Oproep 2017

In 2017 konden projectvoorstellen voor de oprichting en werking van operationele groepen ingediend worden, gericht op de crisis in de dierlijke sector of gericht op de plantaardige sector.

Oproep crisis in de dierlijke sector

Om de economische duurzaamheid van bedrijven te stimuleren en bij te dragen tot het stabiliseren van de markt werd opgeroepen tot de oprichting en werking van operationele groepen binnen de dierlijke sector. Het economische voordeel van de steun moet volledig aan de landbouwers ten goede komen. Deze operationele groepen worden gefinancierd met Europese middelen om buitengewone aanpassingssteun te verlenen aan de melkproducenten en/of landbouwers in andere veehouderijsectoren.

De operationele groepen werken rond zelf gekozen  thema’s, maar de activiteiten  moeten de landbouwers in de sectoren rundvee, varkensvlees en schapenvlees ondersteunen en moeten aan minstens één van de volgende acties beantwoorden:

  1. kleinschalige landbouw;
  2. het toepassen van extensieve productiemethoden;
  3. het toepassen van milieu- en klimaatvriendelijke productiemethoden;
  4. het uitvoeren van samenwerkingsprojecten;
  5. het uitvoeren van kwaliteitsregelingen of projecten ter bevordering van de kwaliteit en de toegevoegde waarde;
  6. opleiding op het gebied van financiële instrumenten en risicobeheersinstrumenten.

In totaal werden tien operationele groepen in het kader van ‘crisis in de dierlijke sector’ geselecteerd.

Operationele groepen oproep 2017 - Dierlijke productie

Benchmarking Vleesvarkens    

Korte samenvatting

Het doel is om de varkenshouder op een kwantitatieve manier inzicht te geven over zijn transactievoorwaarden: in welke mate houdt de uitbetaling (prijs verminderd met aftrekken) verband met de door de varkenshouder geleverde kwaliteit van de vleesvarkens en andere transactieparameters? De aangeleverde inzichten moeten de individuele varkenshouder in staat stellen om zijn bedrijfsvoering en/of marketingstrategie bij te sturen. De einddoelstelling is om de toegevoegde waarde op de verkochte producten te verhogen. Deze benchmarking kan de bestaande informatie-asymmetrie in de keten deels verhelpen én de efficiëntie in de keten verhogen. Het Centrum Begeleiding Karkasclassificatie (CBKc) van de UGent neemt de analyse op zich. VPOV zal de financiële data aanleveren vanuit de deelnemende producenten. De Interprofessionele Vereniging voor het Belgisch vlees (IVB vzw) staat in voor het aanleveren van de (technische) slachtdata (van de deelnemende VPOV-boeren). Het plan is om de financiële data en de technische slachtdata te koppelen op bedrijfsniveau en d.m.v. een statistische analyse op zoek te gaan naar bruikbare inzichten en verbanden, én deze inzichten te vertalen naar de deelnemende varkenshouders.

Duurtijd en partners

1/7/17 – 31/12/18          

  • Vlaamse Producenten Organisatie Varkenshouders (VPOV)
  • Cel Begeleiding Karkasclassificatie (CBK) (Universiteit Gent)
  • Interprofessionele Vereniging voor het Belgisch vlees (IVB)

VEGCAT- integrated vegetable and cattle farming         

Korte samenvatting

Deze operationele groep wil alle mogelijkheden tot samenwerking tussen groentetelers en rundveehouders in kaart brengen, met specifieke aandacht voor het optimaliseren van het grondgebruik en het gebruik van alle geproduceerde groentebiomassa, om zo te komen tot een meer competitieve, duurzame en milieuvriendelijke bedrijfsvoering. Onder andere het benutten van niet-geoogste gewasresten uit de groententeelt (o.a. van spruiten, bloemkool, prei) als component in het voeder voor rundveehouders zal in detail worden bekeken, inclusief, oogst, verwerking, voederwaarde, wetgeving, logistiek, rendabiliteit enz. Een ander belangrijk aspect dat zal worden onderzocht is hoe optimaal kan worden omgesprongen met de beperkte beschikbare hoeveelheid grond met aandacht voor optimale teeltrotaties, opbrengst, ziektedruk enz.

