Visserij: aanvullende quotamaatregelen 2019 en aanlandingsplicht demersale visserijen 2019

Tijdens de recente visserijraad van 17-19 december zijn de TAC & quotamaatregelen 2019 alsook een aantal  bijkomende bepalingen vastgelegd. Deze worden nu in nationale maatregelen omgezet.

Er werd geopteerd om de bestaande regelgeving 2018 in grote lijnen verder te zetten om eventueel in de loop van januari 2019 bij te sturen.

In 2019 wordt de aanlandingsplicht ingevoerd voor alle TAC-soorten in de demersale visserijen. Een overzichtstabel wordt als bijlage toegevoegd.

Volgende maatregelen zijn vanaf 1 januari 2019 van kracht:

1. Dagenbeperking

1.1 Vaartdagenregeling

Gedurende de periode 1 januari 2019 tot 31 december 2019 mag een vissersvaartuig maximaal 285 vaartdagen verwezenlijken in alle gebieden samen. De overschreden dagen en de extra te korten dag per twee dagen overschrijding worden in mindering gebracht op het maximaal aantal vaartdagen 2020.

1.2.Tongherstelgebied (ICES-gebied VIIe)

In toepassing van bijlage IIc van EU-Raadsverordening TAC’s 2019 wordt de bestaande boomkorvisserijinspanning in het westelijk deel van het Engels Kanaal verder beperkt gedurende de periode 1 februari 2019 – 31 januari 2020.

Vaartuigen uitgerust met de boomkor met een maaswijdte van ten minste 80 mm, mogen in dat gebied maximaal 176 zeedagen presteren.

De boomkorvaartuigen die in de referentieperiode 2002 – 2017 gevist hebben in het westelijk deel van het Engels Kanaal krijgen een vismachtiging VIIe. Visserij met de boomkor is in het ICES-gebied VIIe vanaf 1 februari 2019 tot 31 januari 2020 enkel toegestaan mits het vissersvaartuig over een vismachtiging herstelgebied tong VIIe beschikt. Deze vismachtiging moet aan boord gehouden worden. Rederijen van vissersvaartuigen, die aan de voorwaarden voldoen, worden spontaan per afzonderlijke zending een vismachtiging herstelgebied tong toegestuurd.

Overdracht van dagen op vaartuigniveau is verboden.

Niet naleving van deze communautaire dagenregeling kan tevens leiden tot intrekking van de visvergunning voor vijf opeenvolgende dagen. De toekenning van de vismachtiging VIIe voor 2020 wordt beperkt tot 6 maanden

2. Gesloten gebieden, visverboden en technische maatregelen 

2.1 Skagerrak

Vermits alle Belgische quota in het Skagerrak geruild zullen worden met Denemarken blijft het Skagerrak gesloten in 2019 voor de Belgische vissersvaartuigen.

2.2 West van Schotland (VIa)

De visserij is het gehele jaar 2019 verboden in ICES-gebied VIa.

2.3 Keltische Zee VIIh,j,k

Gedurende het volledige jaar 2019 is de visserij verboden in ICES-gebied VIIh,j,k voor vaartuigen van het klein vlootsegment (KVS).

2.4 Golf van Gascogne

De aanwezigheid van een vissersvaartuig in de Golf van Gascogne is verboden in 2019. Later op het jaar zal een specifieke regeling worden uitgewerkt.

2.5 Spanvisserij

De spanvisserij op kabeljauw is tijdens 2019 verboden

2.6 Sluiting Bristol kanaal

Gedurende het volledige jaar 2019 is de visserij verboden in ICES-gebied VIIf,g voor vaartuigen van het KVS.

In de periode 1 februari 2019 tot en met 31 oktober 2019 zijn enkel de vaartuigen van het klein segment, die beschikken over een machtiging Bristolkanaal 2019, toegestaan in gebied VIIf,g aanwezig te zijn. Ten einde opgenomen te worden op de lijst dienen geïnteresseerde reders zich voor 21 januari 2019 aan te melden.

Een minimale hoeveelheid van 5.000 kg tong per vaartuig wordt gegarandeerd. Indien er teveel inschrijvingen zijn in verhouding tot de beschikbare segmentsquota, wordt er geloot.

Voormelde regeling is niet van toepassing voor de vissersvaartuigen van het GVS, die een toewijzing krijgen in functie van het motorvermogen.

Uw aandacht wordt gevestigd op het feit dat naar analogie met vorige jaren  de visserij buiten de zes-mijlszone in de ICES-rechthoeken 30E4, 31E4 en 32E3 (zgn. Trevose box) in de periode 1 februari 2019 tot en met 31 maart 2019 verboden wordt.

2.7 Voorlopige sluiting Ierse zee

Gezien de onzekere tongtoewijzing in het gebied VIIa, werd aan de minister voorgesteld een volledig verbod op de aanwezigheid van vissersvaartuigen in gebied VIIa in te stellen in januari 2019.

2.8 Europese sluiting Ierse zee 2019

De bestaande bepalingen (nu opgenomen als art. 34 bis van EG-Verordening 850/98) voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse zee (Ices-sector VIIa) zijn opnieuw van toepassing in het visseizoen 2019.

2.8.1 In de periode van 14 februari 2019 tot en met 30 april 2019 is de visserij verboden in de sector van ICES-gebied VIIa met volgende coördinaten (zelfde zone als in overeenstemmende periode in vorige jaren sinds 2001): 

  • tussen 54°30' NB op de oostkust van Noord-Ierland
  • tussen 54°30' NB 04°50' WL,
  • tussen 53°15'  NB 04°50' WL, en
  • tussen 53°15' NB op de oostkust van Ierland

In dat gesloten gebied wordt een sector vastgesteld waar het gebruik van bodemtrawls is toegestaan op voorwaarde dat de netten een maaswijdte hebben van hetzij 70-79, hetzij 80-99, en op geen enkele plaats in het net een afzonderlijke maas bevatten waarvan de wijdte groter is dan 300mm.

