Visserij: Aanvullende quotamaatregelen 2022 – Aanlandingsplicht demersale visserijen 2022

In haar zitting van 7 december 2021 heeft de quotacommissie het visplan 2022 besproken en op basis daarvan meerdere adviezen geformuleerd voor aanvullende quotamaatregelen. Dit gebeurde op basis van het visplan van 2021, de beschikbare wetenschappelijke adviezen en de beschikbare info aangaande de lopende quota-onderhandelingen. 

Op 10 december 2021 werd een akkoord gesloten tussen het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Europa over de totaal toegestane vangsten in 2022 voor de gezamenlijk beheerde bestanden in de Noordzee. Onder dit akkoord vallen de bestanden zoals schol, kabeljauw, zwarte koolvis, schelvis, haring en wijting. Er werd ook een akkoord gesloten rond een jaarlijkse ruil tussen de Europese Unie en Noorwegen, waardoor Belgische vaartuigen ook in 2022 toegang hebben tot de Noorse zone en quota krijgt voor een aantal Noorse bestanden zoals onder meer zeeduivel, heek, leng en andere soorten.

Omdat pas op maandag 20 december 2021 een akkoord met het VK kon worden bereikt, werden tijdens de Europese Visserijraad van 12-14 december 2021 voorlopige vangstmogelijkheden vastgelegd voor de eerste 3 maanden van 2022 voor de gedeelde bestanden, ten belope van 25% van de visquota.  

1 Dagenbeperking

1.1 Vaartdagenregeling

Gedurende de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 mag een vissersvaartuig op jaarbasis maximaal 285 vaartdagen verwezenlijken in alle gebieden samen. De overschreden dagen en de extra te korten dag per twee dagen overschrijding, worden in mindering gebracht op het maximaal aantal vaartdagen 2023.

1.2 Tongherstelgebied (ICES-gebied VIIe)

In de Europese verordening houdende de overgangsbepalingen voor het eerste trimester 2022 is  een hoofdstuk opgenomen betreffende het tongherstelgebied VIIe. In toepassing van bijlage II van EU-Raadsverordening over de totale toegestane vangsten voor het eerste trimester 2022 wordt de bestaande boomkorvisserijinspanning in het westelijk deel van het Engels Kanaal verder beperkt gedurende de periode 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022.

Vaartuigen uitgerust met de boomkor met een maaswijdte van ten minste 80 mm, mogen in dat gebied tijdens de periode van 1 januari tot 31 maart 2022 maximaal 44 zeedagen presteren.

De boomkorvaartuigen die in de referentieperiode 2002 – 2018 gevist hebben in het westelijk deel van het Engels Kanaal, krijgen een vismachtiging VIIe. Visserij met de boomkor is in het ICES-gebied VIIe vanaf 1 februari 2022 tot en met 31 januari 2023 enkel toegestaan mits het vissersvaartuig over een vismachtiging herstelgebied tong VIIe beschikt. Deze vismachtiging moet aan boord gehouden worden. Rederijen van vissersvaartuigen, die aan de voorwaarden voldoen, worden spontaan per afzonderlijke zending een vismachtiging herstelgebied tong toegestuurd.

Overdracht van dagen op vaartuigniveau is verboden.

Niet naleving van deze communautaire dagenregeling kan tevens leiden tot intrekking van de visvergunning voor vijf opeenvolgende dagen. Tevens wordt de toekenning van de vismachtiging VIIe voor 2023 beperkt tot 6 maanden.

2 Gesloten gebieden, visverboden en technische maatregelen

2.1 Skagerrak

Vermits alle Belgische quota in het Skagerrak in de loop van 2022 geruild zullen worden met Denemarken, blijft het Skagerrak gesloten in 2022 voor de Belgische vissersvaartuigen. 

2.2 West van Schotland (VIa)

De visserij is het gehele jaar 2022 verboden in ICES-gebied VIa.

2.3 Keltische Zee (VIIh,j,k)

Gedurende het volledige jaar 2022 is de visserij verboden in ICES-gebied VIIh,j,k voor vaartuigen van het klein vlootsegment (KVS). Van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 geldt dit verbod ook voor vaartuigen behorende tot het GVS, met uitzondering voor vaartuigen die deelnemen aan wetenschappelijke zeereizen gericht op tong.

2.4 Golf van Gascogne (VIIIab)

De aanwezigheid van een vissersvaartuig in de Golf van Gascogne is verboden in 2022. In een latere fase op het jaar zal er mogelijks nog een specifieke regeling voor worden uitgewerkt.

2.5 Spanvisserij

De spanvisserij op kabeljauw is in 2022 verboden.

2.6 Sluiting Bristol kanaal

Gedurende het volledige jaar 2022 is de visserij verboden in ICES-gebied VIIf,g voor vaartuigen van het KVS.

In de periode 1 februari 2022 tot en met 31 oktober 2022 is het enkel aan de vaartuigen van het klein vlootsegment, die beschikken over een “Vismachtiging Bristolkanaal 2022”, toegestaan in het gebied VIIf,g aanwezig te zijn.

Ten einde opgenomen te worden op de lijst dienen geïnteresseerde reders zich voor 6 januari 2022 aan te melden bij de bevoegde dienst van het Departement Landbouw en Visserij via e-mail gericht aan zeevisserij@lv.vlaanderen.be.

Uw aandacht wordt gevestigd op het feit dat naar analogie met vorige jaren de visserij buiten de zes-mijlszone in de ICES-rechthoeken 30E4, 31E4 en 32E3 (zgn. Trevose box) in de periode 1 februari 2022 tot en met 31 maart 2022 verboden wordt.

2.7 Europese sluiting Ierse zee 2022

De bestaande bepalingen (nu opgenomen als bijlage VI, deel C, punt 3 van Verordening 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019) voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse zee (ICES-sector VIIa) zijn van toepassing.

Het is elk jaar tijdens de periode van 14 februari tot en met 30 april verboden bodemtrawls, zegens of soortgelijke sleepnetten, kieuwnetten, schakelnetten, warrelnetten of vistuig met haken te gebruiken in het gedeelte van ICES sector VIIa dat wordt begrensd door de oostkust van Ierland en de oostkust van Noord-Ierland en rechte lijnen die achtereenvolgens de volgende geografische coördinaten, die worden gemeten volgens het WGS84-coördinatenstelsel, met elkaar verbinden:

  • tussen 54°30' NB op de oostkust van Noord-Ierland,
  • tussen 54°30' NB 04°50' WL,    
  • tussen 53°15'  NB 04°50' WL, en
  • tussen 53°15' NB op de oostkust van Ierland

In afwijking hiervan is in het gebied en de periode die in vorig lid zijn bepaald, het gebruik van bodemtrawls toegestaan, op voorwaarde dat die trawls zijn voorzien van selectiviteitsvoorzieningen die werden beoordeeld door het WTECV.

2.8 Beschermde vissoorten

Volgende soorten worden niet aan boord gehouden en dienen, liefst levend, terug en onmiddellijk over boord gezet te worden: 

Sterrog VIId, vleet-soortencomplex (IV,VII en VIII), ruwe haai (IV, VII, VIII), haringhaai, walvishaai, doornhaai (IV, VII, VIII) , schubzwelghaai (IV), Portugese ijshaai (IV), zwarte haai (IV), spitssnuitsnavelhaai (IV), grote lantaarnhaai (IV).

