Oproep 2018

In totaal werden acht operationele groepen in verschillende sectoren geselecteerd.

Operationele groepen oproep 2018

Melkveehouderij

Varkenshouderij

Akkerbouw

Fruitteelt

Groenteteelt

Pocketboer 2

Korte samenvatting

Sinds 2010 investeren heel wat melkveebedrijven in een pocketvergister. Door kleinschalige vergisting kunnen melkveebedrijven op basis van runderdrijfmest zelf in hun energie voorzien. De technologie is ook interessant omdat ze bijdraagt aan de reductie van broeikasgasemissies uit mestopslag.

Een eerste project van de operationele groep Pocketboer ondersteunde de sector met aanpassingen voor de kwaliteit en de uitbating van de installaties. Verschillende landbouwers en constructeurs wijzigden de instellingen/bouw van hun installaties om ze beter te laten renderen. Zo vergrootten ze de reactor om schuimvorming te voorkomen, werden de gasverliezen beperkt en werd de verblijftijd vergroot. Er werd getest met externe ontzwaveling en het verwarmingssysteem werd aangepast. De uitdagingen van de sector zijn echter nog niet allemaal opgelost.

Pocketboer 2 zet daarom verder in op de aanpak van constructie-technische onvolmaaktheden, technische uitdagingen voor de vergisting, problemen gelinkt aan steun en regelgeving, … Een uitbreiding van de operationele groep moet er bovendien voor zorgen dat deze meer slagkracht krijgt zodat ook complexere werken bij meer uitbaters worden toegepast/ingevoerd.

Duurtijd en partners

1 juli 2019 – 30 juni 2021

  • Inagro vzw
  • Boerenbond
  • Biogas-E
  • Innolab
  • 5 landbouwers met een pocketvergister die 35 landbouwers met een pocketvergister vertegenwoordigen: Patrick Devreese, Kris Muys, Dries Matthys, Paul Leenaerts en Stefan Wyers

BioBIG, samen naar een optimale speenvoedersamenstelling voor biologische biggen

Korte samenvatting

Om een vlot speenproces te garanderen, moeten biggen leren eten in de kraamstal en moeten ze voldoende voeder blijven opnemen in de eerste dagen na het spenen. Dit is niet evident omdat biggen vele stressoren ervaren. Daardoor komt op vele bedrijven speendiarree in mindere of meerdere mate voor. In de biologische varkenshouderij is de voederopname, ondanks de hogere speenleeftijd, een nog grotere uitdaging. Meerdere biologische varkenshouders en veevoederfabrikanten ervaren dat biologische speenvoeders minder smakelijk zouden zijn en meer eiwit bevatten dan speenvoeders in de gangbare varkenshouderij. Daardoor eten de biggen er te weinig van en zijn ze vatbaarder voor infecties. De operationele groep ‘BioBIG’ brengt biologische varkenshouders, voorlichters, een veevoederfabrikant en onderzoekers samen om kennis en ervaringen uit te wisselen over de optimale voedersamenstelling voor gespeende biggen en om na te gaan in welke mate en hoe de samenstelling ervan kan worden geoptimaliseerd. De kostprijs van de op de markt beschikbare biologische grondstoffen wordt hierbij in beschouwing genomen.

Door optimale speenvoeders in te zetten en de kritische factoren in het speenmanagement aan te pakken, zullen de biologische varkenshouders in staat zijn om biggen efficiënter te spenen (betere gezondheidsstatus, technische prestaties, lagere voederkosten). 

Duurtijd en partners

1 maart 2019 – 28 februari 2020

  • ILVO – eenheid Dier
  • Varkensloket
  • UGent
  • 4 biologische varkenshouders: Tom Van Hoey, Karel Janssen, Davy Bovyn en Luc Dekens
  • CCBT
  • BioForum
  • Molens Dedobbeleer

Boerenkost/Boerenworst – een innovatief concept voor het combineren van vraag/aanbod-matching & vermarkting

Korte samenvatting

De operationele groep ‘Boerenkost/Boerenworst’ wil de mogelijkheden van een stabielere marktprijs voor varkenshouders in coöperatief verband onderzoeken. Is een betere afstemming tussen vraag en aanbod mogelijk door zelf rechtstreeks in te grijpen op het aanbod van levende varkens? Is het mogelijk om varkensvlees in te vriezen op een moment dat het aanbod de vraag overschrijdt, en omgekeerd vriesvoorraden op de markt brengen wanneer er een tekort is? Indien varkenshouders zich zo stroomafwaarts in de keten engageren, is het dan mogelijk om de keten te verkorten? Het onderscheidend vermogen van deze ‘verkorte keten’ zou erin kunnen bestaan dat de varkenscoöperatie vaste prijzen kan aanbieden, aan zowel de varkenshouder als aan de afnemer. Op welke manier kan ingespeeld worden op wetenschappelijke inzichten, maatschappelijke ontwikkelingen en consumentengedrag? Zou het mogelijk zijn om een authentiek product (boerenworst) te upgraden tot een modern, gezond en compleet voedingsmiddel voor een correcte prijs (boerenkost)? Deze operationele groep onderzoekt de opportuniteiten en knelpunten op coöperatief, technisch en commercieel gebied.

