De-minimissteun

Wat is de-minimissteun?

De-minimissteun is een vorm van overheidssteun die door de Europese Unie niet als marktverstorend wordt beschouwd omdat het slechts om beperkte steunbedragen gaat. Steunmaatregelen die onder een de- minimisverordening vallen, hebben slechts een beperkt effect op het handelsverkeer tussen lidstaten. Zulke maatregelen voldoen daarom niet aan alle cumulatieve criteria van het staatssteunverbod. (art. 107, lid 1, VWEU).

Voor de toepassing van die uitzondering bepaalt de Europese Unie het bedrag aan de-minimissteun dat niet overschreden mag worden. Voor de primaire productie bedraagt de toegelaten de-minimissteun per onderneming maximaal € 20.000 per periode van drie belastingjaren. In België vallen belastingjaren samen met kalenderjaren en lopen deze dus van 1 januari tot en met 31 december. Voor de verwerking en afzet van landbouwproducten bedraagt de  de-minimissteun per onderneming maximaal € 200.000 per periode van drie belastingjaren. Op basis van de visserij de-minimisverordening kan over een periode van drie belastingjaren tot € 30.000 aan de-minimissteun aan één onderneming in de visserij- en aquacultuursector worden verleend.

Opgelet: de aard van de gesubsidieerde activiteit is van belang, en niet de aard van het gesubsidieerde bedrijf. Zo kan een producent van landbouwproducten een maximumbedrag van € 200.000 de-minimissteun krijgen voor een verwerkingsinstallatie op zijn bedrijf.

De-minimissteun kan in principe voor alle soorten steunmaatregelen worden gebruikt, zolang zij in overeenstemming zijn met de bepalingen van de verordeningen.  Omwille van het eerder lage bedrag voor landbouw-de-minimissteun raden wij u aan dit instrument enkel als noodoplossing te beschouwen of enkel te gebruiken wanneer de administratieve kost voor de overheid van een gewone aanmelding bij Europa te hoog is in verhouding tot de uiteindelijke kost van de maatregel.

Monitoring

Maatregelen die onder een de-minimisverordening vallen, leveren geen staatssteun op. De melding, kennisgeving en rapportage aan de Europese Commissie zijn dan ook niet vereist. Noch de Europese Commissie, noch België houdt een centraal register bij van de-minimissteun.

De onderneming moet wel een verklaring op eer invullen en ondertekenen, waarin deze verklaart dat het steunbedrag dat hij toegekend krijgt in een periode van drie jaar, het maximaal toegelaten steunbedrag niet doet overschrijden. VLIF- of FIVA-steun of directe steun vormen geen de-minimissteun en tellen dus niet mee voor de berekening van het bedrag aan eerder ontvangen de-minimis-steun. Elke overheid die het voornemen heeft om de-minimissteun toe te kennen, is verplicht dit aan de mogelijke begunstigde mee te delen. Daarbij moet de overheid duidelijk vermelden dat het om de-minimissteun gaat. Op deze manier heeft de begunstigde zelf een duidelijk overzicht van zijn eerder ontvangen de-minimissteun.