Visserij: Aanvullende quotamaatregelen 2018 + aanlandingsplicht demersale visserijen 2018

Tijdens de recente visserijraad van 11-13 december zijn de TAC & quotamaatregelen alsook bijkomende bepalingen vastgelegd. Deze worden nu in nationale maatregelen omgezet.

Er werd geopteerd om de bestaande regelgeving 2017 in grote lijnen verder te zetten.

In 2018 wordt de aanlandingsplicht voor de demersale visserijen verder gradueel uitgerold, om in 2019 voor alle TAC-soorten ingevoerd te worden. U ontvangt daarover nog een afzonderlijk bericht

Volgende maatregelen zijn vanaf 1 januari 2018 van kracht:

1. DAGENBEPERKING

1.1 Vaartdagenregeling

Gedurende de periode 1 januari 2018 tot 31 december 2018 mag een vissersvaartuig maximaal 285 vaartdagen verwezenlijken in alle gebieden samen. De overschreden dagen en de extra te korten dag per twee dagen overschrijding worden in mindering gebracht op het maximaal aantal vaartdagen 2019.

1.2 Communautaire dagenbeperking (zeedagen)

Na de opheffing van de zeedagenbeperking in de kabeljauwherstelgebieden 2017, wordt nu ook de verplichting tot uitreiken van vismachtigingen ingetrokken.

Er blijft nog een inspanningsbeperking voor de segmenten BT1 en BT2 ten gevolge van het schol en tongherstelplan Noordzee, maar dit wordt nationaal opgenomen. Er worden geen individuele zeedagen beperkingen opgelegd in uitvoering van die plannen.

1.3.Tongherstelgebied (ICES-gebied VIIe)

In toepassing van bijlage IIc van EU-Raadsverordening TAC’s 2018 wordt de bestaande boomkorvisserijinspanning in het westelijk deel van het Engels Kanaal verder beperkt gedurende de periode 1 februari 2018 – 31 januari 2019.

Vaartuigen uitgerust met de boomkor met een maaswijdte van ten minste 80 mm, mogen in dat gebied maximaal 176 zeedagen presteren.

De boomkorvaartuigen die in de referentieperiode 2002 – 2016 gevist hebben in het westelijk deel van het Engels Kanaal krijgen een vismachtiging VIIe. Visserij met de boomkor is in het ICES-gebied VIIe vanaf 1 februari 2018 tot 31 januari 2019 enkel toegestaan mits het vissersvaartuig over een vismachtiging herstelgebied tong VIIe beschikt. Deze vismachtiging moet aan boord gehouden worden. Rederijen van vissersvaartuigen, die aan de voorwaarden voldoen, worden spontaan per afzonderlijke zending een vismachtiging herstelgebied tong toegestuurd.

Overdracht van dagen op vaartuigniveau is verboden.

Niet naleving van deze communautaire dagenregeling kan tevens leiden tot intrekking van de visvergunning voor vijf opeenvolgende dagen. De toekenning van de vismachtiging VIIe voor 2019 wordt beperkt tot 6 maanden.

2. GESLOTEN GEBIEDEN, VISVERBODEN EN TECHNISCHE MAATREGELEN

2.1 Skagerrak

Vermits alle Belgische quota in het Skagerrak geruild zullen worden met Denemarken blijft het Skagerrak gesloten in 2018 voor de Belgische vissersvaartuigen

2.2 West van Schotland (VIa)

Vermits de visserij-inspanning in het gebied VIa geruild wordt, wordt de visserij er de facto verboden.

2.3 Keltische Zee VIIh,j,k

Gedurende het volledige jaar 2018 is de visserij verboden in ICES-gebied VIIh,j,k voor vaartuigen met een motorvermogen kleiner of gelijk aan 221 kW.

2.4 Golf van Gascogne

De aanwezigheid van een vissersvaartuig in de Golf van Gascogne is verboden in 2018. Later op het jaar zal een specifieke regeling worden uitgewerkt.

2.5 Spanvisserij

De spanvisserij op kabeljauw is tijdens 2018 verboden.

2.6 Sluiting Bristol kanaal

Gedurende het volledige jaar 2018 is de visserij verboden in ICES-gebied VIIf,g voor vaartuigen met een motorvermogen kleiner of gelijk aan 221 kW.

In de periode 1 februari 2018 tot en met 31 oktober 2018 zijn enkel de vaartuigen van het klein segment, die beschikken over een machtiging Bristolkanaal 2018, toegestaan in gebied VIIf,g aanwezig te zijn.

Ten einde opgenomen te worden op de lijst dienen geïnteresseerde reders zich voor 15 januari 2018 aan te melden.

Een minimale hoeveelheid van 4.000 kg tong per vaartuig wordt gegarandeerd. Indien er teveel inschrijvingen zijn in verhouding tot de beschikbare segmentsquota, wordt er geloot.

Voormelde regeling is niet van toepassing voor de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW, die een toewijzing krijgen in functie van het motorvermogen.

Uw aandacht wordt gevestigd op het feit dat naar analogie met vorige jaren  de visserij buiten de zes-mijlszone in de ICES-rechthoeken 30E4, 31E4 en 32E3 (zgn. Trevose box) in de periode 1 februari 2018 tot en met 31 maart 2018 verboden wordt.

2.7 Voorlopige sluiting Ierse zee

Gezien de lage tong TAC in het gebied VIIa, werd aan de minister voorgesteld een volledig verbod op de aanwezigheid van vissersvaartuigen in gebied VIIa in te stellen in januari 2018.