De sector wordt begrensd door volgende coördinaten:

  • 53°30’ NB, 05°30’ WL
  • 53°30’ NB, 05°20’ WL
  • 54°20’ NB, 04°50’ WL
  • 54°30’ NB, 05°10’ WL
  • 54°30’ NB, 05°20’ WL
  • 54°00’ NB, 05°50’ WL
  • 54°00’ NB, 06°10’ WL
  • 53°45’ NB, 06°10’ WL
  • 53°45’ NB, 05°30’ WL
  • 53°30’ NB, 05°30’ WL

2.8.2. Alle grootmazige toppanelen in de boomkornetten met ruitvormige mazen van tenminste 300 mm die ingevolge de herstelplannen moeten gebruikt worden in de Noordzee alsook in de Westelijke wateren moeten ook gebruikt worden in de Ierse zee.

2.9 Beschermde vissoorten

Volgende soorten mogen niet aan boord gehouden worden en dienen, liefst levend, terug over boord gezet te worden (zelfde lijst als vorig jaar):

Sterrog (IV en VIId) witte rog (in VII en VIII), Noorse rog (in VII), vleet, zee-engel, vioolroggen, reuzenhaai, witte haai, reuzenmanta, haringhaai, doornhaai, zaaghaaien en een aantal diepzeehaaien.

2.10 Verbod golfrog

Bovenop de verboden vermeld in 2.9, wordt voor 2019 het verbod op het aan boord houden en aanlanden van golfrog uit ICES-gebieden VIIde ingevoerd.

2.11 Verbod op highgrading

Een soort, waarvoor een quotaregeling geldt en die gevangen wordt tijdens visserijactiviteiten, wordt aan boord van het vaartuig gebracht en vervolgens aangeland, tenzij dit indruist tegen de communautaire visserijwetgeving, waarbij technische, controle- en instandhoudingsmaatregelen zijn vastgesteld. Deze verplichting geldt in alle gebieden.

2.12 Verplicht gebruik van de zeeflap

Vaartuigen uitgerust met TR3 (bordenvisserij op garnaal) dienen gans het jaar uitgerust te zijn met een zeeflap.

2.13 Staand tuig op zeebaars

Het gericht vissen op zeebaars met staand tuig met maaswijdte kleiner dan 120 mm is verboden gedurende het gehele jaar 2019.

2.14 Staand tuig op rog

Het gericht vissen op rog met staand tuig is verboden gedurende het gehele jaar 2019.

2.15 Vissen op paling

Het vissen, het aan boord houden en het aanlanden van paling met een lengte groter dan 12 cm is verboden in de maanden januari, november en december 2019.

2.16. Technische maatregelen in alle ICES-gebieden

De technische maatregel die het gebruik van paneel voor de tunnel verplicht stelde voor BT1 en BT2 tuigen in bepaalde gebieden (het zgn. Vlaams paneel), wordt behouden teneinde te kunnen genieten van een de-minimis voor tong.

Bovendien moeten de vistuigen BT2 (boomkor 80-119 mm) van het GVS uitgerust zijn met een flip-up rope (steenschotje) of een bentisch paneel om te kunnen genieten van de uitzondering voor hoge overleving voor schol. De vaartuigen uit het KVS moeten slepen doen van maximaal 90 minuten.

Vanaf 1 januari 2019 is het verboden boomkortuigen onder zich te hebben en te gebruiken waarvan de laatste 3 meter van de staart, vóór de kuil, niet bestaat uit netmateriaal met minimale maaswijdte van 120mm, gemeten tussen de knopen. Bovendien moet de korre van vaartuigen uit het GVS uitgerust zijn met een flip-up rope of een bentisch paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 170 mm en een lengte en breedte van 1,8 meter.

Voor borden en seinevisserij gelden specifieke technische maatregelen in de Keltische zee (vanaf 1 juli 2019) en in ICES-gebied VIIa met betrekking tot panelen met vierkante mazen. Een kopie van de relevante bepalingen uit het teruggooiplan NWW kan op eenvoudig verzoek worden meegedeeld.

2.17 Logboekcodes rog

Een correct gebruik van logboekcodes bij het invullen van het logboek en de aanlandingsverklaring is primordiaal. Vooral bij de rog heeft dit problemen opgeleverd met dubbele registratie van quota, wat niet wenselijk is. Derhalve worden de roggensoorten met hun respectievelijke codes, en dit per vangstgebied, hieronder nogmaals opgelijst.

In 2019 is het verboden andere roggensoorten te vissen, aan boord te houden en aan te landen en andere 3-alfacodes te gebruiken dan:

  • in ICES-gebieden II, IV: roggen SRX, blonde rog RJH, grootoogrog RJN, stekelrog RJC en gevlekte rog RJM;
  • in ICES-gebied VIId: roggen SRX, blonde rog RJH, grootoogrog RJN, stekelrog RJC, gevlekte rog RJM, zandrog RJI, kaardrog RJF en kleinoogrog RJE;
  • in ICES-gebieden VIIa-c en VIIe-k: roggen SRX, grootoogrog RJN, stekelrog RJC, blonde rog RJH, gevlekte rog RJM, zandrog RJI en kaardrog RJF;
  • in ICES-gebieden VIIf,g: roggen SRX en kleinoogrog RJE;

NB. Golfrog komt niet voor in de lijst met afkortingen, vermits de vangst van die soort verboden is.

3 Schol

3.1 Vangstbeperkingen voor schol in de Noordzee

Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 852 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2019 dit scholquotum wordt uitgeput, wordt de scholvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van het GVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 4.840 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2019 dit scholquotum wordt uitgeput, wordt de scholvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 oktober 2019 een hoeveelheid schol toegekend, die gelijk is aan 400 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht. Van die toegekende hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 60 kg per kW vóór 15 maart 2019 worden opgevist.

Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium voor de periode van 1 januari 2019 tot 30 juni 2019 een hoeveelheid schol toegekend, die gelijk is aan 170 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht. Van deze hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 60 kg per kW vóór 15 maart 2019 worden opgevist.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid schol heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de scholvisserij in de Noordzee en het Schelde-estuarium stop te zetten tot 15 maart respectievelijk eind juni 2019 voor de vaartuigen van het GVS en tot 15 maart respectievelijk eind oktober 2019 voor de vaartuigen van KVS.

Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId,e worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden schol in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt :

  • 800 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS,
  • 1600 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.

