Zeevisserij: aanvullende quotamaatregelen

Nieuwe Europese controlebepalingen

Zoals wellicht gekend zijn er recentelijk nieuwe controlebepalingen aangenomen door de EU. Een nieuwe basisverordening was reeds eind 2009 aangenomen, in april jl. zijn de uitvoeringsbepalingen vastgelegd.

Het betreffen enerzijds Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen,(…) en anderzijds Verordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 (…)

Door alle maatregelen in één reeks reglementaire bepalingen te groeperen wenste de Commissie een vereenvoudiging door te voeren en bestaande maatregelen te codificeren of op te heffen. Nieuwe controlemaatregelen worden evenwel ook ingevoerd.

Aangezien beide verordeningen op een ander tijdstip in werking zijn getreden en bovendien overgangsbepalingen inhouden, kan de toepassingsdatum van een aantal bepalingen in de toekomst liggen. De meeste bepalingen gaan in voege op 7 mei 2011. Afwijkende toepassingsdata worden telkens in de nota vermeld.

Gemakkelijkheidshalve wordt bij de beschrijving van de geldende controlebepalingen in grote lijnen de indeling van de basisverordening gevolgd.

(N.B.: Deze nota wordt u ten informatieve titel overgemaakt. In geval van betwisting geldt de oorspronkelijke verordening).

1. Algemene bepalingen

De verordening geldt voor alle onder het gemeenschappelijk visserijbeleid vallende activiteiten die op het grondgebied van de lidstaten of in de communautaire wateren, door communautaire vissersvaartuigen of, onverminderd de primaire verantwoordelijkheid van de vlaggenstaat, door onderdanen van de lidstaten worden uitgevoerd.

Aan de lidstaten wordt de verplichting opgelegd de activiteiten te controleren.

In elke lidstaat coördineert één enkele autoriteit de controleactiviteiten van alle nationale controleautoriteiten. Voor Vlaanderen is dit de Dienst Zeevisserij (DZV).

2.  Algemene voorwaarden voor toegang tot de wateren en de hulpbronnen

De commerciële exploitatie van levende aquatische hulpbronnen mag door een communautair vissersvaartuig slechts gebeuren indien het beschikt over een visvergunning en een vismachtiging, het vistuig gemarkeerd is en het vaartuig beschikt over VMS en AIS (automatic identification system).

 2.1. Visvergunning en vismachtiging

· De vlaggenstaat zorgt voor de afgifte, het beheer en de intrekking van die documenten.

· Ze mogen in één document worden opgenomen.

· Ze dienen niet aan boord te worden gehouden (het aan boord houden wordt evenwel door DZV aangeraden).

· De andere controlediensten zouden vanaf 1 januari 2012 de gegevens moeten kunnen consulteren op de website.

· De vismachtiging komt in de plaats van de speciale visdocumenten die vroeger werden uitgereikt (vb. lijst-1 document, kabeljauwherstelplan, enz.)

· Er dient een document aan boord te zijn waarin naam, letter en nummer en R/C van vaartuig, naam en adres van eigenaar, L.O.A., motorvermogen van de voorstuwingsmotor, tonnage en datum van inbedrijfname voor vaartuigen die na 1 januari 1987 in bedrijf zijn genomen.

· Voor vaartuigen langer dan 17 m dienen officiële tekeningen aan boord te zijn met de beschrijving van de ruimen, de toegangspunten en de opslagcapaciteit.

 2.2. Markering van vaartuigen en vistuig

· De identificatie van vaartuigen wordt reglementair bepaald

· Bomen van boomkorren dienen gemerkt te zijn met letter en nummer.

· Passief vistuig (netten) dienen in de bovenste eerste rij gemerkt te zijn met een plaatje (ten minste 65 mm breed en 75 mm lang) met letter en nummer. Netten langer dan één zeemijl moeten met bijkomende plaatjes worden gemerkt.

· Buiten de 12-mijlszone gelden specifieke bepalingen voor de beboeing van passief tuig vanaf 1 jan.2012. De beschrijving is op verzoek verkrijgbaar.

2.3. VMS

De bestaande verplichtingen worden gehandhaafd en uitgebreid voor vaartuigen met een L.O.A. van 12 m en meer (vanaf 1 januari 2012).

