Nieuwe maatregelen rond IPM

Sinds 1 januari 2014 moet elke professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen de regels rond geïntegreerde gewasbescherming (IPM) toepassen (basis Europese richtlijn 2009/128 betreffende een duurzaam gebruik van pesticiden). IPM (Integrated Pest Management) of geïntegreerde gewasbescherming gaat over het duurzaam, beredeneerd gebruik van gewasbeschermingstechnieken en –middelen. Het vermijden van puntvervuiling, het reduceren van drift en het vermijden van schadelijke onkruiden zijn belangrijke pijlers binnen IPM. Hierbij is er, in samenspraak met de hele sector, een stappenplan uitgewerkt voor een pakket aan nieuwe maatregelen.

Het gros van de nieuwe maatregelen die hieronder opgesomd worden, zullen vanaf 2023 ingaan, met uitzondering van de bestrijding van doornappel. Dit omdat de problematiek rond dit onkruid snel toeneemt en er nood is aan snelle maateregelen om dit onkruid in te dijken. 

Het doel van de nieuwe maatregelen binnen IPM is voornamelijk om enerzijds puntvervuiling en drift te beperken en anderzijds om de verdere verspreiding van een aantal schadelijke onkruiden te voorkomen. In samenspraak met de hele sector werden onderstaande maatregelen weerhouden.

Maatregel vanaf dit jaar (2022)

Doornappel (born: PCA)Doornappel is een probleemonkruid dat in snel tempo aan terrein wint, met alle gevolgen van dien. Deze giftige plant dient ten alle tijden bestreden te worden om verdere problemen te voorkomen. Sommige teelten kunnen zelfs niet geoogst worden bij een aanwezigheid van dit onkruid. Vandaar wordt de verplichte bestrijding van dit onkruid vanaf 2022 opgenomen in de IPM-checklist. Er dient ook steeds vermeden te worden dat dit onkruid in zaadproductie komt om verspreiding van dit onkruid te vermijden. Vanaf dit jaar zal dit een minor worden in de IPM-checklist, om tegen 2026 naar een major (verplichting) over te gaan.

Foto: Doornappel (bron: PCA)

 

Maatregelen vanaf 2023

Hieronder worden de maatregelen opgesomd die vanaf 2023 ingaan. Bij elke maatregel hoort een bepaald niveau. Niveau 1 betekent dat dit een verplichting is, bij niveau 2 dient men aan minimaal 70% van de maatregelen te voldoen en niveau 3 zijn aanbevelingen. Een aantal van deze maatregelen gaan in 2023 in als niveau 2 om in 2026 over te gaan tot een niveau 1. Per maatregel wordt dit telkens vermeld.

  • Spuittoestellen bij openluchtteelten (uitgezonderd rugspuiten, lansspuiten, stationaire spuittoestellen* en onkruidspuiten in de fruitteelt) moeten uitgerust zijn met een schoonwatertank.  Dit zal een niveau 2 worden vanaf 2023 en een niveau 1 (verplichting) worden vanaf 2026.
    Deze schoonwatertank dient een minimaal volume te hebben:
    • Overeenkomstig met de ISO-normen OF
    • 100 liter bij spuittanken groter van 1.000 liter OF
    • Bij spuittanken die kleiner zijn dan 1.000 liter dient het volume minimaal 10% van het spuittankvolume te zijn.
  • Het wordt een aanbeveling om het spuittoestel uit te rusten met een intern spoelsysteem om een goede interne reiniging te kunnen garanderen.
  • Indien er bij het vullen van het spuittoestel water uit het oppervlaktewater wordt aangezogen, mag de aanzuigleiding niet gecontamineerd zijn met gewasbeschermingsmiddelen.
  • Contaminatie treedt bv. op wanneer er spuitnevel tijdens de spuitwerkzaamheden neerslaat op de aanzuig-of toevoerslang die mee op de spuitmachine vervoerd wordt. Dit wordt een verplichting (niveau 1) vanaf 2023.
  • Indien bij het vullen van het spuittoestel een aanzuigslang wordt gebruikt, dient er een terugslagklep aanwezig te zijn. Dit wordt een verplichting (niveau 1) vanaf 2023.
  • De spuitboomhoogte bij openluchtteelten waarbij neerwaarts gericht gespoten wordt, bedraagt 0,5 meter boven het gewas bij spuitbomen met een dopafstand van 50 cm. Bij spuitbomen met 25 cm dopafstand, bedraagt deze 30 cm boven het gewas. Bij toepassingen bij openluchtteelten waarbij niet neerwaarts gericht gespoten wordt, dient de afstelling van de spuitapparatuur (bv. doppenkeuze, aantal doppen, spuitrichting dophouders, spuitdruk, luchtondersteuning…) maximaal aangepast aan de actuele gewasontwikkeling. Dit wordt een niveau 2 vanaf 2023.
  • Op dagen dat een spuittoestel niet in gebruik is, staat deze in een overdekte ruimte (met uitzondering van de stationaire spuiten). Dit wordt een niveau 2 vanaf 2023 en een niveau 1 vanaf 2026.
  • Het Invullen van de fyteauscan (www.fyteauscan.be). Hierbij wordt er duidelijk gemaakt waar er een risico bestaat dat gewasbeschermingsmiddelen in het water terechtkomen. Dit wordt een niveau 2 vanaf 2023.
  • Bij bespuitingen in open lucht moet er vanaf 2023 een driftreductie van minimum 75% worden gerealiseerd. Opgelet, Want vanaf 2026 moet er een driftreductie bij bespuitingen in open lucht van 90% worden gerealiseerd, waarbij minimaal 75% driftreductie wordt gerealiseerd op het spuittoestel zelf. Een akkerbouwer kan dan bv. kiezen voor effectief 90% driftreducerende doppen, terwijl een fruitteler bv. 75% driftreducerende techniek op spuitmachine combineert met hagelnet/haag, …
  • Het gebruik van een kantdop op spuitbomen gebruikt voor neerwaarts gerichte bespuitingen langs oppervlaktewater en verhardingen wordt een niveau 2 vanaf 2023.

Vul- en spoelplaats

Daarenboven wordt er binnen de werkgroep IPM ook verder nagedacht omtrent de bepalingen van de vul- en spoelplaats. Dit omdat puntvervuiling de belangrijkste oorzaak is van contaminatie van gewasbeschermingsmiddelen in waterlopen. Het inwendig spoelen van het spuittoestel in het veld blijft een belangrijk aandachtspunt. Vandaar dat een schoonwatertank ook werd opgenomen in de IPM-checklist. Ook bij de vulplaats is het voorkomen van puntvervuiling een uiterst belangrijk aspect.

Meer info over IPM en de checklist met de eisen waaraan moet worden voldaan, vindt u terug op de website Geïntegreerde gewasbescherming

Indien uw landbouwbedrijf nog niet geregistreerd zou zijn bij een erkende OCI, dient u zich zo spoedig mogelijk registeren bij één van de 8 erkende OCI’s !