Indien het vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid schol overschrijdt, kan de visvergunning die aan het vissersvaartuig werd afgeleverd, worden ingetrokken voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen. Tijdens deze periode moet het vissersvaartuig inactief liggen in een Belgische vissershaven. De periode vangt aan op de derde dag volgend op de notificatie van de intrekking van de visvergunning die de Dienst Zeevisserij per aangetekend schrijven aan de eigenaar van het betrokken vaartuig zal laten geworden.
De overschreden hoeveelheid schol wordt na vermenigvuldiging met een strafcoëfficiënt 1,20 in mindering gebracht op de hoeveelheid schol die aan het vissersvaartuig zal worden toegekend in de overeenkomstige periode in 2020

3.2 Vangstbeperkingen 2019 voor schol in andere gebieden

De scholvangst van vissersvaartuigen wordt, het gehele jaar in de andere gebieden, behoudens uitzonderingen, per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in de betrokken gebieden en wel als volgt:

  • voor vissersvaartuigen van het KVS:
    • maximaal    800 kg per vaartdag in VIId,e
    • maximaal     50 kg per vaartdag in VIIf,g
  • voor vissersvaartuigen van het GVS :
    • maximaal  1600 kg per vaartdag in VIId,e
    • maximaal    100 kg per vaartdag in VIIf,g
    • maximaal     50 kg per vaartdag in VIII

In afwijking tot het voorgaande worden de plafonds voor de schol in ICES-gebieden VIId,e in de periode 1 januari tot 15 februari 2019 en zolang geen 27% van het quotum is opgevist, opgetrokken naar respectievelijk 1200 kg (KVS) en 2400 kg (GVS).

In ICES-gebieden VIIh,j,k voor de vaartuigen van het GVS: wordt voor de periode 1 januari 2019 tot 31 december 2019 een hoeveelheid schol toegekend van maximaal 500 kg.

4 Tong

4.1 Vangstbeperkingen voor tong in de Noordzee

Het totale tongquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 345 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2019 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Het totale tongquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van het GVS is voor de eerste zes maanden van 2019 vastgesteld op 342 ton productgewicht. Indien vóór 30 juni 2019 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium tot eind oktober 2019 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 5.500 kg vermeerderd met 55 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de Noordzee en het Schelde-estuarium tot eind juni 2019 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 5.500 kg vermeerderd met 16 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

In afwijking van vorig lid wordt aan de vissersvaartuigen die uitsluitend de passieve visserij bedrijven voor de periode 1 januari 2019 tot 31 oktober 2019 een hoeveelheid tong in de Noordzee per vaartuig toegekend, die gelijk is aan 6.500 kg vermeerderd met 40 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden tong in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt :

  • 300 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS,
  • 600 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid tong heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de tongvisserij in de Noordzee en het Schelde-estuarium stop te zetten respectievelijk tot eind juni 2019 (vaartuigen van het GVS) of tot eind oktober 2019 (vaartuigen van het KVS of vaartuigen die de passieve visserij bedrijven).

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2020 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

4.2 Tong VIIf,g

Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 30 ton productgewicht. Indien dit quotum vóór 31 december 2019 wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de ICES-gebieden VIIf,g gesloten voor die groep vissersvaartuigen.

Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van het GVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 585 ton productgewicht. Indien dit quotum vóór 31 december 2019 wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de ICES-gebieden VIIf,g gesloten voor die groep vissersvaartuigen.

Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de ICES-gebieden VIIf,g  voor de periode van 1 februari 2019 tot 31 oktober 2019 de mogelijkheid geboden om in te schrijven op een lijst van vaartuigen met een vismachtiging Bristolkanaal.

Teneinde ingeschreven te worden dient de reder voor 21 januari 2019 een verzoek bij de dienst in te dienen. Een minimale hoeveelheid van 5.000 kg tong voor de volledige periode 1 februari tot 31 oktober 2019 wordt per schip vastgesteld. Indien er teveel inschrijvingen binnenkomen in verhouding tot de beschikbare quota, wordt er geloot.

Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de ICES-gebieden VIIf,g voor de periode van 1 januari 2019 tot 30 juni 2019 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 1.000 kg verhoogd met 10 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid tong heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de tongvisserij in de ICES-gebieden VIIf,g stop te zetten tot eind 2019.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn, voor de vaartuigen van het klein vlootsegment die voorkomen op de lijst : het in tweevoud in mindering brengen van de overschrijding op de hoeveelheid die in 2020 aan het vaartuig wordt toegekend en een mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn, voor de vaartuigen van het groot vlootsegment, analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2020 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

4.3 Tong VIIh,j,k

Voor de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de ICES-gebieden VIIh,j,k in de periode 1 januari 2019 tot 30 juni 2019 gewerkt met een dagplafond voor tong, namelijk maximaal 300 kg per vaartdag te vermenigvuldigen met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die visreis in dit gebied.

4.4 Tong VIId

Gezien de toewijzing in functie van het motorvermogen, die bij wijze van proef in 2016 was ingesteld en uiteindelijk niet door de sector werd aangevraagd, wordt deze mogelijkheid niet voorzien.

  • Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIId voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 229 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2019 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de VIId gesloten voor die groep vaartuigen.
  • Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIId voor de groep van vissersvaartuigen van het GVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 535 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2019 dit tongquotum wordt uitgeput, wordt de tongvisserij in de VIId gesloten voor die groep vaartuigen.

De tongvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in het ICES- gebied VIId per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in het betrokken gebied en wel als volgt:

  • voor vissersvaartuigen van het KVS :
    • maximaal 300 kg per vaartdag in VIId
  • voor vissersvaartuigen van het GVS :
    • maximaal 600 kg per vaartdag in VIId

4.5 Vangstbeperkingen 2019 voor tong in andere gebieden

De tongvangst van vissersvaartuigen wordt in de andere gebieden beperkt als volgt (hoeveelheden uitgedrukt in productgewicht):

  • gebied VIIe: de totale vangst voor de periode 1 januari 2019 t/m 31 oktober 2019 is maximaal 1.000 kg tong per vaartuig, voor vaartuigen van het KVS. Dit plafond wordt opgetrokken naar 2.000 kg tong per vaartuig, voor vaartuigen van het GVS.
  • in geval van gemengde visreizen in ICES-gebieden VIIfg en VIIe mag per visreis maximaal 300 kg tong gerealiseerd worden in VIIe.

5 Kabeljauw

5.1 Vangstbeperkingen voor kabeljauw in de Noordzee

Voor de toewijzing van vangstmogelijkheden van kabeljauw in de Noordzee wordt standaard gewerkt met “zeereisplafonds”. De reders die het wensen kunnen evenwel een toewijzing aanvragen in functie van het motorvermogen. Daartoe moeten ze vóór 21 januari 2019 een verzoek bij de dienst in te dienen.

