VLIF-waarborgregeling Covid19

Op deze pagina:

Maatregel kort samengevat

Via ministerieel besluit is de maatregel tijdelijk geactiveerd in het kader van de uitbraak van Covid19. Tot en met 30 september 2020 kunnen land- of tuinbouwers een steunaanvraag indienen.

VLIF-waarborgregeling bij uitzonderlijke gebeurtenissen
Wat? Omschrijving

Doel van de maatregel

De VLIF waarborg bij uitzonderlijke gebeurtenissen is een flankerend beleidsinstrument met doel de toegang tot een lening voor werkingsmiddelen te ondersteunen.

Doelgroep

Professionele land- en tuinbouwer

Voorwaarden

  1. U bent  een land- of tuinbouwer met lopende VLIF-steundossiers of een land- of tuinbouwer die een land- of tuinbouwbedrijf exploiteert dat een brutobedrijfsresultaat per bedrijfsleider van minimaal 40.000 euro aantoont
  2. Uw bedrijf verkeert niet in financiële  moeilijkheden
  3. De productierisico’s zijn ten laste van de begunstigde
  4. U wilt het bedrijf gedurende de waarborgperiode zelf verder uitbaten
  5. U legt via  een erkende kredietinstelling een financiële analyse voor
  6. U ondertekent de de-minimisverklaring
  7. U motiveert de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 op de bedrijfsvoering

Steunomvang

De maximale looptijd van de VLIF waarborg is 3 jaar.

Steunplafond

  • Maximaal bruto subsidie equivalent van €20.000
  • Bijkomend voor een krediet voor werkingsmiddelen
  • Maximaal de jaarlijkse aangetoonde operationele kosten.

Steunaanvraag

De erkende kredietinstelling dient via een VLIF-volmacht de steunaanvraag via het e-loket in.

Doel van de waarborg

De VLIF waarborg voor een krediet voor werkingsmiddelen en herfinanciering in het kader van uitzonderlijke gebeurtenissen is een flankerend beleidsinstrument. De maatregel kan ingezet worden als blijkt dat de primaire landbouwsector geconfronteerd wordt met uitzonderlijke gebeurtenissen die resulteren in een directe of indirecte verstoring van de diverse markten. De maatregel wordt via een ministerieel besluit geactiveerd.

Voorwaarden

1. U hebt  een voldoende hoog brutobedrijfsresultaat per bedrijfsleider

Er zal gecontroleerd worden of u lopende VLIF-steun heeft. Indien niet, zal u gevraagd worden om aan te tonen dat uw bedrijf een brutobedrijfsresultaat behaalt van minimaal 40.000 euro per bedrijfsleider.

2. Uw bedrijf verkeert niet financiële moeilijkheden

U  mag als aanvrager niet in financiële moeilijkheden verkeren. Dit wordt vastgesteld aan de hand van de Europese definitie, bepaald in de Communautaire richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (2014/C 249/01). In de richtsnoeren wordt een onderneming beschouwd als een onderneming in moeilijkheden wanneer zij, zonder overheidsingrijpen, op korte of middellange termijn vrijwel zeker gedoemd is te verdwijnen. Daarom wordt een onderneming als onderneming in moeilijkheden beschouwd indien zich ten minste één van de volgende omstandigheden voordoet:

  1. In het geval van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid:
    Meer dan de helft van haar geplaatste aandelenkapitaal is verdwenen door de opgebouwde verliezen. Dit is het geval wanneer het in mindering brengen van de opgebouwde verliezen op de reserves (en alle andere elementen die doorgaans worden beschouwd als een onderdeel van het eigen vermogen van de onderneming), een negatief cumulatief bedrag oplevert dat hoger is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal;

  2. In het geval van een onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn voor de schulden van de onderneming:
    Meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming zoals dat in de boeken van de onderneming is vermeld, is door de gecumuleerde verliezen verdwenen;
  3. Tegen de onderneming loopt een collectieve insolventieprocedure of de onderneming voldoet volgens het nationale recht aan de criteria om, op verzoek van haar schuldeisers, aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen.