2.8 Europese sluiting Ierse zee 2018

De bestaande bepalingen (nu opgenomen als art. 34 bis van EG-Verordening 850/98) voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse zee (Ices-sector VIIa) zijn opnieuw van toepassing in het visseizoen 2018.

2.8.1     In de periode van 14 februari 2018 tot en met 30 april 2018 is de visserij verboden in de sector van ICES-gebied VIIa met volgende coördinaten (zelfde zone als in overeenstemmende periode in vorige jaren sinds 2001):

                                                 tussen 54°30' NB op de oostkust van Noord-Ierland

                                                tussen 54°30' NB 04°50' WL,

                                                tussen 53°15'  NB 04°50' WL, en

                                                tussen 53°15' NB op de oostkust van Ierland.

In dat gesloten gebied wordt een sector vastgesteld waar het gebruik van bodemtrawls is toegestaan op voorwaarde dat de netten een maaswijdte hebben van hetzij 70-79, hetzij 80-99, en op geen enkele plaats in het net een afzonderlijke maas bevatten waarvan de wijdte groter is dan 300mm.

              De sector wordt begrensd door volgende coördinaten:

                                               53°30’ NB, 05°30’ WL

                                               53°30’ NB, 05°20’ WL

                                               54°20’ NB, 04°50’ WL

                                               54°30’ NB, 05°10’ WL

                                               54°30’ NB, 05°20’ WL

                                               54°00’ NB, 05°50’ WL

                                               54°00’ NB, 06°10’ WL

                                               53°45’ NB, 06°10’ WL

                                               53°45’ NB, 05°30’ WL

                                               53°30’ NB, 05°30’ WL

 

2.8.2 Alle grootmazige toppanelen in de boomkornetten met ruitvormige mazen van tenminste 300 mm die ingevolge de herstelplannen moeten gebruikt worden in de Noordzee alsook in de Westelijke wateren moeten ook gebruikt worden in de Ierse zee.

2.9 Beschermde vissoorten

Volgende soorten mogen niet aan boord gehouden worden en dienen, liefst levend, terug over boord gezet te worden (zelfde lijst als vorig jaar):

Sterrog (IV en VIId) witte rog (in VII en VIII), Noorse rog (in VII), vleet, zee-engel, vioolroggen, reuzenhaai, witte haai, reuzenmanta, haringhaai, doornhaai, zaaghaaien en een aantal diepzeehaaien.

2.10 Verbod op highgrading

Een soort, waarvoor een quotaregeling geldt en die gevangen wordt tijdens visserijactiviteiten, wordt aan boord van het vaartuig gebracht en vervolgens aangeland, tenzij dit indruist tegen de communautaire visserijwetgeving, waarbij technische, controle- en instandhoudingsmaatregelen zijn vastgesteld. Deze verplichting geldt in alle gebieden.

2.11 Verplicht gebruik van de zeeflap

Vaartuigen uitgerust met TR3 (bordenvisserij op garnaal) dienen gans het jaar uitgerust te zijn met een zeeflap.

2.12 Staand tuig op zeebaars

Het gericht vissen op zeebaars met staand tuig met maaswijdte kleiner dan 120 mm is verboden gedurende het gehele jaar 2018.

2.13 Technische maatregelen in alle ICES-gebieden

De technische maatregel die in 2015 werd ingevoerd en die het gebruik van paneel voor de tunnel verplicht stelde in bepaalde gebieden (het zgn. Vlaams paneel) wordt behouden teneinde te kunnen genieten van een de-minimis.

Vanaf 1 januari 2018 is het verboden boomkortuigen onder zich te hebben en te gebruiken waarvan de laatste 3 meter van de staart, vóór de kuil, niet bestaat uit netmateriaal met minimale maaswijdte van 120mm, gemeten tussen de knopen.

3. SCHOL

3.1 Vangstbeperkingen voor schol in de Noordzee

Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2018 vastgesteld op 1.040 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2018 dit scholquotum wordt uitgeput, wordt de scholvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van meer dan 221 kW is voor het jaar 2018 vastgesteld op 5.900 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2018 dit scholquotum wordt uitgeput, wordt de scholvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Aan de vissersvaartuigen van 221 kW of minder wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 oktober 2018 een hoeveelheid schol toegekend, die gelijk is aan 400 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht. Van die toegekende hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 60 kg per kW vóór 15 maart 2018 worden opgevist.

Aan de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium voor de periode van 1 januari 2018 tot 30 juni 2018 een hoeveelheid schol toegekend, die gelijk is aan 170 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht. Van deze hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 60 kg per kW vóór 15 maart 2018 worden opgevist.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid schol heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de scholvisserij in de Noordzee en het Schelde-estuarium stop te zetten tot 15 maart respectievelijk eind juni 2018 voor de vaartuigen van meer dan 221 kW en tot 15 maart respectievelijk eind oktober 2018 voor de vaartuigen van 221 kW of minder.

Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId,e worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden schol in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt :

  • 800 kg per vaartdag voor vaartuigen van 221 kW of minder,
  • 1600 kg per vaartdag voor vaartuigen van meer dan 221 kW.
  • Indien het vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid schol overschrijdt, kan de visvergunning die aan het vissersvaartuig werd afgeleverd, worden ingetrokken voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen. Tijdens deze periode moet het vissersvaartuig inactief liggen in een Belgische vissershaven. De periode vangt aan op de derde dag volgend op de notificatie van de intrekking van de visvergunning die de Dienst Zeevisserij per aangetekend schrijven aan de eigenaar van het betrokken vaartuig zal laten geworden.
    De overschreden hoeveelheid schol wordt na vermenigvuldiging met een strafcoëfficiënt 1,20 in mindering gebracht op de hoeveelheid schol die aan het vissersvaartuig zal worden toegekend in de overeenkomstige periode in 2019.

