Nieuwe EU-plantengezondheidsverordening start op 14 december

Vanaf 14/12/2019 wordt de Europese verordening inzake plantengezondheid toegepast (Verordening (EU) 2016/2031). Deze verordening wil de Europese Unie beter beschermen tegen de insleep van plaagorganismen die schadelijk zijn voor onze land-, tuin- en bosbouwteelten en voor de natuur. Er komt hiermee een nieuw uniform plantenpaspoort. Het aantal organismen waarop gecontroleerd wordt in kader van het plantenpaspoort breidt uit, samen met een uitbreiding van de plantensoorten die plantenpaspoortplichtig zijn.

Door toenemende internationale handel en klimaatveranderingen wordt onze land- en tuinbouwsector steeds meer blootgesteld aan nieuwe fytosanitaire risico’s. De voorbije 20 jaar is de insleep van nieuwe plaagorganismen gestegen (denk aan de buxusmot en de verspreiding van een gevaarlijke bacterie in de Zuid-Europese olijfboomgaarden).

Tot en met 13 december is Richtlijn 2000/29/EG betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen van kracht. Deze richtlijn voorziet één categorie gevaarlijke ziekten en plagen voor planten, die de EU buiten wil houden: de quarantaine-organismen. De maatregelen om dat doel te bereiken is FAVV-materie. Daarnaast zijn, specifiek voor het teelmateriaal, in de Europese handelsrichtlijnen ‘kwaliteitsorganismen’ benoemd. Teeltmateriaal moet (praktisch) vrij zijn van deze laatste categorie want een landbouwteelt kan geen succes worden wanneer de landbouwer niet beschikt over kwaliteitsvol teeltmateriaal. Naast de normen voor kwaliteitsorganismen voorzien de handelsrichtlijnen ook in garanties voor de raszuiverheid en ras identiteit. Het uitvoeren van de handelsrichtlijnen is een gewestelijke landbouwbevoegdheid die in Vlaanderen wordt uitgevoerd door het Departement Landbouw en Visserij.

De nieuwe EU-plantengezondheidsverordening voorziet verschillende maatregelen om de EU beter te beschermen tegen de introductie van schadelijke organismen en stelt lidstaten beter in staat om maatregelen te nemen bij een uitbraak. Er zijn een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de oude richtlijn:

  • Er zijn strengere importeisen voor planten en plantaardige producten uit landen van buiten de EU.
  • De registratieplicht van alle markdeelnemers geeft een inzicht geven in waar en welke producten worden geteeld en verhandeld.
  • Er wordt een nieuw en uniform plantenpaspoort ingevoerd, dat transparantie geeft over de identiteit en de oorsprong van producten en over de handelsketen. Dit is nodig voor tracering bij een vondst van een schadelijk organisme. Het aantal organismen waarop gecontroleerd wordt in kader van het plantenpaspoort breidt uit samen met een uitbreiding van de plantensoorten die plantenpaspoortplichtig zijn.

Welke plaagorganismen?

In de eerste plaats blijft er nog steeds een lijst van uitheemse schadelijke plaagorganismen die bestreden en vernietigd moeten worden, wanneer ze binnen de EU aangetroffen worden. Voor deze zogenaamde ‘quarantaineorganismen’ oftewel ‘Q-organismen’ blijven federale monitorings- en noodplannen van kracht.

De Zona Protecta Quarantaine-organismen (ZP-Q’s) zijn schadelijke organismen die al aanwezig zijn in delen van de EU en niet mogen binnengebracht worden in de Zona Protecta van de EU, waar het organisme nog afwezig is.

Er zijn echter een aantal Q’s die ondertussen zo ingeburgerd zijn in de EU, dat de wetenschappelijke analyse concludeerde dat het beter is deze op een andere manier aan te pakken en de Q-status te veranderen naar die van ‘gereguleerd niet-quarantaineorganisme’, oftewel ‘regulated non-quarantaine pest’ (RNQP). RNQP’s veroorzaken ziekten en plagen met grote economische impact die zich voornamelijk verspreiden via het teeltmateriaal en al breed voorkomen in de EU, dus ook de vele plaagorganismen die als kwaliteitsorganisme gecatalogeerd stonden.

