Visserij: aanvullende quotamaatregelen vanaf 1 november 2016

1 Toewijzing van vangstmogelijkheden volgens motorvermogen

1.1 Periode 1 november 2016 – 31 december 2016 voor het groot vlootsegment

1.1.1 Schol II, IV – GVS

Aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van meer dan 221 kW wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid schol toegekend die gelijk is aan 240 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid schol wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

In afwijking met vorig lid wordt aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van meer dan 221 kW die uitgerust zijn met de twinrig TR1 in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid schol toegekend die gelijk is aan 70 ton. De hoeveelheid schol wordt uitgedrukt in aanvoergewicht en kan samengevoegd worden met de hoeveelheden toegekend voor de vorige toewijsperiode. De samengevoegde hoeveelheden gelden als maximum voor het tweede semester 2016.

Bijkomende bepalingen

De overbevissing van de toegewezen hoeveelheid schol per vissersvaartuig gedurende de periode juli – oktober 2016 wordt na vermenigvuldiging met een strafcoëfficiënt 1,20 automatisch afgeboekt van de toegekende hoeveelheid voor de overeenkomstige periode 2017.

De overbevissing in de periode 1 november – 31 december 2016 zal na vermenigvuldiging met een strafcoëfficiënt 1,20 afgeboekt worden van de aan het vissersvaartuig toegekende hoeveelheden schol in de Noordzee gedurende de overeenkomstige periode 2017.

Indien het vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid schol overschrijdt, kan zijn visvergunning worden ingetrokken voor een periode van ten minste vijf opeenvolgende dagen. Tijdens deze periode moet het vissersvaartuig inactief liggen in een Belgische vissershaven.

De periode vangt aan op de derde dag volgend op de notificatie van de intrekking van de visvergunning, die de Dienst Zeevisserij per aangetekend schrijven aan de eigenaar van het betrokken vissersvaartuig zal toesturen.

1.1.2 Tong II, IV – GVS

Aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van meer dan 221 kW wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid tong toegekend die gelijk is aan 5.000 kg verhoogd met een hoeveelheid die gelijk is aan 15 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid tong wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

N.B. Er gelden bijkomende vangstbeperkingen IVc voor gemengde reizen in de gebieden VIId en IVc.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.1.3 Tong VIIf,g – GVS

Aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van meer dan 221 kW wordt in de ICES-gebieden VIIf,g voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid tong toegekend die gelijk is aan 2.000 kg te verhogen met een hoeveelheid die gelijk is aan 2 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid tong wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

Het vissersvaartuig, dat meegewerkt heeft aan het wetenschappelijk project Ierse Zee, mag deze hoeveelheid reeds in oktober na afloop van de wetenschappelijke zeereis opnemen.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.1.4 Kabeljauw VIIb-c, e-k, VIII (GVS + KVS)

Aan de vissersvaartuigen wordt in de ICES-gebieden VIIb-c, e-k, VIII voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid kabeljauw toegekend die gelijk is aan 3.000 kg, verhoogd met een hoeveelheid gelijk aan 8 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen uitgedrukt in kW. De hoeveelheid kabeljauw wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

Deze hoeveelheid wordt verdubbeld voor een vissersvaartuig dat volgens de officiële lijst der Belgische vissersvaartuigen uitsluitend is uitgerust met de planken.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.1.5 Kabeljauw VIIb-c, e-k, VIII (GVS + KVS)

Aan de vissersvaartuigen wordt in het ICES-gebied VIId voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid kabeljauw toegekend die gelijk is aan 3 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen uitgedrukt in kW. De hoeveelheid kabeljauw wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

Periode 1 november 2016– 31 december 2016 voor het klein vlootsegment

1.1.6 Kabeljauw VIId (GVS + KVS)

Aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van 221 kW of minder wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid schol toegekend die gelijk is aan 150 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid schol wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.2 Periode 1 november 2016– 31 december 2016 voor het klein vlootsegment

1.2.1 Schol II, IV

Aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van 221 kW of minder wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid schol toegekend die gelijk is aan 150 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid schol wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.2.2 KVSTong II, IV

Aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van 221 kW of minder wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 een hoeveelheid tong toegekend die gelijk is aan 5.000 kg verhoogd met een hoeveelheid die gelijk is aan

15 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid tong wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

N.B. Er gelden bijkomende vangstbeperkingen IVc voor gemengde reizen in de gebieden VIId en IVc.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.2.3 KVSKabeljauw VIIb-c, e-k, VIII (KVS)

(zie onder 1.1.4 : namelijk 8 kg per kW + 3.000 kg).

1.2.4 Kabeljauw VIId (KVS)

(zie onder 1.1.6 : namelijk 3 kg per kW).