Duurtijd en partners

1/9/17 – 30/8/19            

  • ILVO
  • Inagro
  • Ingro
  • Universiteit Gent
  • 2 groentetelers
  • 1 melkveehouder
  • 1 rundveehouder
  • Boerenbond
  • 2 constructeurs van oogstmachines
  • 1 constructeur fermentatie-installatie

Koppelen van antibioticareductie aan kostprijsmanaging           

Korte samenvatting

Iedereen is het eens over het belang van antibioticareductie in de strijd tegen resistente bacteriën. Voor de veehouder is het financiële plaatje van deze opdracht ook van belang. Er is nood aan een financiële analyse op verschillende vlakken. Welke gevolgen heeft de keuze voor meer preventieve vaccinaties op de totale gezondheidskosten op mijn bedrijf? Welke gevolgen zijn er op het vlak van andere kosten? Welke gevolgen zijn er al of niet op het vlak van opbrengsten?

Deze operationele groep wil de deelnemende varkenshouders meer inzicht laten verwerven in de kostprijs van behandelingsstrategieën met een laag antibioticagebruik. Per bedrijf gaat de groep na hoe reductie van antibiotica hand in hand kan gaan met reductie van (diergezondheids)kosten en wat kan geleerd worden van de ervaringen van elke varkenshouder. De operationele groep brengt het huidig geneesmiddelengebruik op de bedrijven en de kostprijs ervan in kaart en maakt per bedrijf een gedetailleerde analyse. Nadien worden over de groep heen de strategie en de kostprijs vergeleken. Per bedrijf worden de kritische punten duidelijk gemaakt en een stappenplan opgesteld om deze zaken aan te pakken. De resultaten van de genomen stappen leiden tot algemene conclusies en aanbevelingen. Deze kunnen nadien ook andere varkenshouders inspireren om mee aan de slag te gaan.

Duurtijd en partners

1/9/17 –  31/8/19           

  • Innovatiesteunpunt
  • 6 varkenshouders
  • Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ)
  • Boerenbond
  • ILVO      

POCKETBOER

Korte samenvatting

POCKETBOER heeft als doel om pocketvergistingsinstallaties in Vlaanderen performanter te laten draaien. Kleinschalige vergisting is een technologie die rond 2011 zijn ingang vond in Vlaanderen. Op basis van eigen runderdrijfmest konden melkveebedrijven via vergisting zelf in hun energie voorzien. Zoals dat nogal eens voorkomt bij innovaties, traden er van in het begin een aantal kinderziekten op bij best wat installaties. De technologie ondervond veel veranderingen, maar niet alle landbouwers werden gedurende deze pioniersjaren even goed begeleid of geholpen bij de uitbating van hun biogasinstallatie. Ook niet iedereen had dezelfde ervaring en ingesteldheid om aan een dergelijke uitbating te beginnen.
Deze operationele groep wil daar verandering in brengen door uitbaters samen te brengen, installaties te vergelijken en samen op zoek te gaan naar oplossingen voor problemen die zich voordoen. Heel wat uitbaters uitten de wens om regelmatig samen te komen om te leren van elkaar en te streven naar verbeteringen. Reeds 31 uitbaters van de 79 uitbaters die gekend zijn bij de partners, bevestigden hier frequent rond te willen samenkomen. Het doel is om het aandeel installaties die goed draaien in Vlaanderen aanzienlijk te verhogen. Per jaar kan een uitbater 22.000 euro aan inkomsten verliezen als zijn installatie niet goed draait. Het is van groot belang voor de rendabiliteit van de installatie op deze bedrijven dat de energie uit de mest zo optimaal mogelijk wordt benut. Ook het ecologische plaatje heeft daar baat bij, pocketvergisting zou namelijk een interessante maatregel kunnen zijn om ook broeikasgasemissies bij mestopslag aan te pakken. Landbouwers en kennispartners slaan de handen ineen om pocketvergisting bij bestaande installaties opnieuw een boost te geven.

