Aardbeienbedrijven spreiden risico door de combinatie van teeltwijzen

Vlaanderen telt 530 aardbeienbedrijven die samen 733 hectare in openlucht en 454 hectare onder beschutting bewerken. Jaarlijks leveren ze meer dan 45.000 ton aardbeien aan de coöperaties. De productie situeert zich vooral in de provincies Antwerpen en Limburg. Gespecialiseerde bedrijven combineren vaak teeltwijzen om het risico te spreiden. Dat blijkt uit een nieuw rapport over de aardbeienteelt in Vlaanderen.

Een gemiddeld gespecialiseerd aardbeienbedrijf in het Landbouwmonitoringsnetwerk, een steekproef van land- en tuinbouwbedrijven, produceert 150 ton aardbeien op 4 hectare beteelde oppervlakte. 18% van de productie komt van openluchtteelten, 25% van teelten onder toegankelijke kappen en 58% van serreteelten.

De productie is groter wanneer de planthoeveelheid groot is: substraatteelten produceren meer dan vollegrondteelten. Ook het teeltmilieu speelt een belangrijke rol: serreteelten hebben een grotere productie dan teelten onder toegankelijke kappen en openluchtteelten. De verkoopprijs is sterk afhankelijk van het verkooptijdstip en de kwaliteit. Daarom is de prijs van aardbeien uit verwarmde serres veel hoger dan die uit openluchtteelten. Beide variabelen versterken elkaar, waardoor de opbrengst het patroon van kapitaalintensiteit in zeer grote mate volgt. Zo behaalt een verwarmde serreteelt gemiddeld een productie van 550 kilogram per are geteelde aardbeien en een opbrengst van 2.045 euro. Een gemiddelde substraatteelt onder toegankelijke kappen produceert 333 kilogram per are met een opbrengst van  833 euro, en de vollegrondteelt in openlucht sluit de rij met een productie en opbrengst van 205 kilogram en 448 euro per are.

Kapitaalintensieve teelten behalen de grootste opbrengsten, maar ondervinden ook hogere variabele en vaste kosten. De belangrijkste variabele kostenposten zijn seizoensarbeid en zaai- en pootgoed. Voor de verwarmde teelten komt daar ook nog de energiekost bij. De afschrijvingen en fictieve intresten bepalen het grootste deel van de vaste kosten.

De opbrengsten en kosten leiden tot het bruto saldo en het familiaal arbeidsinkomen. Het bruto saldo van de gespecialiseerde bedrijven in de steekproef is altijd sterk positief en bedraagt gemiddeld 547 euro per are. Het familiaal arbeidsinkomen is bijna altijd positief en kent een gemiddelde van 265 euro per are geteelde aardbeien. De productie onder warm glas scoort het best, met een bruto saldo en familiaal arbeidsinkomen van 1.132 en 723 euro per are geteelde aardbeien. De andere teeltwijzen behalen lagere waarden, waarbij de vollegrondteelt in openlucht de rij sluit met een gemiddelde van respectievelijk 129 en 50 euro per are. Gespecialiseerde aardbeienbedrijven mikken vaak op een diverse en gespreide productie door een combinatie van teeltwijzen. Door het gebruik van assimilatiebelichting kunnen ze het jaar rond telen.

Het rapport is beschikbaar op www.vlaanderen.be/landbouw/studies.

Meer informatie

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 0498 94 58 71 of 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Bart Merckaert | Tel. 0491 92 55 60 of 02 552 73 50
bart.merckaert@lv.vlaanderen.be

Meer info over het beleidsdomein Landbouw en Visserij:

Samen met de minister stippelt het Departement Landbouw en Visserij het beleid uit rond land- en tuinbouw, zeevisserij en platteland. Het departement voert dit beleid uit, controleert en evalueert het.

Daarvoor werkt het departement ook samen met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV). Het Departement Landbouw en Visserij, ILVO, VLAM en SALV vormen samen het beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Meer info kan u vinden op www.vlaanderen.be/landbouw