Vergroening in de verzamelaanvraag 2016

Sinds de start van het nieuwe GLB is de landbouwer verplicht om aan bepaalde vergroeningseisen te voldoen om de vergroeningspremie te krijgen. Het gaat om het in stand houden van blijvend grasland, voldoen aan gewasdiversificatie en het aanleggen van ecologisch aandachtsgebied op zijn percelen.

In dit persbericht wil het Departement Landbouw en Visserij de landbouwers vragen aandacht te hebben voor enkele zaken die reeds opgemerkt werden in deze en ook in voorgaande campagne.

Blijvend grasland

Onder de randvoorwaarden werd blijvend grasland van meet af aan heel strikt opgevolgd op landbouwerniveau, met de verplichting tot instandhouding van het individueel referentie-areaal blijvend grasland (IRA). Deze individuele opvolging, die loopt tot einde 2016, werd als heel rigide beschouwd voor de bedrijfsvoering.

In het kader van de vergroening heeft de overheid daarom heel bewust gekozen voor een flexibeler systeem van opvolging van blijvend grasland op regio-niveau en heeft daardoor aan de sector en de individuele landbouwer meer vrijheid gegeven.

De verantwoordelijkheid ligt nu dan ook bij de gehele sector om ervoor te zorgen dat het areaal blijvend grasland onder vergroening, van kracht sinds 1 januari 2015, stabiel blijft in Vlaanderen.

Het ’blijvend grasland onder vergroening’ houdt in dat een landbouwer voor een perceel met status ’blijvend grasland’ in zekere mate vrij is om het perceel om te zetten naar bouwland als dat noodzakelijk is in zijn bedrijfsvoering. Hij tracht hierbij het betrokken perceel met een ander perceel grasland te compenseren. De landbouwer probeert op die manier een status quo in de oppervlakte blijvend grasland te handhaven.

Vlaanderen monitort dit met behulp van de Europees vastgelegde ratioberekening, waarbij de oppervlakte ’blijvend grasland onder vergroening’ wordt opgevolgd t.o.v. de totale landbouwoppervlakte. In 2016 is gebleken dat de ratio nagenoeg stabiel is ten opzichte van de referentieratio.

Daalt de ratio toch met meer dan 5%, dan zal de Vlaamse overheid een algemene herstelverplichting voor gescheurd blijvend grasland instellen om de ratiodaling opnieuw binnen de toegelaten marge te brengen.

Het is dan ook van groot belang dat iedere landbouwer zijn grasland en bedrijf op een normale wijze uitbaat en niet doelbewust de status ’BG’ probeert te voorkomen.

Ecologisch kwetsbaar blijvend grasland (EKBG)

Het ’ecologisch kwetsbaar blijvend grasland (EKBG)’ is een oppervlakte van ongeveer 22.000 ha blijvend grasland die werd aangeduid als ’ecologisch kwetsbaar’.

Deze aanduiding valt uiteen in 2 groepen.

Enerzijds is er een oppervlakte van ca. 19.000 ha zowel beschermd onder de natuurwetgeving als onder de vergroening. Overlapt een perceel met deze oppervlakte, dan is het wijzigen van de vegetatie door geen enkele handeling (bv. ploegen, bemesten, toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, …) toegelaten.

Anderzijds is er ca. 3.000 ha, gelegen in de Polders, die specifiek beschermd is onder de vergroening. Overlapt een perceel met deze oppervlakte, dan geldt een verbod op ploegen of omzetten naar andere vormen van grondgebruik dan ’grassen en kruidachtige voedergewassen’. Gewoon graslandbeheer inclusief bemesten en doorzaaien is toegelaten, voor zover hiervoor geen grondbewerking wordt toegepast die de bestaande grasvegetatie vernietigt.

Gewasdiversificatie

Wanneer de landbouwer op 21 april een oppervlakte bouwland in gebruik heeft:

  • tussen de 10 en 30 ha: op dat bouwland moet hij minstens 2 verschillende gewassen telen. Het omvangrijkste gewas mag daarbij niet meer dan 75% van het areaal bouwland innemen;
  • vanaf 30 ha: op dat bouwland moet hij minstens 3 verschillende gewassen telen. Het omvangrijkste gewas mag daarbij niet meer dan 75% van het areaal bouwland beslaan en de 2 omvangrijkste gewassen samen niet meer dan 95%.

