VLIF-waarborgregeling bij uitzonderlijke gebeurtenissen

Op deze pagina

Maatregel kort samengevat

Via het ministerieel besluit van 13 maart 2020 is de maatregel tijdelijk geactiveerd in het kader van de aviaire influenza. Tot en met 1 juli 2020 kan een steunaanvraag worden ingediend.

VLIF-waarborgregeling bij uitzonderlijke gebeurtenissen
Wat? Omschrijving

Doel van de maatregel

De VLIF waarborg bij uitzonderlijke gebeurtenissen is een flankerend beleidsinstrument met doel de toegang tot een lening voor werkingsmiddelen of een herfinanciering te ondersteunen.

Doelgroep

Professionele land- en tuinbouwer

Voorwaarden

  1. Begunstigde voldoet aan de VLIF-voorwaarden zoals gesteld voor VLIF investeringssteun en/of VLIF overnamesteun
  2. Het landbouwbedrijf is geen “onderneming in moeilijkheden”
  3. De productierisico’s zijn ten laste van de begunstigde
  4. De begunstigde heeft de intentie het bedrijf gedurende de waarborgperiode zelf verder uit te baten
  5. Er wordt, met tussenkomst van een erkende kredietinstelling, een financiële analyse voorgelegd
  6. De begunstigde ondertekent de de-minimisverklaring
  7. De begunstigde motiveert de uitzonderlijke gebeurtenis en de gevolgen op de bedrijfsvoering

Steunomvang

De maximale looptijd van de VLIF waarborg is 3 jaar.

Steunplafond

  • Maximaal bruto subsidie equivalent van €20.000
  • Bijkomend voor een krediet voor werkingsmiddelen:
    • maximaal de helft van de jaarlijkse aangetoonde operationele kosten.
    • De specifieke kosten voor de herbevolking van de geruimde stallen

Steunaanvraag

Er kan uitsluitend een aanvraag worden ingediend via het e-loket.  De erkende kredietinstelling dient via een VLIF volmacht de steunaanvraag in.

Doel van de waarborg

De VLIF waarborg voor een krediet voor werkingsmiddelen en herfinanciering in het kader van uitzonderlijke gebeurtenissen is een flankerend beleidsinstrument. De maatregel kan ingezet worden als blijkt dat de primaire landbouwsector geconfronteerd wordt met uitzonderlijke gebeurtenissen die resulteren in een directe of indirecte verstoring van de diverse markten. De maatregel wordt via een ministerieel besluit geactiveerd.

Voorwaarden

1. Begunstigde voldoet aan de VLIF voorwaarden zoals gesteld voor VLIF investeringssteun en/of VLIF overnamesteun

Er zal gecontroleerd worden of de  begunstigde lopende VLIF-steun heeft. Indien niet, zal gevraagd worden om aan te tonen dat aan de VLIF-voorwaarden is voldaan zoals bepaald voor steun aan de investeringen en aan de overname in de landbouw.

2. Het landbouwbedrijf is geen “onderneming in moeilijkheden”

De aanvrager mag geen financiële moeilijkheden hebben.  Dit wordt vastgesteld aan de hand van de Europese definitie, bepaald in de Communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (2014/C 249/01).

In de richtsnoeren wordt een onderneming beschouwd als een onderneming in moeilijkheden wanneer zij, zonder overheidsingrijpen, op korte of middellange termijn vrijwel zeker gedoemd is te verdwijnen. Daarom wordt een onderneming als onderneming in moeilijkheden beschouwd indien zich ten minste één van de volgende omstandigheden voordoet:

  1. In het geval van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid:
    Meer dan de helft van haar geplaatste aandelenkapitaal is verdwenen door de opgebouwde verliezen. Dit is het geval wanneer het in mindering brengen van de opgebouwde verliezen op de reserves (en alle andere elementen die doorgaans worden beschouwd als een onderdeel van het eigen vermogen van de onderneming), een negatief cumulatief bedrag oplevert dat hoger is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal;
  2. In het geval van een onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn voor de schulden van de onderneming:
    Meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming zoals dat in de boeken van de onderneming is vermeld, is door de gecumuleerde verliezen verdwenen;
  3. Tegen de onderneming loopt een collectieve insolventieprocedure of de onderneming voldoet volgens het nationale recht aan de criteria om, op verzoek van haar schuldeisers, aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen.

