Vangstcertificaat

Het vangstcertificaat dat elke partij vis, afkomstig van andere landen, moet vergezellen, is de bouwsteen waarop de controle op de handel van mogelijk illegale vis en visserijproducten steunt.

Een voorbeeld van een dergelijk vangstcertificaat is opgenomen als bijlage II van de  Raadsverordening (EG) nr.1005/2008. Een vereenvoudigd model, voor vangsten van kleine vaartuigen, is opgenomen als bijlage IV van de Commissieverordening (EG) nr.1010/2009.

Vanaf 1 januari 2010 moeten partijen vis en visproducten,die vallen onder  hoofdstuk 03 (vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren), post 1604 (bereidingen en conserven van vis; kaviaar en kaviaarsurrogaten bereid uit kuit) of post 1605 (bereidingen en conserven van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren) van de gecombineerde nomenclatuur en die afkomstig zijn uit derde landen, vergezeld zijn van dit certificaat.

Het certificaat moet gevalideerd zijn door de autoriteiten van de vlaggestaat. Met de validatie geven deze autoriteiten aan dat de vangsten die door het certificaat gedekt zijn, gerealiseerd werden door een vaartuig dat de geldende instandhoudingsmaatregelen gerespecteerd heeft.

De vangstdocumenten worden enkel aanvaard als vangstcertificaat als ze gevalideerd zijn in het kader van een vangstdocumentatieregeling van een Regionale Visserijorganisatie (Regional Fisheries Management Organisation - RFMO) en als de vangstdocumenten door de Europese Commissie werden  erkend als beantwoordend aan de bepalingen van de IUU-verordening.

Het vangstcertificaat moet door de exporteur aangevraagd worden, het moet de partij vis vergezellen en nadien door de invoerder van de vis en visserijproducten voorgelegd worden.

De autoriteiten die tussenkomen bij de validatie van het vangstcertificaat, bij de uitgifte en bij de controle en verificatie ervan bij invoer, moeten bij de Europese Commissie aangemeld zijn.

De invoering van een vangstcertificatieschema heeft ook gevolgen voor vissers uit de Europese Unie, meer bepaald in de volgende gevallen:

  • bij uitvoer van hun vangsten naar een derde land, dat de voorlegging van een vangstcertificaat eist. Momenteel is dit enkel het geval bij de export van vis en visserijproducten naar een beperkt aantal landen.
    • IJsland (1 januari 2010)
    • Ivoorkust (26 maart 2010)
    • Koeweit (26 mei 2010)
    • Madagascar (3 maart 2010)
    • Noorwegen (1 januari 2010)
    • Thailand (1 januari 2010)
    • Tunesië (21 april 2010)
    • Oekraïne (15 mei 2013)
  • bij uitvoer van hun vangsten voor de verwerking in een derde land, gevolgd door een herinvoer in de Europese Unie. Bij de toepassing van dit principe (‘passieve veredeling’) moet geen of slechts gedeeltelijk een invoerheffing betaald worden.  Dit is bijvoorbeeld het geval bij de uitvoer van Noordzeegarnalen naar Marokko met het oog op de verwerking ervan en de uiteindelijke herinvoer in de EU.

Voor verkopen van partijen verse vis afkomstig van de nationale vloot, die nadien enkel binnen de EU worden verhandeld, is een vangstcertificaat niet nodig. Er wordt immers van uit gegaan dat de handhaving van de bepalingen vervat in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) binnen de EU voldoende garanties biedt op de aanpak van mogelijk illegale activiteiten.

Voor België is het Departement Landbouw en Visserij, belast met de validatie en de controle van vangstcertificaten.

Om deze validering uit te voeren, vraagt de bevoegde autoriteit, het Departement Landbouw en Visserij, om bij het vangstcertificaat de details van het elektronisch logboek bij te voegen die betrekking hebben op de vangsten die uitgevoerd gaan worden. Deze details kunnen bij voorkeur een pdf versie van het elektronisch logboek, een screenshot of scan zijn, maar deze dienen afkomstig te zijn van het E-catch systeem, of in betreffend geval via de rederij van M-catch met betrekking tot de vangsten zoals geregistreerd door de kapitein.

Meer informatie vindt u bij:

Departement Landbouw en Visserij
Koning Albert I-laan 1.2 bus 101, 8200 Brugge
Tel. 050 24 83 40 | fax 050 24 76 01 | IUU@lv.vlaanderen.be