Uitzondering productie op braakliggend land in het kader van de vergroening: hoe aangeven in de verzamelaanvraag?

De Europese Commissie laat uitzonderlijk toe om in 2022 percelen op braakliggend land te gebruiken voor productiedoeleinden, zonder dat dit gevolgen heeft voor de vergroeningsbetaling. Concreet kan productie op deze percelen terwijl ze toch meetellen als ecologisch aandachtsgebied – braakliggend land en tot de gewasgroep ‘braakliggend land’ blijven behoren binnen de gewasdiversificatie. In dit persbericht licht het Departement Landbouw en Visserij verder toe hoe deze percelen uiterlijk op 31 mei aangegeven moeten worden in de verzamelaanvraag.

Zowel de voeder- als voedselvoorziening vanuit Oekraïne heeft sterk te lijden onder het conflict met Rusland. Om de Vlaamse productieketens van bevoorrading te verzekeren is het cruciaal om het productiepotentieel in Vlaanderen maximaal te benutten binnen het geboden Europese kader. De Europese Commissie biedt de lidstaten nu de mogelijkheid dat zij toelaten om percelen braakliggende land, toch te gebruiken voor productiedoeleinden zonder dat dit gevolgen heeft voor de vergroeningsbetaling.

Vlaanderen zal van deze mogelijkheid gebruik maken en laat in de campagne 2022 productie toe op braakliggend land. Landbouwers mogen dus percelen, die ook geselecteerd kunnen worden voor ecologisch aandachtsgebied - braakliggende land (EAG-braak), inzaaien, bemesten, er gewasbescherming op toepassen en oogsten. Dit braakliggend land met productie blijft dus een perceel ‘braakliggend land’ voor de gewasdiversificatie, ongeacht de hoofdteelt die verbouwd wordt. De andere voorwaarden voor braakliggend land blijven behouden, zoals de voorwaarde dat percelen waarop gras als hoofdteelt of nateelt in de voorgaande campagne was aangegeven, niet als braakliggend land kunnen worden aangegeven. Deze percelen komen dus ook niet in aanmerking voor deze uitzondering.

Braakpercelen gelegen in groene bestemmingen worden van deze uitzonderingen uitgesloten. Op deze percelen blijft landbouwproductie niet toegelaten.

Wanneer u van de uitzonderingsregeling wenst gebruik te maken en op braakliggende percelen een productieve teelt wil aanhouden, moet u in de verzamelaanvraag op het e-loket www.landbouwvlaanderen.be de percelen die u hiervoor in aanmerking wil laten komen, aanduiden met de bijkomende bestemming ‘BRU – Braak uitzondering’. Op deze braakliggende percelen met productie kan u geen braak-teeltcode (81, 82 of 89) gebruiken maar moet u de teeltcode van het productiegewas als hoofdteelt aangeven. Indien het perceel in een groene bestemming zou gelegen zijn, dan zal u de opmerking krijgen dat het betrokken perceel niet in aanmerking komt voor de uitzonderingsregeling.

Als een perceel met bijkomende bestemming ‘BRU’ het hele jaar (1 januari  tot 31 december) in eigen gebruik heeft, kunt u deze percelen voor EAG selecteren in het scherm Vergroening – Ecologisch aandachtsgebied. Dit moet wel ten laatste op de uiterste wijzigingsdatum van de verzamelaanvraag, 31 mei, gebeurd zijn. Deze percelen zullen op het e-loket meegeteld worden in het berekende percentage van het areaal dat meetelt voor EAG. Ook de opmerkingen over het al dan niet voldoen aan EAG houden hier rekening mee.

Het scherm Vergroening - gewasdiversificatie op het e-loket is niet aan deze uitzondering aangepast. De arealen die daar per gewas getoond worden, zijn enkel gebaseerd op de aangegeven hoofdteelt en niet op bestemmingen zoals ‘BRU’, waardoor het areaal van de braakliggende percelen met productie dus nog bij de gewasgroep geteld worden waartoe de aangegeven hoofdteelt behoort. Opmerkingen in de verzamelaanvraag over het al dan niet voldoen aan gewasdiversificatie daarentegen zijn wel zo aangepast dat de arealen van alle braakliggende percelen samengeteld worden, ook van de braakliggende percelen met productie met bijkomende bestemming ‘BRU’.