Projectsteun voor innovaties in de landbouw - oproep 2019

Indienperiode: 2 januari 2019 tot en met 31 maart 2019

Op deze pagina:

Maatregel kort samengevat

Projectsteun voor innovaties in de landbouw

Doel van de maatregel

Het VLIF ondersteunt landbouwbedrijven die aan innovatie doen

Doelgroep

Bij het Departement Landbouw en Visserij geïdentificeerde landbouwers en groepen van landbouwers

Voorwaarden

  • U bent landbouwer en het landbouwbedrijf waar de investeringen gebeuren ligt in het Vlaamse Gewest,
    of
    u bent een groep van landbouwers (rechtspersoon),
     
  • U houdt een projectboekhouding bij.
  • U leeft alle wettelijke normen na voor de administratie voor het innovatieproject.
  • U maakt een eindrapport op.
  • U mag pas met de investering starten ná kennisgeving van de selectie.
  • De geselecteerde subsidiabele investeringskosten bedragen minimaal €25.000.

Subsidiabele kosten

  • Innovatieve onroerende en roerende investeringen.
  • Software- en sturingsprogramma’s noodzakelijk voor deze investeringen.
  • Algemene kosten met het project verbonden zoals onderzoeks-, studie- en begeleidingskosten en resultaatsmeting (beperkt tot 20% van de totale projectkost).

Steunomvang en - plafond

  • 40% van de subsidiabele investeringskost.
  • De subsidiabele kost is geplafonneerd op 200.000 euro subsidie voor landbouwers en 300.000 euro voor een groep van landbouwers

Mogelijke steunvorm

Kapitaalpremie

Steunaanvraag

  • U dient uw aanvraag in via: e-loket
  • Selectie op basis van de mate:
    • van innovatie;
    • van de economische, sociale of ecologische impact;
    •  van de uitvoerbaarheid van het project (concreet en realistisch);
    • waarin de investering aansluit bij een samenwerking in de keten of keten overschrijdend is.

Doel van de maatregel

Deze maatregel stimuleert pure innovatie en vernieuwing op het land- en tuinbouwbedrijf en is een aanvulling op de reguliere VLIF investeringssteun. Via de projectsteun wil het VLIF innovatieve ideeën en concepten op het vlak van productie, verwerking en afzet van landbouwproducten realiseren.

Via deze maatregel zijn innovatieve investeringstypes subsidiabel die nog niet beschikbaar zijn op de VLIF-lijst van subsidiabele investeringen. Daarnaast zijn ook investeringstypes subsidiabel die reeds opgenomen werden op de VLIF-lijst, maar die tegelijk ook een duidelijk aantoonbare innovatie inhouden. Innovaties die zich in een eindfase van ontwikkeling bevinden en uitgetest worden in praktijkomstandigheden op land- en tuinbouwbedrijven zijn eveneens subsidiabel via deze maatregel.

Voorwaarden

Tenzij anders vermeld moet u aan alle voorwaarden voldoen op het moment van het indienen van de eindfacturen. Enkel facturen met factuurdatum binnen de drie jaar na kennisgeving van de selectie zijn subsidiabel.

1. U bent landbouwer of een groep van landbouwers

De landbouwer is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die landbouwactiviteiten als doelstelling heeft en

  • die als landbouwer geïdentificeerd is bij het Departement Landbouw en Visserij (op het moment van de aanvraag);
  • die aangesloten is bij een sociale kas voor zelfstandigen;
  • die sociaal verzekerd is op basis van de landbouwactiviteiten;
  • waarvan de landbouwactiviteiten bekend zijn bij de Administratie der Directe Belastingen;
  • waarvan de landbouwactiviteiten, nl. het kweken, opkweken of telen van landbouwproducten, een hoofdactiviteit zijn van de onderneming (aan te tonen op basis van de NACE codes van de onderneming);
  • waarbij in het geval van een natuurlijk persoon – landbouwer maximum een halftijdse job uitgeoefend wordt als werknemer in loonverband.

De maatschappelijke zetel of exploitatiezetel ligt in het Vlaamse Gewest. De investeringen liggen eveneens in het Vlaamse Gewest en zijn daar operationeel.

Een groep van landbouwers is een rechtspersoon die aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de hoofdactiviteit betreft een van de volgende activiteiten:
    a) de kweek, opkweek of teelt van landbouwproducten, of de respectieve ontwikkeling en verbetering daarvan;
    b) de verwerking of afzet van die landbouwproducten of van landbouwproducten die voor minstens 50% afkomstig zijn van de vennoten die landbouwer zijn, of de respectieve ontwikkeling en verbetering van die verwerking of afzet;

  • de groep bestaat uitsluitend uit landbouwers

  • elke landbouwer voldoet aan de voorwaarden van landbouwer zoals hierboven vermeld.

