Visserij: Quotacommissie 7 januari 2020 – wijziging van het ministerieel besluit TAM 2020

TONGHERSTELGEBIED (ICES-gebied VIIe)

De dienst ontving recent de vraag van verschillende reders om hen voor het eerst een vismachtiging af te leveren voor het ICES-gebied VIIe. 

Er wordt door de Dienst nogmaals verwezen naar het rondschrijven van 23 december 2019 (punt 1.2).  

De voorwaarde om een vismachtiging VIIe te hebben is dat de boomkorvaartuigen in de referentieperiode 2002 – 2018 gevist moeten hebben in het westelijk deel van het Engels Kanaal, Is dit het geval geweest, dan krijgen ze een vismachtiging VIIe. Visserij met de boomkor is dus in het ICES-gebied VIIe vanaf 1 februari 2020 tot en met 31 januari 2021 enkel toegestaan mits het vissersvaartuig over een vismachtiging herstelgebied tong VIIe beschikt. Deze vismachtiging moet aan boord gehouden worden. Rederijen van vissersvaartuigen, die aan de voorwaarden voldoen, worden spontaan per afzonderlijke zending een vismachtiging herstelgebied tong toegestuurd.

Vaartuigen die in de referentieperiode 2002-2018 dus niet gevist hebben in het ICES-gebied VIIe, kunnen hiervoor dus ook geen vismachtiging meer bekomen.   

Vangstbeperkingen schol Noordzee

Onder punt 3.1 van het rondschrijven van 23 december 2019, eerste twee streepjes, worden de scholquota voor KVS en GVS aangepast.

De nieuwe bepalingen zijn :

  • Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vissersvaartuigen van het KVS is voor het jaar 2020 vastgesteld op 585 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2020 dit scholquotum wordt uitgeput, wordt de scholvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.
  • Het totale scholquotum in de Noordzee voor de groep van vaartuigen van het GVS is voor het jaar 2020 vastgesteld op 4295 ton productgewicht. Indien vóór 31 december 2020 dit scholquotum wordt uitgeput, wordt de scholvisserij in de Noordzee gesloten voor die groep vaartuigen.

Vangstbeperkingen voor kabeljauw in de Noordzee

Onder punt 5.1. in het rondschrijven van 23 december 2019, eerste twee streepjes, worden de segmentquota voor kabeljauw Noordzee aangepast. Het segmentquotum voor het KVS wordt vastgesteld op 55 ton en dit voor het GVS op 313 ton. 

Het derde streepje wordt vervangen door hetgeen volgt:

De kabeljauwvangst in de periode van 01.01.2020 tot en met 31.03.2020 van vaartuigen die volgens de officiële lijst zijn uitgerust met de boomkor wordt in de Noordzee per zeereis beperkt tot een aantal kg, uitgedrukt als productgewicht, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied en wel als volgt:     

  • 75 kg voor vaartuigen van het KVS;
  • 150 kg voor vaartuigen van het GVS.

Voor niet-boomkorvaartuigen is het verboden in de periode tussen 01.01.2020 en 31.03.2020 een hoeveelheid te overschrijden gelijk aan 200 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen van die zeereis in dat gebied.

De Dienst geeft ter informatie ook mee dat er een aanvraag werd ingediend voor een toewijzing van quota in functie van het motorvermogen (voor 2 vaartuigen). Deze aanvraag geldt voor de periode 01/01/2020 tot en met 30/06/2020. Een verlenging van de aanvraag voor toewijzing in functie van het motorvermogen voor het tweede halfjaar moet bij de Dienst worden ingediend (mail of schrijven) vóór 1 juli 2020. 

Tong en schol in Zuidwest-Ierland, zijnde ICES-gebieden VIIh,j,k

Onder punt 4.3 in het rondschrijven van 23 december werd erop gewezen dat de tongvangst in de ICES-gebieden VIIh, j, k verboden was van 1 januari 2020 tot en met 31 januari 2020.

De quotacommissie heeft tijdens zijn vergadering van 7 januari 2020 bijkomende bepalingen aangenomen voor de periode vanaf 1 februari. 