3.2.Vangstbeperkingen 2018 voor schol in andere gebieden

De scholvangst van vissersvaartuigen wordt, het gehele jaar in de andere gebieden, behoudens uitzonderingen, per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in de betrokken gebieden en wel als volgt:

  • voor vissersvaartuigen van 221 kW of minder :
    • maximaal 800 kg per vaartdag in VIId,e
    • maximaal 1600 kg per vaartdag in VIId,e
  • voor vissersvaartuigen van meer dan 221 kW :
    • maximaal 1600 kg per vaartdag in VIId,e
    • maximaal 300 kg per vaartdag in VIII
    • maximaal 300 kg per vaartdag in VIII

In afwijking tot het voorgaande worden de plafonds voor de schol in ICES-gebieden VIId,e in de periode 1 januari tot 15 februari 2018 en zolang geen 27% van het quotum is opgevist, opgetrokken naar respectievelijk 1200 kg (KVS) en 2400 kg (GVS).                                                                       

In ICES-gebieden VIIh,j,k voor de vaartuigen met een motorvermogen groter dan 221 kW: 1 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht in de periode van 1 januari 2018 tot 30 juni 2018.

4. TONG

4.1 Vangstbeperkingen voor tong in de Noordzee

Het totale tongquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2018 vastgesteld op 400 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2018 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Het totale tongquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van meer dan 221 kW is voor de eerste zes maanden van 2018 vastgesteld op 395 ton productgewicht. Indien vóór 30 juni 2018 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Aan de vissersvaartuigen van 221 kW of minder wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium tot eind oktober 2018 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 5.500 kg vermeerderd met 55 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Aan de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW wordt in de Noordzee en het Schelde-estuarium tot eind juni 2018 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 5.500 kg vermeerderd met 16 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

In afwijking van vorig lid wordt aan de vissersvaartuigen die uitsluitend de passieve visserij bedrijven voor de periode 1 januari 2018 tot 31 oktober 2018 een hoeveelheid tong in de Noordzee per vaartuig toegekend, die gelijk is aan 6.500 kg vermeerderd met 40 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden tong in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt :

  • 300 kg per vaartdag voor vaartuigen van 221 kW of minder,
  • 600 kg per vaartdag voor vaartuigen van meer dan 221 kW.
  • Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid tong heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de tongvisserij in de Noordzee en het Schelde-estuarium stop te zetten respectievelijk tot eind juni 2018 (vaartuigen van meer dan 221 kW) of tot eind oktober 2018 (vaartuigen tot en met 221 kW of vaartuigen die de passieve visserij bedrijven).
  • De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2019 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

4.2 Tong VIIf,g

Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2018 vastgesteld op 26 ton productgewicht. Indien dit quotum vóór 31 december 2018 wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de ICES-gebieden VIIf,g gesloten voor die groep vissersvaartuigen.

Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van meer dan 221 kW is voor het jaar 2018 vastgesteld op 494 ton productgewicht. Indien dit quotum vóór 31 december 2018 wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de ICES-gebieden VIIf,g gesloten voor die groep vissersvaartuigen.

Aan de vissersvaartuigen van 221 kW of minder wordt in de ICES-gebieden VIIf,g  voor de periode van 1 februari 2018 tot 31 oktober 2018 de mogelijkheid geboden om in te schrijven op een lijst van vaartuigen met een vismachtiging Bristolkanaal.
Teneinde ingeschreven te worden dient de reder voor 15 januari 2018 een verzoek bij de dienst in te dienen. Een minimale hoeveelheid van 4.000 kg tong voor de volledige periode 1 februari tot 31 oktober 2018 wordt per schip vastgesteld. Indien er teveel inschrijvingen binnenkomen in verhouding tot de beschikbare quota, wordt er geloot.

Aan de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW wordt in de ICES-gebieden VIIf,g voor de periode van 1 januari 2018 tot 30 juni 2018 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 10 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid tong heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de tongvisserij in de ICES-gebieden VIIf,g stop te zetten tot eind 2018.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn, voor de vaartuigen van het klein vlootsegment die voorkomen op de lijst : het in tweevoud in mindering brengen van de overschrijding op de hoeveelheid die in 2019 aan het vaartuig wordt toegekend en een mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn, voor de vaartuigen van het groot vlootsegment, analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2019 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

4.3 Tong VIIh,j,k

Voor de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW wordt in de ICES-gebieden VIIh,j,k in de periode 1 januari 2018 tot 30 juni 2018 gewerkt met een dagplafond voor tong, namelijk maximaal 450 kg per vaartdag te vermenigvuldigen met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die visreis in dit gebied.

4.4 Tong VIId

Gezien de toewijzing in functie van het motorvermogen, die bij wijze van proef in 2016 was ingesteld en uiteindelijk niet door de sector werd aangevraagd, wordt deze mogelijkheid niet voorzien.

  • Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIId voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2018 vastgesteld op 238 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2018 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de VIId gesloten voor die groep vaartuigen.
  • Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIId voor de groep van vissersvaartuigen van meer dan 221 kW is voor het jaar 2018 vastgesteld op 508 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2018 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de VIId gesloten voor die groep vaartuigen.

De tongvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in het ICES- gebied VIId per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in het betrokken gebied en wel als volgt:

  •  voor vissersvaartuigen van 221 kW of minder :
    • maximaal 300 kg per vaartdag in VIId
  • voor vissersvaartuigen van meer dan 221 kW :
    • maximaal 600 kg per vaartdag in VIId

4.5 Vangstbeperkingen 2018 voor tong in andere gebieden

De tongvangst van vissersvaartuigen wordt in de andere gebieden beperkt als volgt (hoeveelheden uitgedrukt in productgewicht):

  • gebied VIIe :  de totale vangst voor de periode 1 januari 2018 t/m 31 oktober 2018 is maximaal 1.800 kg tong per vaartuig.
  • gebied VIIa: de totale vangst voor de periode 1 februari 2018 t/m 31 december 2018 is maximaal 500 kg tong per vaartuig

5. KABELJAUW

5.1 Vangstbeperkingen voor kabeljauw in de Noordzee

Voor de toewijzing van vangstmogelijkheden van kabeljauw in de Noordzee wordt standaard gewerkt met “zeereisplafonds”. De reders die het wensen kunnen evenwel een toewijzing aanvragen in functie van het motorvermogen. Daartoe moeten ze vóór 15 januari 2018 een verzoek bij de dienst in te dienen.

Het totale kabeljauwquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van 221 kW of minder is voor het jaar 2018 vastgesteld op 165 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2018 dit kabeljauwquotum wordt uitgeput, wordt de kabeljauwvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Het totale kabeljauwquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van meer dan 221 kW is voor het jaar 2018 vastgesteld op 930 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2018 dit kabeljauwquotum wordt uitgeput, wordt de kabeljauwvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

De kabeljauwvangst in de periode van 01.01.2018 tot en met 31.03.2018 van vaartuigen die volgens de officiële lijst zijn uitgerust met de boomkor wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt,

  • 150 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
  • 300 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.

De kabeljauwvangst in de periode van 01.04.2018 tot en met 30.06.2018 van vaartuigen die volgens de officiële lijst zijn uitgerust met de boomkor wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt,

  • 250 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
  • 500 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.

De kabeljauwvangst in de periode 01.01.2018 tot en met 31.03.2018 van vaartuigen die volgens de officiële lijst niet zijn uitgerust met de boomkor (planken, staande want, ...) wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt:

  • 400 kg voor niet-boomkorvaartuigen

De kabeljauwvangst in de periode 01.04.2018 tot en met 30.06.2018 van vaartuigen die volgens de officiële lijst niet zijn uitgerust met de boomkor (planken, staande want, ...) wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt:

  • 600 kg voor niet-boomkorvaartuigen

In de periode 01.04.2018 tot en met 30.06.2018 worden hoger vermelde hoeveelheden verhoogd met 300 kg per vaartdag indien betrokken vaartuig gedurende de gehele visreis actief was met TR 1 of BT 1

Als alternatief voor het voorgaande is de toewijzing van kabeljauw in functie van het motorvermogen voor de vissersvaartuigen waarvoor een verzoek werd ingediend, als volgt:

Voor de vissersvaartuigen van 221 kW of minder waarvoor een speciaal verzoek werd ingediend wordt in de ICES-gebieden II, IV voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 oktober 2018 een hoeveelheid kabeljauw toegekend, die gelijk is aan 17 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Voor de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW waarvoor een speciaal verzoek werd ingediend wordt in de ICES-gebieden II, IV voor de periode van 1 januari 2018 tot 30 juni 2018 een hoeveelheid kabeljauw toegekend, die gelijk is aan 11 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Voor de vissersvaartuigen van meer dan 221 kW die uitsluitend de passieve visserij beoefend en waarvoor een speciaal verzoek werd ingediend wordt in de ICES-gebieden II, IV voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 oktober 2018 een hoeveelheid kabeljauw toegekend, die gelijk is aan 17 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid kabeljauw heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de kabeljauwvisserij in de ICES-gebieden II, IV stop te zetten tot eind oktober respectievelijk eind juni 2018.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2019 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

5.2 Kabeljauw VIIb-c, VIIe-k, VIII

Vanaf 1 januari 2018 tot 31 oktober 2018 wordt in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII een maximale hoeveelheid kabeljauw toegekend op vaartuigniveau van 4.000 kg verhoogd met 7 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Deze hoeveelheid wordt verdubbeld voor een vissersvaartuig dat uitsluitend uitgerust is met de planken of met passief tuig.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid kabeljauw heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de kabeljauwvisserij in respectievelijk de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, en VIII stop te zetten tot eind oktober 2018.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2019 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

5.3 Kabeljauw VIId

Vanaf 1 januari 2018 tot 31 oktober 2018 wordt in het ICES-gebied VIId een maximale hoeveelheid kabeljauw toegekend op vaartuigniveau van 2 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Deze hoeveelheid wordt verdubbeld voor een vissersvaartuig dat uitsluitend uitgerust is met de planken of met passief tuig.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid kabeljauw heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de kabeljauwvisserij in het ICES-gebied VIId stop te zetten tot eind oktober 2018.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2019 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

5.4 Kabeljauw VIIa

Voor de periode 1 februari 2018 tot 31 december 2018 wordt de kabeljauwvangst van vissersvaartuigen in het ICES-gebied VIIa per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in het betrokken gebied en wel als volgt :

  • 20 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
  • 40 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.

