Erosiebestrijdingsmaatregelen onder de randvoorwaarden

De aanleg van grasbufferstroken en het aanbrengen van drempels in de aardappelteelt zijn courante praktijken om te voldoen aan de erosiebestrijdingsverplichtingen onder de randvoorwaarden. Het Departement Landbouw en Visserij zet deze maatregelen daarom nog eens op een rijtje.

Sinds 2016 kunnen landbouwers kiezen uit verschillende maatregelen om te voldoen aan de verplichting om erosie te bestrijden onder de randvoorwaarden. Deze maatregelen zijn ingedeeld in een aantal pakketten en variëren naargelang de erosiegevoeligheid van het perceel en de teelt. De ruime keuzemogelijkheden laten de landbouwers toe om op basis van hun expertise maximaal in te spelen op de specifieke omstandigheden van hun land- en tuinbouwbedrijf.

De maatregelen bereiken pas hun maximaal effect wanneer ze goed worden uitgevoerd. Daarom zet het Departement Landbouw en Visserij enkele maatregelen waarbij regelmatig fouten worden vastgesteld, nog eens op een rijtje.

1 Drempels tussen de aardappelruggen

Bij de teelt van aardappelen op percelen met een zeer hoge erosiegevoeligheid (paars ingekleurd) is de aanleg van drempels tussen de ruggen steeds verplicht als teelttechnische maatregel. Op paarse percelen is de landbouwer verplicht om zowel een maatregel uit het basispakket, het keuzepakket bufferstroken, als het keuzepakket teelttechnische maatregelen toe te passen. Voor aardappelen, met uitzondering van de biologisch geteelde aardappelen, is de aanleg van drempels de enige optie uit het keuzepakket teelttechnische maatregelen. Deze drempels moeten ervoor zorgen dat water niet zomaar kan afstromen tussen de ruggen. Ze moeten voldoende hoog zijn en met de gepaste frequentie aangelegd worden zodat tussen de drempels het regenwater kan opgevangen worden. Deze maatregel zorgt trouwens ook voor een goede waterverdeling over het perceel, wat de productie enkel maar ten goede kan komen.

Ook op percelen met een hoge erosiegevoeligheid (rood ingekleurd) is de aanleg van drempels bij de teelt van aardappelen de voor de hand liggende keuze. Naast een maatregel uit het basispakket die hij sowieso moet toepassen, kan de landbouwer kiezen uit: ofwel een maatregel uit het keuzepakket bufferstroken, ofwel de aanleg van drempels tussen de ruggen als maatregel uit het keuzepakket teelttechnische maatregelen.

Omwille van de doeltreffendheid van de aanleg van drempels in de aardappelteelt zal het Departement Landbouw en Visserij in het voorjaar 2019 een gerichte controleactie organiseren om na te gaan of drempels effectief zijn aangelegd op rode en paarse aardappelpercelen.

2 Aanleg van bufferstroken

Met de aanleg van bufferstroken willen we vermijden dat bodemdeeltjes van het perceel afspoelen en zo overlast veroorzaken op onderliggende wegen en percelen of in waterlopen. Op paarse percelen is de landbouwer verplicht om bufferstroken aan te leggen wanneer hij een zomerteelt wenst aan te leggen. Ook bij winterteelten is de aanleg van een bufferstrook verplicht wanneer de landbouwer niet kiest voor een maatregel uit het keuzepakket teelttechnische maatregelen.

Om zijn bufferende werking maximaal te kunnen vervullen, moet een bufferstrook tijdig zijn aangelegd. De meest gevoelige periode is het voorjaar wanneer de gewassen pas zijn ingezaaid en nog onvoldoende bodembedekking bieden. Op dat moment moet het gras van de bufferstrook wel al voldoende ontwikkeld zijn om afspoelende bodemdeeltjes te kunnen opvangen. Dit kan enkel wanneer de grasbufferstrook in het najaar wordt aangelegd. Het Departement Landbouw en Visserij wil de landbouwers er daarom aan herinneren hiermee rekening te houden bij de opmaak van hun teeltplanning.

Meer informatie over de erosiebestrijdingsmaatregelen in het kader van de randvoorwaarden is terug te vinden op de website van het departement: www.vlaanderen.be/landbouw/randvoorwaarden.

Contact

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 0498 94 58 71 of 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Meer info over het beleidsdomein Landbouw en Visserij:

Samen met de minister stippelt het Departement Landbouw en Visserij het beleid uit rond land- en tuinbouw, zeevisserij en platteland. Het departement voert dit beleid uit, controleert en evalueert het.

Daarvoor werkt het departement ook samen met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV). Het Departement Landbouw en Visserij, ILVO, VLAM en SALV vormen samen het beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Meer info kan u vinden op www.vlaanderen.be/landbouw