Visserij: Overzicht van de aanvullende quotamaatregelen met ingang van 1 november 2019

0. Het Ministerieel besluit van 23 oktober 2019 tot wijziging van het MB houdende Tijdelijk aanvullende maatregelen 2019

Na advies van de quotacommissie van 7 oktober 2019 werd door de minister het besluit genomen tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 december 2018 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2019 tot het behoud van de visbestanden in zee. Op 30/10/2019 werd vervolgens een rondschrijven hierover naar de sector verstuurd.

Hierop werden een aantal opmerkingen geformuleerd.  Een antwoord op deze opmerkingen wordt hieronder ter verduidelijking opgenomen. Vervolgens wordt een toelichting gegeven bij de scholvangst in de VIId,e en bij de uitvoer van garnalen naar derde landen vanaf 01/01/2020 bij het wegvallen van het papieren logboek

0.1 Opmerkingen op rondschrijven 30/10/2019

0.1.1. kabeljauw II, IV (punt 1.1.5 rondschrijven 30/10)

Zoals reeds aangegeven in het rondschrijven van juni 2019, blijft de kabeljauwvangst in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt.

    •  
  • 400 kg voor vaartuigen van het KVS
  • 800 kg voor vaartuigen van het GVS

Tijdens visreizen in de Noordzee waar gewerkt wordt met netmaaswijdtes groter dan 100 mm in de bordenvisserij (TR 1) of groter dan 120 mm in de boomkorvisserij (BT 1) mogen bovenstaande plafonds met 400 kg per vaartdag worden verhoogd.

0.1.2 Kabeljauw VIIb-c,e-k, VIII (KVS) (punt 1.2.3 rondschrijven 30/10)

Hier werd in het vorige rondschrijven ten onrechte verwezen naar het punt 1.1.6 (dat over kabeljauw 7d ging). Het was de bedoeling van de auteur om aan te geven dat de maatregelen voor vaartuigen van het GVS dezelfde waren als voor deze van het KVS.

0.1.3 Kabeljauw VIId (KVS) (punt 1.2.4 rondschrijven 30/10)

Bij dit punt had er verwezen moeten worden naar 1.1.6 (in plaats van 1.1.7).

0.1.4 Rog VIIa-c, e-k (punt 2.6 rondschrijven 30/10)

De eerste zin moet gelezen worden als volgt:

“De rogvangsten van vaartuigen worden in ICES-gebied VIIa-c, e-k per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in VIIa-c, e-k”.

0.1.5 Tong VIIe (punt 3.1 rondschrijven 30/10)

De totale tongvangst voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 is maximaal 1.000 kg tong VIIe per vaartuig in het KVS.

De totale vangst voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 is maximaal 2.000 kg tong VIIe per vaartuig van het GVS.

Ingeval van gemengde visreizen met een aanwezigheid in VIIfg wordt maximaal 300 kg tong VIIe in die gehele visreis toegestaan.

0.2 Schol  VII de (KVS en GVS)

In het MB van 23 oktober 2019 tot wijziging van het ministerieel besluit van 19 december 2018 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2019 tot het behoud van de visbestanden in de zee werden ook de maxima voor schol VIId,e aangepast.

Tot 31 december 2019 is het in de ICES-gebieden VIId,e, voor een vissersvaartuig van het KVS verboden om bij de scholvangst per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 1200kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die zeereis in die ICES gebieden.

Indien op 1 december 2019 90% of meer van het quotum is opgevist, is het tot 31 december 2019 in de ICES-gebieden VIId,e voor een vissersvaartuig van het KVS verboden bij de scholvangst per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 800 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die zeereis in die ICES-gebieden.

Tot 31 december 2019 is het in de ICES-gebieden VIId,e voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de scholvangst per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 2400kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die zeereis in die ICES-gebieden.

Indien op 1 december 2019 90% of meer van het quotum is opgevist, is het tot 31 december 2019 in de ICES-gebieden voor een vissersvaartuig van het GVS verboden per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 1.600kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen, gerealiseerd tijdens die zeereis in die ICES-gebieden.

