Wat zijn ggo’s en wat is co-existentie?

Genetisch gemodificeerde (of gewijzigde) organismen, zijn organismen (planten, dieren, bacteriën, virussen …) waarvan het genetisch materiaal (het DNA) op een niet-natuurlijke manier werd gewijzigd aan de hand van biotechnologische laboratoriumtechnieken. Die wijzigingen worden uitgevoerd met het oog op het verbeteren van één of meerdere eigenschappen van dit organisme. Ggo’s worden gebruikt in heel wat medische en industriële toepassingen (respectievelijk de ‘rode’ en ‘witte’ biotechnologie), maar in de landbouwcontext gaat het over de genetisch gemodificeerde gewassen (of ggg’s) en de ‘groene’ biotechnologie.

In de Europese Unie mogen slechts die ggg’s geteeld worden, die vooraf uitgebreid gescreend en uitgetest werden en veilig bevonden werden op het vlak van het leefmilieu en de volksgezondheid. De ggg in kwestie krijgt dan een goedkeuring voor teelt op EU-grondgebied. In België wordt het beheer en de opvolging  van die toelatingsprocedure door de federale overheid uitgevoerd. Meer informatie vindt u op de website van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu of op de websites van de Europese Commissie:

  • EU-register van ggo’s goedgekeurd/in aanvraag onder Richtlijn 2001/18/EG (doelbewuste introductie in het milieu):;
  • Overzicht van ggo-aanvraagdossiers ingediend bij het Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) onder Verordening (EG) nr. 1829/2003;
  • Officiële website m.b.t. ggo’s en biotechnologie (in menselijke en dierlijke voeding) van de Europese Commissie, (DG SANCO).

Om zowel producenten als consumenten de vrije keuze te geven al dan niet voor producten met of zonder ggo’s te kiezen, werd in de EU een etiketteringsverplichting van ggo’s uitgewerkt. Om die keuzevrijheid in de praktijk te kunnen realiseren, werd de ‘co-existentie’ van ggo’s met de andere bestaande productiesystemen in het leven geroepen. Co-existentie duidt dan op het naast elkaar laten bestaan van conventionele, biologische en genetisch gemodificeerde gewassen binnen de bestaande landbouw. Co-existentie houdt een pakket van maatregelen in met als belangrijkste doelstelling dat het ene productietype geen economische schade zal veroorzaken bij de andere productietypes doordat de oogst van de niet-gg-gewassen vermengd geraakt met sporen van een ggo die in de buurt groeit. Conventionele gewassen ondervinden schade (verminderde verkoopprijs) vanaf het moment dat de oogst verplicht geëtiketteerd moet worden (boven 0,9%), wat betekent dat slechts 0,9% van het totale aanwezige DNA mag afkomstig zijn van een gg-gewas.

Specifiek met het oog op de uitvoering van co-existentiemaatregelen in de context van de primaire landbouwproductie, vaardigde de Europese Commissie op 13 juli 2010 een aanbeveling uit over het opstellen van richtsnoeren voor de ontwikkeling van nationale strategieën en beste werkwijzen om co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele en biologische landbouw te kunnen garanderen. Co-existentieregels hebben een dubbel doel: enerzijds om keuzevrijheid te verzekeren en anderzijds om economische schade te vermijden. Vlaanderen gaat zelfs verder en kiest ook voor een compensatieregeling voor deze eventueel opgetreden economische schade.

Meer informatie 

Over co-existentie in de EU:

  • Officiële website van de Europese Commissie, Directoraat-Generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling (DG AGRI) met betrekking tot de co-existentie;
  • Officiële website van de Europese Commissie, Directoraat-Generaal Gezondheid en Consumenten (DG SANCO) met betrekking tot ggo’s en het register van toegelaten ggo’s voor teelt, invoer en/of verwerking;
  • Website van het European Coexistence Bureau (ECoB), als onderdeel van het 'Joint Research Centre van de Europese Commissie'.

Vlaanderen koos ervoor om co-existentieregels in wetgeving te gieten. Dit betekent dat bij de teelt van een ggo op Vlaams grondgebied, de speciaal hiervoor uitgewerkte wettelijke regels moeten uitgevoerd en gerespecteerd worden. Om die regels voor de teelt van genetisch gewijzigde (gg-)maïs te testen en te evalueren in Vlaamse praktijkomstandigheden, heeft het ILVO tijdens het seizoen 2010 een studie uitgevoerd en hierover een uitgebreid rapport van de maïs co-existentieproef (PDF) gepubliceerd. De belangrijkste conclusie was dat de Vlaamse regelgeving voldoende bescherming biedt op toevallige ggo-vermenging om een ggo-etiket (en een verlies in marktwaarde) te vermijden.

Al de hierboven genoemde materie (introductie tot ggo’s, EU-regelgeving, administratieve procedures en teelttechnische maatregelen van de Vlaamse co-existentieregelgeving, Vlaams co-existentieonderzoek, enz.) wordt op een overzichtelijke wijze toegelicht in het Vademecum co-existentie en ggo's.