· Een schip mag de haven slechts verlaten indien bedrijfsklare satelliet-volgapparatuur aan boord is geïnstalleerd.

· In de haven mag het systeem worden afgezet indien uit het eerstvolgend bericht blijkt dat de positie van het schip ongewijzigd is gebleven.

· Frequentie van overmaking blijft twee uur.

· Bij defect dient om de vier uur een manueel rapport naar de vlaggenstaat te worden overgemaakt.

· In principe mag een vaartuig met een defect VMS de haven niet verlaten.

 2.4. AIS

Wordt verplicht gesteld volgens dit tijdspad:

·  Vanaf 31 mei 2012 voor vaartuigen met een L.O.A van 24 m of meer

·  Vanaf 31 mei 2013 voor vaartuigen met een L.O.A. van 18 m of meer

·  Vanaf 31 mei 2014 voor vaartuigen met een L.O.A. van 15 m of meer

 3.  Visserijcontrole

 3.1. Controle op het gebruik van de vangstmogelijkheden

Logboek

Kapiteins van vissersvaartuigen met een L.O.A. van 10 m en meer dienen een logboek bij te houden. De hoeveelheden van elke gevangen en aan boord gehouden soort boven de 50 kg equivalent levend gewicht dient geregistreerd te worden. Ook de geschatte teruggegooide hoeveelheden van meer dan 50 kg equivalent levend gewicht dient geregistreerd te worden.

Voor de ramingen (in levend gewicht) geldt een unieke tolerantiemarge van 10 % voor alle soorten.

De communautaire omrekeningsfactoren dienen gebruikt te worden. Indien deze niet bestaan worden de nationale omrekeningsfactoren gebruikt (1,05 voor gegutte platvis en 1,18 voor gegutte rondvis). Het levend gewicht aan vis wordt verkregen door het verwerkt gewicht aan vis te vermenigvuldigen met de omrekeningsfactor voor elke soort en aanbiedingsvorm.

In verband met visserijinspanning dient het binnenvaren en verlaten van maritieme gebieden geregistreerd. Nationaal is de opgave van elke ICES-overgang verplicht.

De bestaande verplichtingen rond logboeken (invullen, afgeven edm.) worden behouden en kunnen op verzoek meegedeeld worden.

Elektronisch logboek (ERS)

Wordt verplicht gesteld volgens dit tijdspad:

· Vanaf 1 januari 2010 voor vaartuigen met een L.O.A van 24 m of meer

· Vanaf 1 juli 2011 voor vaartuigen met een L.O.A. van 15 m of meer

· Vanaf 1 januari 2012 voor vaartuigen met een L.O.A. van 12 m of meer

(Uitzonderingen hierop zijn mogelijk, nationaal worden die echter niet voorzien).

Voorwaarden en bepalingen:

· Een schip dat ERS moet gebruiken mag haven slechts verlaten indien bedrijfsklare ERS aan boord is geïnstalleerd.

· Bij gebruik ERS geldt een vrijstelling tot gebruik papieren logboek.

· Voor elk bericht dient een retourbericht te worden ontvangen, deze berichten worden tot het einde van de visreis bewaard.

· Kopie van de berichten van de visreis dienen aan boord bewaard totdat aangifte van aanlanding is gemaakt.

· Correcties zijn mogelijk, ze dienen als dusdanig herkenbaar te zijn.

· Indien het ERS niet werkt, dienen de gegevens via een alternatieve methode te worden overgemaakt (fax, email, telefoon).

· Transmissie van de ERS-berichten naar de kustlidstaat gebeuren via de hub van de vlaggenstaat. Indien er problemen zijn met de transmissie kunnen de autoriteiten van de kustlidstaat de voorlegging van het retourbericht eisen.

· In principe mag een vaartuig met een defect ERS de haven niet verlaten.

Frequentie van doorgifte

· Minstens eenmaal daags maar niet later dan om 24:00 uur, maar bovendien

· op verzoek van de autoriteiten van de vlaggenstaat;

· onmiddellijk na de laatste visserijactiviteit;

· vóór het binnenvaren van een haven;

· bij elke inspectie op zee;

· bij in de EU-wetgeving of door de vlaggenstaat omschreven gebeurtenissen

Wanneer de laatste visserijactiviteit binnen één uur van het binnenvaren heeft plaatsgevonden, mogen de doorgiften ivm de laatste visserijactiviteit en vóór het binnenvaren in één boodschap worden verstuurd.