6. SCHELVIS

De schelvisvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in de ICES-gebieden VII, VIII per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de betrokken gebieden en wel als volgt :

  • 25 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
  • 50 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW
  • verdubbeling voor vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken.

7. ROG

De rogvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in de ICES-gebieden II, IV , VIId  en VIIa-c, e-k per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de betrokken gebieden en wel als volgt :

  • voor vissersvaartuigen van 221 kW of minder :
    • maximaal 100 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal  50 kg per vaartdag in VIId
    • maximaal 300 kg per vaartdag in VIIa-c, e-k
  • voor vissersvaartuigen van meer dan 221 kW :
    • maximaal  200 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal  100 kg per vaartdag in VIId
    • maximaal  600 kg per vaartdag in VIIa-c, e-k

De hoeveelheden toegekend in de Noordzee worden verdubbeld voor de vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken.

N.B. - In de Noordzee is de bijvangstregel bij rogvangst zoals die in 2011 ingevoerd was, behouden: de rogvangsten voor vaartuigen met een L.O.A. groter dan 15m mogen per visreis niet meer bedragen dan 25% van de totale aan boord gehouden vangsten in levend gewicht.

  • De verplichting roggen afzonderlijk te rapporteren blijft onverkort behouden. Er wordt met aandrang gevraagd de correcte codes te gebruiken.
  • De bijvangst van golfrog in gebied VIId wordt totaal verboden; voor gebied VIIe geldt een bijvangstregel voor die soort, te weten maximaal 40 kg golfrog, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd van die visreis in dat gebied

8. WIJTING

De wijtingvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in de ICES-gebieden II, IV en VIIb-k per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de betrokken gebieden en wel als volgt :

  • voor vissersvaartuigen van 221 kW of minder :
    • maximaal 250 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal 150 kg per vaartdag in VIIb-k
  • voor vissersvaartuigen van meer dan 221 kW :
    • maximaal 500 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal 300 kg per vaartdag in VIIb-k
  • de hoeveelheden voor de Noordzee worden verdubbeld voor de vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken of met de zegen.
  • de hoeveelheden voor het gebied VIIb-k worden verdubbeld voor de vaartuigen van het groot segment, die uitsluitend uitgerust zijn met de planken, behalve de zegen.
  • de hoeveelheden voor het gebied VIIb-k worden verviervoudigd voor de vaartuigen van het groot segment, die uitsluitend uitgerust zijn met de zegen

9. HEEK

De heekvangst van vissersvaartuigen wordt van 1 januari 2018 tot 31 december 2018 in alle gebieden beperkt tot een bijvangstregeling. De totale heekvangst door een vissersvaartuig mag per zeereis maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 200 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis.

10. BOT EN SCHAR

In de loop van 2017 werden die soorten als quotumsoorten geschrapt.

Afzonderlijke rapportering blijft van toepassing.

11. TONGSCHAR EN WITJE

De totale vangsten van tongschar en witje van een vissersvaartuig worden het gehele jaar per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:

  • 200 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
  • 400 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.

N.B. de soorten tongschar en witje dienen afzonderlijk gerapporteerd te worden.

12. TARBOT EN GRIET

De totale vangsten van tarbot en griet van een vissersvaartuig worden het gehele jaar per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:

  • 150 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
  • 300 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.

N.B. de soorten tarbot en griet dienen afzonderlijk gerapporteerd te worden.

13. MAKREEL

De makreelvangsten worden het gehele jaar beperkt tot een bijvangstregeling.

De totale makreelvangst per zeereis van een vissersvaartuig mag maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 50 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium.

Het totale makreelquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de zegen en die per zeereis minder dan 10 kg Noordzeetong aanlanden is vastgesteld op 50 ton productgewicht. Zolang dit quotum niet is opgebruikt geldt de beperking in de eerste paragraaf niet.

14. HARING

De haringvangsten worden het gehele jaar beperkt tot een bijvangstregeling. De totale haringvangst van een vissersvaartuig mag per zeereis maximaal een hoeveelheid bedragen gelijk aan 800 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de gebieden IV, VIId.

15. ZWARTE KOOLVIS

De totale vangsten van zwarte koolvis van een vissersvaartuig worden, zodra 60% van het quotum is opgebruikt, per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:

  • 40 kg voor vaartuigen van 221 kW of minder
  • 80 kg voor vaartuigen van meer dan 221 kW.

Deze hoeveelheden worden verdubbeld voor de vaartdagen waarop het vaartuig het vistuig TR1 gebruikt heeft.

16. LENG (NOORSE ZONE)

De totale vangsten van de leng van een vissersvaartuig worden, zodra 60% van het quotum is opgebruikt, per zeereis in de Noorse zone beperkt tot 30 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noorse zone.

17. MINIMUM INSTANDHOUDINGSREFERENTIEMATEN

Nationaal zijn volgende minimum instandhoudingsreferentiematen van toepassing:

tong                                                25 cm

tarbot                                              32 cm

griet                                                32 cm

tongschar                                       25 cm

bot                                                  25 cm

schar                                              23 cm

poon                                               20 cm

rog                                                  50 cm

steenbolk                                        20 cm

zeebaars                                         42 cm

zeeduivel (geheel)                           500 g

zeeduivel (gekopt)                           200 g

Het vissen, het aan boord houden en de aanvoer in communautaire havens van deze soorten beneden de respectievelijke minimummaten is voor soorten gevangen door visserijen die niet onder de aanlandingsplicht vallen verboden.