Duurtijd en partners

1/7/17 –  30/6/19           

  • Inagro
  • Boerenbond
  • Innovatiesteunpunt
  • Hooibeekhoeve
  • Innolab
  • 31 pocketboeren

Agro MEATs Nature      

Korte samenvatting

Het project Agro MEATs Nature wil landbouw en natuur dichter bij elkaar brengen en laten samenwerken op basis van een positief verhaal en met een win-win voor beide partijen. Landbouwers moeten actief kunnen blijven in zones die ingekleurd zijn/worden als natuurgebied en er moet ook een economische meerwaarde gecreëerd worden voor deze extensieve vleesproductie.
Om deze doelstellingen te realiseren, zal enerzijds een werkgroep ecologie opgericht worden waarin landbouwers en natuurbeheerders samenkomen om te bespreken hoe natuurbeheer te combineren is met begrazing en maaibeheer. In deze werkgroep wordt de voederwaarde van kruidenrijk grasland onderzocht, wordt bekeken welke runderrassen het meest geschikt zijn en hoe een gezamenlijke aanpak kan resulteren in een optimale beheersovereenkomst.
Anderzijds wordt een werkgroep economie opgericht die zich richt op de rendabiliteit van extensieve vleesproductie en meerwaardecreatie voor vlees uit valleilandbouw en kruidenrijk grasland. De marktsituatie zal in beeld gebracht worden en er zal bekeken worden hoe een individueel bedrijf op een rendabele en efficiënte manier zijn producten aan de man kan brengen en in hoever een apart label nuttig of nodig is.
Het projectgebied Kalkense Meersen en omgeving zal gebruikt worden als casestudie.
Alle kennis uit de werkgroepen en projectgebieden zal gebundeld worden en resulteren in een transparante keten voor extensieve vleesproductie, met oog voor natuur en milieu en met een meerwaarde voor de landbouwers die dit vlees op de markt brengen.

Duurtijd en partners

15/8/17 – 14/8/19          

  • ILVO
  • Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Landbouw en Platteland
  • Regionaal Landschap Schelde en Durme
  • Agrobeheercentrum Eco²
  • Innovatiesteunpunt
  • 9 melk- of vleesveehouders, sommige met hoeveslagerij
  • 1 schapenhouder

P'orchard, boslandbouw voor buitenvarkens   

Korte samenvatting

De varkenssector bevindt zich al jaren in crisis. Een veehouderij die inzet op lokale, duurzame en kwaliteitsvolle producten en zo inspeelt op de stijgende maatschappelijke vraag hiernaar biedt mogelijk een uitweg. De laatste jaren zetten verschillende landbouwers de eerste stap in de richting van een meer extensieve varkenshouderij en verkoop via korte keten, maar meestal niet zonder slag of stoot. Hoe de uitloop zowel op ruimtelijk als op economisch vlak te integreren valt op het bedrijf, is vaak niet duidelijk. Agroforestry (boslandbouw) kan hierin een rol spelen. De inrichting van een buitenloop voor varkens met boslandbouw biedt meerdere voordelen: verbeterd dierenwelzijn (beschutting), meerlagig ruimtegebruik waarbij fruit/noten ingezet kunnen worden als voeder of voor menselijke consumptie, verbeteren van het imago van de varkenshouder bij de consument en indirecte voordelen op het vlak van milieu.
De doelstelling van deze operationele groep is het samenbrengen en uitwisselen van kennis, ervaring en innovatieve ideeën omtrent dit teeltsysteem, en het identificeren van eventuele knelpunten met de bedoeling te komen tot een concreet conceptueel plan. Twee praktijkcases zullen worden uitgewerkt, die ook als demo zullen functioneren. De resultaten zullen gebundeld worden in een praktische leidraad voor varkenshouders om de buitenloop voor hun varkens zo optimaal mogelijk in te richten en te benutten. De resultaten zullen verspreid worden via verschillende kanalen (websites, nieuwsbrieven, demomoment, …).

Duurtijd en partners

1/9/17 –  31/8/19           

  • ILVO
  • Inagro
  • 3 varkenshouders

Smart Weeding, Organic Feeding           

Korte samenvatting

Drie omschakelende melkveehouders namen initiatief voor deze operationele groep en vonden meteen bijval bij enkele collega’s die voor dezelfde uitdaging staan. De omschakeling van hoogproductieve dieren naar de biologische teeltmethode vereist een rantsoen dat dit ondersteunt. Naast gras-klaver, hebben maïs en voederbieten hierin een belangrijke plaats. De onkruidbestrijding in deze teelten is in de biologische landbouw een hele uitdaging en tegelijk een doorslaggevende succesfactor. Machines voor mechanische onkruidbestrijding zijn de voorbije vijf jaar sterk geëvolueerd en worden uitgerust met RTK-GPS besturing of camerabesturing. Dit resulteert in een hogere efficiëntie en capaciteit. Tegelijk brengen deze technologische ontwikkelingen een duur kostenplaatje met zich mee.