Om dit te verifiëren zal een jaarrekening van het type volledig schema opgevraagd worden of een overzicht van het bedrijfseconomisch boekhouden.

3. De productierisico’s zijn ten laste van de begunstigde

De begunstigde is verantwoordelijk voor de productierisico’s die samengaan met het exploiteren van een landbouwbedrijf. Het aangaan van een prijsgarantiecontract wordt wel aanvaard.

4. De begunstigde heeft de intentie het bedrijf gedurende de waarborgperiode zelf verder uit te baten

De begunstigde geeft aan de intentie te hebben om het gewaarborgd landbouwbedrijf verder uit te baten tijdens de looptijd van de waarborg. De waarborg kan toegekend worden voor maximaal 4 jaar.

5. Er wordt, met tussenkomst van een erkende kredietinstelling, een financiële analyse voorgelegd

De financiële analyse wordt opgemaakt door de erkende kredietinstelling en geeft een overzicht van:

  1. Een vermoedelijk tijdelijk liquiditeitstekort op het landbouwbedrijf;
    Het tijdelijk liquiditeitstekort  op het bedrijf wordt gemotiveerd  evenals de reden van het tot stand komen. Zie voorwaarde ‘de begunstigde motiveert de uitzonderlijke gebeurtenis en de gevolgen op de bedrijfsvoering’.
  2. De vermogenstoestand en de waarborgpositie van de aanvrager;
    Er wordt een overzicht gegeven van de onroerende en roerende goederen op het landbouwbedrijf en de lopende schulden om deze te verwerven. Daarnaast wordt aangegeven welke zekerheden er lopende zijn op het bedrijf zoals hypotheek, hypothecair mandaat, landbouwvoorrecht.
  3. De kredietlasten en de draagbaarheid van de kredietlasten;
    Er wordt aangetoond dat de aanvrager de capaciteit heeft, gedurende de looptijd van de gevraagde waarborgperiode, om de bestaande en de nieuwe kredietlasten terug te betalen onder normale omstandigheden.
  4. Indien het om een krediet gaat voor werkingsmiddelen: de berekening van de jaarlijkse operationele kosten.
    De berekening kan zowel gebaseerd zijn op een bedrijfseconomische boekhouding, een vennootschapsboekhouding of een interne berekening op basis van de eigen gegevens over de sector en het bedrijf.

6. De begunstigde ondertekent de de-minimisverklaring

De tijdelijke waarborg is een Vlaamse maatregel die aangemeld is bij de Europese Commissie als de-minimissteun. Het steungedeelte of het bruto-subsidie-equivalent die de land- en tuinbouwers onder de de-minimisvrijstelling ontvangen, mag in een periode van drie belastingsjaren niet hoger zijn dan 20.000 euro.

Het steunelement ofwel het bruto-subsidie-equivalent van de tijdelijke waarborgregeling is gelijk aan het verschil tussen de premie die men zou betalen indien een marktconforme waarborgbijdrage gevraagd wordt en de daadwerkelijke  waarborgbijdrage die de begunstigde betaalt aan het VLIF.

Meer informatie over de-minimissteun.

minimis-steun.docx

7. De begunstigde motiveert de uitzonderlijke gebeurtenis en de gevolgen op de bedrijfsvoering

In de financiële analyse wordt een reden opgenomen over het tijdelijk liquiditeitskort en de gevolgen op de bedrijfsvoering van het landbouwbedrijf. Volgende elementen moeten hierin minstens opgenomen worden:

Met bewijskrachtige documenten kan de landbouwer aantonen dat zijn bedrijf of productie-eenheid werd geruimd als gevolg van de uitbraak van aviaire influenza

Er wordt aangetoond dat na de ruiming het productiepotentieel van het pluimveebedrijf werd hersteld.

Steunvorm en –omvang

1. Gewaarborgd krediet

Doel krediet

Het krediet heeft één van volgende doelstellingen:

  1. Het financieren van operationele kosten zoals bepaald in het ministerieel besluit van 1 oktober 2007 betreffende bepalingen en minimumstandaard voor de bedrijfseconomische boekhouding in de landbouw dienstig als basis voor de door de Vlaamse overheid gesteunde adviseringssystemen (externe website).
  2. Financiering van een nieuw krediet als gevolg van de specifieke kosten voor de herbevolking van de geruimde stallen.

