Behoud van blijvend grasland ook in 2017 een verplichting

Via het nieuwe GLB werden enkele belangrijke aanpassingen doorgevoerd in de manier waarop Vlaamse landbouwers moeten voldoen aan de Europese verplichting voor het behoud van het areaal blijvend grasland. Als alle landbouwers een normale economisch optimale bedrijfsvoering hanteren, kan deze collectieve verantwoordelijkheid van de landbouwsector slagen.

Niemand ontkent het nut van grasland voor de Vlaamse landbouw. Ook op het vlak van milieu, klimaat en natuur is het aanhouden ervan een meerwaarde en soms ook verplicht. Denken we maar aan het voorkomen van erosie of opslaan van koolstof. Bij sommige landbouwers heeft het begrip ‘blijvend grasland’ echter een negatieve bijklank, en soms is te horen dat men af wil van het blijvend grasland. Scheuren van grasland enkel en alleen om de status van blijvend grasland te ontlopen is een verkeerde beslissing. Bovendien zitten er addertjes onder het gras en kan niet ieder perceel grasland zomaar gescheurd worden.

De collectieve verantwoordelijkheid voor het behoud van blijvend grasland

Het Departement Landbouw en Visserij wil enkele onjuiste en in de sector circulerende geruchten weerleggen en de landbouwers in Vlaanderen tot voorzichtigheid aanmanen.

De individuele opvolging van het areaal blijvend grasland via het Individueel Referentie Areaal (IRA) zoals dat bekend was onder de GLB-randvoorwaarden is weliswaar weggevallen sinds dit jaar.

Maar dat betekent niet dat we in Vlaanderen niet meer verplicht zijn het aanwezige areaal blijvend grasland in stand te houden. De opvolging gebeurt niet meer aan de hand van het IRA, maar er is wel nog steeds een referentie-areaal dat behouden moet blijven op Vlaams niveau. Het is dus een collectieve verantwoordelijkheid.

Als die oppervlakteratio blijvend grasland met meer dan 5% zou dalen ten opzichte van het referentiejaar 2012, dan neemt de Europese Unie maatregelen en dat zou voor de ganse sector een bijzonder slechte zaak zijn. Indien elke landbouwer er een normale economische graslanduitbating op na houdt, dan is de kans op een daling met meer dan 5% klein. Het is bovendien economisch onverantwoord om een goede graszode van 4 jaar oud te scheuren en een andere teelt in te schakelen, enkel om te voorkomen dat een perceel de status van blijvend grasland zou krijgen.

Als de Vlaamse ratio van campagne 2017 met meer dan 5% daalt ten opzichte van de Vlaamse referentieratio, dan is het, in de campagne 2017 en 2018, alle Vlaamse landbouwers verboden om nog eender welke percelen blijvend grasland om te zetten of te ploegen. Sommige landbouwers zullen dan verplicht worden om blijvend grasland heraan te leggen.

De administratie zal landbouwers die in campagne 2017 beschikken over een perceel dat volgens de verzamelaanvraag in campagne 2016 of 2015 nog blijvend grasland was, verplichten om het gescheurde areaal gedeeltelijk of volledig heraan te leggen.

Indien heraanleg op de oorspronkelijke percelen niet mogelijk is, mag de landbouwer een overeenkomstige oppervlakte als grasland inzaaien of een eerder met gras ingezaaid perceel aanduiden. In deze gevallen zullen de percelen vanaf die campagne als ‘blijvend grasland’ beschouwd worden en moeten ze ook voor de volgende vijf opeenvolgende jaren als blijvend grasland behouden blijven. Een perceel dat al als grasland was aangegeven, moet de landbouwer minstens zo lang als grasland behouden tot de termijn van vijf jaar is volgemaakt. De herinzaai moet uiterlijk op de uiterste indieningsdatum van de verzamelaanvraag voor de campagne 2018 gerealiseerd zijn.

Indien deze laatste situatie van toepassing is in campagne 2017, zal de administratie de landbouwer hiervan op de hoogte brengen.

Als een landbouwer niet voldoet aan de opgelegde verplichtingen, zal het areaal dat in aanmerking komt voor de vergroeningspremie verminderd worden.

Het Departement Landbouw en Visserij roept op om geen blijvend grasland te ‘scheuren om te scheuren’, zodat de sector haar teeltvrijheid ook in de toekomst kan behouden.

Gevolgen bij scheuren

Als blijvend grasland toch gescheurd wordt, is het belangrijk te weten dat er door mineralisatie een verhoogd risico op rest-stikstof in de bodem is op de gescheurde percelen. Omwille hiervan is het verplicht in het kader van het mestdecreet om gescheurde graslanden aan te duiden in de verzamelaanvraag met de gespecialiseerde productiemethode ‘BGG’.

Dit geldt ook voor graslanden die na het scheuren opnieuw ingezaaid worden met een grasachtige teelt.

Behalve onder de vergroeningsmaatregelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, kan grasland ook beschermd zijn onder de natuurwetgeving of onroerend erfgoedregelgeving. Niet ieder grasland kan dus zomaar gescheurd worden.

Aan de hand van een eenvoudige tabel tracht het Departement Landbouw en Visserij de landbouwer een leidraad aan te reiken waarin aangeduid wordt waar de landbouwer kan nagaan of zijn grasland onder bescherming valt, en bij wie hij terecht kan voor eventuele toelating of vergunning om het grasland te scheuren.

Deze checklist is te vinden op de website van het Departement Landbouw en Visserij via www.vlaanderen.be/landbouw/vergroening en vervolgens doorklikken naar ‘blijvend grasland’.

Ten slotte wil het Departement Landbouw en Visserij de landbouwers er ook op wijzen dat minder blijvend grasland op het bedrijf betekent dat de oppervlakte bouwland toeneemt en dat er dus meer ecologisch aandachtsgebied moet worden aangelegd op het bedrijf, en dit voor de volgende 5 jaar.

Meer informatie

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Eef Goossens | Tel. 02 552 77 67
eef.goossens@lv.vlaanderen.be

Het beleidsdomein Landbouw en Visserij valt onder de bevoegdheid van Joke Schauvliege: Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw.

Het beleidsdomein Landbouw en Visserij maakt deel uit van de Vlaamse overheid en omvat het Departement Landbouw en Visserij, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV).