Landbouwers laten zich positief uit over agromilieu-klimaatmaatregelen

Meer dan de helft van de landbouwers die agromilieu-klimaatmaatregelen uitvoeren, doet dat vooral vanwege het positieve effect op natuur, milieu en landschap. Voor de meeste boeren is de gunstige milieu-impact ook zichtbaar. Dat blijkt uit een enquête bij Vlaamse land- en tuinbouwers die ingetekend hebben op een of meerdere maatregelen of die ervoor in aanmerking komen.

Vier op de vijf respondenten vinden het een taak van de landbouw om mee zorg te dragen voor het milieu, de natuur en het landschap. Driekwart geeft aan bezorgd te zijn over erosie en bodemkwaliteit. 68% voert ook natuur- en milieumaatregelen uit waarvoor ze niet financieel aangemoedigd worden. Landbouwers met een agromilieu-klimaatmaatregel scoren telkens lichtjes hoger.

De teelt van vlinderbloemigen zoals grasklaver levert voor 77% van de respondenten met een verbintenis een milieuvoordeel op, want ze gebruiken minder stikstofkunstmest. Van de landbouwers die verwarringstechniek in de fruitteelt toepassen, zet 85% minder gewasbeschermingsmiddelen in. 73% van de landbouwers met beheerovereenkomst botanisch beheer ziet de variatie aan bloemen en planten toenemen. Bij de beheerovereenkomsten akker- en weidevogels neemt ruim de helft jaarlijks akker- en weidevogels waar op zijn percelen.

De vergoeding die de landbouwer krijgt, is, na de impact op het milieu, de tweede belangrijkste reden om een agromilieu-klimaatmaatregel uit te voeren. De overgrote meerderheid is van mening dat de vergoeding in verhouding staat tot de gevraagde inspanningen. De appreciatie verschilt wel sterk per maatregel: van 97% voor de beheerovereenkomst akkervogels en 81% voor de teelt van vlinderbloemigen tot maar 33% voor de maatregel behoud van lokale schapenrassen. Landbouwers die nog geen maatregel uitvoeren, zouden vooral overtuigd kunnen worden door minder administratieve lasten en een hogere vergoeding.

De respondenten die een agromilieu-klimaatmaatregel uitvoeren, hebben vaker een diploma hoger onderwijs, zijn vaker landbouwer in hoofdberoep en hebben vaker een bedrijf met een hogere standaardopbrengst dan hun collega’s zonder een verbintenis. In totaal namen meer dan 3.500 land- en tuinbouwers deel aan de enquête, die in de eerste helft van 2018 plaatsvond.

Agromilieu-klimaatmaatregelen maken deel uit van het Vlaamse plattelandsontwikkelingsprogramma en zijn erop gericht om de landbouwproductie te verzoenen met bepaalde natuur- en milieudoelen. Het beheer gebeurt zowel door de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) als het Departement Landbouw en Visserij.

Het rapport is  beschikbaar op www.vlaanderen.be/landbouw/studies

Meer informatie

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 0498 94 58 71 of 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Bart Merckaert | Tel. 02 552 73 50
bart.merckaert@lv.vlaanderen.be

Meer info over het beleidsdomein Landbouw en Visserij:

Samen met de minister stippelt het Departement Landbouw en Visserij het beleid uit rond land- en tuinbouw, zeevisserij en platteland. Het departement voert dit beleid uit, controleert en evalueert het.

Daarvoor werkt het departement ook samen met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV). Het Departement Landbouw en Visserij, ILVO, VLAM en SALV vormen samen het beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Meer info kan u vinden op www.vlaanderen.be/landbouw