Het totale kabeljauwquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 80 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2019 dit kabeljauwquotum wordt uitgeput, wordt de kabeljauwvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Het totale kabeljauwquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het GVS is voor het jaar 2019 vastgesteld op 455 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2019 dit kabeljauwquotum wordt uitgeput, wordt de kabeljauwvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

De kabeljauwvangst in de periode van 01.01.2019 tot en met 31.03.2019 van vaartuigen die volgens de officiële lijst zijn uitgerust met de boomkor wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt,      

  • 130 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 260 kg voor vaartuigen van het GVS.

De kabeljauwvangst in de periode van 01.04.2019 tot en met 30.06.2019 van vaartuigen die volgens de officiële lijst zijn uitgerust met de boomkor wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt,          

  • 250 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 500 kg voor vaartuigen van het GVS.

De kabeljauwvangst in de periode 01.01.2019 tot en met 31.03.2019 van vaartuigen die volgens de officiële lijst niet zijn uitgerust met de boomkor (planken, staande want, ...) wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt:

  • 400 kg voor niet-boomkorvaartuigen

De kabeljauwvangst in de periode 01.04.2019 tot en met 30.06.2019 van vaartuigen die volgens de officiële lijst niet zijn uitgerust met de boomkor (planken, staande want, ...) wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt:

  • 600 kg voor niet-boomkorvaartuigen

In de periode 01.04.2019 tot en met 30.06.2019 worden hoger vermelde hoeveelheden verhoogd met 300 kg per vaartdag indien betrokken vaartuig gedurende de gehele visreis actief was met TR 1 of BT 1

Als alternatief voor het voorgaande is de toewijzing van kabeljauw in functie van het motorvermogen voor de vissersvaartuigen waarvoor een verzoek werd ingediend, als volgt:

  • Voor de vissersvaartuigen van het KVS waarvoor een speciaal verzoek werd ingediend wordt in de ICES-gebieden II, IV voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 oktober 2019 een hoeveelheid kabeljauw toegekend, die gelijk is aan 17 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.
  • Voor de vissersvaartuigen van het GVS waarvoor een speciaal verzoek werd ingediend wordt in de ICES-gebieden II, IV voor de periode van 1 januari 2019 tot 30 juni 2019 een hoeveelheid kabeljauw toegekend, die gelijk is aan 11 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.
  • Voor de vissersvaartuigen van het GVS die uitsluitend de passieve visserij beoefend en waarvoor een speciaal verzoek werd ingediend wordt in de ICES-gebieden II, IV voor de periode van 1 januari 2019 tot 31 oktober 2019 een hoeveelheid kabeljauw toegekend, die gelijk is aan 17 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid kabeljauw heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de kabeljauwvisserij in de ICES-gebieden II, IV stop te zetten tot eind oktober respectievelijk eind juni 2019.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2020 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

Kabeljauw VIIb-c, VIIe-k, VIII

Vanaf 1 januari 2019 tot 31 januari 2019 wordt in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII een maximale hoeveelheid kabeljauw toegekend op vaartuigniveau van 1.000 kg.

In de loop van januari worden bijkomende maatregelen voor de rest van het jaar uitgewerkt.

Kabeljauw VIId

Vanaf 1 januari 2019 tot 31 oktober 2019 wordt in het ICES-gebied VIId een maximale hoeveelheid kabeljauw toegekend op vaartuigniveau van 2 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Indien op zeker ogenblik een vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid kabeljauw heeft opgevist, dient het vissersvaartuig vanaf dit ogenblik de kabeljauwvisserij in het ICES-gebied VIId stop te zetten tot eind oktober 2019.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn analoog met deze beschreven onder punt 3.1 Schol Noordzee, laatste gedachtestreepje, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2020 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen.

Kabeljauw VIIa

Voor de periode 1 februari 2019 tot 31 december 2019 wordt de kabeljauwvangst van vissersvaartuigen in het ICES-gebied VIIa per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in het betrokken gebied en wel als volgt :

  • 20 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 40 kg voor vaartuigen van het GVS.

6 Schelvis

De schelvisvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in de ICES-gebieden VII, VIII per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de betrokken gebieden en wel als volgt :

  • 25 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 50 kg voor vaartuigen van het GVS
  • verdubbeling voor vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken.

7. Rog

De rogvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in de ICES-gebieden II, IV , VIId  en VIIa-c, e-k per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de betrokken gebieden en wel als volgt :

  • voor vissersvaartuigen van het KVS :
    • maximaal 100 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal  50 kg per vaartdag in VIId
    • maximaal 300 kg per vaartdag in VIIa-c, e-k
  • voor vissersvaartuigen van het GVS :
    • maximaal  200 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal  100 kg per vaartdag in VIId
    • maximaal  600 kg per vaartdag in VIIa-c, e-k
  • de hoeveelheden toegekend in de Noordzee worden verdubbeld voor de vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken.

N.B. - In de Noordzee is de bijvangstregel bij rogvangst zoals die in 2011 ingevoerd was, behouden: de rogvangsten voor vaartuigen met een L.O.A. groter dan 15m mogen per visreis niet meer bedragen dan 25% van de totale aan boord gehouden vangsten in levend gewicht.

De verplichting roggen afzonderlijk te rapporteren blijft onverkort behouden. Er wordt met aandrang gevraagd de correcte codes te gebruiken.

De bijvangst van golfrog in gebieden VIIde wordt totaal verboden.

8 Wijting

De wijtingvangst van vissersvaartuigen wordt het gehele jaar in de ICES-gebieden II, IV en VIIb-k per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de betrokken gebieden en wel als volgt :

  • voor vissersvaartuigen van het KVS :
    • maximaal 250 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal 100 kg per vaartdag in VIIb-k
  • voor vissersvaartuigen van het GVS :
    • maximaal 500 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal 200 kg per vaartdag in VIIb-k
  • de hoeveelheden voor de Noordzee worden verdubbeld voor de vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken of met de zegen.
  • de hoeveelheden voor het gebied VIIb-k worden verdubbeld voor de vaartuigen van het groot segment, die uitsluitend uitgerust zijn met de planken, behalve de zegen.
  • de hoeveelheden voor het gebied VIIb-k worden verviervoudigd voor de vaartuigen van het groot segment, die uitsluitend uitgerust zijn met de zegen
  • Het segmentsquotum voor borden en zegenvaartuigen wordt in gebied VIIb-k vastgelegd op maximaal  40% van het beschikbaar quotum.

