tot en met 31 mei 2020.

De partners doe uitvoering zullen geven aan dit project zijn de Katholieke Universiteit Leuven, VITO en Thomas More.

Doelstellingen van de subsidie

Het “Insect Pilot Plant” project beoogt de opschaling van labo naar pilootschaal binnen het onderzoek in het gebruik van insecten voor voeding, veevoeder en biologische landbouw gebaseerde chemicaliën.

Deze opschaling laat toe om de nodige expertise op te bouwen om productie- en verwerkingsbedrijven op een professionele manier te kunnen adviseren bij de uitbouw van hun productieactiviteit.

Het project omvat de bouw van twee pilootinstallaties voor de opschaling van labo-schaal naar een flexibele pilootschaalomgeving voor wat betreft de drie onderzoekslijnen Insectenkweek, Insecten voor voeding en veevoeder en de Downstream processing: op biologische landbouw gebaseerde chemicaliën:

  • 1 pilootinstallatie voor kweek, oogsten en stabiliseren, beheerd door de KU Leuven en Thomas More Kempen, op hun campus te Geel.

  • 1 pilootinstallatie voor de opschaling van de bioraffinage uit insecten, beheerd door VITO, op hun site te Mol.

De pilootinstallaties kunnen ingezet worden voor vraaggestuurd onderzoek van bedrijven, voor opleidingsdoeleinden en demonstratieprojecten, voor eigen of gesubsidieerde onderzoeksprojecten en ter beschikking gesteld worden aan bedrijven die er hun onderzoek kunnen uitvoeren. De producten die afgezonderd worden tijdens de bioraffinage kunnen in voldoende hoeveelheden ter beschikking worden gesteld aan bedrijven, zodat zij er testen mee kunnen uitvoeren. Veevoederbedrijven kunnen bijvoorbeeld afgezonderde proteïnen toevoegen aan hun mengvoeders, als een alternatief voor vismeel. Deze testen vereisen een productie op pilootschaal, waarbij voldoende insecten ter beschikking zijn.