Vangstrechtfactor

In 2011 voerde de Vlaamse Regering een vangstrechtfactor in. De vangstrechtfactor wordt gebruikt wanneer vangstmogelijkheden worden toegewezen op basis van het motorvermogen van een vissersvaartuig. De factor wordt dan toegepast op het variabele gedeelte van de toegekende vangstmogelijkheden per eenheid motorvermogen, die eventueel verhoogd kan worden met het bijkomend motorvermogen.

Principe: 1 vangstrechtfactor per vaartuig

De vangstrechtfactor bedraagt normaal gezien 1. Via een vangstrechtcertificaat kan de vangstrechtfactor tot maximaal 1,25 worden opgetrokken. Dit certificaat stelt de vangstrechtfactor voor een bepaald vissersvaartuig vast door te verwijzen naar het unieke nummer van het vissersvaartuig volgens het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot.

De vangstrechtfactor is vaartuiggebonden en wordt niet mee overgedragen wanneer motorvermogens worden samengevoegd. Bovendien kan een vissersvaartuig op hetzelfde ogenblik maar één vangstrechtfactor hebben. Als een vissersvaartuig toch verschillende vangstrechtfactoren heeft gedurende dezelfde toewijsperiode, is de hoogste vangstrechtfactor van toepassing op voorwaarde dat het vissersvaartuig waarvan motorvermogens worden ingeleverd, niet heeft gevist tijdens de toewijsperiode.

De toewijsperiode is de tijdspanne waarin de toegekende vangstmogelijkheden volgens motorvermogen van toepassing zijn. Voor het grote vlootsegment wordt doorgaans met drie periodes gewerkt, namelijk van 1 januari tot en met 30 juni, van 1 juli tot en met 31 oktober en van 1 november tot en met 31 december. Voor het kleine vlootsegment wordt doorgaans met twee periodes gewerkt, namelijk van 1 januari tot en met 31 oktober en van 1 november tot en met 31 december.

Aanpassing vangstrechtfactor via onttrekking van bestaande vaartuigen met visvergunning

In principe kunnen reders van vaartuigen met het maximaal toegelaten motorvermogen van 1200 kW, gezamenlijk een vaartuig van het groot vlootsegment (bv. 1200 kW) verwerven en zonder overheidssteun definitief aan de vloot onttrekken. Per vaartuig van 1200 kW kan er tot 300 kW van het gesloopt vaartuig bij het Departement Landbouw en Visserij ingeleverd worden in ruil voor een vangstrechtfactor van 125%. De 300 KW mag dus niet worden samengevoegd met het motorvermogen van het bestaande vaartuig met visvergunning. Dit stemt overeen met de vangstmogelijkheden van 1500 kW. Hoewel het maximum motorvermogen van 1200 kW op de visvergunning wordt behouden.

Om de vraag naar kW’s en daarmee samengaand ook de prijs in de hand te houden, had de Vlaamse Regering beslist dit proces over vijf jaar (2010-2014) te spreiden. De stappen omvatten inleveringen van 60 kW per jaar vanaf 2010.

Vanaf 2014 kan de inlevering echter in één stap gebeuren of in stappen van 60 kW.  

Reders van vaartuigen uit het Groot Vlootsegment (GVS) kunnen geen kW’s van het Klein Vlootsegment (KVS) inleveren om op die manier de vangstrechtfactor aan te passen.

Een analoog systeem van vangstrechtfactor werd opgezet voor het KVS. Reders van vaartuigen met 221 kW op de visvergunning kunnen maximaal 55 kW inleveren, in één stap of in stappen van 11 kW.

Het Klein Vlootsegment kan zowel kW’s van het Groot als van het Klein Vlootsegment  inleveren. De regeling is niet mogelijk voor de vaartuigen die tot het kustvisserssegment behoren, omdat die bijna geen vangstvolumebeperkingen hoeven na te leven.  

Een aanvraagformulier voor aanpassing van de vangstrechtfactor kan gedownload worden.

Het departement zal antwoorden binnen de 30 dagen na ontvangst van het ingevulde formulier.

Van primordiaal belang is dat alle kW’s van het vaartuig dat aan de vloot is onttrokken, kunnen worden toegewezen. Ofwel om ze samen te voegen met het motorvermogen van bestaande vissersvaartuigen met visvergunning, ofwel om ze als bijkomend motorvermogen op de visvergunning toe te kennen, ofwel om motorvermogen in te leveren zodat de vangstrechtfactor kan worden aangepast. De kW’s die niet kunnen worden toegewezen, komen ter beschikking van het departement.

Meer informatie