Duur en partners

  • 1 februari 2019 – 31 januari 2020
  • Vlaamse Producenten Organisatie Varkenshouders cvba
  • Varkenshouders: Tom Mertens, Stijn Merckx, Dries Vanpeteghem, Bart Vergote, Piet Paesmans (eventueel uit te breiden met anderen geïnteresseerden)
  • Lanupro, UGent
  • Claeys Davie

Precisielandbouw vlas (FLAXSENCE)

Korte samenvatting

Om bodemgebonden ziekten en plagen te vermijden hanteert de vlasteelt lange gewasrotaties. Seizoenspacht en teeltcontracten zijn eigen aan de vlasteelt. De vlassers huren dus velden. Daardoor moeten ze met weinig voorkennis van de percelen teeltbeslissingen nemen. De percelen zijn bovendien verspreid over grote regio’s waardoor het opvolgen van de teelt niet vanzelfsprekend is. Dat maakt het moeilijker de correcte beslissingen op het juiste moment te nemen.

Satellietbeelden worden toegankelijker en zouden kunnen worden gebruikt als beslissingsondersteunende managementtool. In de praktijk hebben satellietbeelden, die vanuit Europa ter beschikking worden gesteld, nog geen ingang gevonden. Eén van de oorzaken is het complexe proces om beelden te verwerken en te interpreteren. De operationele groep wil gedurende het project de satellietbeelden ter beschikking stellen van de vlastelers zodat ze hun percelen vanop afstand kunnen opvolgen. Door de verschillende percelen daarnaast onderling met elkaar te vergelijken, kunnen afwijkende velden geselecteerd worden voor een perceelsbezoek.

Met deze informatie moeten vlastelers gemotiveerde managementbeslissingen op afstand kunnen nemen voor al hun percelen.

Duurtijd en partners

1 januari 2019 – 31 december 2019

  • Inagro vzw
  • Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO)
  • Brancheorganisatie vlas & hennep vzw
  • 4 landbouwers-vlasbedrijven: Debruyne nv, Verhalle vlasbedrijf nv, Engels Robrecht Vlashandel, Gallin bvba

Fertigatie herfstframboos: elk element op het juiste moment

Korte samenvatting

Recent schakelden heel wat telers over van zomerframboos naar herfstframboos. Deze teelt vraagt een aangepast fertigatie-/bemestingsschema. Het toedienen van meststoffen is op dit moment hoofdzakelijk gebaseerd op gift en drain EC. Het is niet bekend welk element op welk moment meer of minder wordt opgenomen door de herfstframbozenplant. Daarenboven wordt er in de loop van de teelt een afname in de vruchtkwaliteit vastgesteld, voornamelijk voor wat betreft de vruchtgrootte.

De operationele groep wil de voedingsbehoefte van herfstframbozen in kaart brengen en gericht bijsturen. Zo kan de teler zijn productie optimaliseren en gedurende het hele seizoen een optimale vruchtkwaliteit en vruchtmaat afleveren. Een geoptimaliseerd voedingsschema zal de economische veerkracht van de Vlaamse frambozenteler versterken.

Duurtijd en partners

1 maart 2019 – 28 februari 2021

  • Teler Wilderhof (Eric Jansen)
  • Proefcentrum Fruitteelt (PCFruit)
  • BelOrta
  • Boerenbond
  • Vlaamse overheid – Departement Landbouw en Visserij
  • Philip Lieten
  • 7 telers: Anka Fruit, Tuinderij Joosen bvba, Libert Bessemens, Roel Grommen, Frederik Daerden, Meyers Softfruit en Timco Fruit

Natuurlijke bondgenoten in de perenteelt

Korte samenvatting

In de groeiende perenteelt wordt het steeds moeilijker om plagen te beheersen. De natuurlijke afweer en de evenwichten zijn zeer broos, wat resulteert in plotselinge plaagopstoten met ernstige economische schade tot gevolg. De perenbladvlo (Cacopsylla pyri) is de meest gevreesde plaag. De voorbije jaren zijn vele data en kennis verworven en zijn er diverse tools en modellen ontwikkeld voor een beslissingsondersteunende perenbladvlo-bestrijdingsstrategie. De hoofddoelstelling van deze operationele groep is om een sterk actief netwerk te vormen tussen verschillende actoren die, elk vanuit hun invalshoek, een eigen benadering van boomgaardbeheer volgen. Hierbij wil de groep een effectieve en actieve link leggen tussen enerzijds praktijkervaringen uit de geïntegreerde teelt, de biologische teelt en het hoogstamboomgaardbeheer, en anderzijds de proeftuinervaring en de kennis en modellen die in het toegepast wetenschappelijk onderzoek ontwikkeld zijn. De relatie tussen het bemestingsregime (met focus op stikstof N) en de perenbladvlodruk wordt ook in kaart gebracht. Door effectieve praktijkimplementatie van de ontwikkelde modellen te koppelen aan ‘on farm’-groepsbezoeken en interactieve interpretatie van de resultaten, wil  de  groep de huidige problemen met perenbladvlo terugdringen en  evolueren naar een meer evenwichtig en duurzamer teeltsysteem voor peren. 