Vanaf 1 februari 2020 tot en met 30 juni 2020 is het in de ICES-gebieden VIIh, j, k voor een vissersvaartuig van het GVS verboden bij de tongvangst per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 250kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen tijdens die zeereis in die ICES-gebieden. 

Omdat er slechts een zeer beperkt Belgisch scholquotum in de ICES-gebieden VIIh, j, k beschikbaar is (4 ton), is er tevens beslist om in de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 december 2020 aan een vaartuig van het GVS een totale scholvangst toe te staan van maximaal 250kg. 

Vangstbeperkingen voor tong in andere gebieden

Onder punt 4.5 in het rondschrijven van 23 december 2019, tweede streepje, staat vermeld “er worden geen gemengde visreizen met aanwezigheden in de gebieden VIIe en VIIfg toegestaan”. 

Deze zin moet geschrapt worden en vervangen door:
“In geval van gemengde visreizen in de ICES-gebieden VIIe en VIIfg, is het in het gebied VIIe verboden een hoeveelheid te overschrijden van 300 kg, gerealiseerd tijdens die zeereis in dat ICES-gebied”. 

Zeebaars

Er werden Europese herstelmaatregelen voor de zeebaars uitgewerkt, die vergelijkbaar zijn met deze die in vorige jaren van toepassing was. Algemeen geldt de regel dat het verboden is om op zeebaars te vangen, te houden en over te laden in ICES-sectoren 4b en 4c en 7.

In de periode januari 2020 en van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 is het voor vaartuigen met gesleept tuig in de ICES-gebieden IVb, IVc, VIId, VIIe, VIIf en VIIh en in wateren binnen 12 zeemijl van ICES-gebieden VIIa en VIIg toegestaan, dat, voor onvermijdelijke bijvangst, de hoeveelheid aan boord gehouden zeebaars niet meer dan 5% van de totale aan boord gehouden vangst van mariene organismen in levend gewicht per visreis bedraagt, binnen de limiet van maximaal 520 kg per twee maand. Ook voor de zegenvisserij zijn de plafonds per zeereis maximaal 5% onvermijdelijke bijvangst en 520 kg per twee maand.

Visserij op zeebaars met staand tuig is enkel toegestaan voor vaartuigen met een historische referentie voor zeebaars gedurende de periode 1 juli 2015 tot 30 september 2016 en is beperkt tot maximaal 1.400 kg per jaar. 

Visserij op zeebaars met lijnen en haken is enkel toegestaan voor vaartuigen met een historische referentie voor zeebaars gedurende de periode 1 juli 2015 tot 30 september 2016 en is beperkt tot maximaal 5.700 kg per vaartuig per jaar.

DE-minimis (DM)

Onderstaande tekst vervangt de tekst in het punt 25.2 uit het rondschrijven van 23 december 2019.

In bepaalde gevallen kan een uitzondering op het teruggooiverbod bekomen worden, waarbij  tot maximum 7% van de vangst van de soorten, die onder de aanlandingsplicht vallen, mag teruggegooid worden. Deze uitzondering wordt nationaal per visbestand en per jaar bekeken. Teneinde een hogere DM voor tong te bepleiten in de regionale groepen (Scheveningen groep voor de Noordzeeregio, de Noord Westelijke wateren groep voor de ICES-gebieden VII en de Zuid Westelijke wateren groep voor het gebied VIIIab) is België akkoord gegaan met het verplicht toepassen van meer selectief vistuig, het zgn. Vlaams paneel die onder punt 2.16 werd toegelicht. Zodoende kon voor tong gevangen met de boomkor in de Noordzee een DM van 5%, in de gebieden VII een DM van 3% en in de gebieden VIIIab een DM van 5% bekomen worden.

Teneinde dit te kunnen monitoren heeft de minister beslist nationaal DM-quota vast te stellen:
Tong II, IV: 73 ton;
Tong VIId: 22 ton;
Tong VIIe: 1 ton;
Tong VIIfg: 30 ton;
Tong VIIhjk: 1 ton;
Schelvis VIIe-k: 5 ton;
Wijting II, IV: 140 ton; (2% tong en scholquotum)
Wijting VIIb-k: 15 ton;
Makreel II, IV: 7 ton;
Makreel VII, VIII: 3 ton;
Horsmakreel II, IV, VIId: 4 ton;
Horsmakreel VII: 1 ton.