0.3 Uitvoer van garnaal naar derde landen vanaf 01/01/2020

Na de afschaffing en verdwijning van het papieren logboek vanaf 01/01/2020, moet de procedure bij uitvoer voor garnalen naar derde landen worden verduidelijkt.

Bij de verkoop van garnaal aan een bedrijf en die garnaal is dan bestemd voor uitvoer naar Marokko, is het belangrijk te weten hoe dit juist dient te gebeuren.

Voor de uitvoer naar derde landen is de EU-wetgeving ter voorkoming van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij ( Verordening (EG) nr 1005/2008) van kracht (PB L 286 van 29.10.2008).

Daarbij zijn de controle-ambtenaren van de Dienst Visserij de bevoegde autoriteit om de ontvangen vangstcertificaten voor uitvoer te valideren. Hierbij wordt verwezen naar artikel 15 (lid 1 en 2) waarin wordt gesteld “Vangsten van vissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, mogen slechts met een vangstcertificaat worden uitgevoerd dat door de bevoegde autoriteiten van de bevoegde vlaggenlidstaat is gevalideerd”. De EC wordt in kennis gesteld van de autoriteiten die bevoegd zijn voor de validering.

Om deze validering uit te voeren, vraagt de bevoegde autoriteit (Dienst Visserij) dus om bij het vangstcertificaat de details van het elektronisch logboek bij te voegen die betrekking hebben op de vangsten die uitgevoerd gaan worden.

Deze details kunnen een screenshot of scan zijn, zolang deze maar afkomstig zijn van het E-catch systeem of wanneer dit het geval is (namelijk via de rederij) van M-catch met betrekking tot de vangsten zoals geregistreerd door de kapitein.

Voor bijkomende vragen betreffende deze Verordening kan rechtstreeks contact opgenomen worden via IUU@lv.vlaanderen.be.

1 TOEWIJZING VAN VANGSTMOGELIJKHEDEN VOLGENS MOTORVERMOGEN

1.1 PERIODE 1 NOVEMBER 2019 – 31 DECEMBER 2019 VOOR HET GROOT VLOOTSEGMENT (GVS)

1.1.1 Schol II, IV -GVS

Aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van meer dan 221kW (GVS) wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 een hoeveelheid schol toegekend die gelijk is aan 260 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid schol wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

Bijkomende bepalingen

De overbevissing in de periode 1 november – 31 december 2019 zal na vermenigvuldiging met een strafcoëfficiënt 1,20 afgeboekt worden van de aan het vissersvaartuig toegekende hoeveelheden schol in de Noordzee gedurende de overeenkomstige periode 2020.

Indien het vissersvaartuig de hem toegewezen hoeveelheid schol overschrijdt, kan zijn visvergunning worden ingetrokken voor een periode van ten minste vijf opeenvolgende dagen. Tijdens deze periode moet het vissersvaartuig inactief liggen in een Belgische vissershaven.

De periode vangt aan op de derde dag volgend op de notificatie van de intrekking van de visvergunning, die de Dienst Zeevisserij per aangetekend schrijven aan de eigenaar van het betrokken vissersvaartuig zal toesturen.

N.B. Er gelden bijkomende vangstbeperkingen IVc voor gemengde reizen in de gebieden VIId en IVc.
Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId,e worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden schol in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee, namelijk: 1.600 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.

1.1.2 Tong II, IV -GVS

Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 een hoeveelheid tong toegekend die gelijk is aan 5.000 kg verhoogd met een hoeveelheid die gelijk is aan 17 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid tong wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

N.B. Er gelden bijkomende vangstbeperkingen IVc voor gemengde reizen in de gebieden VIId en IVc.
Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden tong in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee en wel als volgt, namelijk:  600 kg per vaartdag voor vaartuigen van het GVS.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

In afwijking is het in de periode van 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 in de ICES-gebieden II,IV, zijnde Noordzee en schelde-estuarium, voor een vissersvaartuig dat uitsluitend passieve visserij bedrijft, verboden bij de tongvangst de hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 6.500 kg, vermeerderd met de hoeveelheid die gelijk is aan 40 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig, uitgedrukt in kW.