Voorafgaande kennisgeving

Kapiteins van vaartuigen met een L.O.A van 12 m en meer, die betrokken zijn in visserij op bestanden die onder een meerjarenbeheer vallen en die onder het ERS vallen, moeten minstens vier uur voor het geplande tijdstip van aankomst in de haven volgende gegevens overmaken aan de autoriteiten van de vlag (ook bij terugkomst in een Belgische haven):

· Extern identificatienummer en naam van het vaartuig;

· Naam van de haven van bestemming en het beoogde doel van het aanmeren;

· De data van de visreis en de betrokken geografische gebieden waar de vangsten zijn gedaan;

· De datum en het tijdstip waarop de haven zal aangedaan worden;

· De in het visserijlogboek geregistreerde hoeveelheden per soort;

· De hoeveelheden van elke soort die zullen worden aangeland of overgeladen.

Autoriteiten van de vlag maken onverwijld de elektronische gegevens over naar de autoriteiten van de kustlidstaat.

Kapiteins van vaartuigen die nog niet gehouden zijn aan de bepalingen van het ERS en die een haven in een andere kustlidstaat wensen te gebruiken moeten minstens vier uur op voorhand voormelde gegevens aan de bevoegde autoriteiten overmaken.

Bevoegde autoriteiten kunnen toegang tot een haven ontzeggen als bovenvermelde gegevens niet volledig zijn.

Overladen op zee is verboden. Er mag enkel overgeladen worden in aangewezen plaatsen en met een machtiging.

Aangifte van aanlanding

De gekende (bestaande) verplichting voor het overmaken van een aangifte van aanlanding wordt behouden.

Bij het ERS dient de transmissie binnen 24 uur nadat de aanlanding is voltooid, naar de autoriteiten van de vlag gebeuren. (De aanlanding wordt als voltooid beschouwd zodra de visserijproducten zijn gewogen).

Bij gebruik van ERS is kapitein vrijgesteld van de verplichting om bij de kustlidstaat een aangifte op papier in te dienen.

 3.2. Controle op het vlootbeheer - motorvermogen

Bevoegde autoriteiten van de lidstaat verstrekken voor vaartuigen met een motorvermogen groter dan 120 kW een officiële motorcertificering waaruit blijkt dat een voortstuwingsmotor geen groter maximaal continu vermogen kan ontwikkelen. Een dergelijk certificaat wordt uitsluitend verstrekt als de motor niet in staat is meer dan het vermelde maximaal continu motorvermogen te ontwikkelen.

Het is verboden een nieuwe aandrijfmotor en ruilaandrijfmotor of een technisch gewijzigde aandrijfmotor te gebruiken wanneer een dergelijke motor geen officiële certificering van de lidstaat heeft gekregen.

Deze bepalingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2012. Ze zijn uitsluitend van toepassing op vissersvaartuigen waarin na de inwerkingtreding van deze verordening (mei 2011) een nieuwe voorstuwingsmotor is geïnstalleerd of de bestaande voortstuwingsmotor is vervangen of technisch gewijzigd.

Na 1 januari 2012 dienen de lidstaten, na een risico analyse, een verificatie van gegevens in verband met motorvermogen uit te voeren. Indien er aanwijzingen zijn dat het motorvermogen van een vaartuig groter is dan het op de visvergunning vermelde vermogen, voeren de lidstaten een fysieke controle uit.

 3.3.  Controle op meerjarenplannen

Wanneer voor een bepaalde soort onder meerjarenplan een drempel, uitgedrukt in levend gewicht, werd vastgesteld door de Raad, dient bij aanlanding gebruik gemaakt te worden van aangewezen haven bij overschrijding van die hoeveelheid (momenteel enkel voor meer dan 2 ton kabeljauw IV, VIId en VIIa, en heek).

Voor aangewezen havens gelden lostijden en –plaatsen en staan de inspectie- en controleprocedures vast.

Vangsten van soorten die onder een meerjarenplan vallen dienen gescheiden opgeslagen te zijn aan boord volgens een opslagschema waarin wordt aangegeven waar de diverse soorten zich in het ruim bevinden.