Om dit te verifiëren zal een jaarrekening van het type volledig schema opgevraagd worden of een overzicht van het bedrijfseconomisch boekhouden.

3. De productierisico’s zijn ten laste van de begunstigde

De begunstigde is verantwoordelijk voor de productierisico’s die samengaan met het exploiteren van een landbouwbedrijf. Het aangaan van een prijsgarantiecontract wordt aanvaard.

4. U wil het bedrijf gedurende de waarborgperiode zelf verder uitbaten

De begunstigde geeft aan de intentie te hebben om het gewaarborgd landbouwbedrijf verder uit te baten tijdens de looptijd van de waarborg. De waarborg kan toegekend worden voor maximaal 3 jaar.

5. U legt via  een erkende kredietinstelling, een financiële analyse voor

De erkende kredietinstelling maakt de financiële analyse op en geeft een overzicht van:

  1. Een vermoedelijk tijdelijk liquiditeitstekort op het landbouwbedrijf:
    Het tijdelijk liquiditeitstekort op het bedrijf en de reden daarvoor wordt gemotiveerd . Zie voorwaarde ‘de begunstigde motiveert de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 op de bedrijfsvoering’.
  2. De vermogenstoestand en de waarborgpositie van de aanvrager;
    Er wordt een overzicht gegeven van de onroerende en roerende goederen op het landbouwbedrijf en de lopende schulden om deze te verwerven. Daarnaast wordt aangegeven welke zekerheden er lopende zijn op het bedrijf zoals hypotheek, hypothecair mandaat, landbouwvoorrecht.
  3. De kredietlasten en de draagbaarheid van de kredietlasten;
    Er wordt aangetoond dat de aanvrager de capaciteit heeft, gedurende de looptijd van de gevraagde waarborgperiode, om de bestaande en de nieuwe kredietlasten terug te betalen onder normale omstandigheden.
  4. Indien het om een krediet gaat voor werkingsmiddelen: de berekening van de jaarlijkse operationele kosten.
    De berekening kan zowel gebaseerd zijn op een bedrijfseconomische boekhouding, een vennootschapsboekhouding of een interne berekening op basis van de eigen gegevens over de sector en het bedrijf.
  5. De waarborgpositie van de aanvrager.

6. De begunstigde ondertekent de de-minimisverklaring

De tijdelijke waarborg is een Vlaamse maatregel die aangemeld is bij de Europese Commissie als de-minimissteun. Het steungedeelte of het bruto-subsidie-equivalent die de land- en tuinbouwers onder de de-minimisvrijstelling ontvangen, mag in een periode van drie belastingsjaren niet hoger zijn dan 20.000 euro.

Het steunelement ofwel het bruto-subsidie-equivalent van de tijdelijke waarborgregeling is gelijk aan het verschil tussen de premie die men zou betalen indien een marktconforme waarborgbijdrage gevraagd wordt en de daadwerkelijke  waarborgbijdrage die de begunstigde betaalt aan het VLIF.

Meer informatie over de-minimissteun.

minimis-steun.docx

7. De begunstigde motiveert de gevolgen van de uitbraak van COVID-19 op de bedrijfsvoering

In de financiële analyse verklaart u het tijdelijk liquiditeitskort en de gevolgen ervan op de bedrijfsvoering. Eén van volgende elementen moet hierin minstens opgenomen worden:

  • De aanvrager toont aan dat zijn omzet na 1 februari 2020 met minimaal 15% is gedaald in vergelijking met eenzelfde periode in 2019
  • De aanvrager toont aan dat minimaal 25% van zijn verkoopsklare producten op jaarbasis verloren is gegaan omdat ze niet verkocht kunnen worden.

Steunvorm en –omvang

1. Gewaarborgd krediet

Doel krediet

Het krediet heeft de volgende doelstelling: het financieren van operationele kosten zoals bepaald in het ministerieel besluit van 1 oktober 2007 betreffende bepalingen en minimumstandaard voor de bedrijfseconomische boekhouding in de landbouw dienstig als basis voor de door de Vlaamse overheid gesteunde adviseringssystemen (externe website).