2.9 Roggen

Het is verboden om andere roggensoorten te vissen, aan boord te houden en aan te landen dan blonde rog (RJH), stekelrog (RJC) en gevlekte rog (RJM).  
    
Andere roggensoorten die worden gevangen, worden ongedeerd gelaten en onmiddellijk teruggezet. De vissers worden daarbij aangemoedigd technieken en apparatuur te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting, conform de Europese regelgeving.
    
De dienst dringt er op aan om de hoeveelheden teruggezette roggen zo nauwkeurig mogelijk in het logboek te noteren onder de code DIS en volgens de correcte drielettercode, zoals bijvoorbeeld RJE (kleinoogrog), RJI (zandrog), RJN (grootoogrog), … 

2.10 Verbod op highgrading

Een soort, waarvoor een quotaregeling geldt en die gevangen wordt tijdens visserijactiviteiten, wordt aan boord van het vaartuig gebracht en vervolgens aangeland, tenzij dit indruist tegen de communautaire visserijwetgeving, waarbij technische, controle- en instandhoudingsmaatregelen zijn vastgesteld. Deze verplichting geldt in alle gebieden.

2.11 Verplicht gebruik van de zeeflap

Vaartuigen uitgerust met TR3 (bordenvisserij op garnaal) dienen gans het jaar uitgerust te zijn met een zeeflap.

2.12 Staand tuig op zeebaars

Het gericht vissen op zeebaars met staand tuig met maaswijdte kleiner dan 120 mm is verboden gedurende het gehele jaar 2022.

2.13 Staand tuig op rog

Het gericht vissen op rog met staand tuig is verboden gedurende het gehele jaar 2022.

2.14 Vissen op paling

Het vissen, het aan boord houden en het aanlanden van paling met een lengte groter dan 12 cm is verboden in de maanden januari, november en december 2022.

2.15 Technische maatregelen in alle ICES-gebieden

De technische maatregel die het gebruik van een paneel voor de kuil verplicht stelt voor BT1 en BT2 tuigen in bepaalde gebieden (het zgn. Vlaams paneel), blijft behouden teneinde te kunnen genieten van een de-minimis voor tong.

Bovendien moeten de vistuigen BT2 (boomkor 80-119 mm) van het GVS uitgerust zijn met een flip-up rope (steenschotje) of een bentisch paneel om te kunnen genieten van de uitzondering voor hoge overleving voor schol. De vaartuigen uit het KVS moeten slepen doen van maximaal 90 minuten.

Vanaf 1 januari 2019 is het verboden boomkortuigen onder zich te hebben en te gebruiken waarvan de laatste 3 meter van de staart, vóór de kuil, niet bestaat uit netmateriaal met minimale maaswijdte van 120 mm, gemeten tussen de knopen. Bovendien moet de korre uitgerust zijn met een flip-up rope of een bentisch paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 170 mm en een lengte en breedte van 1,8 meter.

2.16 Technische maatregelen kabeljauw en wijting in de Europese wateren van de Keltische Zee

Deze technische maatregelen gelden voor vaartuigen met sleepnetten in VIIf, VIIg en een deel van VIIh (ten noorden van 49° 30’, en een deel van VIIj (noorden van 49°30’ NB en oosten van 11° WL).

Vaartuigen met sleepnetten of seines die meer dan 20% schelvis in hun vangst hebben, mogen niet in deze gebieden vissen tenzij die gebruik maken van volgende opties:

  • 110 mm kuil met 120 mm vierkante mazenpaneel
  • 100 mm T90 kuil
  • 120 mm kuil
  • 100 mm met 160 mm vierkante mazenpaneel

In aanvulling mogen vaartuigen met sleepnetten die ten minste 20% schelvis in hun vangst hebben, gebruik gemaakt maken van volgende opties:

  • Vistuig met ten minste 1 meter ruimte tussen vislijn en bodemtuig of;
  • Gelijk welk tuig dat ten minste even selectief is om kabeljauw te vermijden, in overeenstemming met een STECF assessment en goedgekeurd door de EC.
  • 120 mm kuil

Vaartuigen met sleepnetten en seinevissers in VIIf tot VIIk en in het gebied ten westen van 5°WL wiens vangstsamenstellingen minder dan 20% schelvis bevatten, moeten ten minste een maaswijdte van 100 mm kuil gebruiken. 

Deze vereiste is niet nodig voor vaartuigen met bijvangsten aan kabeljauw van minder dan 1,5%, beoordeeld door WTECV.

3 Schol

3.1 Vangstbeperkingen voor schol in de Noordzee

  • Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor het eerste kwartaal 2021 vastgesteld op 581 ton productgewicht, zonder rekening te houden met mogelijke overdrachten. 
  • Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van het GVS is voor het eerste kwartaal 2021 vastgesteld op 4259 ton productgewicht. 
  • Van 1 januari 2022 tot en met 31 oktober 2022 is het in de ICES-gebieden II, IV, zijnde Noordzee en Schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig van het KVS verboden bij de scholvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 460 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW. Van die toegekende hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 60 kg per kW voor 15 maart 2022 worden opgevist.
  • Van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 is het in de ICES-gebieden II, IV, zijnde Noordzee en Schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de scholvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 200 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW. Van die toegekende hoeveelheid mag er per vaartuig maximaal een hoeveelheid van 60 kg per kW voor 15 maart 2022 worden opgevist.
  • Ingeval  gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId,e worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden schol in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt :
  • 800 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS,
  • 1.600 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.

3.2 Vangstbeperkingen 2022 voor schol in andere gebieden

De scholvangst van vissersvaartuigen wordt, in de andere gebieden, behoudens uitzonderingen, per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in de betrokken gebieden en wel als volgt:

  • voor vissersvaartuigen van het KVS:
    • maximaal 1.200 kg per vaartdag in VIId,e van 1 januari 2022 tot en met 15 februari 2022;
    • maximaal 800 kg per vaartdag in VIId,e vanaf 16 februari 2022
    • maximaal 200 kg per vaartdag in VIIfg 
       
  • voor vissersvaartuigen van het GVS:
    • maximaal 2.400 kg per vaartdag in VIId,e van 1 januari 2022 tot en met 15 februari 2022;
    • maximaal 1.600 kg per vaartdag in VIId,e vanaf 16 februari 2022 
    • maximaal 400 kg per vaartdag in VIIf,g;

Voor de scholvisserij in VIIa zijn er geen beperkingen opgelegd per zeereis. 

4 Tong

4.1 Tong Noordzee

Het totale tongquotum zonder ruilen in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is vastgesteld op 354 ton productgewicht, zonder rekening te houden met mogelijke overdrachten. 

Het totale tongquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van het GVS is vastgesteld op 827 ton productgewicht. 

Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de Noordzee en Schelde-estuarium tot 30 juni 2022 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 5.500 kg vermeerderd met 20 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de Noordzee en het Schelde-estuarium tot 31 oktober 2022 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 5.500 kg vermeerderd met 85 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht. 

Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden tong in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt:

  • 350 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS
  • 700 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS

Er worden geen gecombineerde visreizen toegestaan tussen ICES-gebieden II, IV en VIIf, g en tussen ICES-gebieden II, IV en VIIa.