Individueel is de investering in moderne schoffeltechnologie niet haalbaar en is enkel een basismechanisatie mogelijk. Door onderlinge samenwerking kunnen de telers zich mogelijk wel toegang verwerven tot een eigentijds en modern machinepark voor mechanische onkruidbestrijding met meer slagkracht en een hogere performantie als gevolg. Dit is de inzet van deze operationele groep. Parallel worden de relevante machines in beeld gebracht en worden mogelijke samenwerkingsvormen afgetoetst. Via onder meer een demonstratiedag worden de ervaringen gedeeld met het brede publiek.

Duurtijd en partners

1/7/17 –  30/6/19           

  • Inagro
  • 3 omschakelende melkveehouders
  • 1 biologisch melkveehouder
  • 2 omschakelende akkerbouwers
  • 1 zelfstandig consultant
  • 1 constructeur van schoffelmachines
  • 3 verdelers van schoffelmachines

GP MortellaroManagement     

Korte samenvatting

Mortellaro is een klauwaandoening die op veel melkveebedrijven voorkomt en tot aanzienlijke economische verliezen leidt. Er zijn negatieve gevolgen voor de klauwgezondheid, het welzijn van de dieren, de productie, de vruchtbaarheid … Deze operationele groep wil een protocol opstellen voor melkvee gebaseerd op de ervaringen van melkveehouders, practici en wetenschappers die regelmatig met deze klauwaandoening in aanraking komen. Dit protocol moet een handvat zijn voor de melkveehouders die op een ecologisch en economisch verantwoorde manier de aandoening willen bestrijden. Daarnaast wil de operationele groep nagaan of er alternatieve middelen of methodes mogelijk zijn waarvan nadien het potentieel kan worden onderzocht. Tot slot willen de landbouwers op zoek gaan naar de oorzaken van Mortellaro en de preventiemogelijkheden bij jongvee. De verworven kennis zal tot een protocol voor jongvee worden uitgewerkt.

Concreet zal de aanpak van Mortellaro op het vlak van  deze drie onderwerpen onder de loep worden genomen: jongvee, melkvee en innovatieve mogelijkheden. De operationele groep wil het potentieel van mogelijke hulpmiddelen in de strijd tegen Mortellaro evalueren en streven naar de uitwerking van specifieke protocollen. Daarnaast wil de groep nieuwe onderzoeksvragen formuleren.

Duurtijd en partners

1/9/17 –  31/8/19           

  • Inagro
  • Universiteit Gent
  • Dierenarts
  • Dierengezondheidszorg Vlaanderen
  • 5 melkveehouders

Mobiele slachteenheid               

Korte samenvatting

De operationele groep wil de haalbaarheid van een mobiele slachteenheid onderzoeken in Vlaanderen: hoe groot is het potentieel, kan er een oplossing gevonden worden voor de wettelijke obstakels, is de klant bereid om een meerprijs te betalen voor dierenwelzijn, welke installatie is werkbaar en vergunbaar en kan een mobiele slachteenheid rendabel functioneren? In het beste geval zal de operationele groep leiden tot de start van een mobiele slachteenheid, waarvoor dan een beheermodel zal opgesteld worden. 

Kleinschalige (biologische) veehouders die slachten voor rechtstreekse verkoop, hebben al langer een probleem om op een bereikbare afstand een (gecertificeerd) slachthuis te vinden. Kleinere slachthuizen zijn gesloten en grotere slachthuizen zijn niet uitgerust om een beperkt aantal dieren te slachten voor rechtstreekse verkoop. De lange afstanden die men moet afleggen met de dieren zijn een doorn in het oog van veehouders en consumenten. In 2013 liet BioForum in het kader van het project Bio zoekt Keten al een studie uitvoeren naar de haalbaarheid van een mobiele slachteenheid. Op dat moment waren er nog veel vragen bij de haalbaarheid en bleek de vraag te klein om het rendabel te maken. Intussen is de urgentie alleen maar toegenomen en is het aantal kleinschalige (bio)veehouders ook toegenomen. In Duitsland net over de grens is er een functionerende mobiele slachteenheid en ook in Wallonië onderzoekt men opnieuw de mogelijkheden.