Er mogen geen bakken, ruimten of containers aan boord zijn waarin hoeveelheden vangsten van onder meerjarenplannen vallende demersale bestanden vermengd zijn met andere visserijproducten.

Lidstaten stellen voor elk meerjarenplan een nationaal controleactieprogramma vast.

 3.4. Controle op technische maatregelen

Bij verlies van vistuig tracht de kapitein dit vistuig zo snel mogelijk terug te halen. Kan dit niet worden teruggehaald, dan brengt hij de autoriteiten van de vlag hiervan in kennis. Indien vistuig dat door de autoriteiten is teruggehaald, niet als verloren was opgegeven, mogen de kosten verhaald worden op de kapitein van het vaartuig dat het vistuig heeft verloren.

Maaswijdteveranderingen dienen in het logboek opgetekend te worden.

Als een vangstdrempel van een bepaalde soort of groep soorten wordt overschreden kan een betrokken gebied voor de betrokken visserij worden gesloten (zgn. realtime sluitingen). Zowel de lidstaten als de Commissie kunnen deze realtime sluitingen doorvoeren.

Als de vangsthoeveelheid de vangstdrempel bij twee opeenvolgende trekken overschrijdt, begint het vissersvaartuig pas opnieuw te vissen nadat het het vangstgebied met minstens vijf zeemijl heeft verlegd (nog niet van toepassing).

 3.5. Controle op de recreatieve visserij

· Vangsten van recreatieve visserij mogen niet in de handel gebracht worden.

· Lidstaten zien, middels een steekproevenplan, toe op de vangsten van onder herstelplannen vallende bestanden door recreatievisserij vanaf boten.

· Wanneer blijkt dat de recreatieve visserij een beduidende impact heeft, kan de Raad de recreatieve visserij aan specifieke beheersmaatregelen onderwerpen.

4.  Controle op de afzet

 4.1. Algemene bepalingen

· Indien voor een bepaalde soort een minimummaat geldt, dienen alle marktdeelnemers het betrokken geografische gebied van oorsprong te kunnen bewijzen.

· Vóór de eerste verkoop dienen de producten in partijen te worden verdeeld.

· Hoeveelheden van minder dan 30 kg per soort van verschillende vaartuigen mogen worden samengevoegd.

· De producten zijn traceerbaar vanaf de vangst tot en met de detailhandel.

· Bepalingen in verband met traceerbaarheid zijn van toepassing vanaf 1 januari 2012

 4.2. Activiteiten na de aanlanding

· Visserijproducten, die voor het eerst op de markt worden gebracht, dienen of geregistreerd in een visafslag of aan geregistreerde kopers of producentenorganisaties te worden verkocht.

· Aankopen van hoeveelheden visserijproducten voor particuliere consumptie die niet meer dan 30 kg wegen zijn hiervan vrijgesteld.

· Algemeen principe is dat de weging wordt uitgevoerd bij de aanlanding, voordat de producten worden opgeslagen, vervoerd of verkocht.

· De lidstaten mogen toestaan dat visserijproducten aan boord worden gewogen, in dat geval dienen de gegevens gebruikt te worden voor de invulling van de aanlandingsverklaring en is er geen tolerantie van toepassing. (Deze oplossing wordt niet gekozen in België).

· De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van aanlanding kunnen toestaan dat visserijproducten worden vervoerd naar geregistreerde visafslagen in een andere lidstaat. Deze toelating valt onder een gemeenschappelijk controleprogramma. (Deze optie werd gekozen en met de andere lidstaten zullen gemeenschappelijke controleprogramma’s met benchmarks i.v.m. o.a. verzegeling van containers bijvoorbeeld, afgesproken worden dit op basis van risico-analyse. Voor FRA werd hiertoe reeds een aanzet gegeven, V.K. en DNK zullen volgen).

· De bevoegde autoriteiten van een lidstaat kunnen verlangen dat hoeveelheden visserijproducten die voor het eerst worden aangeland, in aanwezigheid van functionarissen worden gewogen vooraleer ze vervoerd worden naar elders.