4.2.    Tong VIIa

In de periode 1 januari 2022 tot 30 juni 2022 is het voor een vaartuig van het GVS in het ICES-gebied VIIa niet toegestaan om een totale tongvangst te realiseren die groter is dan 2.500 kg, vermeerderd met een hoeveelheid die gelijk is aan 5 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW. Bij deze hoeveelheid is het wetenschappelijk quotum niet meegerekend.

Er wordt een wetenschappelijk tongquotum in het ICES-gebied VIIa voorbehouden van 12 ton, verdeeld over telkens een visreis per kwartaal van maximaal 3.000 kg tong

  • Teneinde te kunnen genieten van dit wetenschappelijk quotum richten eigenaars van vissersvaartuigen per aangetekende brief of per e-mail een aanvraag tot de bevoegde entiteit, met opgave van het gewenste kwartaal. Deze aanvraag moet ten laatste toekomen bij de bevoegde entiteit op 6 januari 2022, 12:00 uur.
  • Aanvragen voor meerdere kwartalen zijn mogelijk. Als er voldoende kandidaten zijn, kan een vaartuig slechts voor één kwartaal in aanmerking komen. Er wordt geloot indien er meerdere aanvragen een zelfde kwartaal betreffen. Een kandidaat en een reservekandidaat worden aangeduid.
  • Vaartuigen die in 2021 werden uitgeloot om te genieten van het wetenschappelijk tongquotum, komen niet in aanmerking.
  • Het wetenschappelijk quotum van maximaal 3.000 kg tong per visreis moet in maximaal 5 opeenvolgende zeedagen in het ICES-gebied VIIa worden opgevist. Het niet-opgevist deel is definitief verloren. Indien meer gevist wordt, komt dit in mindering van de normaal toegekende hoeveelheden aan het vaartuig.
  • De visreis moet volledig in ICES-gebied VIIa plaatsvinden en gedurende de volledige visreis dient minstens één wetenschapper van ILVO aan boord te zijn. Indien het in uitzonderlijke omstandigheden niet mogelijk is een wetenschapper mee te sturen, moet, in overeenstemming met het ILVO, een overeenkomst aangaande self-sampling worden afgesloten. De aanvrager moet voor de aanmonstering van de wetenschapper de nodige maatregelen voorzien om tijdens de visreis de veiligheid van de wetenschapper te garanderen. Bovendien moet de eigenaar van het vaartuig toelaten dat desgevallend een wetenschapper inscheept tijdens reguliere visreizen.
  • Indien een eigenaar van een vaartuig dat werd uitgeloot, behoudens in geval van overmacht, niet deelneemt aan het wetenschappelijk onderzoek, komt het vaartuig niet langer in aanmerking voor analoog wetenschappelijk onderzoek tot en met 2023 en wordt de toegekende hoeveelheid tong, voor de betreffende toewijsperiode verminderd met 3000kg.. Indien dit verschil een negatieve hoeveelheid oplevert, zal het tekort worden afgehouden van het vastgestelde tongquotum voor het betreffende vaartuig in een andere toewijsperiode in hetzelfde of volgende jaar.

4.3 Tong VIIf,g

Van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 is het voor een vissersvaartuig van het KVS verboden in de ICES-gebieden VIIf, g aanwezig te zijn. 

Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de ICES-gebieden VIIf,g  voor de periode van 1 februari 2022 tot en met 31 oktober 2022 de mogelijkheid geboden om in te schrijven op een lijst van vaartuigen met een vismachtiging Bristolkanaal.

Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 oktober 2022 vastgesteld op 60 ton productgewicht. 

Teneinde ingeschreven te worden, dient de reder voor 6 januari 2022 een verzoek bij de dienst in te dienen per mail aan zeevisserij@lv.vlaanderen.be

Meer gedetailleerde informatie zal worden meegedeeld zodra er meer duidelijkheid komt over definitief toe te wijzen hoeveelheden. Conform het advies van de Quotacommissie in het Visplan 2022 wordt gestreefd om deelnemende vaartuigen minimum 5 ton te kunnen toewijzen. 

Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIIf,g voor de groep van vissersvaartuigen van het GVS is voor het volledige jaar 2022 vastgesteld op 676 ton productgewicht.

Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de ICES-gebieden VIIf,g voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 een hoeveelheid tong toegekend, die gelijk is aan 9 kg per kW, uitgedrukt in productgewicht.

De administratieve strafmaatregelen bij overschrijding van toegewezen quota zijn van toepassing, te weten korting van de overschreden hoeveelheid vermenigvuldigd met een strafcoëfficiënt 1,2 in de overeenkomstige periode in 2022 en mogelijke intrekking van de visvergunning voor een periode van tenminste vijf achtereenvolgende dagen. 

4.4 Tong VIIh,j,k

De tongvangst in de gebieden VIIh,j,k is verboden van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022, behalve voor wetenschappelijke zeereizen gericht op tong.

Er wordt een wetenschappelijk tongquotum voorbehouden van 6 ton, verdeeld over telkens één visreis per kwartaal a rato van maximaal 1.500 kg ton: 

  • Teneinde te kunnen genieten van dit wetenschappelijk quotum richten eigenaars van vissersvaartuigen, die uitgerust zijn met de boomkor en die behoren tot het GVS, per aangetekende brief of per e-mail een aanvraag tot de bevoegde entiteit tegen uiterlijk 6 januari 2022, 12:00 uur.
  • Aanvragen voor meerdere kwartalen zijn mogelijk. Als er voldoende kandidaten zijn, kan een vaartuig slechts voor één kwartaal in aanmerking komen Indien er meerdere aanvragen zijn, wordt er door de bevoegde entiteit een loting georganiseerd. Een kandidaat en een reservekandidaat worden aangeduid. 
  • Het reeds uitgelote vaartuig van 2021 komt niet in aanmerking voor een wetenschappelijk zeereis in het ICES-gebied VIIh, j, k in het jaar 2022.
  • Het wetenschappelijk quotum van maximaal 1500 kg tong moet in maximaal vijf opeenvolgende zeedagen in die ICES-gebieden worden opgevist. Het niet-opgevist deel is definitief verloren. Indien meer gevist wordt, komt dit in mindering van de normaal toegekende hoeveelheden aan het vaartuig.
  • De visreis moet volledig in ICES-gebied VII h, j, k plaatsvinden en gedurende de volledige visreis dient minstens één wetenschapper van ILVO aan boord te zijn. De aanvrager moet voor de aanmonstering van de wetenschapper de nodige maatregelen voorzien om tijdens de visreis de veiligheid van de wetenschapper te garanderen. Bovendien moet de eigenaar van het vaartuig toelaten dat desgevallend een wetenschapper inscheept tijdens reguliere visreizen ter opname van de toewijzing vermeld in punt 3.
  • Indien een eigenaar van een vaartuig, behoudens in geval van overmacht, niet deelneemt aan het wetenschappelijk onderzoek, komt het vaartuig niet langer in aanmerking voor analoog wetenschappelijk onderzoek tot en met 2023 en wordt de toegekende hoeveelheid tong, voor de betreffende toewijsperiode verminderd met het aantal kg tong zoals toegewezen. Indien dit verschil een negatieve hoeveelheid oplevert, zal het tekort worden afgehouden van het vastgestelde tongquotum voor het betreffende vaartuig in een andere toewijsperiode in hetzelfde of volgende jaar.