De landbouwer wordt aangeraden voldoende marge te voorzien op de procentuele limieten.

Wanneer de landbouwer op één perceel gelijktijdig twee of meer teelten in afzonderlijke rijen verbouwt, geeft hij dit aan als combinatieteelt. De teelt die op het perceel het grootste areaal inneemt wordt opgegeven als hoofdteelt. Elk ander gewas op hetzelfde perceel dat ten minste 25% van het perceel inneemt, wordt aangegeven in het veld 'Combi hoofdteelten'. Braak wordt niet beschouwd als combi hoofdteelt. De teelten onder 'combi hoofdteelt' zijn andere teelten dan deze ingevuld onder het veld 'hoofdteelt'.

Wijzigingen aan de hoofdteelt moeten uiterlijk op 31 augustus doorgegeven worden via een wijzigingsaanvraag.

Ecologisch aandachtsgebied

Een landbouwer met meer dan 15 hectare bouwland op zijn bedrijf moet minstens 5% van dat areaal inrichten als ecologisch aandachtsgebied (EAG). Hiervoor kan hij kiezen uit een gamma van mogelijkheden. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de mogelijke types EAG samen met hun omzettings- en wegingsfactor.

Ook hier wordt de landbouwer aangeraden in voldoende marge op de 5% te voorzien bij het selecteren van EAG. Heeft de landbouwer nog extra potentieel ecologisch aandachtsgebied ter beschikking dat voldoet aan de voorwaarden, dan activeert hij dit best ook. Ook al staat het opgenomen in de lijst met potentieel EAG in de verzamelaanvraag op het e-loket, de landbouwer kan een EAG pas activeren wanneer hij aan de voorwaarden van dat type EAG kan voldoen.

Types ecologisch aandachtsgebied

Omzettingsfactor

Wegingsfactor

Ecologisch aandachtsgebied

Potentieel EAG indien*:

Braakliggend land

n.v.t.

1

1 m2 = 1 m2

Hoofdteelt: codes voor braak of bloemenmengsel (89, 98, 9832)

Bufferstroken langs waterlopen

6

1,5

1 m = 9 m2

Perceel bouwland grenst aan een waterloop breder dan 2 meter

Boslandbouw (Agroforestry)

n.v.t.

1

1 m2 = 1 m2

Percelen met gesubsidieerde boslandbouw

Subsidiabele stroken langs bosranden

Zonder productie

6

1,5

1 m = 9 m2

Perceel bouwland grenst aan een bos

Met productie

6

0,3

1 m = 1,8 m2

Perceel bouwland grenst aan een bos

Korte omloophout

n.v.t.

0,3

1 m2 = 0,3 m2

Hoofdteelt: 883, 963

Beboste landbouwgrond

n.v.t.

1

1 m2 = 1 m2

Percelen met gesubsidieerde bebossing van landbouwgrond

Groenbedekking

n.v.t.

0,3

1 m2 = 0,3 m2

Nateelt: 657, 658, 659, 700

Stikstofbindende gewassen

n.v.t.

0,7

1 m2 = 0,7 m2

Hoofdteelt: 51, 52, 53, 721, 722, 723, 731, 732, 744, 747

Landschapselementen

Houtkanten

n.v.t.

2

1 m2 = 2 m2

Hoofdteelt: 4

Bomen in groep

n.v.t.

1,5

1 m2 = 1,5 m2

Hoofdteelt: 895

Akkerranden

n.v.t.

1,5

1 m2 = 1,5 m2

Gespecialiseerde productiemethode ‘AKR’

Poelen

n.v.t.

1,5

1 m2 = 1,5 m2

Hoofdteelt: 3

Grachten

1,5 (50% van 3)

2

1 m = 3 m2

Perceel bouwland grenst aan een waterloop tussen 2 en 6 meter breed

*: de gebruikte teeltcodes zijn terug te vinden in de tabel ‘teeltcodes’ op www.vlaanderen.be/landbouw/verzamelaanvraag/tabellen

Op enkele types ecologische aandachtsgebieden mag geen landbouwactiviteit plaatsvinden. Onderstaande tabel geeft aan hoe deze ingetekend moeten worden en vooral welk gewas of activiteit er op het perceel of op de strook kan voorkomen.