De vis moet in een staat worden aangeboden die controle van de minimummaat mogelijk maakt.

De minimummaat van tong, gevangen door vissersvaartuigen met een motorvermogen van 221 kW of minder en een bruto tonnenmaat van niet meer dan 70 GT, tijdens visreizen die uitsluitend in de Noordzee plaatsvinden, wordt bepaald op 24 cm.

18. NATIONALE CONVERSIEFACTOREN

Voor de soorten en presentatievormen, waarvoor geen communautaire conversiefactor geldt ter berekening van het equivalent levend gewicht, worden volgende conversiefactoren aangenomen:

Gegutte platvis                        factor 1,05

Gegutte rondvis                      factor 1,18

Gekopte visserijproducten      factor 3,00

Krabbenpoten                         factor 4,00

19. INRUIL VAN  VAARTDAGEN

Het principe van het inruilen van vaartdagen bij overschrijding van dagplafonds, zoals dit in 2006 in de regelgeving werd ingevoerd, wordt gehandhaafd, behalve voor overschrijdingen van tong en schol.

Ingeval van overschrijding van de vangstmogelijkheden per zeereis kan de reder of zijn vertegenwoordiger kiezen voor korting in vaartdagen. In dat geval vervalt de administratieve of correctionele vervolging. Bij toepassing van het regime van inruil van dagen wordt het maximum aantal vaartdagen 2018 (285) vervangen door het hoogste cijfer van de effectief verwezenlijkte aantal vaartdagen in 2015 of 2016 of 2017, voor zover dat maximum kleiner is dan 285 dagen. Indien tijdens die jaren inruildagen werden toegekend, worden die beschouwd als effectief gevaren dagen. De dienst zal deze berekening rechtstreeks doen.

Ingeval voor een bepaalde zeereis de reder of zijn vertegenwoordiger kiest voor het inruilen van dagen, moet hij vóór het einde van die zeereis per fax of e-mail het aantal inruildagen melden aan de Dienst. Deze aanvraag is onherroepelijk.

Voor ieder visbestand wordt het overschreden vangstvolume gedeeld door de toegekende hoeveelheden per vaartdag, wat resulteert in een aantal surplusdagen. Deze surplusdagen worden gekort op de effectieve vaartdagen.

20. DIVERSE CONTROLEMAATREGELEN

In het kader van de aanname van de nieuwe controleverordening zijn een aantal  belangrijke bepalingen opgenomen. Deze werden u reeds vroeger meegedeeld en zijn reeds gekend. Een aantal aandachtspunten worden evenwel herhaald.

De ramingstolerantie is veralgemeend naar 10%;

Soorten onder herstelplan (COD, SOL, PLE, HKE) dienen afzonderlijk gestockeerd te worden in het ruim;

Er dient een opslagschema van het ruim voorhanden te zijn;

Bij aanlanding in een haven (binnen- en buitenland) dienen de autoriteiten minstens vier uur op voorhand verwittigd te worden van intenties, met opgave van de vangst. (Dit gebeurt automatisch met het e-logboek);

Vangsten dienen bij aanlanding, en voor transport, gewogen te zijn.

Lidstaten die een controleschema uitgewerkt hebben, kunnen hierop uitzondering verlenen. Er werden daartoe bilaterale akkoorden gesloten met Ierland, Frankrijk en  V.K.

Controleweging bij aanlanding blijft evenwel altijd mogelijk.

Oostende en Zeebrugge zijn aangewezen havens in het kader van de herstel- en meerjarenplannen.

Bij aanlanding in het buitenland dient een vervoersdocument door de vervoerder te worden ingevuld. De documenten dienen op de afslag afgegeven en de overmaking naar de dienst wordt door deze laatste verzorgd. Blanco formulieren zijn op eenvoudig verzoek bij de dienst beschikbaar.

De handhaving van de handelsnormen zal in de komende maanden blijvend opgevolgd worden. Teneinde inconsistenties tussen enerzijds nationale minimum aanvoerlengte (25 cm) en minimumgewicht (120 gr) van tong te vermijden, wordt uw aandacht gevraagd voor de strikte naleving van de 25 cm grens aan boord bij het uitsorteren van de vangst. 

21. ZEEBAARS

Er  werden Europese herstelmaatregelen voor de zeebaars uitgewerkt, die verder gaan dat hetgene vorige jaren van toepassing was.

Er wordt met een algemeen vangstverbod gewerkt, binnen en buiten de 12 mijlszone van het V.K.

In de periode januari 2018 en van 1 april 2018 tot 31 december 2018 is het voor vaartuigen met gesleept tuig in de ICES-gebieden IVb, IVc, VIId, VIIe, VIIf en VIIh toegestaan, dat de hoeveelheid aan boord gehouden zeebaars niet meer dan 1% van de totale aan boord gehouden vangst van mariene organismen in levend gewicht per dag bedraagt, binnen de limiet van maximaal 100 kg per maand.

Voor de zegenvisserij zijn de plafonds per dag maximaal 1% en 180 kg per maand.

Visserij op zeebaars met staand tuig is enkel toegestaan voor vaartuigen met een historische referentie voor zeebaars gedurende de periode 1 juli 2015 tot 30 september 2016 en is beperkt tot maximaal 1.200 kg per jaar.