4.5 Tong VIId 

Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIId voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor de eerste 10 maanden van het jaar 2022 vastgesteld op 242 ton productgewicht. 

Het totale tongquotum in de ICES-gebieden VIId voor de groep van vissersvaartuigen van het GVS is voor de eerste 6 maanden van het jaar 2022 vastgesteld op 363 ton productgewicht. 

De tongvangst van vissersvaartuigen wordt voor in het ICES- gebied VIId per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in het betrokken gebied en wel als volgt:

  • 300 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS
  • 600 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS

In geval van gecombineerde zeereizen tussen VIId en Noordzee of tussen VIId en VIIf,g worden deze hoeveelheden in VIId gereduceerd tot:

  • 150 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS,
  • 300 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.

4.6 Tong V IIe

Voor vissersvaartuigen die beschikken over een vismachtiging om in VIIe e te vissen, worden de volgende hoeveelheden toegekend:

  • Aan vaartuigen van het GVS wordt in het ICES-gebied VIIe voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 een hoeveelheid toegekend dat gelijk is aan 3.000 kg tong per vaartuig
  • Aan vaartuigen van het KVS wordt in het ICES-gebied VIIe voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 oktober 2022 een hoeveelheid toegekend dat gelijk is aan 1.500 kg tong per vaartuig

Ingeval van gemengde visreizen met aanwezigheid in de ICES-gebieden VIIe en VIIf, g, is het in ICES-gebied VIIe verboden een hoeveelheid te overschrijden van 300 kg, gerealiseerd tijdens die zeereis in dat ICES-gebied.

5 Kabeljauw

5.1 Vangstbeperkingen voor kabeljauw in de Noordzee 

Voor de toewijzing van vangstmogelijkheden van kabeljauw in de Noordzee wordt standaard gewerkt met “zeereisplafonds”.

Het totale kabeljauwquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is vastgesteld op een productgewicht van 51 t.

Het totale kabeljauwquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het GVS is vastgesteld op een productgewicht van 289 ton.

De kabeljauwvangst van vaartuigen wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt:     

  •     50 kg voor vaartuigen van het KVS
  •     100 kg voor vaartuigen van het GVS        

De hierboven vermelde hoeveelheden worden vanaf 1 januari 2022 bijkomend met 300 kg per vaartdag verhoogd, als het vaartuig in kwestie gedurende de gehele visreis gebruik maakt van netmaaswijdtes van groter dan 100 mm in de bordenvisserij (TR 1) of groter dan 120 mm in de boomkorvisserij (BT 1). Vanaf 1 februari 2022 vallen deze vaartuigen terug op 100 kg per vaartdag.

5.2 Noorse zone

Er wordt voor de periode van 15 maart 2022 tot en met 30 juni 2022 een kabeljauwquotum van 50 ton uit de Noordzee voorbehouden voor vaartuigen die naar de Noorse zone gaan. 

  • Eigenaars van vaartuigen die naar de Noorse zone wensen te gaan, delen dit per aangetekende brief of per e-mail  mee aan de bevoegde entiteit. De reder dient zijn interesse te motiveren op basis van de reeds opgedane ervaring, visserijmethode en doelsoort en vermeldt hierbij de periode van 15 dagen waarin hij naar de Noorse zone wenst te gaan. Deze aanvraag moet ten laatste toekomen bij de dienst Zeevisserij op 24 januari 2022, 12:00.
  • Indien de reder van de dienst Zeevisserij een toelating krijgt om te vissen in Noorse zone, dan behoudt de reder zich ertoe om maximaal 10 ton kabeljauw op te vissen in de afgesproken en aaneensluitende periode van 15 zeedagen in de Noorse zone. De reder neemt ook kennis van de Noorse wet- en regelgeving alvorens de Noorse zone te betreden. Vooraleer deze zone wordt binnengaan, is het vissen in de Europese Noordzee verboden. 
  • Indien een eigenaar van een aangeduid vaartuig, behoudens geval van overmacht, niet naar de Noorse zone gaat, wordt de toegang tot de Noorse zone voor een aaneensluitende periode van 3 jaar ontzegd en 15 vaartdagen afgehouden van het maximaal aantal vaartdagen. 

5.3 Kabeljauw VIIa

Voor de periode 1 januari 2022 tot 30 juni 2022 is voor een vissersvaartuig verboden bij de kabeljauwvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 50 kg.

5.4 Kabeljauw VIIb-c, VIIe-k, VIII

Vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 oktober 2022 wordt in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII een maximale hoeveelheid kabeljauw toegekend voor een vissersvaartuig van het KVS van 50 kg.

In de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 is het in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII voor een vissersvaartuig van het GVS verboden een totale kabeljauwvangst te realiseren die groter is dan 100 kg. 

5.5 Kabeljauw VIId

Van 1 januari 2022 tot en met 31 oktober 2022 is het in het ICES-gebied VIId voor een vissersvaartuig verboden bij de kabeljauwvangst een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 1 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.

6 Schelvis

In de ICES-gebieden VII b-k, VIII is de schelvisvangst voor een vissersvaartuig per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt:         

  • 50 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 100 kg voor vaartuigen van het GVS

7 Rog

De rogvangst van vissersvaartuigen wordt in de ICES-gebieden II, IV , VIId  en VIIa-c, e-k per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de betrokken gebieden en wel als volgt:

  • voor vissersvaartuigen van het KVS:
    • maximaal 125 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal  75 kg per vaartdag in VIId
    • maximaal 350 kg per vaartdag in VIIa-c, e-k
       
  • voor vissersvaartuigen van het GVS:
    • maximaal  250 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal  150 kg per vaartdag in VIId
    • maximaal  700 kg per vaartdag in VIIa-c, e-k

Opmerkingen

  • De hoeveelheden toegekend in de Noordzee worden verdubbeld voor de vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken.
  • In de Noordzee is de bijvangstregel bij rogvangst zoals die in 2011 ingevoerd was, behouden: de rogvangsten voor vaartuigen met een L.O.A. groter dan 15 m mogen per visreis niet meer bedragen dan 25% van de totale aan boord gehouden vangsten in levend gewicht.
  • De gevangen hoeveelheden rog boven de toegekende hoeveelheden hierboven vermeld, moeten worden teruggezet wegens hoge overleving volgens de bepalingen van de discardplannen Noordzee en westelijke wateren. (zie punt 2.10)

8 Wijting

De wijtingvangst van vissersvaartuigen wordt in de ICES-gebieden II, IV en VIIb-k per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de betrokken gebieden en wel als volgt:

  • voor vissersvaartuigen van het KVS:
    • maximaal 250 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal 50 kg per vaartdag in VIIb-k
  • voor vissersvaartuigen van het GVS:
    • maximaal 500 kg per vaartdag in II, IV
    • maximaal 100 kg per vaartdag in VIIb-k
    • maximaal 50 kg per vaartuig in VIIa voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022

Opmerkingen

  • De hoeveelheden voor de Noordzee worden verdubbeld voor de vaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de planken of met de zegen.
  • De hoeveelheden voor het gebied VIIb-k worden vastgesteld op 100 kg per vaartdag voor vaartuigen van het klein vloot segment en 200 kg per vaartdag voor de vaartuigen van het groot vlootsegment, die uitsluitend uitgerust zijn met de planken.
  • De hoeveelheden voor het gebied VIIb-k worden vastgesteld op 400 kg per vaartdag voor de vaartuigen van het groot vlootsegment, die uitsluitend uitgerust zijn met de zegen.
  • Het segmentsquotum voor planken en zegenvaartuigen wordt in gebied VIIb-k vastgelegd op maximaal 40% van het beschikbaar quotum. Bij uitputting van dat segmentsquotum, is het voor die vissersvaartuigen verboden nog wijting aan te voeren uit de ICES-gebieden VIIb-k.