In een rondvraag van BioForum bij biologische veehouders naar de interesse in een operationele groep gaven 14 biologische veetelers en één starter aan  interesse te hebben. Daarvan zijn er 11 bereid om mee te investeren in een mobiele slachteenheid en 6 wilden als partner dit project mee indienen terwijl de anderen ook willen nadenken. Bij gangbare veehouders gebeurde er vooraf geen rondvraag, maar bij de start van het project zal ook naar hun interesse gepeild worden.

Duurtijd en partners

1/9/17 –  31/8/19           

  • Bioforum Vlaanderen
  • Steunpunt Hoeveproducten
  • Odisee, Agro en Biotechnologie
  • OVAM
  • 3 rundveehouders
  • 1 varkenshouder
  • 1 schapenhouder
  • 1 student Landwijzer en beenhouwerij
  • 2 vleesverwerkers

Milk Trading Company (MTC)   

Korte samenvatting

De MTC heeft tot doel om de prijsvolatiliteit van de melkprijs en/of de voederkosten te verkleinen en om via slimme hedging (indekken) van beide componenten een hogere voedermarge te bekomen dan de gemiddelde voedermarge in de sector op basis van de dagprijzen. Daarvoor gebruikt de MTC in hoofdzaak financiële tools als futures (op de termijnmarkten), maar ook SWAPS (langetermijnprijscontracten in de fysieke markt) of andere financiële tools die vergelijkbaar zijn met bv. de melkprijsgarantiecertificaten in Nederland. Er worden in principe dus prijscontracten afgesloten op de voorwaartse markten op momenten dat de voedermarge als voldoende wordt ervaren.

De MTC, een coöperatieve vennootschap in oprichting, heeft momenteel een 50-tal melkveehouders als lid die samen ongeveer 60 miljoen liter melk produceren. De melkprijs van maximaal een derde van deze hoeveelheid zal worden afgedekt in de voorwaartse markt of op de termijnmarkt. Dit zal voor wat betreft de melkprijs in hoofdzaak gebeuren door het afsluiten van futures-contracten van melkderivaten als boter, wei en melkpoeder, maar eventueel ook van andere beschikbare derivaten op de termijnmarkten.

Voor wat betreft de voederkosten zal dit in hoofdzaak gebeuren door het afsluiten van futures-contracten van mais, soja en tarwe of door het vastleggen van die voedercomponenten in de fysieke markt op momenten dat de voedermarge als voldoende wordt ervaren.

Als resultaat van het innemen van deze voorwaartse contracten tracht de MTC vooral de dalen maar onvermijdelijk ook de pieken in de voedermarge af te zwakken waardoor de melkveehouders over een stabielere cash-flow kunnen beschikken wat hen onmiddellijk ook een sterkere financiële positie oplevert. Naast de financiële voordelen, leert men via de verspreide marktinfo onder de leden ook de markt heel wat beter kennen hetgeen een ondersteuning biedt in het dagelijkse management op het bedrijf.

Duurtijd en partners

15/7/17 –  31/12/18       

  • Milk Trading Company
  • Universiteit Wageningen
  • DLV (United Experts)
  • Vital Nutrition

Oproep plantaardige productie

De oproep voor operationele groepen in de plantaardige productie was gericht op een thema naar keuze in de fruitteelt of algemeen in de plantaardige productie.

In totaal werden binnen het beschikbare budget vijf operationele groepen geselecteerd, waarvan drie in de fruitteelt en twee in de ruime plantaardige productie.