1.1.3 Tong Bristolkanaal en Keltische Zee (VIIf,g) – GVS

Aan de vissersvaartuigen van het GVS wordt in de ICES-gebieden VIIf,g voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 een hoeveelheid tong toegekend die gelijk is aan 3.000 kg te verhogen met een hoeveelheid die gelijk is aan 8 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid tong wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.
 
De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.1.4 Tong Ierse Zee (VIIa) - GVS

In de periode van 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 is het in het ICES-gebied VIIa voor een vaartuig van het GVS verboden een totale tongvangst te realiseren die groter is dan 3.000 kg, verhoogd met een hoeveelheid die gelijk is aan 3 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen, uitgedrukt in kW.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.1.5 Kabeljauw II,IV

Vanaf 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 is het in de ICES-gebieden II,IV voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de kabeljauwvangst een hoeveelheid te overschrijden, die gelijk is aan 3.500 kg verhoogd met een hoeveelheid die gelijk is aan 18 kg, vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in kW.

Deze bepaling is enkel geldig voor eigenaars van vissersvaartuigen die in het begin van het jaar een toewijzing van vangstmogelijkheden in functie van het motorvermogen hebben aangevraagd. De toewijzing gebeurt per zeedag aanwezigheid in ICES-gebieden II, IV.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.1.6 Kabeljauw VIId (GVS + KVS)

Aan de vissersvaartuigen wordt in het ICES-gebied VIId voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 een hoeveelheid kabeljauw toegekend die gelijk is aan 2 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen uitgedrukt in kW. De hoeveelheid kabeljauw wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.2 PERIODE 1 NOVEMBER 2019– 31 DECEMBER 2019 VOOR HET KLEIN VLOOTSEGMENT (KVS)

1.2.1 Schol II, IV - KVS

Aan de vissersvaartuigen met een motorvermogen van 221 kW of minder (KVS) wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 een hoeveelheid schol toegekend die gelijk is aan 200 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid schol wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

N.B. Er gelden bijkomende vangstbeperkingen IVc voor gemengde reizen in de gebieden VIId en IVc.
Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId,e worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden schol in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee, namelijk : 800 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.2.2 Tong II, IV – KVS

Aan de vissersvaartuigen van het KVS wordt in de ICES-gebieden II, IV (Noordzee en Schelde-estuarium) voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 een hoeveelheid tong toegekend die gelijk is aan 5.000 kg verhoogd met een hoeveelheid die gelijk is aan 17 kg vermenigvuldigd met het motorvermogen van het vissersvaartuig eventueel vermeerderd met het bijkomend motorvermogen, uitgedrukt in kW. De hoeveelheid tong wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

N.B. Er gelden bijkomende vangstbeperkingen IVc voor gemengde reizen in de gebieden VIId en IVc.
Ingeval gedurende een visreis, de vangsten zowel in de ICES-gebieden II, IV als VIId worden verwezenlijkt, worden de gevangen hoeveelheden tong in de Noordzee aan een beperking per zeereis onderworpen in functie van het aantal vaartdagen in de Noordzee, namelijk: 300 kg per vaartdag voor vaartuigen van het KVS.

De bijkomende bepalingen zijn analoog met deze vermeld onder punt 1.1.1.

1.2.3 Kabeljauw VIIb-c, e-k, VIII (KVS)

(zie onder 1.1.6 : namelijk 1000 kg).

1.2.4 Kabeljauw VIId (KVS)

(zie onder 1.1.7 : namelijk 2 kg per kW).

2 TOEWIJZING VAN VANGSTMOGELIJKHEDEN PER ZEEREIS

2.1 TONG VIID

De tongvangsten van vaartuigen worden in VIId  per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in VIId.

Voor de periode van 01.11.2019 tot en met 31.12.2019

  • 300 kg voor vaartuigen KVS
  • 600 kg voor vaartuigen GVS

De dagplafonds zijn dezelfde als tijdens de voorgaande periode.