9 Heek

De heekvangst van vissersvaartuigen wordt in alle gebieden beperkt tot een bijvangstregeling. De totale heekvangst door een vissersvaartuig mag per zeereis maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 300 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis.

10 Bot en schar

In de loop van 2017 werden die soorten als quotumsoorten geschrapt. Afzonderlijke rapportering blijft evenwel van toepassing.

11 Tongschar en witje

De totale vangsten van tongschar en witje van een vissersvaartuig worden per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt voor de periode 1 januari-31 maart 2022:

  • 300 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 600 kg voor vaartuigen van het GVS

N.B. de soorten tongschar en witje dienen afzonderlijk gerapporteerd te worden.

12 Tarbot en griet

De totale vangsten van tarbot en griet van een vissersvaartuig worden het gehele jaar per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt:

  • 200 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 400 kg voor vaartuigen van het GVS

N.B. de soorten tarbot en griet dienen afzonderlijk gerapporteerd te worden. Voor tarbot geldt een hoge overlevingsuitzondering 2022-2023.

13 Makreel

De totale makreelvangst per zeereis van een vissersvaartuig mag maximaal een hoeveelheid bedragen, gelijk aan 50 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium.

Het totale makreelquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen die uitsluitend uitgerust zijn met de zegen en die per zeereis minder dan 10 kg Noordzeetong aanlanden is vastgesteld op 160 ton productgewicht. Zolang dit quotum niet is opgebruikt geldt de beperking in de eerste paragraaf niet.

14 Haring

De totale haringvangst van een vissersvaartuig mag per zeereis in de periode 1 januari- 31 januari 2022 maximaal een hoeveelheid bedragen gelijk aan 800 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de gebieden IV, VIId. Vanaf 1 februari 2022 wordt deze hoeveelheid verlaagd tot 400 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis.

Het is verboden om haring uit andere gebieden dan deze vermeld in de eerste paragraaf aan te voeren.

15 Zwarte koolvis

De totale vangsten van zwarte koolvis van een vissersvaartuig worden, zodra 60% van het quotum is opgebruikt, per zeereis in de Noordzee beperkt tot een hoeveelheid die gelijk is aan een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in de Noordzee en Schelde-estuarium en wel als volgt voor de periode 1 januari-31 maart 2022:

  • 40 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 80 kg voor vaartuigen van het GVS

Deze hoeveelheden worden verdubbeld voor de vaartdagen waarop het vaartuig het vistuig TR1 gebruikt heeft.

16 Leng

De totale vangsten van de leng van een vissersvaartuig worden, zodra 60% van het quotum is opgebruikt, per zeereis beperkt tot 30 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis.

17 Horsemakreel

De totale vangsten van horsemakreel van een vissersvaartuig worden, zodra 60% van het quotum is opgebruikt, per zeereis beperkt tot 50 kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis.

18 Minimum instandhoudingsreferentiematen

Nationaal zijn volgende minimum instandhoudingsreferentiematen van toepassing:

tong: 25 cm
tarbot: 32 cm
griet: 32 cm
tongschar: 25 cm
bot: 25 cm
schar: 23 cm
poon: 20 cm
rog: 50 cm
steenbolk: 20 cm
zeebaars: 42 cm
zeeduivel (geheel): 500 g
zeeduivel (gekopt): 200 g

Het vissen, het aan boord houden en de aanvoer in communautaire havens van deze soorten beneden de respectievelijke minimummaten is voor soorten gevangen door visserijen die niet onder de aanlandingsplicht vallen verboden.

Voor soorten die onder de aanlandplicht vallen, moeten de vangsten kleiner dan de MCRS aan boord gehouden, gedeclareerd, aangeland en voor niet-rechtstreekse menselijke consumptie voorbehouden worden. Bovendien worden deze vangsten van het quotum afgetrokken. Uitzonderingen voor hoge overleving of de-minimis zijn voor bepaalde soorten voorzien en moeten afzonderlijk gerapporteerd in de dagvangsten.

Zie verder onder punt 24 voor verdere uitleg over de aanlandplicht.
 
De vis moet in een staat worden aangeboden die controle van de minimummaat mogelijk maakt.

De minimummaat van tong, gevangen door vissersvaartuigen met een motorvermogen van 221 kW of minder en een bruto tonnenmaat van niet meer dan 70 GT, tijdens visreizen die uitsluitend in de Noordzee plaatsvinden, wordt bepaald op 24 cm.

19 Nationale conversiefactoren

Voor de soorten en presentatievormen, waarvoor geen communautaire conversiefactor geldt ter berekening van het equivalent levend gewicht, worden volgende conversiefactoren aangenomen:

  • Gegutte platvis: factor 1,05
  • Gegutte rondvis: factor 1,18
  • Gekopte visserijproducten: factor 3,00
  • Krabbenpoten: factor 4,00

20 Inruil van vaartdagen

Ingeval van overschrijding van de vangstmogelijkheden per zeereis kan de reder of zijn vertegenwoordiger kiezen voor korting in vaartdagen. In dat geval vervalt de administratieve of correctionele vervolging. Bij toepassing van het regime van inruil van dagen wordt het maximum aantal vaartdagen 2022 (285) vervangen door het hoogste cijfer van de effectief verwezenlijkte aantal vaartdagen in 2019 of 2020 of 2021, voor zover dat maximum kleiner is dan 285 dagen. Indien tijdens die jaren inruildagen werden toegekend, worden die beschouwd als effectief gevaren dagen.

Ingeval voor een bepaalde zeereis de reder of zijn vertegenwoordiger kiest voor het inruilen van dagen, moet hij vóór het einde van die zeereis per fax of e-mail het aantal inruildagen melden aan de Dienst Visserij. Deze aanvraag is onherroepelijk.

Voor ieder visbestand wordt het overschreden vangstvolume gedeeld door de toegekende hoeveelheden per vaartdag, wat resulteert in een aantal surplusdagen. Deze surplusdagen worden gekort op de effectieve vaartdagen.
    
Het aantal inruildagen wordt beperkt tot 3 per jaar, tenzij het om een aantoonbare overmachtssituatie gaat. In dit laatste geval neemt de bevoegde entiteit een ad hoc-beslissing.

Het principe van het inruilen van vaartdagen bij overschrijding van dagplafonds is niet van toepassing in het ICES-gebied VIId, voor roggen in alle gebieden en voor kabeljauw in de ICES-gebieden II en IV.