Duur en partners

1 juli 2019 – 30 juni 2021

  • Proefcentrum Fruitteelt (PCFruit)
  • 8 perentelers: Kris Wouters, Danny Raskin, Yvan Verhemeldonck (bio), Filip Vanroye, Rudi Smets, Peter Pulinx, Karel Vaes en Luc Vaes/Matthias S’heeren
  • New Green (Gaston Derwael/Jos Claes)
  • Belgische Fruitveiling (BFV) (Karel Belmans)
  • BelOrta (Kris Jans)
  • Nationale boomgaardenstichting
  • BioForum Vakgroep biologisch fruit
  • Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij
  • Boerenbond

W&W prei & kolen 2.0

Korte samenvatting

De groentesector heeft heel wat vragen over de optimale beheersing van ziekten en plagen. Waarneming en waarschuwingssystemen (W&W-systemen) zijn een belangrijk aspect van Integrated Pest Management (IPM). Hoewel een deel van de Vlaamse groentetelers de W&W-systemen al jaren gebruikt, is er weinig evolutie sinds de initiële ontwikkeling. Meer en meer afnemers eisen dat hun producenten binnen de IPM-doelstellingen deze W&W-systemen gebruiken. De drempel is echter hoog omdat de W&W-systemen, onder andere door de vele tellingen, behoorlijk arbeidsintensief zijn. De innovatie van deze systemen is dringend zodat de telers ze meer zouden gebruiken.

Inagro, Proefstation voor de Groenteteelt en Proefcentrum voor de Groenteteelt willen samen met 19 prei- en kolentelers in de operationele groep ‘W&W prei & kolen 2.0‘ de huidige waarnemings- en waarschuwingssystemen evalueren en innoveren. De hoofddoelstelling is om innovatieve en nieuwe systeemtoepassingen binnen de huidige W&W-systemen te ontdekken. Het produceren van een kwalitatief eindproduct is afhankelijk van verschillende factoren die alle in een W&W-systeem kunnen worden opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn selectieve gewasbeschermingsmiddelen, het tijdstip van behandeling, de klimaatomstandigheden en de spuittechniek. De groep wil een systeem ontwikkelen dat intensiever gebruikt wordt. Hij wil ook  zorgen voor een snelle communicatie op maat van de Vlaamse telers.

Duurtijd en partners

1 februari 2019 – 01 februari 2021

  • Inagro vzw
  • Provinciaal Proefcentrum voor Groenteteelt Oost-Vlaanderen (PCG)
  • Proefstation voor de Groenteteelt (PSKW)
  • 19 telers: Johnny Haghedooren, Wim Vanneste, Marnick en Anthony Deigers, Tryvan bvba, Hubert en Bart Boudry, Chris Devroe, Geert Maes, Lieven Vancouillie, Benny Bolsens, Paul Cornelis, Harry Verbeek, Marc van den Bossche, Marc Goossens, Stijn Vandevoorde, Koen Tersago, Marleen Moens, Luc De Neef, Bert Mouton en Eddy Van Vynckt.

Beheersing van koolgalmug op biologische CSA

Korte samenvatting

De afgelopen jaren ervaren biologische CSA-bedrijven in Vlaanderen in verschillende koolgewassen toenemende schadeproblemen door de koolgalmug (Contarinia nasturtii), met als gevolg ‘draaihartige’ of ‘hartloze’ planten en andere groeistoornissen. Een aantal factoren eigen aan kleinschalige zelfoogst-bedrijven verhoogt het risico op aantasting door de koolgalmug. Op sommige bedrijven liep de schade de afgelopen zomer op tot 50% teeltverlies. 

In deze operationele groep werken de schadelijdende bedrijven, onderzoekers van Inagro en enkele toeleverende bedrijven samen om een oplossing te zoeken. Via monitoring van de koolgalmug, het on-farm evalueren van mogelijke controlemaatregelen en het verkennen van innovatieve beheersingstechnieken, wil de groep komen tot succesvolle IPM-strategieën op maat van de CSA-bedrijven. 

Als resultaat op korte termijn krijgen de telers via monitoring meer inzicht in de factoren die de populatieontwikkeling beïnvloeden. Dit inzicht helpt hen te bepalen welke preventieve maatregelen de beste slaagkansen bieden en welke richtlijnen van belang zijn voor een efficiënte afdekstrategie met insectengaas.

Duur en partners

1 januari 2019 – 31 december 2020

  • Inagro
  • CSA-bedrijven: De Plukheyde, Rawijs, Wakkere Akker, ’t Lekkerland, De Klepper
  • Howitec Netting
  • Pherobank
  • Plantenkwekerij De Koster

Meer info

Els Lapage | Tel. 02 552 79 07 | els.lapage@lv.vlaanderen.be