Waarom?

Vlaanderen heeft een lange traditie in het opnemen van een of andere vorm van zorg op het landbouwbedrijf. Een halve eeuw geleden was er op een groot gedeelte van de landbouwbedrijven een zorgvrager aanwezig die in de schoot van het landbouwbedrijf werd opgenomen en daar geborgenheid en arbeidsvreugde kon vinden. Onder meer door de intensivering, de doorgedreven specialisatie en mechanisatie is deze traditionele taak van de landbouw stilaan verdwenen. Een groot gedeelte van de arbeidstaken kan de zorgvrager immers niet meer uitvoeren.

In deze huidige context kan de landbouwer deze taak niet meer opnemen, tenzij louter uit idealisme.

Het landbouwbedrijf is immers een economische activiteit waar de landbouwer een meer dan fulltime taak heeft aan het bedrijfsmanagement en aan de uitvoering van de landbouwwerkzaamheden.

Indien er bij deze taak nog extra aandacht dient te worden besteed aan een zorgvrager, gaat dat ten koste van de andere taken. De zorgvrager kan wel ingezet worden in het landbouwbedrijf, maar het gehaalde rendement is nooit dat van een arbeidskracht in de landbouw. De quasi permanente begeleiding door iemand op het landbouwbedrijf is noodzakelijk, waardoor het netto-saldo zelden positief zal zijn.

Een vergoeding voor het opnemen van de zorgfunctie binnen het landbouwbedrijf is dan ook sociaal en maatschappelijk meer dan verantwoord. Om de landbouwers die deze diversificatie-activiteit uitbouwen te ondersteunen in hun voortrekkersrol, wordt een deel van de inkomstenderving vergoed die gepaard gaat met het verstrekken van deze zorg.