21 Diverse controlemaatregelen

In het kader van de aanname van de controleverordening zijn een aantal belangrijke bepalingen opgenomen. Deze werden reeds vroeger meegedeeld en zijn gekend. Een aantal aandachtspunten worden evenwel herhaald.

  • De ramingstolerantie is veralgemeend naar 10%;
  • Soorten onder herstelplan (COD, SOL, PLE, HKE) dienen afzonderlijk gestockeerd te worden in het ruim;
  • Er dient een opslagschema van het ruim voorhanden te zijn;
  • In het kader van de traceerbaarheid van visserijproducten dienen alle kisten (bennen) duidelijk voorzien van een de volgende identificatiegegevens (art. 58.5 van Reg (EU) 1224/2009): 
    • Identificatienummer van elke partij
    • Extern registratienummer van het vaartuig
    • FAO – drielettercode van de vissoort
    • Datum van de vangsten
    • De hoeveelheden van iedere soort in kilogram nettogewicht
  • Bij aanlanding in een haven (binnen- en buitenland) dienen de autoriteiten minstens vier uur op voorhand verwittigd te worden van intenties, met opgave van de vangst. (Dit gebeurt automatisch met het e-logboek);
  • Vangsten dienen bij aanlanding, en voor transport, gewogen te worden. Lidstaten die een controleschema uitgewerkt hebben, kunnen hierop uitzondering verlenen. Er werden daartoe bilaterale akkoorden gesloten met Ierland en Frankrijk.
  • Controleweging bij aanlanding blijft evenwel altijd mogelijk.
  • Oostende en Zeebrugge zijn aangewezen havens in het kader van de herstel- en meerjarenplannen.
  • Bij aanlanding in het buitenland dient een vervoersdocument conform art. 68 van Reg. (EU) 1224/2009 de container te vergezellen. Niettegenstaande dit een verantwoordelijkheid betreft voor de transporteur, wordt dit vanuit praktisch oogpunt het best door de schipper zelf ingevuld voordat de vangsten geladen worden voor transport. De documenten dienen op de afslag afgegeven en de overmaking naar de dienst wordt door deze laatste verzorgd. Blanco formulieren zijn op eenvoudig verzoek bij de dienst beschikbaar.

De handhaving van de handelsnormen zal in de komende maanden blijvend opgevolgd worden. Teneinde inconsistenties tussen enerzijds nationale minimum aanvoerlengte (25 cm) en minimumgewicht (120 gr) van tong te vermijden, wordt uw aandacht gevraagd voor de strikte naleving van de 25 cm grens aan boord bij het uitsorteren van de vangst.

Reders die wensen in te stappen in het kustvisserssegment kunnen daartoe vóór 1 maart 2022 een aanvraag richten tot de Dienst. Eventuele begunstigden zullen daartoe door de Dienst Visserij worden aangeschreven.

Gezien de overeenkomsten een looptijd hebben van 5 jaar, moeten de reders van vaartuigen die vanaf 2017 deel uitmaken van het kustvisserssegment hun aanvraag hernieuwen willen ze voor de volgende 5 jaar tot het segment behoren.

De overtredingen van de verschillende quotamaatregelen kunnen leiden tot het intrekken van de visvergunning voor een opeenvolgende periode van minstens vijf dagen.

Per kalenderdag mogen uit meerdere ICES-gebieden quotasoorten worden aangevoerd, voor zover in deze gebieden nog een overeenkomstig quotum beschikbaar is en voor zover voor elk van deze soorten aan de hoogste vangstbeperkingen voor deze kalenderdag voldaan is.

De hoeveelheden quotasoorten die aan een vissersvaartuig worden toegewezen, zijn niet overdraagbaar naar een ander vissersvaartuig.

Aan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot die enkel binnengaats mogen vissen, worden geen hoeveelheden quotasoorten in de Noordzee en Schelde-estuarium toegekend.
Andere vissersvaartuigen dan de vissersvaartuigen van de Scheldevloot, mogen niet vissen op de Westerschelde binnengaats.

Iedere reder dient zelf de stand van de vangsten van zijn vaartuig bij te houden, net als het aantal vaartdagen van zijn vaartuig.  De Dienst Visserij deelt hierrond geen tussenstanden mee. 

22 E-logboek

Vanaf 1 januari 2020 gelden enkel de berichten zoals overgemaakt via het elektronisch logboek. Er worden geen papieren logboeken meer in omloop gebracht en er zal door de administratie  geen rekening meer worden gehouden met ingediende papieren logboeken. 

In het bijzonder moeten de visactiviteiten in het e-logboek worden geregistreerd en dient de aanlandingsverklaring binnen de wettelijke termijnen te worden ingediend. In de aanlandingsverklaring dienen de resultaten van de eerste weging te zijn opgenomen. 

De specifieke omzendbrief rond het elektronisch logboek die u eind 2019 werd overgemaakt blijft onverminderd geldig en is raadpleegbaar via Afspraken rond elektronisch logboek. 

23 Zeebaars

Er  werden Europese herstelmaatregelen voor de zeebaars uitgewerkt, die vergelijkbaar zijn met deze die in vorige jaren van toepassing waren. 
Er wordt met een algemeen vangstverbod gewerkt, in ICES gebieden IVb en IVc en VII.

Van 1 januari 2022 tot en met 31 januari 2022 is het voor vaartuigen met gesleept tuig en voor de zegenvisserij in de ICES-gebieden IVb, IVc, VIId, VIIe, VIIf en VIIh toegestaan, dat de hoeveelheid aan boord gehouden zeebaars niet meer dan 5% van de totale aan boord gehouden vangst van mariene organismen in levend gewicht per visreis bedraagt, binnen de limiet van maximaal 380 kg voor de maand januari 2022.

Visserij op zeebaars met staand tuig is enkel toegestaan voor vaartuigen met een historische referentie voor zeebaars gedurende de periode 1 juli 2015 tot 30 september 2016 en is beperkt tot maximaal 1.500 kg per vaartuig op jaarbasis. 

24 Hengelaars

Van 1 januari 2022 tot 28 februari 2022 is het aan zeehengelaars, die vissen vanuit vaartuigen die niet beschikken over een visvergunning verboden om in totaal meer dan maximaal 15 kg kabeljauw, per ingescheepte persoon en per zeereis aan boord te houden, over te laden en te lossen. De vis dient in gehele staat te worden aangevoerd en mag ontdaan zijn van ingewanden.

Europees werd voor de recreatieve visserij (inclusief de kantvisserij) op zeebaars bepaald dat er in de periode 1 januari tot 28 februari 2022 enkel catch en release mag plaatsvinden. Van 1 maart tot en met 31 maart 2022 mogen recreatieve vissers twee exemplaren van zeebaars per persoon en per dag bijhouden. De MCRS bedraagt 42 cm.

25 Aanlandingsplicht demersale visserijen 

Zoals gekend werd de aanlandingsplicht in de demersale visserij in 2019 verplicht gesteld voor alle soorten met vangstbeperkingen.

De aanlandingsplicht (LO) van een bepaalde soort gevangen door een bepaalde visserij betekent in principe dat de vangsten van die soort door betrokken vaartuig uitgerust met dit bepaald tuig in dit gebied niet mogen teruggegooid worden. Dus ook de ondermaatse exemplaren moeten aan boord blijven en van het quotum afgetrokken worden. Ingeval het quotum in het gebied is benut, wordt voor de rest van het jaar de gehele visserij in het gehele gebied voor de vaartuigen die onder de LO vallen, gesloten. 