· Partijen visserijproducten waarvoor noch een verkoopdocument, noch een overnameverklaring werden overgemaakt en die naar een andere plaats dan de plaats van aanlanding worden vervoerd, gaan vergezeld van een vervoerdocument dat door de vervoerder is opgesteld. Binnen de 48 uur dient dit document bij de autoriteiten van de plaats van aanlanding en van eerste verkoop te worden ingediend. (Voorheen konden de logboekdocumenten hiervoor in de plaats komen. Bij het wegvallen van deze n.a.v. de introductie van het elektronisch logboek en in afwachting van de invoering van een elektronisch transportdocument zal met een formulier (non-carbon required) gewerkt moeten worden).

· Verkoopdocumenten dienen elektronisch binnen de 24 uur te worden overgemaakt. Autoriteiten van de plaats van verkoop maken dit, in voorkomend geval over aan de vlaggenstaat of aan de aanlandingsstaat.

· Als visserijproducten, waarvan in een verkoopdocument is aangegeven dat zij zijn verkocht, naar een andere plaats dan die van de aanlanding worden vervoerd, moet de vervoerder met een document kunnen aantonen dat er een verkooptransactie heeft plaatsgevonden.

 5.  Bewaking, inspectie en procedures

· Algemene regels voor de uitvoering van controles worden vastgelegd: inspecteurs dienen zich te legitimeren, een controleverslag moet na de controle worden overhandigd, een controle op zee mag niet langer dan vier uur duren tenzij een kennelijke inbreuk is geconstateerd, enz.

· Marktdeelnemers moeten functionarissen op verzoek de nodige documenten overmaken, toegang verschaffen tot alle delen van vaartuigen, ruimten en vervoermiddelen, zorgen voor de veiligheid van de functionarissen en hun medewerking verlenen, enz.

· De Commissie stelt een lijst van communautaire inspecteurs vast. Deze hebben dezelfde bevoegdheden als nationale inspecteurs. Ze hebben evenwel geen politiebevoegdheid.

· Op zee mag een lidstaat controle uitvoeren op vissersvaartuigen van een andere lidstaat in alle communautaire wateren buiten wateren die onder de soevereiniteit van een andere lidstaat vallen, na goedkeuring tot betrokken kustlidstaat of wanneer een specifiek controle- en inspectieprogramma is vastgesteld. (Voorbeeld: in gebied IVc mag een Nederlands controleschip Belgische schepen controleren in de Engelse sector buiten de twaalfmijlszone na akkoord van de Engelsen of in het kader van een gezamenlijk inzetplan, een zgn. JDP).

· Inspectierapporten dienen door de lidstaten elektronisch te worden geregistreerd in een gegevensbestand.

· Procedures kunnen worden overgedragen aan de autoriteiten van de vlag.

 6.  Handhaving

 6.1. Ernstige inbreuken

De lijst van ernstige inbreuken staat vermeld in artikel 42 van Raadsverordening nr.1005/2008 (de zgn. IUU-verordening). Ze zijn:

· Het vissen zonder geldige visvergunning of vismachtiging.

· De verplichtingen inzake het registreren en melden van vangstgegevens en visserijactiviteiten, en het VMS niet naleven.

· Het vissen in een gesloten gebied, tijdens een gesloten seizoen of na quotumuitputting.

· De gerichte visserij bedrijven op een bestand waarvoor moratorium geldt.

· Gebruik maken van vistuig dat verboden is of niet conform.

· De kentekens, identiteit of registratie vervalsen of verborgen houden.

· Bewijsmateriaal verborgen houden, manipuleren of doen verdwijnen.

· De werkzaamheden van functionarissen bemoeilijken bij de uitvoering van hun taken.

· Ondermaatse vis aan boord houden, overladen of aanlanden.

· Vangsten overladen van of deelnemen aan gezamenlijke visserijactiviteiten met IUU-vaartuigen of ondersteunen van IUU-vaartuigen.

· In het gebied van een regionale visserijorganisatie visserijactiviteiten uitvoeren die indruisen tegen de maatregelen van deze organisatie.

De controleverordening voegt daar nog drie types inbreuken bij:

· Het niet indienen van een aangifte van aanlanding of verkoopdocument, wanneer de vangst in een derde land is aangeland.

· Het opvoeren van het motorvermogen tot boven het op het motorcertificaat vermelde maximaal continu vermogen.

· Het highgraden van quotumsoorten.

In de regel dienen inbreuken gestraft te worden met doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve sancties. Bij wijze van alternatief mogen strafrechtelijke sancties worden opgelegd.