Type krediet

Er is geen voorwaarde over het type krediet dat onder de tijdelijke waarborg kan aangemeld worden. De erkende kredietinstelling heeft de vrijheid om het best passende krediet voor te stellen aan de landbouwer. Daarnaast zijn er ook geen voorwaarden rond het aflossingsritme van het krediet.

Looptijd krediet

Kredieten om de werkingsmiddelen te verhogen hebben een maximale looptijd van 7 jaar.

2. Waarborg

Looptijd en afbouw waarborg

Ongeacht de modaliteiten en het doel van het krediet kan de waarborg voor maximaal 3 jaar worden toegekend. Daarnaast bouwt de waarborg maandelijks evenredig af, ongeacht het aflossingsritme van het krediet.

Steunplafond

Het steungedeelte  of het bruto-subsidie-equivalent van het gewaarborgd kredietgedeelte bedraagt maximaal 20.000 euro. (zie ook de voorwaarde ‘de begunstigde ondertekent de de-minimisverklaring’.)

Een krediet voor werkingsmiddelen kan een waarborg verleend krijgen op het gedeelte dat betrekking heeft op de jaarlijkse operationele kosten. Deze kosten worden doorgegeven in de financiële analyse die door de betrokken erkende kredietinstelling wordt opgemaakt en meegegeven bij de steunaanvraag.

Steunaanvraag en -toekenning

1. Steunaanvraag

De erkende kredietinstelling dient de waarborgvraag via VLIF-volmacht in via het e-loket voor Landbouw en Visserij.

Er is geen sjabloon waarin de financiële analyse wordt doorgegeven. De erkende kredietinstelling kan zelf de vorm bepalen hoe de gegevens worden doorgegeven. De financiële analyse wordt mee opgeladen als een bijlage aan de steunaanvraag.

2. Toekenning van waarborg

Nadat de dossierbehandeling is afgerond en de beslissing om waarborg te verlenen is doorgegeven zal aan de kredietinstelling, namens de begunstigde, een waarborgbijdrage gevraagd worden. Deze bijdrage is een kleine vergoeding voor het risico dat het VLIF loopt door borg te staan. De bijdrage wordt berekend aan de hand van het gewaarborgd kredietbedrag, het afbouwritme en de looptijd van de waarborg.

Uitwinnen van een waarborg

Nadat een gewaarborgd krediet formeel is opgezegd heeft de erkende kredietinstelling een termijn van drie maand om zich te beroepen op de VLIF-waarborg.

Na de uitwinningsprocedure en de afhandeling met de erkende kredietinstelling, wordt de uitbetaalde waarborg teruggevorderd bij de begunstigde tenzij deze wettelijk beschermd is. Een voorbeeld is het aantonen van een verklaring van verschoonbaarheid.

Regelgeving

Meer informatie

Kevin Delvaux
kevin.delvaux@lv.vlaanderen.be
Tel. 0477 34 07 44

Contactgegevens buitendiensten per provincie

Vlaams-Brabant
Diestsepoort 6, bus 101 - 3000 Leuven (wegbeschrijving)
Tel. 016 66 61 70 | Fax 016 66 61 41
Veerle Blommaert | veerle.blommaert@lv.vlaanderen.be

Antwerpen
Lange Kievitstraat 111-113, bus 71 - 2018 Antwerpen (wegbeschrijving)
Tel. 03 224 92 20 | Fax 03 224 92 01
Thomas Lauwers | thomas.lauwers@lv.vlaanderen.be

Limburg
Koningin Astridlaan 50, bus 6 - 3500 Hasselt (wegbeschrijving)
Tel. 011 74 26 30 | Fax 011 74 26 69
Koenraad Jespers | koenraad.jespers@lv.vlaanderen.be

Oost-Vlaanderen
Koningin Maria Hendrikaplein 70, bus 101 - 9000 Gent (wegbeschrijving)
Tel. 09 276 29 40 | Fax 09 276 29 05
Kim Torfs | kim.torfs@lv.vlaanderen.be

West-Vlaanderen
Koning Albert I-laan 1-2, bus 101 - 8200 Brugge (wegbeschrijving)
Tel. 050 24 76 50 | Fax 050 24 76 01
Johan De Koker | johan.dekoker@lv.vlaanderen.be