Verder zou het nationaal hanteren van dagplafonds ook kunnen botsen met het principe van de LO. Het afschaffen van de plafonds is evenwel geen optie omdat het vrij vissen zou kunnen leiden tot vervroegde uitputting van de quota en daaruit voortvloeiende verplichte sluiting van de visserijen (zie hierboven).

Daarom worden de dagplafonds voor de volgende bijvangstsoorten: schelvis (pt. 6), wijting (pt. 8), heek (pt. 9), makreel (pt. 13), haring (pt. 14), zwarte koolvis (pt. 15), leng (pt. 16) gedefinieerd als maximum toegekende valoriseerbare hoeveelheden, waarvan de overschrijding aanleiding heeft tot beslagname ten voordele van de Rederscentrale. Controle gebeurt door de P.O. op basis van een afgesloten protocol tussen overheid en P.O.

Zodoende heeft de individuele schipper geen economisch profijt bij het overschrijden van de aanbevolen hoeveelheid, gezien een mogelijke overschrijding afgeroomd wordt. De overschreden hoeveelheden worden evenwel van het nationaal quotum afgetrokken en we roepen de schippers in deze op, hun verantwoordelijkheid te nemen en verstandig om te gaan met de beperkingen. 

Voor een groot aantal soorten/gebieden/vistuigen gelden uitzonderingen op de L.O., zoals uitzondering voor hoge overleving en uitzondering met een de-minimis. Het teruggooien in het kader van die specifieke maatregelen mag in principe, maar moet wel in het logboek gerapporteerd worden. De dienst dringt erop aan dit zo nauwkeurig mogelijk te doen.

De reglementering voorziet een aantal uitzonderingen bij dewelke ondermaatse exemplaren wel mogen/moeten teruggezet worden:

  • Exemplaren van kwetsbare/gevoelige of verboden soorten (haaien, roggen, enz.) moeten teruggezet worden
  • Geschonden vis (parasieten/predatoren) moet overboord gezet worden
  • Ondermaatse exemplaren van soorten die niet onder de LO vallen, moeten verder overboord gezet worden
  • Soorten waarvoor een de-minimis (behalve voor tong - zie verder) geldt, mogen overboord gezet worden binnen de daartoe voorziene de-minimismarge
  • Soorten waarvan een hoge overleving bewezen is, mogen overboord gezet worden

25.1 Hoge overleving

Hoge overleving werd tijdelijk bekomen voor schol gevangen met BT2 tuig (boomkor met maaswijdte 80-119 mm) in alle gebieden, voor roggen en Noorse kreeft in alle gebieden. Ook voor de tarbot met TBB en kuil>80mm in de Noordzee, geldt voor 2022 het principe van hoge overlevingsuitzondering.  
Voor de schol, roggen en tarbot dienen lidstaten bijkomende wetenschappelijke gegevens aan te voeren. ILVO ontving de opdracht dit verder uit te werken.

Het toepassen van het principe van hoge overleving impliceert dat exemplaren van die soorten zo snel als mogelijk en ongedeerd worden teruggezet.
Het bekomen van de uitzondering voor schol was slechts mogelijk op voorwaarde dat de lidstaten zich engageerden om bijkomende technische maatregelen op te leggen of een monitoringsprogramma met camera’s uit te werken.

Vlaanderen heeft gekozen voor de technische aanpak: BT2 korren moeten uitgerust zijn met een flip-up rope (steenschotje) of een bentisch paneel (zie onder 2.16).

Legale discards moeten met de code DIS in de dagvangsten worden opgenomen.

Opgelet: voor schol gevangen met BT1 tuig, geldt deze uitzondering niet en dient de volledige vangst (maatse en ondermaatse vis) aangeland te worden en in de aanlandingsverklaring als LSC en BMS vangst opgegeven. In afwachting van aangepaste logboekcodes worden de maatse en ondermaatse vangsten als één globaal cijfer gerapporteerd in de vangstraming.

25.2 De-minimis (DM)

In bepaalde gevallen kan een uitzondering op het teruggooiverbod bekomen worden, waarbij  tot maximum 7% van de vangst van de soorten, die onder de aanlandingsplicht vallen, mag teruggegooid worden. Deze uitzondering wordt nationaal per visbestand en per jaar bekeken. Teneinde een hogere DM voor tong te bepleiten in de regionale groepen (Scheveningen groep voor de Noordzeeregio, de Noord Westelijke wateren groep voor de ICES-gebieden VII en de Zuid Westelijke wateren groep voor het gebied VIIIab) is België akkoord gegaan met het verplicht toepassen van meer selectief vistuig, het zgn. Vlaams paneel die onder punt 2.16 werd toegelicht. Zodoende kon voor tong gevangen met de boomkor in de Noordzee een DM van 5%, in de gebieden VII een DM van 3% en in de gebieden VIIIab een DM van 5% bekomen worden.

Teneinde dit te kunnen monitoren heeft de minister beslist nationaal DM-quota vast te stellen. Onderstaande hoeveelheden zijn dus nog onderhevig aan mogelijke wijzigingen:
Tong II, IV: 56 ton
Tong VIIa: 11 ton
Tong VIId: 18 ton
Tong VIIe:  2 ton
Tong VIIfg: 23 ton

Schartong VII: 18 ton
Schelvis VIIe-k: 7 ton
Wijting II, IV: 10 ton; (2% tong en scholquotum)
Wijting VIIb-k: 4 ton
Makreel II, IV: 10 ton
Makreel VII, VIII: 0 ton
Horsmakreel II, IV, VIId: 0.4 ton
Horsmakreel VII: 0 ton

Deze DM-quota zullen door de dienst en de Quotacommissie opgevolgd worden maar zullen wellicht snel worden aangepast in functie van de uiteindelijke quota 2022. Ingeval het DM-quotum 2022 volledig benut is, wordt de toepassing van DM verboden en moeten ook de ondermaatse vangsten aan boord blijven en van het vangstquotum afgetrokken worden. De ondermaatse exemplaren van die soorten kunnen nooit voor directe menselijke consumptie verhandeld worden.

Aan de schippers van vaartuigen, die visserijen bedrijven, die onder de LO vallen wordt gevraagd de teruggegooide hoeveelheden zorgvuldig in het logboek te rapporteren. Deze hoeveelheden komen niet in mindering van het vangstquotum zolang er een DM-quotum beschikbaar is. De ervaring in de afgelopen jaren, heeft geleerd dat de gedane rapportering wellicht een onderschatting is van de effectieve hoeveelheden. Dit moet een blijvend aandachtspunt zijn.

Op elk ogenblik van de visreis mag de  teruggooi in het kader van DM nooit hoger zijn dan een vastgestelde drempelwaarde in % van de totale reeds verwezenlijkte vangst van die soort in het bepaalde gebied.

Volgende Vlaamse drempelwaarden zijn van toepassing:
Tong II, IV 10%
Tong VIId 5%
Tong VIIe 5%
Tong VIIfg 5%
Tong VIIhjk 5%
Schelvis VIIe-k 10%
Wijting II, IV 10%
Wijting VII b-k 10%   
                                     
Vanaf het ogenblik dat die drempelwaarde wordt bereikt moet de schipper zijn visserijactiviteiten stoppen en het vaartuig minstens 10 nautische mijl verleggen, voor de vaartuigen met een bruto tonnenmaat van minder dan 70 BT wordt het verleggen van de activiteit met minstens drie mijl voldoende geacht.

