Visserij: Discardplannen voor demersale visserijen in 2017 voor uw vaartuig

Zoals bekend is op 1 januari 2016 de aanlandingsplicht in (LO – landing obligation), voor de demersale visserijen in werking getreden. Deze wordt gradueel over de periode 2016-2019 ingevoerd. Voor 2017 komen een bijkomend aantal soorten onder de aanlandplicht in de Noordzee terwijl de historische triggerwaarden voor de Noordwestelijke wateren verlaagd worden.

Met de LO wordt gepoogd de verspilling van biomassa tegen te gaan alsook de visserijen selectiever te doen doorgaan. Ondermaatse exemplaren van soorten onder LO mogen, behoudens uitzondering, niet langer over boord gezet worden, maar moeten uitgesmeten worden, gewogen, geregistreerd en afzonderlijk van de maatse vis gestockeerd in het ruim. Na aanlanding dienen ze voor niet-rechtstreekse menselijke of niet-menselijke consumptie (vismeel, preparaten, visolie, diervoeding enz.) worden voorbehouden. Ze worden eveneens van het quotum afgetrokken.

De reglementering voorziet een aantal uitzonderingen bij dewelke ondermaatse exemplaren wel mogen/moeten teruggezet worden:

  • Exemplaren van kwetsbare/gevoelige of verboden soorten (haaien, roggen, enz.) moeten teruggezet worden
  • Geschonden vis (parasieten/predatoren) moet overboord gezet worden
  • Ondermaatse exemplaren van soorten die (nog) niet onder de LO vallen, moeten verder overboord gezet worden
  • Soorten waarvoor een de minimis (zie verder) geldt, mogen overboord gezet worden binnen de daartoe voorziene de minimismarge
  • Soorten waarvan een hoge overleving bewezen is, mogen overboord gezet worden

Deze verschillende categorieën vis moeten afzonderlijk gerapporteerd worden in het logboek. Daartoe werden een aantal technische discussies binnen de EU aangevat en werd er met de ontwikkelaars van e-catch reeds een aantal codes afgesproken.

Zo moet de code DIS gebuikt worden voor de discards van soorten die niet onder LO vallen zodra die het equivalent van 50 kg levend gewicht bereiken. Dezelfde code moet voorlopig gebruikt worden voor de minimis. Opgelet: voor soorten die onder de LO vallen moeten alle vangsten (vanaf de eerste kg geregistreerd worden). Zo ook voor de de minimis die vanaf de eerste kg equivalent levend gewicht gerapporteerd moet worden.

De code DIS is reeds voorhanden in e-catch. Op het papieren logboek staat de vermelding opgenomen rechts onderaan (vakje 16). Er wordt voorgesteld de discard/de minimis gegevens op de onderste lijn van het gedeelte vangstraming van het logboek (juist boven de dikke zwarte lijn) te laten registreren.

Bij de verwerking van de logboekgegevens door de statistische cel van de dienst zal de opsplitsing van de DIS gegevens in 1) eigenlijke discards en 2) de minimis, gebeuren.

Voor de soorten die onder LO vallen moet in de aanlandingsverklaring de presentatie weergegeven worden (gegut, heel enz.) met de code LSC (legal size catch) voor de maatse fractie en BMS (below minimum size) voor de ondermaatse fractie.

De codes zijn voorhanden in e-catch. In het papieren logboek dient u de gegevens op te nemen in het gedeelte aanlandingsverklaring (onder de dikke zwarte lijn) met de juiste code teneinde respectievelijk de LSC en BMS vangst afzonderlijk te kunnen rapporteren.

De ervaring in 2016 heeft gewezen dat er nog veel schippers zijn die de hoeveelheden discards/de minimis/LSC/BMS niet of vermoedelijk onjuist wegens te gering, rapporteren. Nochtans is een correcte rapportering verplicht - bij controle kunt u hierbij in de problemen komen – en draagt die bij tot een correcte wetenschappelijke assessment van de bestanden en levert zij de basisgegevens voor een zgn. quotum top-up bij de vastlegging van de TAC.

De minimis vangsten zijn een belangrijke uitzondering op de LO: ondermaatse exemplaren van soorten die onder LO mogen (nationaal voor tong: “moeten”), ten belope van een bepaald percentage van de totale vangst van die soort, wel overboord gezet worden, indien wetenschappelijk bewezen werd dat bijkomende selectiviteit moeilijk te realiseren is. Deze vangsten moeten afzonderlijk gerapporteerd worden maar worden niet van het quotum afgetrokken. Zo werd voor de tongvisserij waarbij selectiever gewerkt wordt (nationale maatregel met het 3 meter staartstuk met een maaswijdte van 120 mm – het zgn. Vlaams paneel), een de minimis bedongen van 7% in de Noordzee, 3% in de Westelijke wateren en 5¨in de Golf van Gascogne.