Braakliggend land

Landschapselement
Akkerrand

Bufferstrook langs waterlopen*

Strook subsidiabel areaal langs bosranden zonder productie*

Intekenen

Apart perceel

Apart perceel
(GPM**: ‘AKR’)

Deel van perceel (automatisch)

Deel van perceel (automatisch)

Wettelijke breedte

-

Min 1m - max 20m

Min 5 m

Min 5m - max 10m

Braak

Ja
(gewascode 89)

Ja
(gewascode 82)

Ja

ja

Faunamengsel

Ja
(gewascode 98)

Ja
(gewascode 98)

ja

ja

Bloemenmengsel

Ja
(gewascode 9832)

Ja
(gewascode 9831)

ja

ja

Gras

nee

Ja (graslandcode en onderscheidbaar)

ja (onderscheidbaar)

ja (onderscheidbaar)

Begrazen

nee

nee

ja

ja

Maaien / Klepelen

ja
(voor 1 okt)

ja

ja

ja

Afvoeren

Enkel met overeenkomst***

Enkel met overeenkomst***

ja

ja

Landbouwteelt, andere dan gras

nee

Enkel met overeenkomst***

Enkel met overeenkomst***

Enkel met overeenkomst***

Bemesting / gewasbeschermingsmiddel

nee

Ja
(maar beperken)

nee

nee

* Bij stroken is de gewascode van het volledige perceel = de gewascode van de hoofdteelt. De tabel geeft enkel weer welke bedekking / activiteit er op de strook zelf kan voorkomen.
** GPM: Gespecialiseerde productiemethode
*** Een ’(gebruiks)overeenkomst’ is een schriftelijke overeenkomst die een landbouwer sluit met een overheid, vereniging of rechtspersoon, met het oog op het realiseren van milieu- of natuurdoelstellingen op grasland of bouwland waarop de overeenkomst betrekking heeft. Het kan onder meer gaan om een overeenkomst met een gewestelijke overheid (het Departement Landbouw en Visserij, het Agentschap voor Natuur en Bos, …) of met lokale overheden zoals gemeenten en provincies. Het kan ook gaan om een overeenkomst met een vereniging of rechtspersoon, zoals bijvoorbeeld een natuur- of milieuorganisatie (Natuurpunt, de Regionale Landschappen …). Een landbouwer moet de overeenkomst ten allen tijde kunnen voorleggen bij controles.

Wanneer de weersomstandigheden in het najaar niet toelaten om op bepaalde percelen de groenbedekker tijdig in te zaaien, dan kan dit op andere tijdig aangegeven percelen gebeuren. Dit moet gemeld worden via een wijziging van de verzamelaanvraag. Voor de percelen gelegen in de Polders en Duinen is het mogelijk een perceelswisseling voor inzaai van groenbedekker te melden tot 16 september, voor de andere landbouwstreken is dit mogelijk tot 16 oktober. Schrappingen van niet-ingezaaide groenbedekkers dienen te gebeuren voor 31 december. De uiterste inzaaidata moeten ook wel gerespecteerd worden op de percelen die nieuw geselecteerd worden voor EAG-groenbedekking.

Wanneer de landbouwer op eenzelfde perceel zowel ecologisch aandachtsgebied als een agromilieumaatregel of beheerovereenkomst heeft, moet hij rekening houden met een mogelijke dubbele financiering. In dat geval zal de agromilieumaatregel of de beheerovereenkomst met een lager bedrag vergoed worden. De mogelijke verminderingen kan de landbouwer terugvinden op www.vlaanderen.be/landbouw/verzamelaanvraag/tabellen .

Meer en gedetailleerde info over de verschillende vergroeningsmaatregelen staat op www.vlaanderen.be/landbouw/vergroening

Meer informatie

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Eef Goossens | Tel. 02 552 77 67
eef.goossens@lv.vlaanderen.be

Meer info over het beleidsdomein Landbouw en Visserij:

Het beleidsdomein Landbouw en Visserij valt onder de bevoegdheid van Joke Schauvliege: Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw.
Het beleidsdomein Landbouw en Visserij maakt deel uit van de Vlaamse overheid en omvat het Departement Landbouw en Visserij, het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV).
Meer info kan u vinden op www.vlaanderen.be/landbouw