Landbouwers zijn bereid om extra maatregelen te nemen voor biodiversiteit, milieu en landschap

Heel wat landbouwers zijn bereid om verder te gaan dan de huidige beheerovereenkomsten als ze daarvoor een correcte vergoeding krijgen. Het gaat om maatregelen met een grotere winst voor biodiversiteit, milieu of landschap. Landbouwers zonder verbintenis kunnen overtuigd worden door onder meer een betere communicatie over de resultaten van de maatregelen.

Dat blijkt uit een enquête bij Vlaamse land- en tuinbouwers die ingetekend hebben op een of meerdere agromilieu- en klimaatmaatregelen of die ervoor in aanmerking komen. Het tweede rapport daarover is net verschenen.

Van de respondenten die nu een beheerovereenkomst voor erosiebestrijding hebben, zegt 65% bereid te zijn om extra maatregelen te nemen. Bij de beheerovereenkomst voor akkervogels antwoordt zelfs 82% positief. Het percentage ligt lager bij de beheerovereenkomsten voor weidevogels (35%) en perceelsranden (33%).

Landbouwers zonder agromilieu- en klimaatverbintenis kunnen overtuigd worden om een contract te sluiten door minder administratie, een hogere vergoeding en minder negatieve effecten op de opbrengst van het bedrijf. Informeren en communiceren over het belang van de voorwaarden en de positieve effecten van de maatregelen kan potentiële begunstigden eveneens over de streep trekken. Uitwisseling van kennis en ervaringen tussen landbouwers is daarbij een grote hulp.

De inschatting over de haalbaarheid en relevantie van voorwaarden verschilt van agromilieumaatregel tot agromilieumaatregel. Algemeen scoren de voorwaarden goed, zowel op haalbaarheid als relevantie. De voorwaarde dat de vlinderbloemige duidelijk zichtbaar moet zijn, scoort vrij hoog op relevantie, maar laag op haalbaarheid, omdat weersomstandigheden en teelttechniek een rol spelen in de hoeveelheid klaver die aanwezig is. Bij de verwarringstechniek fruitteelt worden alle voorwaarden als haalbaar en relevant beschouwd. Bij mechanische onkruidbestrijding scoort de voorwaarde dat geen herbiciden en bodemontsmettingsmiddelen gebruikt mogen worden tijdens de voor- en nateelt lager, zowel op relevantie als op haalbaarheid.

Het overgrote deel van de respondenten met een beheerovereenkomst kleine landschapselementen voert het onderhoud zelf uit en deed dat al voor de verbintenis gesloten werd. De helft zou het landschapselement nog steeds onderhouden als de vergoeding zou wegvallen. Ongeveer een kwart van de respondenten zou het landschapselement echter verwijderen.

Agromilieu- en klimaatmaatregelen maken deel uit van het Vlaamse plattelandsontwikkelingsprogramma en zijn erop gericht om de landbouwproductie te verzoenen met bepaalde natuur- en milieudoelen. Het beheer gebeurt zowel door de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) als het Departement Landbouw en Visserij.

Het rapport is beschikbaar op http://www.vlaanderen.be/landbouw/studies

Meer info

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Bart Merckaert | Tel. 0491 92 55 60 of 02 552 73 50
bart.merckaert@lv.vlaanderen.be

Samen met de minister stippelt het Departement Landbouw en Visserij het beleid uit rond land- en tuinbouw, zeevisserij en platteland. Het departement voert dit beleid uit, controleert en evalueert het.

Daarvoor werkt het departement ook samen met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV). Het Departement Landbouw en Visserij, ILVO, VLAM en SALV vormen samen het beleidsdomein Landbouw en Visserij.