2 Toewijzing van vangstmogelijkheden per zeereis

2.1 Schol VIId,e

De scholvangsten van vaartuigen worden in VIId,e per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in VIId,e :

van 01.11.2016 tot en met 31.12.2016

  • 1.000 kg voor vaartuigen KVS
  • 2.000 kg voor vaartuigen GVS

vanaf 90 % van het quotum is benut vóór 1 december 2016 tot 31.12.2016

  • 500 kg voor vaartuigen KVS
  • 1.000 kg voor vaartuigen GVS

2.2 Tong VIId

De tongvangsten van vaartuigen worden in VIId per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in VIId :

van 01.11.2016 tot en met 31.12.2016

  • 300 kg voor vaartuigen KVS
  • 600 kg voor vaartuigen GVS

2.3 Rog Noordzee II, IV

De rogvangsten van vaartuigen worden in II, IV per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in II, IV :

van 01.11.2016 tot en met 31.12.2016

  • 150 kg voor vaartuigen KVS
  • 300 kg voor vaartuigen GVS

Deze hoeveelheden worden verdubbeld voor een vissersvaartuig dat volgens de officiële lijst der Belgische vissersvaartuigen uitsluitend is uitgerust met de planken.

2.4 Tarbot en griet Noordzee II, IV

De tarbot- en grietvangsten van vaartuigen worden in II, IV per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in II, IV :

vanaf 85 % van het quotum is benut vóór 1 december 2016 tot 31.12.2016

  • 150 kg voor vaartuigen KVS en GVS

3 Toewijzing van vast recht

3.1 Tong VIIe (Westelijk deel Engels Kanaal)

De totale vangst voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 is maximaal 1.200 kg tong VIIe per vaartuig. Deze toewijzing is niet van toepassing voor vaartuigen die de boomkorvisserij of de passieve visserij beoefenen en geen specifieke vismachtiging VIIe hebben.

3.2 Tong VIIa (Ierse Zee)

De totale vangst voor de periode 1 november 2016 tot en met 31 december 2016 is maximaal 500 kg tong VIIa per vaartuig. Deze toewijzing is niet van toepassing voor vaartuigen die geen specifieke vismachtiging VIIa hebben.

4 Vereveningsdagen

In de beschermde gebieden kabeljauw Noordzee, Oostelijk deel Engels Kanaal en de Ierse Zee, worden voor de periode 1 februari 2016 tot 31 januari 2017 24 vereveningsdagen ter beschikking gesteld.

Het totaal maximum komt aldus op 204 dagen. Hiervan kunnen de vaartuigen van het grote vlootsegment (GVS), die met BT of TR tuig werken, maximaal 184 dagen in de Noordzee en het Oostelijk deel van het Engels Kanaal presteren.

De vaartuigen van het GVS kunnen voor de Ierse Zee voor de periode 1 februari 2016 – 31 januari 2017 over 20 dagen Ierse Zee beschikken, die niet gekort worden op de hogervermelde 184 dagen in de Noordzee en het Oostelijk deel van het Engels Kanaal.

Uiteraard blijft de inlevering van 20 dagen voor de vaartuigen, die op de lijst "Visvergunningen Golf van Gascogne 2016" voorkomen, onverkort van kracht. Eveneens de inlevering van 10 dagen voor de vaartuigen, die op de lijst "Vismachtiging Bristolkanaal KVS 2016" voorkomen, blijft van toepassing.

5 Meldingsverplichtingen

Uw aandacht wordt gevestigd op de verplichte meldingen in het EU-visserijlogboek van volgende hoeveelheden:

  • de teruggooi per soort en dit voor alle soorten, alsook
  • de teruggooi in het kader van de de-minimis (DM) voor visbestanden waarvoor aanlandingsplicht en DM geldt, zoals tong en langoustines, alsook
  • de aan boord gehouden ondermaatse soorten, die vallen onder de aanlandingsplicht, zoals schol gevangen met BT1 en TR1.

6 Bestemming aan boord gehouden ondermaatse soorten, die onder de aanlandingsplicht vallen

Aan boord gehouden ondermaatse soorten, die onder de aanlandingsplicht vallen, komen niet in aanmerking voor directe menselijke consumptie. Deze hoeveelheden moeten bij aanlanding in een Belgische haven meegegeven worden met het visafval (bvb Van de Groep). Bij aanlanding in een vreemde haven wordt bij voorkeur gebruik gemaakt worden van de plaatselijke overeenkomstige voorzieningen. Zijn deze voorzieningen er niet beschikbaar, dan wordt aangeraden deze hoeveelheden met het transport naar de thuishaven mee te geven. Voorwaarde is evenwel dat dezelfde kwaliteitszorg wordt besteed aan deze producten, zodat er geen conflict komt met FAVV (reglementering rond dierlijke bijproducten)