9. Heek

De heekvangst van vissersvaartuigen wordt van 1 januari 2019 tot 31 december 2019 in alle gebieden beperkt tot een bijvangstregeling. De totale heekvangst door een vissersvaartuig mag per zeereis maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 200 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis.

10 Bot en schar

In de loop van 2017 werden die soorten als quotumsoorten geschrapt.

Afzonderlijke rapportering blijft evenwel van toepassing.

11 Tongschar en witje

De totale vangsten van tongschar en witje van een vissersvaartuig worden het gehele jaar per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:

  • 200 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 400 kg voor vaartuigen van het GVS.

N.B. de soorten tongschar en witje dienen afzonderlijk gerapporteerd te worden.

12 Tarbot en griet

De totale vangsten van tarbot en griet van een vissersvaartuig worden het gehele jaar per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:

  • 150 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 300 kg voor vaartuigen van het GVS.

N.B. de soorten tarbot en griet dienen afzonderlijk gerapporteerd te worden. Voor tarbot geldt de nationale de-minimis verplichting (zoals voor tong, zie verder).

13 Makreel

De makreelvangsten worden het gehele jaar beperkt tot een bijvangstregeling.

De totale makreelvangst per zeereis van een vissersvaartuig mag maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 50 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium.

Het totale makreelquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de zegen en die per zeereis minder dan 10 kg Noordzeetong aanlanden is vastgesteld op 50 ton productgewicht. Zolang dit quotum niet is opgebruikt geldt de beperking in de eerste paragraaf niet.

14 Haring

De haringvangsten worden het gehele jaar beperkt tot een bijvangstregeling. De totale haringvangst van een vissersvaartuig mag per zeereis maximaal een hoeveelheid bedragen gelijk aan 800 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de gebieden IV, VIId.

15 Zwarte koolvis

De totale vangsten van zwarte koolvis van een vissersvaartuig worden, zodra 60% van het quotum is opgebruikt, per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:

  • 40 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 80 kg voor vaartuigen van het GVS.

Deze hoeveelheden worden verdubbeld voor de vaartdagen waarop het vaartuig het vistuig TR1 gebruikt heeft.

16 Leng (Noorse zone)

De totale vangsten van de leng van een vissersvaartuig worden, zodra 60% van het quotum is opgebruikt, per zeereis in de Noorse zone beperkt tot 30 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noorse zone.

17 Minimum instandhoudingsreferentiematen

Nationaal zijn een aantal bijkomende minimum instandhoudingsreferentiematen van toepassing, die naargelang het geval aanleiding moeten geven tot de verder gespecifieerde handelingen.

Moeten verplicht overboord gezet worden, exemplaren van soorten kleiner dan volgende MRCS

  • tong: 25 cm
  • tarbot: 32 cm
  • rog: 50 cm

Het vissen, het aan boord houden en de aanvoer in communautaire havens van volgende soorten die niet onder de aanlandingsplicht vallen, is beneden de respectievelijke minimummaten verboden.

  • bot: 25 cm
  • schar: 23 cm
  • poon: 20 cm
  • steenbolk: 20 cm
  • zeebaars: 42 cm
  • griet (Westelijke wateren): 32 cm
  • tongschar (Westelijke wateren): 25 cm

Voor volgende soorten die onder de aanlandplicht vallen, moeten de vangsten kleiner dan de MCRS aan boord gehouden, gedeclareerd, aangeland en voor niet-rechtstreekse menselijke consumptie voorbehouden. Bovendien worden deze vangsten van het quotum afgetrokken.

  • griet (Noordzee): 32 cm
  • tongschar (Noordzee): 25 cm
  • zeeduivel (geheel): 500 g
  • zeeduivel (gekopt): 200 g

Zie verder onder punt 25 voor verdere uitleg over de aanlandplicht.

De vis moet in een staat worden aangeboden die controle van de minimummaat mogelijk maakt.

De minimummaat van tong, gevangen door vissersvaartuigen met een motorvermogen van 221 kW of minder en een bruto tonnenmaat van niet meer dan 70 GT, tijdens visreizen die uitsluitend in de Noordzee plaatsvinden, wordt bepaald op 24 cm.

18 Nationale conversiefactoren

Voor de soorten en presentatievormen, waarvoor geen communautaire conversiefactor geldt ter berekening van het equivalent levend gewicht, worden volgende conversiefactoren aangenomen:

  • Gegutte platvis: factor 1,05
  • Gegutte rondvis: factor 1,18
  • Gekopte visserijproducten: factor 3,00
  • Krabbenpoten: factor 4,00

19 Inruil van vaartdagen

Het principe van het inruilen van vaartdagen bij overschrijding van dagplafonds, zoals dit in 2006 in de regelgeving werd ingevoerd, wordt gehandhaafd en uitgebreid naar alle soorten.

Ingeval van overschrijding van de vangstmogelijkheden per zeereis kan de reder of zijn vertegenwoordiger kiezen voor korting in vaartdagen. In dat geval vervalt de administratieve of correctionele vervolging. Bij toepassing van het regime van inruil van dagen wordt het maximum aantal vaartdagen 2019 (285) vervangen door het hoogste cijfer van de effectief verwezenlijkte aantal vaartdagen in 2016 of 2017 of 2018, voor zover dat maximum kleiner is dan 285 dagen. Indien tijdens die jaren inruildagen werden toegekend, worden die beschouwd als effectief gevaren dagen. De dienst zal deze berekening rechtstreeks doen.

Ingeval voor een bepaalde zeereis de reder of zijn vertegenwoordiger kiest voor het inruilen van dagen, moet hij vóór het einde van die zeereis per fax of e-mail het aantal inruildagen melden aan de Dienst. Deze aanvraag is onherroepelijk.

Voor ieder visbestand wordt het overschreden vangstvolume gedeeld door de toegekende hoeveelheden per vaartdag, wat resulteert in een aantal surplusdagen. Deze surplusdagen worden gekort op de effectieve vaartdagen.

20 Diverse controlematen

In het kader van de aanname van de controleverordening zijn een aantal  belangrijke bepalingen opgenomen. Deze werden u reeds vroeger meegedeeld en zijn reeds gekend. Een aantal aandachtspunten worden evenwel herhaald.