Visserij op zeebaars met lijnen en haken is enkel toegestaan voor vaartuigen met een historische referentie voor zeebaars gedurende de periode 1 juli 2015 tot 30 september 2016 en is beperkt tot maximaal 5.000 kg per jaar.

22. HENGELAARS

Gedurende 2018 is het aan zeehengelaars, die vissen vanuit vaartuigen die niet beschikken over een visvergunning verboden om in totaal meer dan maximaal 15 kg kabeljauw, per ingescheepte persoon en per zeereis aan boord te houden, over te laden en te lossen. De vis dient in gehele staat te worden aangevoerd en mag ontdaan zijn van ingewanden.

Europees werd voor de recreatieve visserij (inclusief de kantvisserij) bepaald dat er in de periode 1 januari tot 31 december 2018 enkel catch en release mag plaatsvinden.

23. VERDER WILLEN WE UW AANDACHT VESTIGEN OP VOLGENDE PUNTEN :

  • Zolang er met papieren logboeken wordt gewerkt, dienen deze documenten de vangsten te vergezellen. In het bijzonder op de afslag dienen deze documenten steeds voorhanden te zijn.
  • Reders die wensen in te stappen in het kustvisserssegment kunnen daartoe vóór 1 maart 2018 een aanvraag richten tot de Dienst. Eventuele begunstigden zullen daartoe door de Dienst worden aangeschreven.
  • Gezien de overeenkomsten een looptijd hebben van 5 jaar, moeten de reders van vaartuigen die vanaf 2013 deel uitmaken van het kustvisserssegment hun aanvraag hernieuwen willen ze voor de volgende 5 jaar tot het segment behoren
  • De overtredingen van de verschillende quotamaatregelen kunnen leiden tot het intrekken van de visvergunning voor een opeenvolgende periode van minstens vijf dagen.
  • Per kalenderdag mogen uit meerdere ICES-gebieden quotasoorten worden aangevoerd, voor zover in deze gebieden nog een overeenkomstig quotum beschikbaar is en voor zover voor elk van deze soorten aan de hoogste vangstbeperkingen voor deze kalenderdag voldaan is.
  • De hoeveelheden quotasoorten die aan een vissersvaartuig worden toegewezen, zijn niet overdraagbaar naar een ander vissersvaartuig.
  • Aan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot die enkel binnengaats mogen vissen, worden geen hoeveelheden quotasoorten in de Noordzee en Schelde-estuarium toegekend.
  • Andere vissersvaartuigen dan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot, mogen niet vissen op de Westerschelde binnengaats.
  • Iedere reder dient zelf de stand van de vangsten van tong, schol en kabeljauw van zijn vaartuig bij te houden. De Dienst Zeevisserij zal in 2018 geen tussenstanden meedelen.
  • Iedere reder zal zelf de vaartdagen van zijn schip bijhouden.

24. E-logboek

Eind 2016 werd er overgestapt naar een ander service provider en worden de meeste toestellen aan boord ingesteld om correct te rapporteren.

De werking ervan werd gemonitored en nog altijd niet optimaal bevonden.

U wordt in kennis gesteld van het feit dat het nationaal quotumregistratiesysteem Quovis op het einde van het eerste semester 2018 een upgrade zal kennen. Op dat ogenblik zal ook het e-logboek moeten aangepast worden. U zult daar tijdig van worden ingelicht.

25. AANLANDINGSPLICHT DEMERSALE VISSERIJEN

Zoals gekend werd de aanlandingsplicht in de demersale visserij vanaf 2016 geleidelijk ingevoerd. Daartoe ontving u in het verleden afzonderlijke rondschrijven. Ook nu wordt nog een specifiek rondschrijven opgesteld teneinde u zo overzichtelijk mogelijk in te lichten van de bestaande bepalingen.

De aanlandingsplicht van een bepaalde soort gevangen door een bepaalde visserij betekent in principe dat de vangsten van die soort door betrokken vaartuig uitgerust met dit bepaald tuig in dit gebied niet mogen teruggegooid worden. Dus ook de ondermaatse exemplaren moeten aan boord blijven en van het quotum afgetrokken worden. Ingeval het quotum in het gebied is benut wordt voor de rest van het jaar de gehele visserij in het gehele gebied voor de vaartuigen die onder de LO vallen, gesloten. Dit is de zgn. chokespecies of knelsoortenproblematiek waarover u in de gespecialiseerde pers vermoedelijk al iets van opgevangen heeft.