Operationele groepen oproep 2017 – Fruitteelt

Operationele groepen oproep 2017 – Plantaardige productie

Biofruit debuggers        

Korte samenvatting

Dit project sluit aan op eerder uitgevoerde kortdurende onderzoeksprojecten en ziet de recente bedreiging van de Aziatische stinkwants Halyomorpha halys als een kans om nieuwe innovatieve en praktijkgerichte bestrijdingsstrategieën voor het beheersen van boswantsen in pitfruitboomgaarden uit te werken.
Door het samenbrengen van toegepast onderzoek en voorlichting (PCFruit en Biofruitadvies/Fruitconsult) en gemotiveerde (bio)telers (Bioforum vakgroep biologisch fruit), wil deze operationele groep een platform scheppen voor een gecoördineerde kennisvergaring, ervaringsuitwisseling en oplossingsgerichte aanpak van het boswantsenprobleem. Het hoofddoel is ten eerste het uitwerken van een effectieve beheersingsstrategie voor de praktijk, met de focus op de doordachte (tijdelijke) inzet van netten en invoer van nieuwe tools (recent ontwikkelde (pyramide)vallen/lokstoffen). De tweede focus ligt op de opgedane kennis rond ‘trap crops’.
Beide focuspunten steunen op nieuwe (verworven of in het kader van dit project te verwerven) inzichten over migratie- en voedingskarakteristieken van boswantsen. Door de betrokkenheid van de (bio)telers in het opzet en de uitvoering van dit project en door de diverse kennisverspreidingsactiviteiten, zijn kennisoverdracht en toepassing van de projectuitkomsten in de praktijk verzekerd.

Duurtijd en partners

1/12/2017 – 30/11/2019              

  • Proefcentrum Fruitteelt
  • BioForum Vakgroep Biologisch Fruit
  • Fruitconsult
  • CCBT
  • Boerenbond

Sustainable weed-strip: de nieuwe zwartstrook standaard       

Korte samenvatting

Om aan de wensen van de veranderende maatschappij te voldoen en de impact op het milieu te beperken, is het noodzakelijk dat de land- en tuinbouwsector verduurzaamt. Zo staat het gebruik van chemische herbiciden als middel voor onkruidbeheersing steeds meer onder druk. Telers zijn op zoek naar duurzame alternatieven die voldoen aan meerdere eisen: het moet praktisch werkbaar zijn, met een haalbare kostprijs en zonder negatieve neveneffecten.
In de kleinfruitsector, en met uitbreiding in de pitfruit- en groentesector, ziet men mogelijkheden in het periodiek afdekken van de teeltruggen met antiworteldoeken. Andere methodieken zoals mechanische onkruidbeheersing (schoffelen, vegen enz.) zijn niet bruikbaar in de kleinfruitsector wegens de oppervlakkig wortelende planten. Het gebruik van antiworteldoeken werkt goed op kleine schaal, maar heeft enkele beperkingen indien men het wil opschalen. De kostprijs ervan wordt grotendeels bepaald door de hoge arbeidsintensiteit van het systeem: het jaarlijks manueel uitrollen, vastleggen en oprollen van de doeken.
Daarom dringt de ontwikkeling van een machine, die deze handelingen geautomatiseerd kan uitvoeren, zich op. Het zal een stap in de goede richting zijn om de omvang van de producties op te schalen, in combinatie met de afbouw van het gebruik van herbiciden. Een opschaling van deze sector zou waardevol zijn, aangezien de vraag naar kleinfruit sterk groeit, zowel vanuit de versmarkt als vanuit de verwerkende industrie.

Duurtijd en partners

1/7/2017 – 30/6/2019   

  • Innovatiesteunpunt vzw
  • Inagro, Innovatienetwerk Agreon
  • 4 kleinfruittelers

Plant voor een klant     

Korte samenvatting

De operationele groep ‘Plant voor een klant’ bereidt een upgrade voor van het rassenonderzoek en de rassenvernieuwing in de fruitteelt. Telers, producentenorganisaties en onderzoeksinstellingen ondernemen gezamenlijk actie om de bestaande processen te verbeteren zodat aangeplante nieuwe rassen succesvoller zijn, en zodat tegelijk vermeden wordt dat niet-succesvolle rassen nog worden aangeplant. De gemeenschappelijke visie is dat markt- en klantgerichtheid moeten verhogen, nichemarkten moeten worden onderzocht, commerciële en technische evaluaties parallel, geïntegreerd en versneld moeten verlopen en dat er een gezamenlijke en meer transparante communicatie moet gebeuren over welk ras gesteund of niet gesteund wordt. Hierdoor zullen er snellere en juistere keuzes gemaakt worden voor nieuwe variëteiten, zal de marktintroductie beter voorbereid zijn, zal de kans op mislukkingen verkleinen en zal de rendabiliteit van het fruitbedrijf verbeteren. De marktwaarde (prijs/kg en volume) en het marktaandeel (%) van de Vlaamse fruitproductie in de binnenlandse fruitverkoop en de export zullen verbeteren.

