Visserij: Aanpassing aanvullende quotamaatregelen voor kabeljauw in de Noordzee

Op verzoek van de Quotacommissie van 12 november 2020 werd een bijkomende aanpassing van de aanvullende quotamaatregelen doorgevoerd. 

Groot Vlootsegment

Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de ICES-deelgebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020 een hoeveelheid kabeljauw per zeereis toegekend, die gelijk is aan 400 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die zeereis in die ICES-deelgebieden. 

Klein Vlootsegment

Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de ICES-deelgebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020 een hoeveelheid kabeljauw per zeereis toegekend, die gelijk is aan 200 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die zeereis in die ICES-deelgebieden. 

Bijzondere bepalingen voor TR1 of BT1- vistuig

De hoeveelheden, vermeld in de twee bovenstaande paragrafen, worden vanaf 25 november 2020 tot en met 31 december 2020 bijkomend met 400 kg per vaartdag verhoogd, als het vaartuig in kwestie gedurende de gehele visreis gebruik maakt van netmaaswijdtes van groter dan 100 mm in de bordenvisserij of Schotse Zegen (TR 1) of groter dan 120 mm in de boomkorvisserij (BT 1).

Op het ogenblik dat vastgesteld wordt dat 90% van het kabeljauwquotum is opgevist, zal deze bijkomende hoeveelheid nog slechts met 100 kg per vaartdag worden verhoogd, als het vaartuig in kwestie gedurende de gehele visreis gebruik maakt van netmaaswijdtes van groter dan 100 mm in de bordenvisserij of Schotse Zegen (TR 1) of groter dan 120 mm in de boomkorvisserij (BT 1).

Noordzee (IIa, IV)

Kabeljauw

  • GVS: 400 kg per vaartdag op reisbasis
  • KVS: 200 kg per vaartdag op reisbasis
  • Indien vistuig BT1/TR1:
    • +400 kg per vaartdag op reisbasis
    • tenzij >90% dan wordt het +100 kg per vaartdag op reisbasis