Deze DM-quota zullen door de dienst en de Quotacommissie opgevolgd worden. Ingeval het DM-quotum volledig benut is, wordt de toepassing van DM verboden en moeten ook de ondermaatse vangsten aan boord blijven en van het vangstquotum afgetrokken worden. De ondermaatse exemplaren van die soorten kunnen nooit voor directe menselijke consumptie verhandeld worden.

Aan de schippers van vaartuigen, die visserijen bedrijven, die onder de aanlandingsverplichting (L.O.) vallen wordt gevraagd de teruggegooide hoeveelheden zorgvuldig in het logboek te rapporteren. Deze hoeveelheden komen niet in mindering van het vangstquotum zolang er een DM-quotum beschikbaar is. De ervaring in de afgelopen jaren, heeft geleerd dat de gedane rapportering wellicht een onderschatting is van de effectieve hoeveelheden. De Dienst vraagt om dit als een blijvend aandachtspunt te beschouwen.

Op elk ogenblik van de visreis mag de  teruggooi in het kader van DM nooit hoger zijn dan een vastgestelde drempelwaarde in % van de totale reeds verwezenlijkte vangst van die soort in het bepaalde gebied.

Volgende Vlaamse drempelwaarden zijn van toepassing:
Tong II, IV 10%;
Tong VIId 5%;
Tong VIIe 5%;
Tong VIIfg 5%;
Tong VIIhjk 5%;
Kabeljauw IVc (TR2) 4%;
Schelvis VIIe-k 10%;
Wijting II, IV 20% (BT2) en 10% (TR2);
Wijting VII b-k 10%      .
                                     
Vanaf het ogenblik dat die drempelwaarde wordt bereikt, moet de schipper zijn visserijactiviteiten stoppen en het vaartuig minstens 10 nautische mijl verleggen. Voor de vaartuigen met een bruto tonnenmaat van minder dan 70 BT wordt het verleggen van de activiteit met minstens drie mijl voldoende geacht.

Zolang het de-minimisquotum niet is opgebruikt is het inroepen van een de-minimis, behalve voor tong, niet verplicht. Een schipper kan er al of niet van gebruik maken en moet de code DIS of BMS (bij het aan boord houden van ondermaatse vis) gebruiken.

Voor tong, een relatief dure soort, waarvoor ondermaatse exemplaren op de zwarte markt mogelijks een zekere waarde kunnen krijgen, moet verplicht een de-minimis gebruikt worden. Met andere woorden de vissers krijgen de L.O. niet als excuus om ondermaatse exemplaren van deze soort aan te landen. We herhalen hierbij dat de minimummaat voor tong 25 cm bedraagt.
 
Voor de garnalenvisserij met TBB geldt eveneens een de-minimis van 7% voor alle demersale soorten ten opzichte van de totale vangst.

Hoge overlevingsuitzondering

In een aantal gevallen wordt een ‘hoge overlevingsuitzondering’ toegestaan als uitzondering op de aanlandingsverplichting. Deze gevallen zijn opgenomen in de gedelegeerde verordeningen (EU) nr. 2019/2238, (EU) nr. 2019/2239 en (EU) nr. 2019/2237 van de Commissie van 1 oktober 2019.

Schol, kleiner dan de minimulinstandhoudingsreferentiegrootte en gevangen met boomkorren van 80-119 mm is voor wat betreft vaartuigen van het GVS in ICES-deelgebied 4 vrijgesteld van aanlanding, als het vistuig is uitgerust met een ‘flip-up’-kabel of Benthos ontsnappingspaneel (BRP).

In de noordwestelijke wateren (ICES-deelgebieden 7a tot en met 7k) geldt de vrijstelling van aanlanding voor schol gevangen met vaartuigen van het GVS met boomkorren (TBB) en gebruik makend van de flip-up-kabel of het BRP.

Voor vaartuigen van het KVS is de vrijstelling van toepassing als de gemiddelde sleepduur minder dan 90 minuten bedraagt.  