Daarnaast zijn, specifiek voor het teelmateriaal, in de Europese handelsrichtlijnen ‘kwaliteitsorganismen’ benoemd. Teeltmateriaal moet (praktisch) vrij zijn van deze laatste categorie want een landbouwteelt kan geen succes worden wanneer de landbouwer niet beschikt over kwaliteitsvol teeltmateriaal. Naast de normen voor kwaliteitsorganismen voorzien de handelsrichtlijnen ook in garanties voor de raszuiverheid en ras identiteit. Sommige van de huidige kwaliteitsorganismen verhuizen naar de RNQP-lijst (die trouwens ook aan de handelsrichtlijnen worden toegevoegd), de andere blijven kwaliteitsorganismen en worden via de diverse handelsrichtlijnen gereguleerd.

Plantenpaspoort ook voor regulated non-quarantaine pest (RNQP)

Naast de quarantaineorganismen (Q’s) zal vanaf 14 december 2019 ook een plantenpaspoortplicht gelden voor de EU-gereguleerde niet-quarantaineorganismen (RNQP’s). Deze nieuwe categorie van RNQP’s omvat, naast een aantal vroegere Q’s, de meeste kwaliteitsorganismen die nu opgevolgd worden via de Europese handelsrichtlijnen betreffende het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal.

De Plantengezondheidsverordening verbiedt professionele marktdeelnemers om RNQP’s in het grondgebied van de Unie binnen te brengen of daarbinnen te vervoeren op de voor opplant bestemde planten waardoor zij worden overgedragen. Voor opplant bestemde planten zijn planten die volledige planten kunnen voortbrengen en daarvoor bestemd zijn. Deze planten moeten worden uitgeplant, opnieuw worden geplant of geplant blijven. Met deze definitie wordt hetgeen tot nu toe als teelmateriaal werd beschouwd, uitgebreid. Dit omvat dus naast het klassieke teelmateriaal en zaden, ook alle eindproducten van pot-, perk-, water-, kuipplanten, mossen en planten met luchtwortels.

Door deze uitbreidingen worden meer plantensoorten plantenpaspoortplichtig. Ook zullen meer producenten en bedrijven die plantenpaspoortplichtige soorten vermeerderen en/of verhandelen, geregistreerd moeten worden of een erkenning kunnen aanvragen om zelf plantenpaspoorten af te leveren (zie ook nieuwsbericht over de opgave van plantenpaspoortplichtige soorten voor niet-producenten).

Aangezien de RNQP-organismen met de start van de plantengezondheidsverordening ook in de handelsrichtlijnen worden opgenomen, breidt het takenpakket van het Departement Landbouw en Visserij uit voor wat betreft de controles op deze RNQP’s.

Bacterievuur, een gevaarlijke bacterie in de fruitteelt, is een voorbeeld van plaagorganisme dat vanaf 14 december verandert van Q-status naar RNQP-status. De huidige strenge bestrijdingsmaatregelen komen te vervallen en beperken zich tot het teeltmateriaal. Voor de fruitteler zelf, blijft er een bestrijdingsplicht in zijn aanplantingen. Deze verplichting is vervat in de richtlijnen voor IPM in de fruitteelt. Bij de preventie van schadelijke organismen is men onder de hygiënemaatregelen als fruitteler verplicht om bij vaststelling van bacterievuur de besmette planten te vernietigen of de besmetting weg te snoeien. Maar aantastingen van waardplanten zoals de meidoornhagen in particuliere tuinen vormen daarom in de toekomst een verhoogd risico.

Meer informatie vindt u bij het FAVV.

Contact

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 0498 94 58 71 of 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Bart Merckaert | Tel. 0491 92 55 60 of 02 552 73 50
bart.merckaert@lv.vlaanderen.be

Meer info over het beleidsdomein Landbouw en Visserij:

Samen met de minister stippelt het Departement Landbouw en Visserij het beleid uit rond land- en tuinbouw, zeevisserij en platteland. Het departement voert dit beleid uit, controleert en evalueert het.

Daarvoor werkt het departement ook samen met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV). Het Departement Landbouw en Visserij, ILVO, VLAM en SALV vormen samen het beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Meer info kan u vinden op www.vlaanderen.be/landbouw.