Toepassingsgebied

Partijen vis en visserijproducten die vallen onder hoofdstuk 03 en onder de posten 1604 en 1605 van de gecombineerde nomenclatuur moeten bij import in de Europese Unie vergezeld zijn van een vangstcertificaat dat afgeleverd werd door de autoriteiten van de vlaggenstaat.

De lijst van uitgesloten producten is opgenomen als bijlage I van Commissieverordening (EU) nr. 86/2010 en omvat naast siervissen, ook zoetwatervissen, aquacultuurproducten die bekomen werden van broed of larven, en een aantal weekdieren.

Andere visserijproducten die niet vallen onder hoofdstuk 3 en onder de posten 1604 en 1605 van de gecombineerde nomenclatuur, vallen dan ook niet onder de toepassingsbepalingen van de IUU-verordening en van het vangstcertificatieschema. Volgende producten vallen dus niet onder de toepassingsbepalingen: producten die geklasseerd zijn in hoofdstuk 05 (visafval en andere visproducten niet geschikt voor menselijke consumptie), in hoofdstuk 15 (visvetten en oliën), onder GN-code 1603 (extracten en sappen van vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren), in hoofdstukken 19 en 23 enzovoort. .

De verordening is van toepassing op alle handelsverrichtingen van mariene visserijproducten, verwerkt of niet, afkomstig van vaartuigen die de vlag voeren van derde landen en die uitgevoerd worden naar de Europese Unie met gelijk welk vervoermiddel. Onrechtstreekse invoer van producten wordt eveneens gedekt en moeten bijkomend gedocumenteerd worden.

De maatregelen zijn van kracht vanaf 1 januari 2010.

Het vangstcertificatieschema laat de bestaande regelingen met betrekking tot gezondheidscertificaten en/of oorsprongscertificaten ongedeerd.

De informatie die in de verschillende documenten opgenomen is, mag evenwel geen tegenstrijdigheden bevatten.