Type krediet

Er is geen voorwaarde over het type krediet dat onder de tijdelijke waarborg kan aangemeld worden. De erkende kredietinstelling heeft de vrijheid om het best passende krediet voor te stellen aan de landbouwer. Daarnaast zijn er ook geen voorwaarden rond het aflossingsritme van het krediet.

Looptijd krediet

Kredieten met het oog op verhogen van werkingsmiddelen hebben een maximale looptijd van 7 jaar.

2. Waarborg

Looptijd en afbouw waarborg

Ongeacht de modaliteiten en het doel van het krediet kan de waarborg voor maximaal 4 jaar worden toegekend. Daarnaast bouwt de waarborg maandelijks evenredig af, ongeacht het aflossingsritme van het krediet.

Steunplafond

Het steungedeelte  of het bruto-subsidie-equivalent van het gewaarborgd kredietgedeelte bedraagt maximaal 20.000 euro. (zie ook de voorwaarde ‘de begunstigde ondertekent de de-minnimisverklaring’.)

Een krediet voor werkingsmiddelen kan een waarborg verleend krijgen op het gedeelte dat betrekking heeft op een half jaar operationele kosten. Deze kosten worden doorgegeven in de financiële analyse die door de betrokken erkende kredietinstelling wordt opgemaakt en meegegeven bij de steunaanvraag.

Steunaanvraag en -toekenning

1. Steunaanvraag

De waarborgvraag wordt via VLIF volmacht ingediend door de erkende kredietinstelling via het e-loket voor Landbouw en Visserij.

Er is geen sjabloon waarin de financiële analyse wordt doorgegeven. De erkende kredietinstelling heeft vrijheid om zelf de vorm te bepalen hoe de gegevens worden doorgegeven. De financiële analyse wordt mee opgeladen als een bijlage aan de steunaanvraag.

2. Toekenning van waarborg

Nadat de dossierbehandeling is afgerond en de beslissing om waarborg te verlenen is doorgegeven, zal aan de kredietinstelling namens de begunstigde een waarborgbijdrage gevraagd worden. Deze bijdrage is een kleine vergoeding voor het risico dat het VLIF loopt door borg te staan. De bijdrage wordt berekend aan de hand van het gewaarborgd kredietbedrag,  het afbouwritme en de looptijd van de waarborg.

Uitwinnen van een waarborg

Nadat een gewaarborgd krediet formeel is opgezegd heeft de erkende kredietinstelling een termijn van drie maand om zich te beroepen op de VLIF waarborg.

Na de uitwinningsprocedure en de afhandeling met de erkende kredietinstelling, wordt de uitbetaalde waarborg teruggevorderd bij de begunstigde tenzij deze wettelijk beschermd is. Een voorbeeld is het aantonen van een verklaring van verschoonbaarheid.

Regelgeving

Meer informatie

Koning Albert II-Laan 35, bus 40 - 1030 Brussel (wegbeschrijving)
Tel. 02 552 74 70 | Fax 02 552 74 71 | inge.vandenbossche@lv.vlaanderen.be

Vlaams-Brabant
Diestsepoort 6, bus 101 - 3000 Leuven (wegbeschrijving)
Tel. 016 66 61 70 | Fax 016 66 61 41
Veerle Blommaert | veerle.blommaert@lv.vlaanderen.be

Antwerpen
Lange Kievitstraat 111-113, bus 71 - 2018 Antwerpen (wegbeschrijving)
Tel. 03 224 92 20 | Fax 03 224 92 01
Thomas Lauwers | thomas.lauwers@lv.vlaanderen.be

Limburg
Koningin Astridlaan 50, bus 6 - 3500 Hasselt (wegbeschrijving)
Tel. 011 74 26 30 | Fax 011 74 26 69
Koenraad Jespers | koenraad.jespers@lv.vlaanderen.be

Oost-Vlaanderen
Koningin Maria Hendrikaplein 70, bus 101 - 9000 Gent (wegbeschrijving)
Tel. 09 276 29 40 | Fax 09 276 29 05
Kim Torfs | kim.torfs@lv.vlaanderen.be

West-Vlaanderen
Koning Albert I-laan 1-2, bus 101 - 8200 Brugge (wegbeschrijving)
Tel. 050 24 76 50 | Fax 050 24 76 01
Johan De Koker | johan.dekoker@lv.vlaanderen.be