  • De ramingstolerantie is veralgemeend naar 10%;
  • Soorten onder herstelplan (COD, SOL, PLE, HKE) dienen afzonderlijk gestockeerd te worden in het ruim;
  • Er dient een opslagschema van het ruim voorhanden te zijn;
  • Bij aanlanding in een haven (binnen- en buitenland) dienen de autoriteiten minstens vier uur op voorhand verwittigd te worden van intenties, met opgave van de vangst. (Dit gebeurt automatisch met het e-logboek);
  • Vangsten dienen bij aanlanding, en voor transport, gewogen te zijn.
  • Lidstaten die een controleschema uitgewerkt hebben, kunnen hierop uitzondering verlenen. Er werden daartoe bilaterale akkoorden gesloten met Ierland, Frankrijk en  V.K.
  • Controleweging bij aanlanding blijft evenwel altijd mogelijk.
  • Oostende en Zeebrugge zijn aangewezen havens in het kader van de herstel- en meerjarenplannen.
  • Bij aanlanding in het buitenland dient een vervoersdocument door de vervoerder te worden ingevuld. De documenten dienen op de afslag afgegeven en de overmaking naar de dienst wordt door deze laatste verzorgd. Blanco formulieren zijn op eenvoudig verzoek bij de dienst beschikbaar.
  • De handhaving van de handelsnormen zal in de komende maanden blijvend opgevolgd worden. Teneinde inconsistenties tussen enerzijds nationale minimum aanvoerlengte (25 cm) en minimumgewicht (120 gr) van tong te vermijden, wordt uw aandacht gevraagd voor de strikte naleving van de 25 cm grens aan boord bij het uitsorteren van de vangst. 

21 Zeebaars

Er  werden Europese herstelmaatregelen voor de zeebaars uitgewerkt, die vergelijkbaar zijn met deze die in vorige jaren van toepassing was.

Er wordt met een algemeen vangstverbod gewerkt, binnen en buiten de 12 mijlszone van het V.K.

In de periode januari 2019 en van 1 april 2019 tot 31 december 2019 is het voor vaartuigen met gesleept tuig in de ICES-gebieden IVb, IVc, VIId, VIIe, VIIf en VIIh toegestaan, dat de hoeveelheid aan boord gehouden zeebaars niet meer dan 1% van de totale aan boord gehouden vangst van mariene organismen in levend gewicht per dag bedraagt, binnen de limiet van maximaal 400 kg per twee maand.

Voor de zegenvisserij zijn de plafonds per dag maximaal 1% en 210 kg per maand.

Visserij op zeebaars met staand tuig is enkel toegestaan voor vaartuigen met een historische referentie voor zeebaars gedurende de periode 1 juli 2015 tot 30 september 2016 en is beperkt tot maximaal 1.400 kg per jaar.

Visserij op zeebaars met lijnen en haken is enkel toegestaan voor vaartuigen met een historische referentie voor zeebaars gedurende de periode 1 juli 2015 tot 30 september 2016 en is beperkt tot maximaal 5.500 kg per jaar.

22 Hengelaars

Gedurende 2019 is het aan zeehengelaars, die vissen vanuit vaartuigen die niet beschikken over een visvergunning verboden om in totaal meer dan maximaal 15 kg kabeljauw, per ingescheepte persoon en per zeereis aan boord te houden, over te laden en te lossen. De vis dient in gehele staat te worden aangevoerd en mag ontdaan zijn van ingewanden.

Europees werd voor de recreatieve visserij (inclusief de kantvisserij) op zeebaars bepaald dat er in de periode 1 januari tot 31 maart 2019 en van 1 november tot 31 december 2019 enkel catch en release mag plaatsvinden. Van 1 april tot 31 oktober 2019 mogen recreatieve vissers één exemplaar van zeebaars per persoon en per dag bijhouden.

23 Verder willen we uw aandacht vestigen op volgende punten: 

  • Zolang er met papieren logboeken wordt gewerkt, dienen deze documenten de vangsten te vergezellen. In het bijzonder op de afslag dienen deze documenten steeds voorhanden te zijn.
  • Reders die wensen in te stappen in het kustvisserssegment kunnen daartoe vóór 1 maart 2019 een aanvraag richten tot de Dienst. Eventuele begunstigden zullen daartoe door de Dienst worden aangeschreven.
  • Gezien de overeenkomsten een looptijd hebben van 5 jaar, moeten de reders van vaartuigen die vanaf 2014 deel uitmaken van het kustvisserssegment hun aanvraag hernieuwen willen ze voor de volgende 5 jaar tot het segment behoren
  • De overtredingen van de verschillende quotamaatregelen kunnen leiden tot het intrekken van de visvergunning voor een opeenvolgende periode van minstens vijf dagen.
  • Per kalenderdag mogen uit meerdere ICES-gebieden quotasoorten worden aangevoerd, voor zover in deze gebieden nog een overeenkomstig quotum beschikbaar is en voor zover voor elk van deze soorten aan de hoogste vangstbeperkingen voor deze kalenderdag voldaan is.
  • De hoeveelheden quotasoorten die aan een vissersvaartuig worden toegewezen, zijn niet overdraagbaar naar een ander vissersvaartuig.
  • Aan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot die enkel binnengaats mogen vissen, worden geen hoeveelheden quotasoorten in de Noordzee en Schelde-estuarium toegekend.
  • Andere vissersvaartuigen dan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot, mogen niet vissen op de Westerschelde binnengaats.
  • Iedere reder dient zelf de stand van de vangsten van tong, schol en kabeljauw van zijn vaartuig bij te houden. De Dienst Zeevisserij zal in 2019 geen tussenstanden meedelen.
  • Iedere reder zal zelf de vaartdagen van zijn schip bijhouden.

24 E-logboek

Begin 2019 volgt een upgrade van het e-logboek aan boord van de vaartuigen. U zult daartoe individueel door de firma E-catch worden gecontacteerd.

De werking van het logboek zal nadien van dichtbij worden gemonitored en schippers zullen individueel daarop worden aangesproken. Dit wordt een aandachtspunt voor de inspectiecel.

In het bijzonder moeten visuren in het e-logboek worden geregistreerd en dient de aanlandingsverklaring binnen de 24 uur na aanlanding (= tijdstip van afronden van alle sorteer- en weegactiviteiten van betrokken vangst in de afslag) ingediend worden.