Zolang het de-minimisquotum niet is opgebruikt is het inroepen van een de-minimis, behalve voor tong, niet verplicht. Een schipper kan er al of niet van gebruik maken en moet de code DIS of BMS (bij het aan boord houden van ondermaatse vis) gebruiken.

Voor tong, een relatief dure soort, waarvoor ondermaatse exemplaren op de zwarte markt mogelijks een zekere waarde kunnen krijgen, moet verplicht een de-minimis gebruikt worden. Met andere woorden de vissers krijgen de L.O. niet als excuus om ondermaatse exemplaren van deze soort aan te landen. We herhalen hierbij dat de minimummaat voor tong 25 cm bedraagt.

Voor garnaalvisserij met TBB geldt eveneens een de-minimis van 7% voor alle demersale soorten ten opzichte van de totale vangst.

25.3 Gebruik logboekcodes en praktische instructies

Voor de soorten die onder LO vallen moet in het gedeelte dagvangsten (FAR) de maatse fractie gerapporteerd worden met de code LSC (legal size catch) en de ondermaatse fractie voor BMS (below minimum size). Details moeten in de aanlandingsverklaring weergegeven worden met de presentatievorm (gegut, heel enz.) 

Ook moet de code DIS gebruikt worden voor de discards van soorten die niet onder LO vallen zodra die het equivalent van 50 kg levend gewicht bereiken. Deze code DIS moet eveneens gebruikt worden voor alle andere vormen van legale teruggooi (geschonden vis bv.). Opgelet: voor soorten die onder de LO vallen moeten alle vangsten, vanaf de eerste kg, geregistreerd worden.. 

DIM dient gebruikt te worden voor de de-minimis die vanaf de eerste kg equivalent levend gewicht gerapporteerd moet worden.

De ervaring in de vorige jaren heeft gewezen dat er nog veel schippers zijn die de hoeveelheden discards/de- minimis/LSC/BMS niet of vermoedelijk onjuist wegens te gering, rapporteren. Nochtans is een correcte rapportering verplicht - bij controle op zee en aan land kunt u hierbij in de problemen komen – en draagt die bij tot een correcte wetenschappelijke assessment van de bestanden.

Tenslotte wens ik uw aandacht te vestigen op het feit dat de visserijdienst tussen Kerst en Nieuwjaar gesloten zal zijn. Vanaf 4 januari zijn we weer tot uw dienst. 


Aanvullende quotamaatregelen vanaf 1 januari 2022 - Noordzee (IIa, IV)
Tong GVS (1/1- 30/6): 5.500 kg + 20 kg/kW 
KVS (1/1-31/10): 5.500 kg + 85 kg/kW
Schol GVS (1/1-30/6): 200 kg/KW (tot en met 15/3 max. 60 kg/kW)
KVS (1/1- 31/10): 460 kg /kW (tot en met 15/3 max. 60 kg/kW)
Kabeljauw GVS: 100kg per vaartdag op reisbasis
KVS: 200kg per vaartdag op reisbasis
+ TR1/BT1 (1/1-31/1)): +300 kg per vaartdag op reisbasis 
Noorse zone (15/3 – 30/6): 10 ton per ingeschreven vaartuig (inschrijving tot en met 24/1)
Rog GVS: 250 kg per vaartdag op reisbasis (x2 indien planken/zegen)
KVS: 125 kg per vaartdag op reisbasis (x2 indien planken/zegen)
Makreel Zegen: max. plafond 160 ton
Andere vistuigen: 50 kg/vaartdag op reisbasis
Andere soorten Heek: 300 kg/ vaartdag op reisbasis (alle gebieden)
Haring (1/1 -31/1): 800 kg per vaartdag, Vanaf 1 februari: 400 kg per vaartdag 
Tongschar en witje: GVS: 600 kg per vaartdag, KVS: 300 kg per vaartdag op reisbasis.
Wijting Noordzee: GVS: 500 kg per vaartdag, KVS: 250 kg per vaartdag (x2 indien planken/zegen)
Zwarte koolvis: >60%: GVS: 80 kg per vaartdag, KVS: 40 kg per vaartdag  (x2 indien TR1) 
Tarbot en Griet: GVS: 400 kg per vaartdag, KVS: 200 kg per vaartdag
Horsemakreel: >60%: 50 kg per vaartdag

 

Aanvullende quotamaatregelen vanaf 1 januari 2022 - Ierse zee (VIIa)
Tong GVS (1/1-30/6): 2.500 kg + 5 kg/kW per vaartuig
Inschrijving wetenschappelijke zeereizen (3.000 kg/VT) tot en met 6 januari
Kabeljauw GVS (1/1-30/6): 50 kg per vaartuig
Wijting GVS (1/1-30/6): 50 kg per vaartuig

 

Aanvullende quotamaatregelen vanaf 1 januari 2022 - Westelijke wateren (VIIb-c, e-k)
Kabeljauw GVS (1/1-30/6): 100 kg per vaartuig
KVS (1/1-31/10): 50 kg per vaartuig
Rog (+VIIa) GVS: 700 kg per vaartdag op reisbasis
KVS: 350 kg per vaartdag op reisbasis
Wijting (+VIId) GVS: 100 kg per vaartdag op reisbasis (<40%: x2 indien planken, x4 indien zegen)
KVS: 50 kg per vaartdag op reisbasis (<40%: x2 indien planken)
Schelvis (+VIId) GVS: 100 kg per vaartdag op reisbasis
KVS: 50 kg per vaartdag op reisbasis

 

Aanvullende quotamaatregelen vanaf 1 januari 2022 - Engels kanaal (VIId,e)
Tong (VIId)* GVS: 600 kg per vaartdag op reisbasis
KVS: 300 kg per vaartdag op reisbasis
*met uitzondering van gecombineerde zeereizen (7fg-7d, Noordzee-7d en 7hjk-7d)
Tong (VIIe) GVS (1/1-30/6): 3.000 kg per vaartuig
KVS (1/1-31/10): 1.500 kg per vaartuig 
Schol GVS (1/1-30/6): 3.000 kg per vaartuig
KVS (1/1-31/10): 1.500 kg per vaartuig 
Kabeljauw (VIId) GVS & KVS (1/1-31/10): 1kg/kW
Rog (VIId) GVS: 150 kg per vaartdag op reisbasis
KVS: 75 kg per vaartdag op reisbasis

 

Aanvullende quotamaatregelen vanaf 1 januari 2022 - Bristolkanaal (VIIf, g)
Tong GVS (1/1-30/6): 9 kg/kW
KVS (1/2-31/10): inschrijving tot en met 6 januari 2022
Schol GVS: 400 kg per vaartdag op reisbasis
KVS: 200 kg per vaartdag op reisbasis

 

Aanvullende quotamaatregelen vanaf 1 januari 2022 - 7h,j k
Tong Gesloten met uitzondering van wetenschappelijke zeereizen op tong (1.500 kg/VT, inschrijving tot en met 6 januari)