Vissers van de Vlaamse vloot worden nationaal verplicht gebruik te maken van deze de minimis in de tongvisserij teneinde niet in de verleiding te kunnen gebracht worden ondermaatse tong voor rechtstreekse menselijke consumptie aan boord te houden of aan te landen.

Indien tijdens de visreis blijkt dat het gerapporteerde percentage ondermaatse tong hoger is dan een drempelwaarde moet de visserij verlegd worden van 10 Nm of 3 Nm (vaartuigen < 70BT).

Vanaf het ogenblik dat het volledige de minimisquotum voor de vloot voor een soort is opgebruikt, wordt tot het einde van het jaar het teruggooien van die soort verboden en moeten ook de ondermaatse exemplaren van die soort aangeland worden en afgeboekt worden van het quotum.

De uitzondering voor hoge overleving kon voor de belangrijke platvissoorten tong en schol nog niet voor 2017 bekomen worden. We gaan er van uit dat de elementen voor de wetenschappelijke staving van dit feit in de loop van volgend jaar zullen bekomen worden.

Samenvatting van de bepalingen 2017 per gebied

A. Uw vaartuig betreft een boomkorvaartuig (TBB)

Noordzee

  • Maaswijdte 80-119 mm: LO voor tong, langoustines en schelvis, maar de minimis voor tong van 7% op jaarbasis voor de vloot uitgerust met netten met een grotere maaswijdte voor de kuil (drempelwaarde max. 10% op elk ogenblik tijdens de zeereis)
  • Maaswijdte > 120 mm: LO voor schol, langoustines, tong, kabeljauw, schelvis en wijting, geen de minimis

Noordwestelijke wateren (behalve Ierse zee)

  • Maaswijdte 80-119 mm: LO voor tong, maar de minimis van 3% op jaarbasis voor de vloot (drempelwaarde max 5% op elk ogenblik tijdens de zeereis)

B. U gebruikt de planken (OTB en SSC)

Noordzee

Maaswijdte 70-99 mm: LO voor tong,  langoustines, schelvis maar de minimis voor langoustines van 6% op jaarbasis voor de vloot
Maaswijdte >= 100mm LO voor schol, schelvis, wijting, kabeljauw, tong en langoustines, geen de minimis

Noordwestelijke wateren

  • Maaswijdte 80-99 mm: in VIId LO voor tong
  • Alle trawls: in VIId, LO voor wijting,  maar de minimis van 7% op jaarbasis voor de vloot (O.154)
  • Alle trawls: in VIIe, f,g,h, j, k  LO voor wijting de minimis voor wijting van 7% op jaarbasis voor de vloot (Z.99)

C. Uw vaartuig bedrijft de passieve visserij (GN en GT)

Noordzee

  • LO voor tong, schelvis, wijting en kabeljauw en de minimis voor tong van 3% (drempelwaarde max. 10% op elk ogenblik tijdens de visreis)

Noordwestelijke wateren (behalve Ierse zee)

  • LO voor tong, maar de minimis van 3% (drempelwaarde max. 5% op elk ogenblik tijdens de visreis), LO voor heek, LO voor witte koolvis in VIId en VIIe

Aandachtspunten

  • Ondermaatse vis dient altijd afzonderlijk te worden geregistreerd (een aantal logboekcodes zijn reeds gekend, toekomstige aanpassingen zijn niet uit te sluiten) algemene code DIS
  • Er wordt een afzonderlijke drempelwaarde gehanteerd voor de registratie van ondermaatse vis: voor discards van soorten die niet onder LO vallen is dit vanaf 50 kg equivalent levend gewicht, voor de vangsten van soorten onder LO (zowel de aan boord gehouden vangsten als de de minimis) is dit vanaf de eerste kg.
  • Ondermaatse vis van soorten onder LO moeten aan boord worden gehouden, daartoe worden de code BMS (afzonderlijk van de maatse vangst, code LSC) in de aanlandingsverklaring gebruikt. De ondermaatse vangsten moeten afzonderlijk van de maatse vangst worden gestockeerd in het ruim. Zij worden gereserveerd voor ofwel niet-rechtstreekse menselijke consumptie ofwel niet-menselijke consumptie , in voorkomend geval worden zij na aanlanding categorie 3 producten.
  • Ondermaatse tong valt onder de minimis (dit wil zeggen: over boord zetten en registreren, voorlopige code DIS). In het geval tijdens de visreis een drempelwaarde wordt bereikt, wordt de visserij verlegd. Nationaal wordt de de minimis opname bijgehouden en eventueel bijgestuurd.
  • Er wordt aangedrongen op een correcte registratie van de gegevens.

Contact

Koning Albert I-laan 1.2 bus 101 - 8200 Brugge
Tel. 050 24 83 40
zeevisserij@lv.vlaanderen.be