25.1. Visserijen, die onder de aanlandingsplicht vallen in 2018 (bijkomende soorten in vet)

  •  Noordzee (ICES-gebieden II, IV):
    • Boomkor BT1 (maaswijdte 120 mm en meer):
      schol, Noorse kreeftjes (langoustines), Noorse garnaal, tong, kabeljauw, zwarte koolvis,  schelvis en wijting
    • Boomkor BT2 (maaswijdte 80 mm tot 120 mm):
      tong, Noorse kreeftjes, Noorse garnaal, schelvis, kabeljauw, zwarte koolvis en wijting,
    • Planken TR1 (maaswijdte 100 mm en meer):
      schol, schelvis, wijting, kabeljauw, tong, Noorse kreeftjes, Noorse garnaal en koolvis
    • Planken TR2 (maaswijdte 80 mm tot 100 mm):
      tong, Noorse kreeftjes, Noorse garnaal, schelvis, kabeljauw, zwarte koolvis  en wijting
    • Passief GT en GN:
      tong, schelvis, wijting, kabeljauw, koolvis
  • Noordelijke Westelijke wateren (ICES-gebieden VII):
    • Boomkor BT (maaswijdte 80 mm en meer):
      • VIIa:   geen
      • VIId: tong
      • VIIe: tong
      • VIIfghjk: tong
    • Planken TR (maaswijdte 80 mm en meer):
      • Alle vaartuigen alle gebieden behalve VIIa: tong
      • VIIa: schelvis , voor de vaartuigen die in de periode 2015-2016 meer dan 10% kabeljauw, schelvis, wijting en zwarte koolvis t.o.v. hun totale vangst in dit gebied verwezenlijkten,
      • VIId: wijting, voor de vaartuigen die in de periode 2015-2016 meer dan 10 % kabeljauw, schelvis, wijting en zwarte koolvis t.o.v. hun totale vangst in dit gebied verwezenlijkten,
        • VIIefghjk: wijting, voor de vaartuigen die in de periode 2015-2016 meer dan 10 % kabeljauw, schelvis, wijting en zwarte koolvis t.o.v. hun totale vangst in dit gebied verwezenlijkten (Z.99; O.154; O.316)
    • Passief tuig GT en GN
      • VIId: tong, heek en witte koolvis (vlaswijting)
      • VIIe: tong, heek en witte koolvis (vlaswijting)
      • VIIfghjk: tong en heek
  • Zuidelijke Westelijke wateren (ICES-gebieden VIIIab):
    • Boomkor BT (maaswijdte van meer dan 70 mm):
      tong, heek en Noorse kreeft (langoustine)

24.2 De-minimis (DM)

In bepaalde gevallen kan een uitzondering op het teruggooiverbod bekomen worden, waarbij  tot maximum 7% van de vangst van de soorten, die onder de aanlandingsplicht vallen, mag teruggegooid worden. Deze uitzondering wordt nationaal per visbestand en per jaar bekeken. Teneinde een hogere DM voor tong te bepleiten in de regionale groepen (Scheveningen groep voor de Noordzeeregio, de Noord Westelijke wateren groep voor de ICES-gebieden VII en de Zuid Westelijke wateren groep voor het gebied VIIIab) is België akkoord gegaan met het verplicht toepassen van meer selectief vistuig, die onder punt 2.13 werd toegelicht. Zodoende kon voor tong gevangen met de boomkor in de Noordzee een DM van 6%, in de gebieden VII een DM van 3% en in de gebieden VIIIab een DM van 5% bekomen worden.

Teneinde dit te kunnen monitoren heeft de minister beslist DM-quota vast te stellen:

  • Tong II, IV: 80 ton
  • Tong VIId:  22 ton
  • Tong VIIe:    1 ton
  • Tong VIIfg:  16 ton
  • Tong VIIhjk:   1 ton
  • Schol II, IV:  0 ton

Deze DM-quota zullen door de dienst en de Quotacommissie opgevolgd worden. Ingeval het DM-quotum volledig benut is, wordt de toepassing van DM verboden en moeten ook de ondermaatse vangsten aan boord blijven en van het vangstquotum afgetrokken worden. De ondermaatse soorten kunnen nooit voor directe menselijke consumptie verhandeld worden.

Aan de schippers van vaartuigen, die visserijen bedrijven, die onder de LO vallen wordt gevraagd de teruggegooide hoeveelheden zorgvuldig in het logboek te rapporteren. Deze hoeveelheden komen niet in mindering van het vangstquotum zolang er een DM-quotum beschikbaar is. De ervaring in de afgelopen twee jaar, heeft geleerd dat de gedane rapportering wellicht een onderschatting is van de effectieve hoeveelheden. Dit moet een blijvend aandachtspunt zijn.

Op elk ogenblik van de visreis mag de  teruggooi in het kader van DM nooit hoger zijn dan een vastgestelde drempelwaarde in % van de totale reeds verwezenlijkte vangst van die soort in het bepaalde gebied.

Volgende Vlaamse drempelwaarden zijn van toepassing:

Tong II, IV          10%

Tong VIId            5%

Tong VIIe             5%

Tong VIIfghjk       5%

Vanaf het ogenblik dat die drempelwaarde wordt bereikt moet de schipper zijn visserijactiviteiten stoppen en het vaartuig minstens 10 nautische mijl verleggen, voor de vaartuigen met een bruto tonnenmaat van minder dan 70 BT wordt het verleggen van de activiteit met minstens drie mijl voldoende geacht.

Voor de visserijen die onder de LO vallen voor wijting, kabeljauw en langoustine gelden volgende DM % op elk ogenblik per zeereis in betrokken gebied.

Wijting VIId           6%

Wijting VIIe-k        6%

Langoustine IV     2%

Kabeljauw en wijting IVc met TR2 een gecombineerde DM voor ondermaatse wijting en ondermaatse kabeljauw, die niet meer is dan 6% van de jaarlijkse vangsten van langoustines, schelvis, tong, wijting, schol, zwarte koolvis en kabeljauw. De DM kabeljauw IVc mag niet meer dan 2% bedragen.

De hoeveelheden van de ongewenste vangsten, van een soort die onder de LO valt, die deze DM % overtreffen, moeten aan boord gehouden worden en worden van het vangstquotum afgetrokken. Deze hoeveelheden kunnen nooit voor directe menselijke consumptie verhandeld worden.

Zolang het DM-quotum voor tong toereikend is, dient de DM verplicht toegepast te worden.