De maatschappelijke zetel of de exploitatiezetel ligt in het Vlaamse Gewest. De investeringen liggen eveneens in het Vlaamse Gewest en zijn daar operationeel.

2. U houdt een projectboekhouding bij

Deze projectboekhouding wordt op het e-loket opgeladen bij de betalingsaanvraag.

3. U leeft alle wettelijke normen na voor de administratie van het innovatieproject

U beschikt minstens over :

  1. Een omgevingsvergunning die de uitoefening van alle bestaande en nieuw geplande bedrijfsactiviteiten toelaat op het landbouwbedrijf of exploitatiezetel.
  2. Een attest waaruit blijkt dat het veebedrijf beschikt over voldoende nutriëntenemissierechten.
  3. De attesten die vereist worden door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.

4. U maakt een eindrapport op

Op minimaal drie en maximaal vijf bladzijden motiveert u de graad van welslagen van de innovatie. Dit rapport wordt als bron gebruikt om te bepalen of innovatieve investeringstypes toegevoegd worden op de limitatieve lijst van subsidiabele investeringen voor de maatregel VLIF-investeringssteun voor land- en tuinbouwers.

5. Pas na kennisgeving van de selectie mag u de investeringen starten

Alleen investeringen die gestart zijn ná de bekendmaking van de selectie van de indienperiode komen in aanmerking voor een subsidie. Pas nadat u werd meegedeeld dat de ingediende investering(en) in aanmerking komt/komen voor subsidie mag u contractuele verbintenissen aangaan om de investering uit te voeren. Die verbintenis blijkt uit een ondertekende overeenkomst, het ondertekenen van een offerte, een verkoopovereenkomst of gelijksoortige documenten.

Voorbereidende handelingen zoals aankoop van grond, de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of een milieuvergunning, de aanvraag van advies, de uitvoering van haalbaarheidsstudies of een prijsofferte worden niet aanzien als het uitvoeren van de investering.

De periode waarin de uitgaven gedaan worden bedraagt drie jaar vanaf kennisgeving van de selectie van het project.

6. De geselecteerde subsidiabele investeringskosten bedragen minimaal €25.000

Het project komt alleen in aanmerking indien de innovatieve onroerende en roerende investeringen en de software en sturingsprogramma’s, die hiermee verbonden zijn, minimaal 25.000 euro bedragen.

Subsidiabele kosten

  1. De ontwikkeling, constructie of verwerving, inclusief leasing, van innovatieve onroerende en roerende investeringen zoals gebouwen, installaties, machines en uitrusting.
  2. De ontwikkeling of verwerving van software en sturingsprogramma’s verbonden aan de innovatieve (on)roerende investering.
  3. De algemene kosten verbonden aan de in punten 1 en 2 vermelde aanloopverrichtingen, zoals onderzoeks-, studie- en begeleidingskosten en resultaatmeting. Ervaring leert immers dat innovatie, zeker in de beginfase, nood heeft aan een ‘trekker’ en dikwijls ook aan een deskundig begeleider. Daarom zijn de begeleidingskosten ook subsidiabel.

Wat wordt verstaan onder innovatieve investeringen?

  1. Investeringstypes die niet voorkomen in de limitatieve lijst van subsidiabele investeringen en ‘innovatief’ van aard zijn. Deze investeringstypes mogen zich in een (eind)fase van ontwikkeling bevinden en uitgetest worden in praktijkomstandigheden op het landbouwbedrijf.
  2. Investeringstypes die in algemene benaming wel voorkomen op de limitatieve lijst van subsidiabele investeringen maar die een innovatieve uitvoering betreffen. U moet dit  duidelijk in de projectaanvraag aantonen. Ook hier kan het gaan over een innovatieve uitvoering die zich in een (eind)fase van ontwikkeling bevindt en uitgetest wordt op het landbouwbedrijf.

Welke subsidie is mogelijk voor de investeringen die ook noodzakelijk zijn voor het project, maar geen innovatief karakter hebben?

Als de investeringen opgenomen zijn op de limitatieve lijst van de subsidiabele investeringen onder de reguliere VLIF-steun voor land- en tuinbouwbedrijven, kan hiervoor gelijktijdig een steunaanvraag ingediend worden. Na selectie zal u de voorwaarden voor deze maatregel moeten aantonen.