Duurtijd en partners

1/12/2017 – 30/11/2019              

  • Proefcentrum Fruitteelt
  • Belgische Fruitveiling (BFV)
  • BelOrta
  • Coöperatie Hoogstraten
  • Green Diamond
  • Limburgse Tuinbouwveiling (LTV)
  • New Green
  • Proefcentrum Hoogstraten
  • VCBT
  • Boerenbond
  • 6 telers + 12 telers

Variabel aardappelen poten     

Korte samenvatting

Door variabel te poten, hoopt een teler om enerzijds de kwaliteit en uniformiteit van de uiteindelijke opbrengst te verbeteren en anderzijds om op duur pootgoed te besparen. Een aantal telers/loonwerkers kocht een plantmachine aan waarbij variabel poten mogelijk is (instelbaar per plantelement). Vaak wordt zo een machine nog niet maximaal ingezet en worden dus niet alle voordelen benut. Voor die telers dringt een begeleiding voor deze makkelijke toepassing van variabel poten zich op. Dit kan onder meer door hen bij het planten individueel te begeleiden, door verschillende plantafstanden aan te leggen en door de nodige waarnemingen tijdens en na de teelt te doen.
Per bedrijf worden de kosten en de baten van het variabel poten bekeken.
Voor de vele telers/loonwerkers die nog niet variabel kunnen planten zal er tijdens de loop van deze operationele groep heel wat informatie beschikbaar zijn en worden enkele demomomenten georganiseerd. Zo kunnen meerdere telers/loonwerkers de mogelijkheden en voordelen voor hun eigen bedrijf nagaan.

Duurtijd en partners

1/12/17 – 30/11/19        

  • Inagro
  • Proefcentrum voor de Aardappelteelt (PCA)
  • Praktijkcentrum voor Land- en Tuinbouw (PCLT)
  • PIBO Campus
  • Loonwerker
  • 4 akkerbouwers
  • Constructeur van machines

Lean, with love

Korte samenvatting

Vijf witlooftelers willen nagaan hoe ze met het Lean-denken hun bedrijf nog beter kunnen laten draaien. De telers proberen namelijk het proces van kuisen en inpakken van witloof zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. De witloofsector staat al jaren onder druk door lage prijzen. Kostenefficiënt werken is voor de telers dan ook uiterst belangrijk. Er wordt voortdurend gestreefd naar een optimalisatie van het teeltproces. Witloof is een teelt die erg arbeidsafhankelijk is. Hoe efficiënter het personeel ingezet kan worden, hoe beter, aangezien het de kostprijs van het productieproces sterk beïnvloedt. Het komt er dus op aan om goed na te gaan wat het meest optimale proces is en dit ook op een goed verstaanbare en duidelijke manier aan de medewerkers over te brengen.
De telers willen de verschillende systemen die op de verschillende bedrijven worden toegepast met elkaar vergelijken en ze proberen te optimaliseren. Zo willen ze alle mogelijke verspillingen die in het proces optreden elimineren en vermijden. Ze doen dat door één van de Lean-tools te gebruiken, namelijk de Brown-paper-methodiek.
Tijdens een demodag zullen de telers hun bevindingen delen met andere witlooftelers. Dan zullen ook andere telers ingeleid worden in het Lean-denken. Om ervoor te zorgen dat deze methode nadien ook individueel toegepast kan worden, wordt er een handleiding geschreven over de Brown-paper-methodiek die met de brede witloofsector gedeeld wordt.

Duurtijd en partners

1/8/17 – 31/12/18          

  • Innovatiesteunpunt
  • 5 grondwitlooftelers
  • Boerenbond tuinbouwconsulent