Voor Tarbot in ICES-deelgebied 4 geldt de vrijstelling op basis van hoge overlevingskansen voor vangsten met boomkorren met een kuil van meer dan 80 mm (TBB). 

Vangstmogelijkheden voor tong in de Ierse Zee – wetenschappelijk quotum.
Op 9 januari 2020 werden de voorwaarden overgemaakt om in aanmerking te komen voor deelname aan het wetenschappelijk quotum Ierse Zee. Deze voorwaarden zijn hieronder nog eens opgesomd.

 Enkel boomkorvaartuigen van het GVS komen in aanmerking.

  • Vier vaartuigen verspreid over het gehele jaar kunnen deelnemen, namelijk één per kwartaal.
  • De volledige zeereis moet in de Ierse Zee plaatsvinden.
  • Er wordt maximaal 3.000 kg tong beschikbaar gesteld, op te vangen in maximaal 5 opeenvolgende zeedagen gedurende dezelfde zeereis. Het niet opgevist deel is voor de rederij verloren. Indien meer gevist wordt, komt dit in mindering van de normaal toegekende hoeveelheden aan het vaartuig.
  • Er moet gedurende de gehele zeereis minstens één wetenschapper van het ILVO aan boord aanwezig zijn.
  • De betrokken vaartuigen zijn verplicht ook een wetenschapper mee te nemen op verzoek van ILVO gedurende een andere zeereis in de Ierse Zee, waarbij de tong afgetrokken wordt van de aan het vaartuig toegekende hoeveelheden in het normale regime.
  • Geïnteresseerde reders moeten hun vaartuig schriftelijk/ per e-mail aan de dienst aanmelden met opgave van het kwartaal , waarvoor ze hun vaartuig inschrijven (1° februari – maart, 2° april – juni; 3° juli – september; 4° oktober – december). Inschrijving voor de 4 kwartalen is mogelijk.
  • Alle inschrijvingen voor de vier kwartalen moeten uiterlijk 21 januari 2020 om 12:00 bekend zijn op de Dienst.
  •  Indien er meer dan 1 kandidaat per kwartaal is, zal er een loting georganiseerd worden.
  • Als er voldoende kandidaten zijn kan een vaartuig slechts voor één kwartaal in aanmerking komen.
  • Vaartuigen die in 2019 werden uitgeloot om te genieten van het wetenschappelijk tongquotum, komen niet in aanmerking.
  • Per kwartaal wordt na afloop van de lottrekking voor de vier kwartalen, ook een reserve kandidaat geloot.
  • Ingeval een vaartuig wordt weerhouden en in het betreffende kwartaal niet meewerkt aan het wetenschappelijk onderzoek, worden de toegekende hoeveelheden tong VIIa aan dat vaartuig in betreffende toewijsperiode met 3000 kg verminderd. Bovendien komt dit vaartuig niet langer in aanmerking voor analoog wetenschappelijk onderzoek tot en met 2021.

Bijkomend geldt het volgende. De aanvrager moet voor de aanmonstering van de wetenschapper de nodige maatregelen voorzien om tijdens de visreis de veiligheid van de wetenschapper te garanderen. Deze bepaling werd toegevoegd om de ILVO wetenschappers een bijkomende zekerheid te bieden dat ze op een veilige en goede manier het werk aan boord kunnen uitoefenen. 

Contactpunt

De dienst dringt erop aan om uw vragen en problemen zoveel mogelijk per mail door te sturen. Daarbij verzoeken we u ook steeds het mailadres zeevisserij@lv.vlaanderen.be mee toe te voegen. Bij afwezigheid van de betreffende expert(en) kan aldus toch een gevolg gegeven worden aan uw verzoek.

De Dienst suggereert ook om al uw vragen rond quota zeker ook voor te leggen en te bespreken op de quotacommissie. Daar is ook onze expert aanwezig die dan desgewenst uw vraag verder opneemt.  

Vismachtigingen

Op 29 januari 2020 werden de vismachtigingen digitaal verstuurd naar de reders die daar recht op hadden. Er zal GEEN papieren versie meer volgen. Bij problemen kan u contact opnemen met:
Martine Velghe | Tel. +32 59 569 830 | GSM 0492 22 58 16 | martine.velghe@lv.vlaanderen.be