Daarbovenop wordt een strafpuntensysteem toegepast.

 6.2. Puntensysteem voor ernstige inbreuken

· Houders van een visvergunning krijgen strafpunten toegekend voor een inbreuk op de regels van het GVB.

· Bij verkoop of overdracht van het vaartuig worden de punten overgedragen op de toekomstige houder van de visvergunning.

· Wanneer het totaal aantal punten meer bedraagt dan een bepaald aantal punten, wordt de visvergunning geschorst voor een periode van ten minste twee maanden (vier maanden bij tweede schorsing, acht maanden bij derde schorsing, één jaar voor vierde schorsing, definitieve intrekking bij vijfde schorsing).

· De punten zijn bepaald voor elke type inbreuk en wel als volgt:

Niet-naleving van verplichte vangstregistratie, VMS, enz. 3

Niet-conform vistuig 4

Vervalsen kentekens, identiteit en registratie 5

Verborgen houden en knoeien aan bewijsmateriaal 5

Aan boord nemen, aanlanden van ondermaatse vis 5

Het niet naleven van bepalingen van regionale visserijorganisatie 5

Vissen zonder visvergunning 7

Vissen in gesloten gebied, na quotumuitputting, enz. 6

Gericht vissen op bestand waarvoor moratorium geldt 7

Het bemoeilijken van de werkzaamheden van functionarissen 7

“Samenwerken” met IUU-vaartuigen 7

· Indien tijdens een inspectie wordt vastgesteld dat er twee of meer inbreuken werden begaan, worden er maximaal 12 punten toegewezen.

· Indien de houder van een visvergunning 18, 36, 54 en 72 punten heeft geaccumuleerd gaat respectievelijk de eerste, tweede, derde en vierde schorsing van de visvergunning voor de periode die hierboven vermeld is.

Bij 90 punten wordt de vergunning definitief ingetrokken.

· Indien de houder van een visvergunning binnen drie jaar vanaf de datum van de laatste ernstige inbreuk geen nieuwe ernstige inbreuk heeft begaan, worden alle punten op de visvergunning geschrapt.

· Voor de kapiteins moeten de lidstaten een nationaal strafpuntensysteem invoeren. (Dit zal voor België dienen te gebeuren in samenwerking met FOD Mobiliteit).

· Het puntensysteem is van toepassing met ingang van 1 januari 2012.

De lidstaten dienen een nationaal register van inbreuken bij te houden. Inbreuken die in een andere lidstaat werden vervolgd dienen hier ook in opgenomen te worden.

 7.  Diverse bepalingen

· Lidstaten kunnen op eigen initiatief en onder elkaar programma’s uitvoeren inzake controle, inspectie en bewaking.

· De Commissie bepaalt voor welke bestanden specifieke controle- en inspectieprogramma’s worden uitgevoerd.

· Ijkpunten (benchmarks) worden bepaald aan de hand van risicobeheer. Ze moeten periodiek herzien worden.

· De Commissie doet controle op de controleactiviteiten van de lidstaten door middel van verificaties, autonome inspecties en audits.

· Communautaire financiële bijstand kan geschorst of ingetrokken worden bij niet-naleving door de lidstaten van de regels van het GVB.

· Sluiting van de visserij kan tussenkomen wanneer de Commissie niet-naleving door de lidstaten van de regels van het GVB vaststelt.

· Bij overschrijding van quota of visserijinspanning door een lidstaat, wordt een verlaging van quota of visserijinspanning in het volgende jaar doorgevoerd, inclusief een strafcoëfficiënt.

· De lidstaten dienen een geautomatiseerd gegevensbestand op te zetten voor de validering van de geregistreerde gegevens.

· De lidstaten dienen officiële websites op te zetten met webdiensten. Deze websites bestaan uit een publiek toegankelijk deel en een beveiligd deel.

· De lidstaten dienen samen te werken en hebben rapportageverplichtingen.

· Het takenpakket van het CFCA wordt aangepast.

· Een aantal controlebepalingen worden ingetrokken, met name de controlebepalingen in de diverse meerjarenplannen en herstelplannen worden geschrapt. Een aantal verordeningen, o.a. de logboekverordening en de verordening “zware inbreuken” worden geschrapt.

Voor verdere vragen kunt u steeds terecht bij de inspectiecel op de dienst.