In het verleden werden regelmatig problemen met de aanlandingsverklaring vastgesteld, zoals die zijn: laattijdige doorsturing of verkeerde koppeling met verkeerde reis.

U wordt verder in kennis gesteld van het feit dat het nationaal quotumregistratiesysteem Quovis door een nieuw systeem zal worden vervangen. Hopelijk zullen de problemen dan van de baan zijn.

25.  Aanlandingsplicht demersale visserijen

Zoals gekend wordt de aanlandingsplicht in de demersale visserij in 2019 verplicht gesteld voor alle soorten met vangstbeperkingen, na de afgelopen inloopperiode van 3 jaar.

De aanlandingsplicht van een bepaalde soort gevangen door een bepaalde visserij betekent in principe dat de vangsten van die soort door betrokken vaartuig uitgerust met dit bepaald tuig in dit gebied niet mogen teruggegooid worden. Dus ook de ondermaatse exemplaren moeten aan boord blijven en van het quotum afgetrokken worden. Ingeval het quotum in het gebied is benut, wordt voor de rest van het jaar de gehele visserij in het gehele gebied voor de vaartuigen die onder de LO vallen, gesloten. Dit is de zgn. chokespecies of knelsoortenproblematiek waarover u in de gespecialiseerde pers vermoedelijk al iets van opgevangen heeft.

Verder zou het nationaal hanteren van dagplafonds ook kunnen botsen met het principe van de LO. Het afschaffen van de plafonds is evenwel geen optie omdat het vrij vissen zou kunnen leiden tot vervroegde uitputting van de quota en daaruit voortvloeiende verplichte sluiting van de visserijen (zie hierboven).

Daarom worden de dagplafonds voor de volgende bijvangstsoorten: kabeljauw VIIa, schelvis (pt. 6), wijting (pt. 8), heek (pt. 9), makreel (pt. 13), haring (pt. 14), zwarte koolvis (pt. 15), leng (pt. 16) gedefinieerd als maximum toegekende valoriseerbare hoeveelheden, waarvan de overschrijding aanleiding geeft tot beslagname ten voordele van de Rederscentrale. Controle gebeurt door de P.O. op basis van een af te sluiten protocol tussen overheid en P.O. met een maatregel vergelijkbaar met deze die voor de rog grootteklasse 4 werd uitgewerkt.

Zodoende heeft de individuele schipper geen economisch profijt bij het overschrijden van de aanbevolen hoeveelheid, gezien een mogelijke overschrijding afgeroomd wordt. De overschreden hoeveelheden worden evenwel van het nationaal quotum afgetrokken en we roepen de schippers in deze op, hun verantwoordelijkheid te nemen en verstandig om te gaan met de beperkingen.

Voor een groot aantal soorten/gebieden/vistuigen gelden uitzonderingen op de L.O., zoals die zijn uitzondering voor hoge overleving en uitzondering met een de-minimis. Het teruggooien in het kader van die specifieke maatregelen mag in principe, maar moet wel in het logboek gerapporteerd worden.

De reglementering voorziet een aantal uitzonderingen bij dewelke ondermaatse exemplaren wel mogen/moeten teruggezet worden:

  • Exemplaren van kwetsbare/gevoelige of verboden soorten (haaien, roggen, enz.) moeten teruggezet worden
  • Geschonden vis (parasieten/predatoren) moet overboord gezet worden;
  • Ondermaatse exemplaren van soorten die niet onder de LO vallen, moeten verder overboord gezet worden;
  • Soorten waarvoor een de-minimis (zie verder) geldt, mogen overboord gezet worden binnen de daartoe voorziene de-minimismarge
  • Soorten waarvan een hoge overleving bewezen is, mogen overboord gezet worden.

25.1 Hoge overleving

Hoge overleving werd tijdelijk bekomen voor schol gevangen met BT2 tuig (boomkor met maaswijdte 80-19 mm) in alle gebieden, voor roggen en Noorse kreeft in alle gebieden.

Voor de eerste twee uitzonderingen dienen lidstaten bijkomende wetenschappelijke gegevens aan te voeren. Aan ILVO werd ondertussen de opdracht gegeven een en ander uit te werken.

Het toepassen van het principe van hoge overleving impliceert dat exemplaren van die soorten zo snel als mogelijk en ongedeerd worden teruggezet.

Het bekomen van de uitzondering voor schol was slechts mogelijk op voorwaarde dat de lidstaten zich engageerden bijkomende technische maatregelen op te leggen of een monitoringsprogramma met camera’s uit te werken.

Vlaanderen heeft gekozen voor de technische aanpak: BT2 korren moeten uitgerust zijn met een flip-up rope (steenschotje) of een bentisch paneel (zie onder 2.16).

“Legale” discards moeten met de code DIS in de dagvangsten worden opgenomen.

Opgelet: voor schol gevangen met BT1 tuig, geldt deze uitzondering niet en dient de volledige vangst (maatse en ondermaatse vis) aangeland te worden en in de aanlandingsverklaring als LSC en BMS vangst opgegeven. In afwachting van aangepaste logboekcodes worden de maatse en ondermaatse vangsten als één globaal cijfer gerapporteerd in de vangstraming.

25.2 De-minimis (DM)

In bepaalde gevallen kan een uitzondering op het teruggooiverbod bekomen worden, waarbij  tot maximum 7% van de vangst van de soorten, die onder de aanlandingsplicht vallen, mag teruggegooid worden.. Deze uitzondering wordt nationaal per visbestand en per jaar bekeken. Teneinde een hogere DM voor tong te bepleiten in de regionale groepen (Scheveningen groep voor de Noordzeeregio, de Noord Westelijke wateren groep voor de ICES-gebieden VII en de Zuid Westelijke wateren groep voor het gebied VIIIab) is België akkoord gegaan met het verplicht toepassen van meer selectief vistuig, het zgn. Vlaams paneel die onder punt 2.16 werd toegelicht. Zodoende kon voor tong gevangen met de boomkor in de Noordzee een DM van 6%, in de gebieden VII een DM van 3% en in de gebieden VIIIab een DM van 5% bekomen worden.

