Vlaanderen zet in op parkhuisvesting voor konijnen

Van 31 januari tot 7 februari 2018 zette VLAM het konijn in de kijker tijdens de jaarlijkse ‘week van het konijn’. Een ideaal moment om eens stil te staan bij de evolutie van deze kleine sector in Vlaanderen.

De konijnensector is binnen de Vlaamse landbouw een nichesector. Door de dalende consumptie van konijnenvlees nam het aantal professionele konijnenhouders de laatste decennia stelselmatig af. Op dit ogenblik telt België een 25-tal bedrijven. Ondanks dit kleine aantal zijn deze bedrijven voortrekkers in Europa op het vlak van dierenwelzijn.

Op initiatief van de Raad voor Dierenwelzijn werd enkele jaren geleden immers een omschakeling gemaakt van batterij- naar parkkonijnen. Een breed draagvlak werd gezocht en gevonden onder konijnenhouders, slachthuizen, afnemers en dierenrechtenorganisaties om de klassieke huisvesting te vervangen door een diervriendelijker systeem dat meer inspeelt op de natuurlijke gedragingen van een konijn. Dit resulteerde in een nieuwe wetgeving rond huisvesting die gepubliceerd werd op 29 juni 2014.
Een park biedt de dieren een oppervlakte van 800 cm² per dier, beduidend meer dan in de batterij. Om aan de natuurlijke gedragingen van het konijn te kunnen voldoen, moet een park uitgerust zijn met plateaus en tunnels. In parken is dan minstens 80% van de bodem bedekt met voetmatjes of comfortzones of –matten. Bovendien moet een park uitgerust zijn met verrijkingsmateriaal, dit is materiaal waar de dieren aan kunnen knagen zoals houtblokken, stro, hooi…

Een dergelijke ingrijpende aanpassing van huisvestingssystemen kan niet van de ene dag op de andere en vraagt een grote inspanning van de sector. De wetgever voorzag dan ook overgangsmaatregelen. Voor bedrijven die reeds voor de invoering van de wetgeving investeerden in verrijkte kooien of parken voor hun vleeskonijnen, geldt een overgangstermijn tot 31 december 2024. Bedrijven die hebben aangegeven te willen stoppen vóór 1 januari 2020, mogen hun bedrijf verderzetten zonder te  investeren in parken.  De overige bedrijven moesten vóór 1 januari 2016 overschakelen op parkhuisvesting voor vleeskonijnen. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2025 alle konijnen in de verrijkte parken worden gehouden. Hiermee is Vlaanderen een voorloper in Europa.

De Vlaamse overheid ondersteunt de konijnenhouders bij hun investeringen om aan de nieuwe regels te voldoen.  Het VLIF (Vlaams landbouwinvesteringsfonds) biedt 30% steun op investeringen voor het bouwen en/of (her)inrichten van verrijkte parken.

De hogere kosten op de investeringen en uitbating van deze systemen moeten, in een concurrentiële markt met import van konijnenvlees uit andere Europese landen, vergoed kunnen worden. De sector creëerde om deze reden het label “Parkkonijn” als een manier om in de winkelrekken onderscheidend te zijn van ander konijnenvlees. Door middel van controle door het tracerings- en certificeringssysteem “CodiplanPLUS Parkkonijn” kan de consument zeker zijn dat konijnenvlees met het label “Parkkonijn” gegarandeerd uit de juiste huisvesting komt.

Een vijftal warenhuizen ondertekenden een engagementsverklaring waarin zij de naam “Parkkonijn” voorbehouden aan vlees afkomstig van bedrijven en slachterijen die werken volgens CodiplanPLUS Parkkonijn.

De konijnensector in Vlaanderen speelt dus een voortrekkersrol op vlak van dierenwelzijn, omdat we de eersten in Europa zijn om batterijkonijnen te vervangen door parkkonijnen. Reden genoeg dus om voor lokaal geproduceerd konijnenvlees te kiezen.

Contact

Woordvoerder Landbouw en Visserij
Nele Vanslembrouck | Tel. 0498 94 58 71 of 02 552 77 17
nele.vanslembrouck@lv.vlaanderen.be

Persverantwoordelijke Landbouw en Visserij
Bart Merckaert | Tel. 02 552 73 50
bart.merckaert@lv.vlaanderen.be