Let wel, indien gelijktijdig (reguliere) investeringssteun voor land- en tuinbouwbedrijven wordt ingediend tijdens de:

  • Indienperiode: 2 januari 2019 -31 maart 2019
    • De richtdatum voor de start van de innovatieve en reguliere investeringen is einde mei – begin juni 2019.  Pas nadat u werd meegedeeld dat de ingediende innovatieve  investering(en) in aanmerking komt/komen voor subsidie mag u de investeringen starten.
  • Indienperiode: 1 april 2019 - 30 juni 2019
    • De richtdatum voor de start van de innovatieve en reguliere investering is vanaf kennisgeving van de selectie van de reguliere investeringssteun. Dit wil zeggen in de eerste 10 werkdagen van juli 2019.
  • Indienperiode na 30 juni 2019
    • Er mogen bij het indienen van de reguliere investeringssteun nog geen engagementen aangegaan zijn voor deelinvesteringen van het project dat geselecteerd werd onder de maatregel projectsteun voor innovatie in de landbouw.

Steunvorm en –omvang

De steun bedraagt 40% van de subsidiabele projectkosten en is beperkt tot maximum 200.000 euro per aanvraag indien de steunaanvrager een landbouwer is. Indien de steunaanvrager een groep van landbouwers is dan is de steun beperkt tot maximum 300.000 euro.

De steunvorm bestaat uit een kapitaalpremie die in één schijf uitbetaald wordt.

Het totale beschikbare budget voor de oproep 2019 bedraagt 8,5 mio euro. 4,25 mio euro hiervan wordt voorbehouden voor innovatieve projecten in het kader van duurzaam waterbeheer.

Steunaanvraag indienen 

U moet alle VLIF steunaanvragen indienen via het e-loket voor Landbouw en Visserij. Voor meer informatie, zie ook een VLIF steunaanvraag indienen.

De indienperiode loopt van 2 januari 2019 tot en met 31 maart 2019. De datum van indiening binnen deze periode speelt geen enkele rol bij de selectie.

Het aanvraagformulier moet de belangrijkste informatie bevatten. U moet het  als PDF-bestand opladen op het e-loket.
Het aanvraagformulier zal worden toegevoegd in de eerste weken van januari 2019.

Na het afsluiten van een indienperiode of blokperiode worden alle aangemelde dossiers gerangschikt van hoog naar laag op basis van de totaalscore. Dit is de optelsom van de verschillende deelscores op de verschillende selectiecriteria.

De selectiecriteria zijn de mate:

  1. van innovatie
  2. van economisch, sociale of ecologische impact
  3. waarin het project concreet, realistisch en uitvoerbaar is
  4. waarin de investering aansluit bij een samenwerking in de keten of keten overschrijdend

De scores worden toegekend door een beoordelingscollege van experten van het beleidsdomein Landbouw en Visserij. De beoordelingen zullen gebeuren tijdens de maanden april-mei 2019.

De gegevens die u aanlevert via het aanvraagformulier zijn de enige basis voor de toekenning van de punten op de verschillende selectiecriteria. Er wordt gewerkt met een minimumscore. Indien onvoldoende projecten de minimumscore behalen wordt niet het volledige budget van deze oproep benut, maar wordt dit deel van het budget doorgeschoven naar een volgende oproep.

U moet de volgende informatie aanleveren in het aanvraagformulier:

  1. een beschrijving van de achtergrond en de probleemstelling of uitdaging;
  2. een beschrijving van het innovatiedoel;
  3. de gegevens over de technologische vernieuwing, het proces en, als dat van toepassing is, het beoogde product;
  4. een plan van aanpak;
  5. de gegevens over de aanvrager en de projectpartners;
  6. een beschrijving van de bijdrage van het project aan de economische duurzaamheid van het bedrijf of de sector;
  7. een beschrijving van de bijdrage van het project aan de ecologische duurzaamheid van het bedrijf of de sector;
  8. een beschrijving van de bijdrage van het project aan de sociale duurzaamheid van het bedrijf of de sector;
  9. een beschrijving van de bijdrage van het project, of van de mogelijke resultaten ervan, aan de samenwerking in de keten of aan de keten overschrijdende samenwerking, als dat van toepassing is,
  10. een beschrijving van de link van het project met Europees partnerschap voor innovatie (EIP) - operationele groepen of demoprojecten, als dat van toepassing is;
  11. een gedetailleerde inschatting van de projectkosten, ingedeeld volgens de rubrieken, vermeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende steun voor innovaties in de landbouw. Die inschatting wordt gestaafd met offerten, bestekken en ramingen van externe leveranciers. Als het niet mogelijk is om die stukken ter staving voor te leggen, wordt dat gemotiveerd in de aanvraag.

Elke hoofdvraag bestaat uit een aantal deelvragen die het antwoord verduidelijken.

Regelgeving

De organisatie van de steunverlening aan innovaties in de landbouw is vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse Regering en het Ministerieel Besluit.

Meer informatie

Departement Landbouw en Visserij
Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel
Tel. 02 552 78 32 | VLIF-aanvragen@lv.vlaanderen.be met in cc: marleen.mertens@lv.vlaanderen.be en bart.vanderstraeten@lv.vlaanderen.be