NB: bij gemengde zeereizen in de ICES-gebieden VIId, II en IV, is het verboden bij een tongvangst in de ICES-gebieden II, IV per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 300 kg (KVS)/ 600 kg (GVS) x aantal vaartdagen tijdens die zeereis in de ICES-gebieden II, IV.

2.2 TONG VIIHJ,K

In de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 is het in de ICES-gebieden VIIh,j,k voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de tongvangst per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 300 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis in dat ICES-gebied.

NB: in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 is het in de ICES-gebieden VIIh,j,k voor een vissersvaartuig van het GVS, verboden een totale scholvangst te realiseren die groter is dan 500 kg.

2.3 TARBOT EN GRIET II, IV

De tarbot- en grietvangsten van vaartuigen worden in II, IV  per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in II, IV .

Voor de periode van 01.11.2019 tot en met 31.12.2019

  • 200 kg voor vaartuigen KVS
  • 400 kg voor vaartuigen GVS

2.4 ROG II, IV

De rogvangsten van vaartuigen worden in II, IV  per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in II, IV .

Voor de periode van 01.11.2019 tot en met 31.12.2019

  • 250 kg voor vaartuigen KVS
  • 500 kg voor vaartuigen GVS

De maximaal toegelaten vangsthoeveelheden worden verdubbeld indien ze gerealiseerd zijn door een vissersvaartuig dat volgens de Officiële lijst der Belgische zeeschepen uitsluitend is uitgerust met de planken.

2.5 ROG VIID

De rogvangsten van vaartuigen worden in ICES-gebied VIId per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in VIId .

Voor de periode van 01.11.2019 tot en met 31.12.2019

  • 80 kg voor vaartuigen KVS
  • 160 kg voor vaartuigen GVS

2.6 ROG VIIA-C, E-K

De rogvangsten van vaartuigen worden in ICES-gebied VIIa-c, e-k per zeereis beperkt tot een aantal kg (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in VIId .

Voor de periode van 01.02.2019 tot en met 31.12.2019

  • 350 kg voor vaartuigen KVS
  • 700 kg voor vaartuigen GVS

Indien voor 1 december 2019 85% van het quotum is opgevist, dan wordt het dagplafond gehalveerd en dan is het tot 31 december 2019 in de ICES-gebieden VIIa-c, e-k, voor een vissersvaartuig van het verboden bij de rogvangsten per zeereis een hoeveelheid te overschrijden, gelijk aan:

  • 175  kg voor vaartuigen KVS
  • 350 kg voor vaartuigen GVS

2.7 MAKREEL II, VI

De makreelvangsten van vaartuigen worden in II, IV  tijdens de periode van 01.11.2019 tot en met 31.12.2019 per zeereis beperkt tot 200kg  (productgewicht) vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die reis in II, IV.

TOEWIJZING VAN VAST RECHT

3.1 TONG VIIE (WESTELIJK DEEL ENGELS KANAAL)

De totale vangst voor de periode 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 is maximaal 2.000 kg tong VIIe per vaartuig van het GVS.
Ingeval van gemengde visreizen met een aanwezigheid in VIIfg wordt maximaal 300 kg tong VIIe in die gehele visreis toegestaan.

3.2 KABELJAUW VIIB-C, E-K, VIII (GVS + KVS)

Via het MB van 22 januari 2019 ingevoegd dat geen verdeling gebeurt op basis motorvermogen maar via een vaste hoeveelheid.

In de periode van 1 november 2019 tot en met 31 december 2019 is het in de ICES-gebieden VIIb-c, VIIe-k, VIII voor een vissersvaartuig verboden een totale kabeljauwvangst te realiseren die groter is dan 1.000 kg. De hoeveelheid kabeljauw wordt uitgedrukt in aanvoergewicht.

Deze hoeveelheid wordt verdubbeld voor een vissersvaartuig dat volgens de officiële lijst der Belgische vissersvaartuigen uitsluitend is uitgerust met de planken