Teneinde dit te kunnen monitoren heeft de minister beslist nationaal DM-quota vast te stellen:

  • Tong II, IV: 58 ton
  • Tong VIId: 23 ton
  • Tong VIIe: 1 ton
  • Tong VIIfg: 18 ton
  • Tong VIIhjk: 1 ton
  • Schol alle gebieden: 0 ton
  • Kabeljauw VIIe-k: 4 ton
  • Schelvis VIIe-k: 6 ton
  • Wijting II, IV: 126 ton
  • Wijting VIIb-k: 15 ton
  • Noorse kreeft II, IV: 20 ton
  • Tarbot II, IV: 30 ton
  • Makreel II, IV: 8 ton
  • Makreel VII, VIII: 4 ton
  • Horsmakreel II, IV, VIId: 3 ton
  • Horsmakreel VII: 1 ton

Deze DM-quota zullen door de dienst en de Quotacommissie opgevolgd worden. Ingeval het DM-quotum volledig benut is, wordt de toepassing van DM verboden en moeten ook de ondermaatse vangsten aan boord blijven en van het vangstquotum afgetrokken worden. De ondermaatse exemplaren van die soorten kunnen nooit voor directe menselijke consumptie verhandeld worden.

Aan de schippers van vaartuigen, die visserijen bedrijven, die onder de LO vallen wordt gevraagd de teruggegooide hoeveelheden zorgvuldig in het logboek te rapporteren. Deze hoeveelheden komen niet in mindering van het vangstquotum zolang er een DM-quotum beschikbaar is. De ervaring in de afgelopen drie jaar, heeft geleerd dat de gedane rapportering wellicht een onderschatting is van de effectieve hoeveelheden. Dit moet een blijvend aandachtspunt zijn.

Op elk ogenblik van de visreis mag de  teruggooi in het kader van DM nooit hoger zijn dan een vastgestelde drempelwaarde in % van de totale reeds verwezenlijkte vangst van die soort in het bepaalde gebied.

Volgende Vlaamse drempelwaarden zijn van toepassing:

  • Tong II, IV: 10%
  • Tong VIId: 5%
  • Tong VIIe: 5%
  • Tong VIIfg: 5%
  • Tong VIIhjk: 5%
  • Kabeljauw IVc (TR2): 4%
  • Kabeljauw VIIe-k: 10%
  • Schelvis VIIe-k: 10%
  • Wijting II, IV: 20% (BT2) en 10% (TR2)
  • Wijting VII b-k: 10%     

Vanaf het ogenblik dat die drempelwaarde wordt bereikt moet de schipper zijn visserijactiviteiten stoppen en het vaartuig minstens 10 nautische mijl verleggen, voor de vaartuigen met een bruto tonnenmaat van minder dan 70 BT wordt het verleggen van de activiteit met minstens drie mijl voldoende geacht.

Zolang het de-minimisquotum niet is opgebruikt is het inroepen van een de-minimis, behalve voor tong en tarbot, niet verplicht. Een schipper kan er al of niet van gebruik maken en moet de code DIS of BMS (bij het aan boord houden van ondermaatse vis) gebruiken.

Voor tong en tarbot, dit zijn relatief dure soorten, waarvoor ondermaatse exemplaren op de zwarte markt mogelijks een zekere waarde kunnen krijgen, moet verplicht een de-minimis gebruikt worden. Met andere woorden de vissers krijgen de L.O. niet als excuus om ondermaatse exemplaren van die soorten aan te landen. Het weze hierbij herhaald dat de minimummaat voor tong 25 cm bedraagt.

Voor garnaalvisserij met TBB geldt eveneens een de-minimis van 7% voor alle demersale soorten ten opzichte van de totale vangst.

25.3 Gebruik logboekcodes en praktische instructies

De verschillende categorieën vis, die legaal mogen teruggegooid worden, moeten afzonderlijk gerapporteerd worden in het logboek. Daartoe werden een aantal technische discussies binnen de EU aangevat maar spijtig genoeg zijn nog niet alle codes reeds eenduidig vastgelegd.

Zo moet de code DIS gebruikt worden voor de discards van soorten die niet onder LO vallen zodra die het equivalent van 50 kg levend gewicht bereiken. Dezelfde code moet voorlopig gebruikt worden voor de- minimis en voor alle andere vormen van legale teruggooi (geschonden vis bv.). Opgelet: voor soorten die onder de LO vallen moeten alle vangsten (vanaf de eerste kg geregistreerd worden). Zo ook voor de deminimis die vanaf de eerste kg equivalent levend gewicht gerapporteerd moet worden.

De code DIS is reeds voorhanden in e-catch. Op het papieren logboek staat de vermelding opgenomen rechts onderaan (vakje 16). Er wordt voorgesteld de discard/de-minimis gegevens op de onderste lijn van het gedeelte vangstraming van het logboek (juist boven de dikke zwarte lijn) te laten registreren.

Bij de verwerking van de logboekgegevens door de statistische cel van de dienst zal de opsplitsing van de DIS gegevens in 1) eigenlijke discards en 2) de-minimis, gebeuren.

Voor de soorten die onder LO vallen moet in het gedeelte vangstraming de maatse en ondermaatse fractie gerapporteerd worden. Details moeten in de aanlandingsverklaring weergegeven worden met de presentatievorm (gegut, heel enz.) met de code LSC (legal size catch) voor de maatse fractie en BMS (below minimum size) voor de ondermaatse fractie.

De codes zijn voorhanden in e-catch. In het papieren logboek dient u de gegevens op te nemen in het gedeelte aanlandingsverklaring (onder de dikke zwarte lijn) met de juiste code teneinde respectievelijk de LSC en BMS vangst afzonderlijk te kunnen rapporteren.

De ervaring in de vorige jaren heeft gewezen dat er nog veel schippers zijn die de hoeveelheden discards/de- minimis/LSC/BMS niet of vermoedelijk onjuist wegens te gering, rapporteren. Nochtans is een correcte rapportering verplicht - bij controle op zee en aan land kunt u hierbij in de problemen komen – en draagt die bij tot een correcte wetenschappelijke assessment van de bestanden.

Met de talrijke bekomen uitzonderingen in het achterhoofd, lijkt het ons dat de veralgemening van de L.O. in 2019 en in de daaropvolgende jaren een voor de visserijpraktijk haalbare en werkbare zaak is. De ervaring zal leren in welke mate dit een succes wordt en of er aanpassingen dienen te gebeuren. In ieder geval blijft de dienst en de inspectiecel in het bijzonder, ter beschikking voor verdere verduidelijkingen.